Wat eraan vooraf ging ….
Op donderdagavond 23 november 2000 belde zuster
Paula me thuis op met de mededeling dat de zusters binnenkort
naar een ander klooster zullen trekken omdat zij in Roeselare
zullen moeten instaan voor de verzorging van een twintigtal oudere
kloosterlingen. Na het geven van haar opzeg in Fabiola kan ze
eind maart haar taak als directrice daar doorgeven en dit betekent
meteen het vertrek van haar 5 medezusters in het klooster Gistelse
Steenweg. Intussen is zuster Godelieve op kerstmis 2000 overleden
zodat er nog 4 medezusters samen met zuster Paula het klooster
te Sint-Andries in de komende maanden zullen verlaten.
Precies in het jubileumjaar 125 jaar basisschool
waarvan de zusters van Liefde uit Heule de stichters zijn geweest
wordt het hoofdstuk van hun aanwezigheid afgesloten. Het krijgt
een haast symbolische betekenis dat we het vanaf nu helemaal zonder
hen zullen moeten doen. De leiding van de school was tot juni
87 in handen van één van hen. Vanaf dan hadden ze minder rechtstreeks
contact met het schoolleven, maar bleven ze begaan met de vele
kleine en grote dingen die zich in en rond de school afspeelden.
Ze waren onze trouwe wakers van de gebouwen: een licht dat bleef
branden werd door hen opgemerkt, een deur die niet dicht was werd
door hen gesloten, de sleutel voor de schoolpoort of sportzaal
kon men altijd bij hen halen, ….
Omdat we de 5 zusters niet zomaar wilden laten gaan,
maakten Johan Stellamans en ikzelf binnen de kortste keren een
afspraak met hen om eens een uitgebreide babbel te maken. Woensdag
10 januari om 20 uur namen we plaats in de goedverwarmde woonkamer
waar de vijf zusters in hun zetel ons zaten op te wachten. Een
glaasje wijn en koekjes werden bovengehaald en dit werd het begin
van een urenlange babbel waar de ene zuster de andere afloste
en waardoor wijzelf met een minimum aan vragen te stellen heel
wat te weten kwamen over de congregratie, hun voorbije levenswandel,
de sfeer van indertijd, de enorme discipline die de kloosterlingen
tot op vandaag aan de dag leggen, de stichting van het moederklooster
in Heule en nog zoveel meer.
Een gezellige babbel met de vijf zusters
Het ontstaan van de zusters van Liefde speelt zich
af in 1838 als Moeder Agatha Lagae in Heule een klooster opricht.
Moeder Agatha moet als kind al een voorbeeld zijn geweest van
volgende drie deugden: godvruchtigheid, eenvoud en zelfopoffering.
Om dat te illustreren haalt één van de zusters meteen een drieluik
uit een andere kamer erbij waarop de regel van de zusters van
Liefde te lezen staat: 'Deus caritas est. Fubentis pagani de groti
pauperes - conventus heulensis'. Het is tot op vandaag een congregatie
die haar sporen heeft verdiend en nog altijd verdient binnen het
onderwijs - dat lang één van hun sterkst uitgebouwde takken is
geweest-, de verpleegkunde en missiewerk. Nog steeds hebben ze
tal van rust- en verzorgingstehuizen die door de zusters werden
gesticht en zijn er nog 3 missieposten in Zuid-Afrika en 1 in
Kameroen.
Zuster Gerarda, afkomstig van Oostrozebeke en sedert
zo'n 6 jaar woonachtig in het klooster aan de school, staat al
39 jaar in voor de verzorging van bejaarden en trekt eind maart
mee naar Roeselare waar ze mee zal instaan voor de verzorging
van de hulpbehoevende zusters daar. Momenteel gaat ze nog dagelijks
mee naar rusthuis Fabiola dat ze in de jaren 60 mee oprichtte
samen met o.a. zuster Godelieve die tot ze overleed op 25 december
2000 ook langs de Gistelse Steenweg verbleef. Zuster Angèle die
een zestal jaar geleden in het klooster hier is komen wonen is
afkomstig van Snellegem en zette zich gedurende dertig jaar (van
1955 tot 1985) in als missiezuster in Congo. Ze maakte er volop
de onafhankelijkheidsstrijd mee en herinnert zich nog alsof het
gisteren was de soldaten die haar overal op de hielen zaten. Ze
trok er zich al bij al niet zoveel van aan, maar als ze richting
toilet haar bleven volgen, maakte ze kordaat duidelijk 'hiervoor
heb ik jullie niet nodig, dat kan ik wel alleen'. Ze stond er
als zuster in voor het onderwijs aan de kinderen ter plaatse:
eerst in het zesde leerjaar en het grootste deel van haar tijd
in het middelbaar onderwijs. Zo heeft ze talloze leerlingen voorbereid
op het onderwijzersschap. Andere zusters die met haar waren meegetrokken
stonden in de verpleegkunde en assisteerden er o.a. bij heel wat
bevallingen en zelfs bij operaties. Van hen vernam ze talloze
keren dat de bevolking het niet had voor pillen, maar dat een
spuitje in hun ogen het enige middel was om echt te genezen.
Een tweede glas wijn wordt ons geserveerd en de
sfeer wordt er niet minder hartelijk op. Zuster Paula -de plaatselijke
overste van de Gistelse Steenweg- is afkomstig van Leffinge en
werkte 17 jaar als verpleegster bij het wit-gele kruis in De Panne
en kwam in 1985 zuster Godelieve zaliger opvolgen als directrice
van het rusthuis Fabiola. Ze verlaat vervroegd deze plaats zoals
eerder al vermeld om in Roeselare binnenkort in te staan voor
hulpbehoevende zusters. Ze weet ons te vertellen dat met haar
vertrek - ook zij is een zestal jaar geleden in het klooster hier
komen wonen - en het vertrek van een andere zuster van de congregatie
van de Potterie de laatste kloosterlingen uit het O.C.M.W.-bestand
verdwijnen als directrice van één van hun vele rust- en verzorgingstehuizen
in Brugge. Ook zij beseft dat de tijd definitief voorbij is dat
zusters nog deze functie kunnen bekleden. Van haar vernemen we
dat er momenteel nog 260 zusters zijn in de congregatie, waarvan
het merendeel de pensioengerechtigde leeftijd al heeft bereikt.
De laatste zuster trad 15 jaar geleden in. Tot op vandaag tellen
de zusters van Liefde nog 31 bijhuizen in heel West-Vlaanderen.
Zonder dit van Sint-Andries worden het er straks 30.
Anderhalf jaar geleden kwam ook zuster Maria in
het klooster te Sint-Andries wonen en trekt binnenkort naar Lauwe.
Zij is afkomstig van Sint-Katarina, nabij Heule en wijdde haar
leven ook aan de verzorging van bejaarden o.a. in Lichtervelde
en in rusthuis Fabiola te Sint-Andries. Het is de zuster die we
nog regelmatig aan het werk zien in en rond het klooster: ze zeemt
er regelmatig de vensters en van haar vernemen we dat het indertijd
bij het wassen van de vensters ten strengste verboden was om ook
maar even om te kijken. We spreken van de tijd dat de zusters
moesten kiezen bij het overlijden van één van hun ouders: 'ofwel
ging je naar de berechting of naar de begrafenis, de beide kon
niet'. De regel dat een zuster nooit alleen het klooster mocht
verlaten, werd ook strikt nageleefd: wie in het klooster te Heule
naar de tuin wou en daarvoor de straat moest oversteken, deed
dit altijd met een medezuster. Bij het oversteken keken ze dan
best nog niet te veel naar links en rechts. We mogen van geluk
spreken dat het verkeer toen veel minder druk was als nu … Deze
strikte regels is men blijven hanteren tot begin de jaren zestig.
Uit die tijd komt ook het verhaal van zuster Angèle
die eigenlijk liever haar weg in de verpleging had gezocht dan
in het onderwijs. Toen de toenmalige kanunnik Vanbesien hiervan
bij de overste van gedachten wou gaan wisselen, werd hij van volgend
antwoord voorzien: 'Ze is de mijne en ik doe ermee wat ik wil!'
Duidelijke taal die de geest van die tijd goed weergeeft. Alles
is op dit vlak wat versoepeld zodat ook zij nu zelf kunnen kiezen
waar ze naar toe trekken als ze het klooster te Sint-Andries verlaten.
Met haar 37-jarige aanwezigheid in het klooster
te Sint-Andries is zuster Arlette die afkomstig is van Stasegem
de zuster die ons over de plaatselijke gebeurtenissen heel wat
kan vertellen. Ze leefde samen met o.a. de vorige directrices
van de school: zuster Marie-Elodie , zuster Arsène en zuster Maria
Dewitte. Ze was er een hele tijd de keukenzuster en stond ook
mee in voor de hulp in de schoolrefter bij de bediening van de
maaltijden. Dat ze van een praatje met de toenmalige en huidige
leerkrachten hield, illustreert het volgende: tijdens de voormiddagspeeltijd
kwam dagelijks een leerkracht de klaargemaakte soep halen voor
de collega's in de lerarenzaal. Enkele keren bleef zuster Arlette
zo lang aan de praat met één of andere collega dat naast de soep
die afgekoeld was ook de speeltijd er op zat en de 'hongerige
collega's' de soep die dag moesten missen … Gelukkig was dit eerder
uitzondering dan regel, maar de gave van het vertellen heeft zuster
Arlette nog steeds: ze kan met de grootste precisie op een foto
van bijna 40 jaar geleden de toenmalige zusters bij naam noemen
en van elk op een sappige manier vertellen wat haar functie was.
Ze leefde in het klooster te Sint-Andries ooit samen met ruim
een dozijn zusters en dit is in haar herinnering de grootste bezetting
geweest in dit klooster. Het was de tijd dat zuster Annie Vandenberghe
er halfwege de jaren 60 de secundaire afdeling oprichtte en er
10 jaar directrice was. Tot op vandaag wandelt zuster Arlette
nog regelmatig het hele schoolterrein rond en schrikt er niet
van terug om indien nodig een kwajongen die er niet hoort met
haar wandelstok achterna te zitten.
We horen van de zusters mooie verhalen en ze trakteren
ons op een laatste glas wijn dat we zo moeilijk durven en willen
weigeren. Nieuwsgierig als we zijn, vragen we hoe het dagelijkse
leven van een zuster verloopt. Versteld staan we als we horen
welke discipline ze zichzelf nog dagelijks opleggen en dit zonder
meer als vanzelfsprekend ervaren. 's Morgens staan de zusters
om 5.30u. op en van 5.45u. tot 6.15u. mediteren ze in de kapel.
Tot 6.45u. houden ze ochtendgebed en komt een pater capucijn de
eucharistie met hen vieren. Ze ontbijten samen met de pater rond
7.15u. Achteraf vertrekken zuster Paula en zuster Gerarda naar
Fabiola voor hun dagtaak aldaar. Voor het middagmaal is er om
11.45u. een half uur middaggebed in de kapel. Tot voor kort luidden
zij op dat uur dagelijks de Angelus, maar onlangs begaf de klepel
van het klokje van de Sint-Ewoudkapel het. Ze geven ons mee dat
ze op dit ogenblik altijd alle kinderen langs de schoolpoort naar
buiten zien gaan, maar storen doet hen dat helemaal niet. Rond
16 uur is er een kopje koffie bij en tegen de vooravond om 18.15u.
vangt het avondgebed en de dagsluiting aan, opnieuw in de kapel.
's Avonds wordt er tijd gemaakt om samen in de woonkamer door
te brengen en wat T.V. te kijken. Elke donderdagavond is er aanbidding
van Maria en op zaterdagavond bereiden de zuster de zondagsmis
voor, dit houdt in dat ze het epistel en de evangelielezing van
de zondagsdienst samen bespreken en errond van gedachten wisselen
met elkaar. Daarnaast hebben ze maandelijks één dag die ze in
stilte doorbrengen, is er driemaandelijks 'recollectie' in het
klooster te Heule en vindt er jaarlijks in Heule een bezinningsdag
plaats.
We merken dat er intussen ruim twee volle uren zijn
voorbijgevlogen en stellen de zusters voor om hen op de foto te
zetten. Ze nemen plaats en we zijn blij dat deze vijf West-Vlaamse
zusters ons zo gastvrij hebben onthaald. De sfeer was er hartelijk
en open. Over hun vertrek binnenkort zijn ze filosofisch: we weten
dat we heel ons leven op zending zijn en wie 37 jaar in hetzelfde
klooster blijft, die hebben ze in Heule vergeten zeker …. Hoe
komt het dat ze toen allemaal richting zuster Arlette keken en
er schatergelach weerklonk in de woonkamer?
Johan Stellamans en ondergetekende trekken hun jas
terug aan en beseffen dat ze een stuk geschiedenis hebben meegemaakt
dat definitief wordt afgesloten. Het maakt ons misschien even
weemoedig maar als je merkt met welk een kracht de 5 zusters zich
daar overzetten, weten we één ding: op hun nieuwe locatie zullen
ze zich vlug thuis voelen en dat willen we hen uit de grond van
ons hart toewensen.
Marc Slosse