begin inhoud volgende terug

De Voodoo.



In de Bijbel wordt vaak gesproken over heidense afgodsdiensten en er worden geen woorden gespaard om deze primitieve godsdiensten te veroordelen. Ze kenmerkten zich, hoe kan het anders, door veel seks en veel uitspattingen. Ze kenmerkten zich ook door mensen zonder zelfdiscipline en zonder zelfkritiek, en door mensen die zichzelf niets ontzeggen, en die haast alleen met zichzelf bezig zijn. Ze kenmerkten zich ook door de grote macht die de priesters over de mensen uitoefenden. Deze macht was soms zo groot dat de mensen er geen eigen mening op na konden houden. Ze waren dan geestelijke slaven van de priesters.

In de Bijbel wordt het vereren van afgoden sterk veroordeeld, evenals waarzeggerij. Het dienen van de Baäls wordt door verschillende bijbelschrijvers omschreven als een zonde omdat God dan geen of te weinig eer ontvangt. Toch staat er ook dat God geen offeranden wil, maar gehoorzaamheid. Ook op allerlei andere plaatsen staat dat God eer ontvangen niet zo belangrijk vindt (zie Jermia hoofdst. 7). Als we verder lezen dat de Bijbel het kinderoffer; het overspelig nalopen van de Baäls; de losbandigheid, en het gebrek aan hygiëne van de Baälsfeesten, veroordeelt, dan kunnen we vermoeden dat niet het gebrek aan eer, maar de ongehoorzaamheid aan Gods wetten de ware reden, van de felle veroordeling is.

Zo is niet het offeren, dienen, en eren van de Baäl het grote probleem, alsof God jaloers zou zijn, maar alles wat de lichamelijke en de geestelijke gezondheid, en het welzijn van de mensen aangaat. Terwijl de heidense afgodsdiensten juist de gezondheid en het geestelijk en lichamelijk welzijn schaadden. Jahweh vond het ontvangen van offers en eerbetoon niet zo belangrijk, getuige het aantal malen dat er gezegd wordt het offer te laten wachten tot andere dingen, die belangrijker waren, plaats hadden gevonden.

Het lichamelijk welzijn werd aangetast door overspel; door zelf toegebrachte verwondingen, zoals bij Elia op de Karmel gebeurde, door dronkenschap, overmatig eten en de vele onhygiënische toestanden die er heersten in de afgodstempels. Verder werden de mensen, net als vandaag bij de voodoo, bedrogen en misleid met waarzeggerij, allerlei magie, bijgeloof en waangedachten.

De heidense godsdiensten van tegenwoordig benadelen meer het geestelijk welzijn, dan het lichamelijk welzijn. Omdat over de hele wereld wel wat kennis van lichamelijke hygiëne is, ook onder de minst ontwikkelde mensen. Het probleem van nu is meer de geestelijke hygiëne, en een heiden van nu is voornamelijk het slachtoffer van inbeelding en autosuggestie. Dit maakt, net als de drugs, de mensen totaal ongeschikt voor de moderne snel wisselende maatschappij. Verder is er nog de dominante godheid die alles naar willekeur doet, en de mensen onderdanig en afhankelijk houdt. Hierdoor zijn heidenen buiten allerlei inbeeldingen, ook nog het slachtoffer van apathie, lijdzame berusting en willoosheid, zoals we dat tegenwoordig in de westelijke wereld niet meer kennen, maar welke in de derde wereld nog bijna overheersend is. Deze apathie wordt veroorzaakt doordat ze geloven dat je tegen de goden geen verweer hebt, en je hebt maar berustend te aanvaarden wat het noodlot je in je schoot werpt. Hoewel de berusting en apathie ook voortvloeien uit gemakzucht, en het niet gewoon zijn actief te werken. Deze mentaliteit vindt men in alle derde-wereldlanden, maar het meest geäccentueerd in Afrika, waar het heidendom nog in het primitiefste stadium verkeerd. Deze situatie en mentaliteit is tevens de oorzaak van de regelmatig weerkerende bloedbaden in Afrika.

Vandaag zijn er op de hele wereld nog erg veel mensen die onvoorwaardelijk in dit soort godsdiensten en goden geloven. In Latijns-Amerika; in Azië en in Afrika is verweg het grootste gedeelte van de bevolking verbonden met heidense godsdiensten. Welke in de meeste gevallen erg primitief zijn. Ze hebben andere namen, maar de godsdienst is, misschien met uitzondering van enkele details, hetzelfde als de Baäl- en Astartedienst in de Bijbel. In die zin dat ze alles wat aangenaam en leuk is, alles wat de mensen verwent, propageren en stimuleren. Deze godsdiensten hebben ook allemaal het kenmerk gemeen dat jij het belangrijkste bent. Alles wat niet om de goden en de priester draait, draait om jou, en de hele wereld moet zich naar jou schikken. Het spreekt vanzelf dat wanneer het een machtiger of voornamer iemand betreft dan jij, dat je dan plaats voor hem maakt en hem naar de mond praat. Kortom, je wordt verwend, en over het paard getild, totdat het jou beurt is iemand te verwennen, en dan dien je te slikken wat deze persoon in de gedachten komt.

Ik ben me bewust, een, helaas, nogal cynische beschrijving van de derde wereld te geven. Mensen uit de westelijke wereld kunnen weten dat hun maatschappij niet zo erg volmaakt is, en dat ook de mensen daar nogal onvolmaakt zijn. Dit is in de derde wereld veel meer het geval. De derde wereld is niet zomaar de derde wereld, dit heeft wel degelijk zijn oorzaak. De oorzaak ligt in het ontbreken van christelijke waarden in de maatschappij, welke ik zonet wat gedetailleerder heb genoemd.

Bij de Voodoo godsdiensten worden de mensen erg op hun gemak gesteld. Het gaat er in een godsdienstoefening met zijn exotische ritueel meestal gemoedelijk aan toe. Ze zijn gezellig en lief voor elkaar. De goden zijn vaak wel veeleisend, maar daar is meestal wel wat aan te doen en zo is men altijd haast welgemoed, en opgewekt. De godsdienstig leider (of leidster) is als een vader of moeder voor de kudde, en zolang ze zich aan de eisen houden, vriendelijk en toegevend. Zo is het in eerste instantie aangenaam vertoeven in een dergelijke gemeenschap.

Na een verblijf van langere tijd tussen voodooërs valt het op dat deze mensen eigenlijk alleen maar doen wat ze leuk vinden om te doen. Als iets niet leuk is, of een beetje moeilijker, dan laten ze het na. Verder denken ze alleen maar aan zichzelf. Waarbij er wel uitzonderingen zijn, meer door het natuurlijk instinct ingegeven. Een moeder zorgt bijvoorbeeld echt wel voor haar kind. Maar in de algemene zin zijn ze verwend en willen daarom altijd door de ander verwend worden, als dit niet gebeurt worden ze vaak kribbig, of komt er ruzie. Verantwoordelijkheid hebben ze niet, of alleen maar minimaal, want verantwoordelijkheid dragen houdt in dat je af en toe vervelende karweitjes moet opknappen. Iemand die ze verwent en zich als leider opwerpt wordt zonder meer op de handen gedragen, en het is verwonderlijk hoeveel ze van zo'n persoon verdragen. Ze accepteren zonder morren de meest grillige en vernederende eisen van hun leider, maar het moet niet te veel inspanning kosten.

Deze mensen zijn egoïstisch tot in de uiterste consekwenties. Ze zullen maar heel weinig doen voor een ander mens, ook als deze het niet zonder hulp kan stellen. Verder is het onder deze mensen een sport om de ander te bedotten. Als ze een ander geld afhandig weten te maken, of geld weten te stelen, dan zijn ze slim; geen bedrieger of dief, en er wordt naar ze opgezien. Mensen die zich te veel om anderen bekommeren worden geacht niet goed in hun hoofd te zijn, of op zijn minst onnozel. Werken doen ze alleen uit noodzaak; je moet immers leven.

De goden zijn erg belangrijk maar zichzelf vinden ze veel belangrijker. Door offers of giften proberen ze de goden, demonen en geesten op hun hand te krijgen, anders roepen ze de hulp van de godsdienstige leider in. Dit kost wat, een gift, of een klusje wat ze voor hem doen, maar hij wendt dan zijn invloed bij de goden voor ze aan.

Deze priester, sjamaan, guru, of wat voor naam of titel hij ook maar draagt, neemt altijd een grote machtspositie in. Het is beter geen ruzie met hem te maken. Hij is bijna altijd in staat de mensen volkomen in zijn macht te krijgen en alles wat hij wenst van ze klaar te krijgen. Soms door bedreigingen met de wraak van de goden of bezweringen, of vervloekingen, waarvoor de mensen dodelijk bang zijn. In feite beheerst gewoonlijk deze persoon zijn kudde volkomen, en alles wat hij wil, goed of kwaad, gebeurt. Met als resultaat dat deze mensen eigenlijk geen eigen wil hebben. Deze heidenen, want dat zijn het, worden heen en weer geslingerd tussen de willekeur van de goden, ofwel de willekeur van de priester, vaak nog beïnvloed door de sterren, en de moeiten en lusten van alle dag.

De priester is de vertegenwoordiger van arrogante cynische, tirannieke en egoïstische goden. De farao's van Egypte, maar ook koningen als Nebukadnezar noemden zich god of godenzoon en waren dit ook in alle opzichten. Ze troonden in een verheven paleis op een verheven troon in een uiterst arrogante en cynische en meedogenloze omgeving. Zij stonden model voor god, en in werkelijkheid waren zij de enige goden die er ooit geweest zijn. De rest van alle goden als Baäl; Astarte; Marduk; Zeus en alle andere waar we ooit van gehoord hebben waren alleen maar fictie. Een hersenschim welke, in een gefantaseerde godenwereld, samen met de dodenwereld in een fluïde en ongrijpbaar heelal, een geestenwereld bevond, zo dacht men.

Goed en kwaad onderscheiden de voodooërs eigenlijk niet, dit is te ingewikkeld en te lastig. Als ze al onderscheid maken dan betekent goed alles wat ze krijgen: cadeautjes, aandacht enz., en kwaad is alles wat ze moeten doen of betalen. Ze zijn oppervlakkig en zorgeloos, het zijn echte existentialisten. Ze hechten zich vaak maar weinig aan bezit. Materialisme is hen bijna altijd totaal vreemd, hoewel ze wel altijd graag heel rijk willen zijn. Hieraan zit het voordeel verbonden dat je dan niet hoeft te werken, en je kunt je dan laten verwennen. Aan een huis en bezit wordt niet veel aandacht besteed. Aan het uiterlijk en de persoonlijke verzorging wel, als ze jong zijn. Dit is met het oog op seks.

De enige echte materialisten op deze aarde zijn christenen, of gewezen christenen, of Joden. Aanhangers van primitieve heidense godsdiensten zijn zelden materialistisch.

In Latijns-Amerika was tot ongeveer de helft van deze eeuw 95% van de bevolking onder de invloed en volgeling van verschillende vormen van voodoo. Ter plaatse bekend als macoemba, candomblé, oembanda e.a. Officieel waren dit altijd rooms-katholieke landen en volken, maar vandaag zijn er zelfs bisschoppen die toegeven dat het percentage rooms-katholieken nooit hoger is geweest dan 10% van de bevolking. Het is allemaal afhankelijk van waar je de scheiding trekt, en hoe kritisch je bent. Ik ga er hier van uit dat rooms-katholiek een synoniem van christelijk is, wat in de praktijk lang niet altijd het geval is.

De regeringen hier stonden altijd onder sterke invloed van de rooms-katholieke geestelijkheid en de vrijmetselaars, maar de bevolking is nooit christelijk geweest, en iedereen die niet protestant was zei dat hij katholiek was, omdat het netjes stond katholiek te zijn.

Ieder jaar is er in de stad Salvador (Brazilië) een feest ter ere van Iëmanjá, de godin van de zee. Dit feest begint met een godsdienstoefening in een katholieke kerk, geleid door de aartsbisschop van Salvador. Daarna gaat, behalve de aartsbisschop, iedereen scheep en in de baai worden offerandes te water gezet voor Iëmanjá, de koningin van de zee, en andere macoemba goden; orisjá's genoemd. De mensen die hier aan meedoen, en dat is vast wel de halve stad, lopen zonder te blikken of te blozen van de katholieke mis naar een voodoo offerfeest. Kennelijk heeft niemand hier bezwaren tegen, of problemen mee. Kennelijk ook de aartsbisschop niet.

Ik ben van mening dat deze aartsbisschop zich schuldig maakt aan puur heidendom. Ik kan me niet indenken dat een katholieke aartsbisschop het verschil tussen christendom en voodoo niet kent, en dat het zijn argeloosheid is. Hij werkt samen met deze primitieve godsdiensten, en veroordeelt ze niet duidelijk. Hiermee steunt hij ze, en als zodanig kan hij niet als christen gekenmerkt worden, want hij maakt zich schuldig aan het samenwerken met voodoo praktijken.

Als de scheiding hier getrokken wordt zijn er vermoedelijk nooit 5 % van de bevolking van Latijns-Amerika katholiek geweest, want het is hier altijd moeilijk geweest de grens te trekken tussen rooms-katholiek en voodoo. Deze godsdiensten waren op de meeste plaatsen min of meer met elkaar vergroeid.

Beter staat het met de protestanten. Dit zijn meest pinkstergroepen, baptisten en adventisten. Sommigen beweren dat 25 % van de Latijns-Amerikaanse bevolking hiervan inmiddels deel uitmaakt. Of dit waar is weet ik niet, wel breiden deze kerken zich heel sterk uit. Andere protestantse groeperingen, meer conventionele, groeien ook, maar hebben lang niet zoveel succes dan de eerst genoemden. Dit komt omdat ze veel strakker en gedisciplineerder zijn, en vaak bestaan uit protestanten die dit al geslachten lang geweest zijn.

In de westelijke wereld gelooft geen protestant, of misschien geen mens, meer in spoken en demonen, en zodoende wordt er daar niet in veel kerken aan geesten uitdrijving gedaan, maar een heiden kan zich geen wereld voorstellen zonder geesten. Hij kan dit idee gewoon niet verdragen, en de overgang voor een voodooër naar zo'n protestantse kerk zou te groot zijn. Hij vind meer van zijn wereld terug in kerken als de pinkstergroepen, met impulsievere geloofsgenoten, met gebedsgenezing, en geesten uitdrijving, waar vaak maar een kleine groep samenkomt die evenals bij de voodoo, oppervlakkig gezien, ook erg lief voor elkaar zijn, en hiermee is de verandering in zijn bestaan geleidelijker.

Een ex-voodooër is vaak nog erg veel met zichzelf bezig en heeft daardoor veel meer last van allerlei maatschappelijke problemen en lichamelijke pijntjes, want zijn geest wordt niet, of soms in mindere mate, afgeleid door aandacht voor de ander. Het is ook hierom dat hij veel troost vindt in liederen waar gesproken wordt over de liefde van Jezus voor zondaars; waar Jezus alles voor over heeft. Over de voorzienigheid van God die voor ons allen zorgt en die treurige christenen opbeurt. Deze mensen hebben min of meer de onbestemde wens te willen uithuilen aan de schouder van Jezus, maar ik betwijfel of Jezus zijn schouder hiervoor leent, want de Bijbel zegt niets in die voege.

Dit soort liederen vindt men terug in de bundel van Johannes de Heer. Veel van deze liederen zijn van Noord Amerikaanse oorsprong. Het zijn echte zendingsliederen, maar ze vinden bij veel protestanten die al geslachten lang dit geweest zijn, niet veel weerklank. Veelal omdat deze liederen nogal eenzijdig zijn en niet de hele boodschap van de Bijbel omvatten. Zendelingen daarentegen zijn verzot op dit soort liederen omdat hun kudde zich hierbij erg wel voelt.

Het is goed dat de christenen van geslachten her hiermede rekening houden en wat tolerant zijn, want niet ieder christen is gelijk aan de ander en er dient voor elk wat wils te zijn want de smaken verschillen, en de herkomst van alle mensen is niet gelijk, daarom is het misschien niet goed dat alle christelijke kerken samengaan.

Het is voldoende als alle christenen in de verschillende denominaties elkaar respecteren, en begrip voor elkaar hebben. Samengaan van veel kerken zou een erg remmende faktor zijn voor de ontwikkeling. De zwakte van de Christelijke kerken is haar verscheidenheid, maar dit is ook de kracht van het christendom. Door haar verscheidenheid wordt er veel gediscussiëerd over de kerken en de Bijbel. Hierdoor komt de grootste verandering in onze maatschappij van de meest verdeelde (protestantse) kerken. De katholieke en grieks-orthodoxe kerken hebben maar heel weinig vernieuwing laten zien de laatste 5 eeuwen. Zouden alle protestantse samengaan als één broederschap dan is haar rol en funktie ten einde, en is ze totaal statisch en nutteloos geworden, net als de eerder genoemde oude kerken.



inhoud volgende terug eind
Hosted by www.Geocities.ws

1