Het
verwerken van een schokkende gebeurtenis
·
Intensief bezig zijn met wat je is overkomen
·
Veel aan de gebeurtenis denken, dit kan weken tot jaren duren
·
Zoeken naar antwoord op allerlei vragen
·
Herinneringen gepaard gaande met heftige gevoelens zoals verbijstering,
verontwaardiging, boosheid, angst, verdriet, machteloosheid, afschuw
·
Er veel willen over praten
·
Op termijn gaat het alarmerende eraf, je went aan het feit dat de
gebeurtenis je is overkomen, de intensiteit van de betrokken gevoelens
vermindert, men krijgt terug meer aandacht voor het dagelijks leven
·
Wat is er precies gebeurd ?
·
Is het mijn schuld ?
·
Waarom is mij dat overkomen ?
·
Waarom heb ik zo gereageerd ?
·
Waarom heeft niemand mij geholpen ?
·
Wat als ik dit nog eens meemaak ?
1. Ongeloof, gevolgd
door schrik, rust en doelmatig handelen, waarna heftige emotionele uitbarsting
zoals beven, huilen, schelden, enz.
2. Afwisseling van herbeleving
en van vermijding hiervan
3. Integratie van
het gebeurde waarbij je op zoek gaat naar een verklaring en betekenis voor het
gebeurde (positieve zingeving)
A. Samenhangend met herinnering en herbelevingen
·
Steeds weer beelden, geluiden of geuren van de gebeurtenis voor ogen
zien
·
Gedachten
en herinneringen aan de gebeurtenis dringen zich zonder aanleiding op tijdens
het dagelijks leven
·
Terugkerende nachtmerries met herhaling van het gebeurde of met scènes
van wat er hàd kunnen gebeuren
·
Herbeleving van lichamelijke gewaarwording, zintuiglijke waarnemingen
en gevoelens , uitgelokt door een prikkel in je omgeving die er ook was tijdens
de gebeurtenis (bvb. een geur, een geluid, een aanraking)
·
Terugkomen van pijnlijke herinneringen op de ‘verjaardag’ van de
gebeurtenis (soms omgezet in herdenkingsbijeenkomsten)
B. Samenhangend met
angst, vermijding en afstomping
·
Vermijden van alles wat herinnert aan de gebeurtenis (vb. plaats,
kleding, vliegtuig, auto, bepaalde mensen,…)
·
Zich de hele gebeurtenis of een deel ervan niet kunnen herinneren (vb.
gezicht van de dader, wapen, geur)
·
Verlies van interesse in werk, hobby’s, bezittingen.
·
Gevoel van afstand, vervreemding en onthechting van anderen
·
Vervlakking van gevoelens, dofheid
·
Negatieve gedachten en gevoelens hebben over de toekomst
C. Samenhangend met
verhoogde prikkelbaarheid en waakzaamheid
·
Slaapstoornissen
·
Concentratiestoornissen en vergeetachtigheid
·
Verminderde spankracht, makkelijker geïrriteerd raken
·
Oplettendheid en voorzichtigheid om herhaling te voorkomen
·
Heftig schrikken bij onverwachte gebeurtenissen zoals sterke geluiden
·
Jezelf de tijd geven stil te staan bij de gebeurtenissen, bepaalde
feiten of gevoelens te benoemen, vooral de meest negatieve aspecten. Dit is pijnlijk, maar versnelt het
verwerkingsproces. Je moet er als het
ware doorheen.
·
Opschrijven van het verhaal met aandacht voor de gedachten en gevoelens
bij de gebeurtenis.
·
Tekenen of schilderen (niet alleen voor getraumatiseerde kinderen, maar
ook voor volwassenen een goed hulpmiddel)
·
Uitbeelden van de gebeurtenis in spel (kinderen)
·
Goedbedoelde raadgevingen
·
bvb. ‘Je moet er niet aan denken’, ‘Probeer het van je af te zetten’,
‘Ben je daar nu nog mee bezig ?’, ‘ Troost je, het had nog erger
kunnen zijn’
·
Aanraden om een er een borreltje tegen te nemen, of kalmeermiddelen te
gebruiken
·
Bagatelliseren
·
Uit nieuwsgierigheid of sensatiezucht vragen naar het gebeurde tot in
alle details
·
De betrokkene proberen de schuld te geven van het gebeurde om te
proberen je eigen illusie van onkwetsbaarheid in stand te houden
·
Grappen maken over de gebeurtenis
·
De kans grijpen om een eigen gelijkaardige ervaring er tegen over te
stellen
Hoe kan de omgeving
helpen ? (sociale steun)
·
Actief luisteren
·
Er de tijd voor nemen
·
Toon belangstelling voor de situatie en de gevoelens van de betrokkene
·
Begrip, geduld, medeleven
Verstoorde verwerking
Als de stressklachten zo’n 3
maanden na het trauma nog altijd even intensief en omvattend zijn of zelfs
toenemen, kan men beginnen spreken van een posttraumatische
stressstoornis. Zo’n één op vijf mensen
na een schokkende gebeurtenis heeft hier last van.
Dit kan gepaard gaan met
depressieve klachten zoals lusteloosheid, vermoeidheid, langdurige somberheid,
prikkelbaarheid, rusteloosheid, zich terugtrekken.
1. Risicofactoren
·
Herhaling van dezelfde gebeurtenis
·
Elkaar opvolgende verschillende emotionele gebeurtenissen (vb. diefstal,
overlijden van een dierbaar persoon, verkeersongeluk)
·
Confrontatie met herinneringen en emoties trachten te vermijden
·
Gebruik van alcohol en/of kalmerende middelen
·
Ernst van de gebeurtenis (mate van geweld, aantal gewonden of doden,
bekendheid met dader of andere slachtoffers,…)
·
Seksueel misbruik
·
Verlies van bezittingen
·
Fysiek letsel (brandwonden, amputatie, verlamming,…)
·
Verkeerde benadering van de omgeving (zie hoger)
2. Beschermingsfactoren
Deze verminderen de kans op
een posttraumatische stresstoornis.
·
Sociale steun (zie hoger)
·
Professionele steun door psycholoog, huisarts
·
Zelf actief verwerken van het gebeurde in plaats van het uit de weg te
gaan.
·
Aandacht hebben voor het onderhouden van een goede fysieke conditie
door regelmatige lichaamsbeweging,
een goede slaap, de nodige rust in acht nemen overdag, jezelf niet overwerken,
een gezonde voeding gebruiken met o.a. vermijden van zenuwstelselondermijnende
voedingsmiddelen zoals producten waar witte suiker en geraffineerd zetmeel in
verwerkt zitten, alcohol, koffie, te veel gekookt voedsel, enz. Ik verwijs naar de teksten elders op de site
over voeding.
·
Fytotherapeutische
ondersteuning met bvb. sedativa (hop-bellen, valeriaan-wortel, ylang-ylang
(etherische olie), ballote,…) of tonica (ginseng-wortel, rozemarijn etherische
olie, basilicum,…). Een aantal van deze
kruiden kan ook in kruidenthee gebruikt worden.
·
Gebruik van Bachbloemen
(vb. vogelmelk, zonneroosje, …)
·
Zie ook de tekst over omgaan met
gevoelens
Bron :
Mittendorf, C., Ik ben er
kapot van, Boom, Amsterdam, 1997 (ISBN
9053523081)