| Columns |
| Het had echt niets gescheeld of ik was nu profvoetballer geweest. Ik miste maar een ding: talent. Verder had ik gewoonweg alles: ik heb een grote mond, sla in een dronken bui graag vrouwen, en heb nog nooit een dag fatsoenlijk werk gedaan. Man, ik was gewoon bijna de volgende in het rijtje George Best - Paul Gascoigne - Lee Bowyer. Maar in plaats van bij Ajax te spelen, voetbal ik nu voor het tweede van een tweedeklasse zaterdagamateur. Naast intikkers maken en doodschoppen uitdelen wil ik nog wel eens een leuke schwalbe maken (want als je als bijnaam 'Zie German' krijgt moet je die eer aan doen), maar verder voeg ik zeer weinig toe aan de glorie van het edele spelletje voetbal. Nu zelfs helemaal niets, want op het moment werken mijn knie en enkel niet zo lekker mee. Wat zou ik het mislopen van die voetbalcarri�re graag afschuiven op blessures, aan bijvoorbeeld die knie of enkel, maar al lang geleden heb ik aan mezelf toegegeven dat het echt een gebrek aan talent is. Schade. Maar soms, soms dan gebeuren er rare dingen. Bij vlagen, niet te plannen, niet te controleren, dan verander ik. Een beetje zoals de Hulk dat deed, zeg maar. Dan vergeet ik even dat ik Mark, weinig atletische blanke slaperige brildrager ben, en dan verander ik in de grillige ietwat gezette maar daardoor niet minder rappe sambavoetballer Romarkio. Het zijn die spaarzame momenten dat ik aan mijn gebruikelijke niveau van totale waardeloosheid ontstijg en met gemak op Highbury had kunnen staan, Bergkamp degraderend tot ballenjongen. Dan maak ik wonderschone doelpunten, weergaloze dribbels en zelfs mijn missers zijn adembenemend. Passes komen dan altijd aan, maar ik pass niet, want ik ben dan Romarkio, international zuperstriker extraordinair. Op een zonnige zomerdag in 2001 openbaarde Romarkio zich voor het eerst. Stefan V., onze spelbepaler, brak door op links en gooide de bal met een van zijn onmogelijk te volgen bananenballen voor. Dit gaat niet lukken, dacht ik. Romarkio kwam, zag, en wist wat er gevraagd werd. Een onmogelijke karatetrap waarbij mijn rechterwreef de bal uiteindelijk op ongeveer 1 meter 60 hoogte raakte volgde. De bal zeilde de rechterkruising in. Schreeuwde ik het uit? Ja. Mijn liezen zijn dan ook nooit meer hetzelfde geweest. En vanaf toen liet onze 'ikke niet meeverdedigen' sambabraziliaan met vedetteneigingen vaker van zich horen. Het kan in een wedstrijd zijn, het kan op een training zijn, je weet het niet. Grillig is Hij. Ik herinner het me nog alsof het de dag van gisteren was. Nu ben ik vandaag al vergeten wat ik gisterenavond gegeten heb, dus zoveel zegt dat niet. Whatever. Het was op een druilerige donderdagavondtraining. We waren maar met zijn achten, het was ijskoud en het motregende. Een troosteloze dag, waarop ieder weldenkend mens binnen warme choco aan het drinken was. Wij, de diehards van het Zesde, trainden echter. Zwijgend. In deze deprimerende setting brak Harry van M. door op rechts. Hij gooide de bal voor, ik liep in. Of ik nu te snel inliep of hij gewoon kut voorzette zullen we nooit weten denk ik. Feit zal altijd blijven dat de bal op hoofdhoogte achter mij terechtkwam. Doen we effe, dacht Romarkio. Bliksemsnel omdraaiend sprong ik op, om een bicycle-kick a la Van Basten weg te geven. Bal ontmoette wreef in een vlugge, heftige one-night stand. In mijn val keek ik de pegel na, om de bal op de lat te zien knallen. Ik bleef even liggen, tot het applaus en de bewonderende kreten mijn oortjes bereikten. Ietwat gammel van de drie gebroken nekwervels en uit de band gesprongen ruggengraat nam ik met een flauw glimlachje mijn verdiende applaus in ontvangst. Of ik het jammer vind dat de bal op de lat ging? Natuurlijk. Ook ik had die liever de kruising in zien gaan. Maar ik houd wel van een beetje drama. Op een andere avond, een andere training. Een verre bal van links, die ik op de borst aannam. Stilleggen met links, klaarleggen voor rechts. Mijn directe verdediger Harry van M. kwam op me af. Ik maakte een lichaamsschijnbeweging naar rechts, de bal niet rakend maar er alleen een schaar uitgooiend. Hij hapte en ik kapte naar links. Harry bemerkte zijn fout en probeerde die snel goed te maken, te snel. Uit balans stapte hij opnieuw naar me toe. En toen kwam het. Met mijn linkervoet rolde ik de bal op de wreef van mijn rechter, hem daarna met de hak van de rechter oplepelend en de diepte in werpend om hem na een kort sprintje in de korte hoek te schuiven. Het einde. Waarom het einde? Waarom niet? Waarom moet een verhaal altijd een einde hebben? Dit was slechts een greep uit de avonturen van Romarkio. Er is geen begin, er is zeker nog geen einde. Wanneer ik een voetbalveld opstap komt Romarkio vanzelf weer een keer tevoorschijn. Misschien ook wel niet. Ik weet het zelf niet. Grillig is Hij. We zullen zien. Met vriendelijke groet, Mark 'Romarkio' Merks. |
| To Bomb or not to bomb |
| Een jongensdroom: de avonturen van Romarkio |