Aan die vaart liet Peter Paul Rubens (1577-1640) in
1610 na zijn huwelijk met Isabella Brandt een woning verbouwen. Zijn paleis werd
opgericht naar eigen plannen in de trant van de Italiaanse renaissancepaleizen
.Het werd een woning en atelier met een monumentaal portiek op de binnenplaats
en een tuinpaviljoen in een prachtige barokstijl.
Het Rubenshuis is gelegen aan de Wapper
. In Rubens’ tijd heette deze straat Vaartstraat omdat ze aan de oever van de
Herentalse vaart lag ; vaart die de stad van zoetwater voorzag (ondergronds
stroomt ze nog steeds tussen de
Rubenstraat en de Wapper) .Er stond een kraan opgesteld om water op te halen
.Die kraan die hierbij op en neer wipte werd Wapper genoemd.
Aan die vaart liet Peter Paul Rubens (1577-1640) in
1610 na zijn huwelijk met Isabella Brandt een woning verbouwen. Zijn paleis werd
opgericht naar eigen plannen in de trant van de Italiaanse renaissancepaleizen
.Het werd een woning en atelier met een monumentaal portiek op de binnenplaats
en een tuinpaviljoen in een prachtige barokstijl.
Naast het woonhuis ligt het
schildershuis op de benedenverdieping. In het groot atelier werden meestal met
de hulp van leerlingen grote panelen en doeken geschilderd .De schilderijen
werden meestal op bestelling gemaakt volgens contractuele afspraken. In totaal
werden er een 25 000 tal creaties in Rubens atelier vervaardigd. Zijn prijzen
lagen zeer hoog , kopers waren welgestelde burgers en buitenlandse vorsten ( van
Engeland , Frankrijk , Spanje en Beieren ). Op de
bovenverdieping in zijn privé-atelier maakte Rubens tekeningen , portretten
en schilderijen van klein formaat .Hij schreef er ook zijn talrijke
brieven naar correspondenten in binnen- en buitenland. Er zijn er ongeveer 5 000
bewaard gebleven in het Nederlands, het Frans
, het Latijn en vooral in het Italiaans .
Rubens werd om zijn onderhandelingen als
diplomaat in de adelstand verheven .De tuin achter het Rubenshuis werd in
Vlaams-Italiaanse renaissancestijl aangelegd , architectonisch vormde hij een
geheel met de gebouwen en het tuinpaviljoen. De kweek van bloemen , groenten en fruit gebeurde in zorgvuldig
aangelegde perkjes die met een laag haagje werden omgeven.
P. P. Rubens hield van zijn huis en tuin en bracht er het grootste deel van zijn
leven door. Na zijn dood werd de woning door zijn erfgenamen verkocht en
opgedeeld .In 1939 kon de stad Antwerpen het pand verwerven. Na restauratie kon
het Rubenshuis in 1946 voor het publiek worden opengesteld. In
de zalen en vertrekken zijn er een tiental werken. In het grootatelier bevindt
zich o.m een van zijn vroegste werken :Adam en Eva in het paradijs.
In de eetkamer hangt zijn wereldberoemde
zelfportret, geschilderd toen hij ongeveer vijftig was. Het Rubensiaanse
documentatiecentrum voor de studie van
Rubens en de Vlaamse kunst, kreeg een onderkomen in het Kolveniershof
gelegen in de achtertuin van het Rubenshuis.