Lecithine
Lecithine is een wasachtige stof, die in staat is om vet en water te emulgeren. Ze komt in alle lichaamscellen voor, vooral in de hersenen, zenuwen, lever, nieren, huid, longen. Ze bestaat uit een mengsel van fosfolipiden, fosforzuur, methionine, fosfatidylcholine en fosfatydilinositol (twee B-vitaminen), fosfatidyletanolamine, fosfatidylserine.
Functie en
waarde:
Zo’n 70% van het levervet en 30% van het droge gewicht van de hersenen bestaat uit lecithine.
Lecithine kan men vinden in noten, zaden, pitten, eierdooier, koudegeperste ongeraffineerde plantaardige oliën, melkproducten. Bewerking van deze voedingsmiddelen vernietigt de aanwezige lecithine voor het grootste deel. Deze voedingsmiddelen kunnen best rauw en onbewerkt worden gebruikt; we denken hierbij ook aan rauwe melk vb. geitenmelk of schapenmelk.
Lecithine wordt tegenwoordig vooral uit sojabonen gewonnen. Er bestaan lecithinekorrels, maar deze zijn waarschijnlijk geoxideerd; het is beter lecithine in capsules in te nemen.
Lecithinesupplementen kunnen het fosforniveau verhogen waardoor het nodig is om tevens calcium te nemen. Deze extra calcium herstelt een juiste calcium-fosforbalans als waarborg voor een optimale botmineralisering.
Bron:
Mathijssen, E., Vitaminen en mineralen, Elmar, Rijswijk, s.a.
Sharon, M., Alles wat je moet weten over voeding en gezondheid, Zuidnederlandse Uitgeverij, Aartselaar, 2001