ZWERVEND DOOR HET
HOGE NOORDEN week 2
terug naar homepage
vorige week
volgende week
Vrijdag 20 juli 2001
Annamo Camping aan het Grovfjord. Log 3694/283 km
Welkom in huize Furubu (�Vuren Hut�). Ik zit in een hut. In een hutje. In een echte onvervalste niet-voor-toeristen-maar-voor-eigen-gebruik-getimmerde vissershut. Vandaag was een helse dag, maar dit hutje is een ongekend hoogtepunt van mijn reizen.
Wordt ik oud? Kan ik niet meer tegen wat ontberingen? Mijn spullen worden oud, dat is in elk geval ��n probleem! Mijn jas lekt, en niet zo�n beetje maar overal; buik, borst, armen, alles is nat. Ik vrees dat Vard� er dit jaar niet inzit, niet met deze jas in elk geval. Bij aankomst hier was ik doornat en serieus onderkoelt, dit is gekkenwerk! Morgen maar eens een telefoonkaart scoren en inspreken op H�s antwoordapparaat; als we elkaar niet treffen op de Lofoten dan wordt het ook niets meer. Ik moet gaan proberen om alleen met redelijk weer te rijden. De Lofoten lukt wel, daar zit ik nu op de drempel, en daar wil ik best wel een tijdje stuk slaan. En daarna zakken we heel rustig weer af naar gematigder streken.
Vandaag was dus een helse dag. De dag begon om te beginnen met ferm uitslapen, en dat terwijl ik gisteren zo vroeg al omviel van de slaap. Het wordt blijkbaar echt tijd voor een rustdag. De dag begon ook met lang twijfelen; inpakken en doorduwen, of rustdag en afwachten van beter weer? De jongen van de receptie vertelde dat dit dal uitzonderlijk nat was, hier kon het vaak een week achterelkaar regenen, terwijl het 100 km naar het noorden of zuiden droog was. Dat sluit wel aan bij eerdere ervaringen; ik heb hier altijd veel regen gehad. Hij vertelde tyrouwens ook dat het uitzicht van het veer van Bognes af de �Lofoten Wall� werd genoemd. Ik had dat zelf al vaker aangeduid als een muur van bergen, waar ik ook nog eens naartoe wilde. Dit jaar is het dan zover. Doorduwen dus maar, niet wachten maar zoeken naar beter weer. Om elf uur stond ik in de stromende regen naast de tent.
En die stromende regen bleef de rest van de dag. Jammer, want dit is een van de mooiste stukken E6 die ik ken, over een paar hoge passen en door woeste dalen, met steeds fjorden, meren en bergen in het zicht. Vandaag bleef al dat moois verscholen achter grijs en grauw. In Kr�kmo heb ik boodschappen gedaan, ik begin ondertussen een heel assortiment aan tubes smeerkaas op te bouwen. Hier smaakt ham-smeerkaas echt naar ham, en salami-smeerkaas echt naar salami. Op het veer van Bognes had ik amoureus succes; er vond enig heftig oogcontact plaats met een dame in een terreinwagen,
afgesloten met een kushandje bij vertrek. Blijkbaar flatteert een 8 dagen ongewassen hoofd op een verzopen motorpak. Kort na het veer heb ik ergens in een bushokje zitten eten. Het regende te hard om gewoon op een bankje te zitten, zelfs met mijn fabuleuze hoed. En voor het overige was dit een dag van afzien, koud en doorduwen. Nu waren niet alleen mijn handschoenen doorweekt, in het bushokje was ik erachter gekomen dat mijn warme hemd ook al nat was. En hoewel ik vanmorgen lang ondergoed had aangetrokken zat ik echt te sterven van de kou op de motor. In Narvik heb ik een frietje gegeten en getankt, en eens goed zitten piekeren over het jas probleem. De jas is echt lek, ik was drijfnat, dit wordt dus niets bij veel regen. Ik kan hier in Noorwegen op zoek gaan naar een andere motorjas. Als ik iets in mijn maat vind, heb ik wel wat goeds, maar vermoedelijk voor het dubbele van wat ik in Nederland zou betalen. Ik kan ook eens kijken of ik een goedkopere losse regenjas kan vinden, die ik over deze jas aantrek. Maar dat lijkt me niet echt handig. Vermoedelijk is dit dus het einde van mijn reis in noordelijke richting. Voor nu: zo snel mogelijk een camping vinden en zorgen dat ik in de tent kom. Zo gedacht, zo gedaan.
Op weg naar het Noorden was een eerste camping die zo midden in de wind en de regen lag, dat ik er geen zin in had. Toch nog even doorbijten dan maar, er was in elk geval in Harstad een camping. In Jervik, vlak boven Narvik, verliet ik de E6. Nieuwe grond, de landtong die Noorwegen verbindt met de Lofoten en Vester�len. Het werd meteen een ander landschap, en dat terwijl ik nog niet eens op de Lofoten zit. Hoewel ik niet de indruk had dat ik erg omhoog reed begon het landschap er hoogvlakte-achtig uit te zien. Kaal, met zielige miniberkjes, en leeg.
De camping waar ik nu sta stond met een bord aangegeven langs de A10, niet op mijn kaart. Maar ik was ondertussen zo gaar dat ik alles wilde proberen, en graag een beetje snel. Het werd nog een twijfelachtige rit, want na dat eerste bord draaide ik een behoorlijk klein weggetje op, en er kwam niets meer dat nog op een camping wees. Wel een fraai weggetje trouwens. Ineens dook daar een camping op, aan de oever van een meer, met veel zo te zien gloednieuwe hutten, en fraaie terrassen voor tenten. Terwijl ik een gevecht leverde om mijn doorweekte handschoenen uit te krijgen, de helm af te zetten en de oordoppen uit te doen, kwam er een man van het type �verweerde bonk� uit een van de hutten. Hij liep eens een rondje rond mij en de motor en stond me peinzend te bekijken. Toen het duidelijk was dat ik de oordoppen uithad begon hij in uitstekend engels losse vragen af te vuren. Alleen onderweg? Overnachten? Tent? Geen hut? Voor ��n nacht? Al die tijd bleef hij wat peinzend naar mij en mijn motor kijken, en ik begon het gevoel te krijgen dat er iets mis was. Is there a problem? No Sir, I am just thinking... Waar de man over dacht werd daarna duidelijk; of ik maar eens even mee wilde lopen. We liepen samen naar een uithoek van de camping. Daar, half vergroeid met wat bomen enstruiken, stond een duidelijk niet zo gloednieuw hutje. Hij vertelde dat dit zijn vishut was, en als ik wilde kon ik daar wel in. Ik zag er nogal nat en koud uit, vond hij� 
Tot dat moment was ik nog niet over een hut aan het denken geweest. Ik heb hutten altijd achter de hand willen houden voor als het een keer echt zwaar zou zijn, maar uitgerekend vandaag was het niet bij me opgekomen. Misschien wel de beste illustratie van wat kou en afzien kunnen aanrichten.En daar zit ik dan. Wind komt over het meer �het skoddebergvatnet- aanstormen, met grijs water en horizontale regen. Mijn jas, hemd en andere spullen hangen her en der aan balken gezellig te druppelen. Thee voor nu, en straks installeer ik me met pijp en rum voor het raampje. Janneman is thuis.
Zaterdag 21 juli 2001
Annamo Camping aan het Grovfjord. Log 3694/0 km
Rustdag! En niet eens vanwege het slechte weer, wat dat aangaat kan dit een gemiste kans blijken te zijn. Wolken, af en toe een streep zon en een blauw plek, ik zou het zelfs wel goed weer durven noemen. Maar ik zit hier goed, ik heb tot 10 uur geslapen en de rust is duidelijk hard nodig. Ik trek bij, zit met vele plezier op de kaart van de Lofoten te kijken en krijg er weer echt zin in.
Vanmorgen heb ik al eens een dik uur aan de rand van het meer gezeten, kijkend naar de veranderende lucht en wolken over het landschap om mij heen. Soms zijn de bergen voor een groot deel vrij, dan weer komt een wolk die je bijna kunt aanraken langs en verdwijnt alles in de mist. Schitterend, en ik heb al een hoop foto�s gemaakt. Als de zon nu ook nog eens even echt wil doorkomen dan is mijn geluk compleet. Aangezien de lucht steeds verder lijkt te breken zit dat er vandaag ook nog wel in. De meest nabije berg, recht tegenover me aan de andere
oever van het meer, heeft een sterke vorm, scherp en krachtig. Hij doen me denken aan de kiel van een schip. Voor goede foto�s heb je geluk nodig in deze contreien, gelukt of veel tijd om het goede weer af te wachten. Het licht moet van de goede kant komen, en dan moeten wolken en zon ook nog eens meedoen. Veel variabelen waar je weinig greep op hebt.
Ik heb zojuist ook eens even staan vliegeren. Jammer genoeg staat de wind uit een verkeerde hoek, geen fraai landschap achter de vlieger, alleen een korte begroeide helling die het zicht op de rest wegneemt. Geen foto van vliegeren in Noorwegen dus, nog niet.
Ik ben ook weer vol in dromenland de laatste dagen. De meeste dromen vergeet ik te snel om er iets mee te doen, ik zou ze eigenlijk moeten opschrijven. Ze lijken wat bestuurbaar en maken dat ik met een prettig levendig gevoel wakker wordt. Voorbeelden die wel zijn blijven hangen? Een bevriend stel woont ineens in Sittard aan de markt, boven Lunchroom Schragen. Ik sta op straat, hij hangt uit het raam en wil dat ik een fles drank naar boven gooi. Zij is binnen en roept iets wat ik niet versta. Ik ben vooral verbaasd dat uitgerekend dit stel boven zo�n lunchroom gaat wonen. Een andere. Ergens aan de internationale weg tussen Konigsbosch en Brunssum staat de Hanehof uit geleen, midden in de velden. Binnen is een motorshow waar ik naartoe wil, en ik sta met mijn motor op de trap voor het gebouw. Iemand wil me niet naar binnen laten. Een jongetjes met een tot Harley-shopper verbouwde kinderfiets staat mij en mijn vuile, volgepakte motor met open mond te bekijken. Ineens besef ik dat daarbinnen alleen showmotoren staan, en ik ben blij dat ik niet binnen ben, opgelucht rij ik verder over de internationale weg. De meest komische droom; ik ben op bezoek bij L, een klasgenoot van de lerarenopleiding (dat is op zichzelf al vreemd, L is een van die mensen waar ik in de hele 5 jaar misschien 10 minuten mee gepraat heb, hij interesseerde me totaal niet). Hij woonde in een van die jaren �50 vrijstaande huisjes in de Sanderboutlaan in Stein, klein, wat popperig maar wel leuk. Van binnen was het ding helemaal verbouwd, de begane grond is ��n grote ruimte geworden, met een hoger plafond. Het was ingericht als een Egyptisch hof uit een oude Hollywood film, met plavuizen, zinloze zuilen, veel nepmarmer en vaag waaiende vitrage her en der. Zijn uitermate decoratieve vrouw ligt op een enorme bed/bank, en staat er op dat ik bij haar kom liggen. De bedbank blijkt te vibreren, en nogal giechelig zoeken we zonder succes naar het uit-knopje. Ondertussen verteld L heel ernstig dat de slaapkamers na de verbouwing welk erg laag zijn geworden. Ik moet de grootste moeite doen om niet te brullen van het lachen, en ik werd ook echt proestend van de lach wakker.
(later) Vanmiddag inderdaad ook wat foto�s met zon gemaakt, ik ben benieuwd wat zo�n dag foto�s maken op een plek oplevert. Hou ik hier nu gewoon ��n goede foto aan over, of zijn de foto�s verschillend genoeg? Ik heb ham met eieren gebakken in de keuken van de camping. Het weer lijkt nogal warrig; het zuiden is kraakhelder en onbewolkt, het noorden is grauw en regenachtig. De wind komt uit het noorden, en toch lijkt het blauw op te rukken. Noordenwind! Ik had het gisteren koud OMDAT HET KOUD WAS! Vandaag, met beter weer en zon, is het 8 graden! Nat? Tegenwind? Ja, maar om te beginnen had ik gewoon te weinig kleren
aan. Ik had gistermorgen een eerste laag lang ondergoed aangetrokken, maar onder de 10 graden moet ik twee lagen lang ondergoed aantrekken (ik heb geen wintervoeringen voor jas of broek bij me). Omdat het regende was ik niet uit de tent geweest tot het moment van tent afbreken, en in de tent is het toch altijd wel aangenaam warm. Bij tent afbreken breekt me zelf als het vriest nog het zweet uit. Daardoor was ik op weg voordat ik in de gaten had dat het zo koud was, en toen ik het eenmaal koud begon te krijgen dacht ik dat het aan mij en de natte spullen lag.
Wat doe ik morgen? Als het slecht weer is, dan is de zaak eenvoudig; ik maak dat ik in Alstad op de Lofoten kom, waar ik met H heb afgesproken, en wacht daar rustig af. Maar wat doe ik als het goed weer wordt? Eerst de Vesteralen in het noorden opzoeken? Aangezien de Lofoten in het zuiden het meest spectaculair is, lijkt het me wel goed om in het Noorden te beginnen en dan naar het zuiden af te zakken. Ik heb de tent al weer ingepakt, en zodadelijk pak ik ook de rest van de spullen alvast weer in. Vanavond op tijd plat, morgen op tijd weg. Maar nu eerst nog een mokje met wat lekkers, en wat potetsticks. Het is immers zaterdag, niet waar?
Zondag 22 juli 2001
Alstad (Vestv�goy, Lofoten), log 4188/494 km
Het is nu bijna middernacht, de zon scheert laag over een wal in de verte, en ik heb de tent net staan. Dit was DE dag van deze vakantie.
Vanmorgen had ik even na acht uur alles aan de motor hangen. In de camping keuken heb ik thee gezet, en op de veranda heb ik rustig zitten ontbijten. Het was onbewolkt, 12 graden, ik heb een laatste foto van de berg gemaakt, en toen ben ik op pad gegaan. Als eerste ging de reis langs Evenskj�r en Sortland op zoek naar het noorden. Is het noorden vlak?
De bergen hebben hier gewoon wat meer ruimte om zich heen, er zijn grote lege vlaktes, met in de verte rauwe bergen.Op een laagvlakte aan de noordwestkant van Hinn�ya heb ik een tijdje staan vliegeren. Via een paar flinke bruggen en een schitterend landschap kwam ik uiteindelijk aan op het noordelijkste eiland van de Vesteralen, And�ya. Er loopt een forse bergrug langs de westkust, en ik ben begonnen met een kleine weg die tussen die bergrug en de Atlantische oceaan naar het Noorden loopt. Dat
was spectaculair mooi. Een paar kleine vissersplaatsen, en verder een woest en verwaaid landschap, ingeklemd tussen oceaan en bergen. Kleine berkenstruik-bomen op lage platte stukjes grond, overal afgebakend door woeste, gescheurde rotsen. De weg eindigt in Andenes, de meest noordelijke stad op de Vesteralen. Vlak voor de stad reed ik ineens langs een raketbasis; hier test Noorwegen zijn eigen raketten.
Andenes zelf was kaal en stil, een verwaaide groep huizen op de punt van het grote niets. Wat me opviel was een aantal rijtjeshuizen, die heb ik voor het overige nauwelijks gezien in Noorwegen (ik mijd de grote steden, en kleinere plaatsen doen daar normaal niet aan). Door vliegeren, veel fotostops en veel pauzes om gewoon eens om me heen te kijken was het al 5 uur in de avond toen ik in Andenes stond. De vraag was een beetje hoe nu verder; er was een camping, maar het
was schitterend weer, en ik had goede hoop op een prachtige avond rondrijden. Ik besloot om nog maar eens even door te gaan. Voor de weg omlaag koos ik nu de oostkant van And�ya.
Die bestaat voornamelijk uit een grote lage vlakte met aan de ene kant de bergrug in het westen, en aan de andere kant de zee, met in de verte de kust van het Noorse vlakke land. Minder spectaculair, meer losse huizen en boerderijen. Eenmaal terug op Hinn�ya werd het weer mooier, en ik stond op vrijwel dezelfde plek als op de heenweg opnieuw foto�s te maken.
Nu ging de reis dwars door Sortland, op weg naar het zuiden. In Melbu was het veer dat me naar Austv�g�y bracht, de echte Lofoten. Al vanaf het veer was het verschil zichtbaar; ineens scherpe pieken, dicht opeen, met smalle valleien en nauwe dalen. Om negen uur reed ik van het veer af, en toen begon de mooiste rit van deze vakantie. Lage zon, dalen in diepe schaduw, oplichtende bergtoppen, het was geweldig. De weg was een aaneenschakeling van onoverzichtelijke bochten en hellingen, en de stoet van het veer kroop zo langzaam voort, dat ik al snel een pauze inlaste om de stroom langs te laten en een voorsprong te geven. Daarna had ik de weg en de wereld voor mezelf
Plaatsen waren hier on-Noors compact, ingeklemd op kleine stukken bruikbare grond. En buiten die plaatsen waren overal bergen en meren, het was echt schitterend. Probleem was dat het zo lekker rijden was, dat ik geen zin had om te stoppen voor foto�s. Het blijft een kwestie van kiezen; genieten van het reizen of foto�s maken� Via een fraaie brug ging ik over naar Vesv�g�y, het eiland waar Alstad op ligt. Hier deed zich een probleem voor; de camping in Alstad leek me niet in overeenstemming met hoe mooi H de camping vond. Was er een tweede camping? Ik reed verder en vond in eerste instantie
geen tweede camping. Toen herinnerde ik me dat H en J hier vanuit het zuiden waren aangekomen. Ik reed het plaatsje helemaal door, draaide om en reed vanuit het zuiden nog eens Alstad in. En dat leverde inderdaad een klein bordje op dat naar een andere camping verwees. Rond een uur of elf reed ik via ene kort landweggetje het terrein van een boerderij op. Een oud huisje, een stal, een nieuwer huis waar iets achter het raam bewoog. Ik besloot om daar maar eens te kijken. Een man van pak hem beet 120 jaar oud deed de deur open en stond vriendelijk te grijnzen en zijn hoofd te schudden; geen Engels, geen Duits, en ook geen reactie op die paar woorden Noors die ik ondertussen beheers. Na een poosje draaide de man zich om, liep naar binnen en een trap op. Ik nam aan dat er nu een zoon of kleinzoon uit bed geklopt ging worden, die wel iets sprak. Bijna goed. De man die de rtap af kwam was iets ouder als de man die open had gedaan, en sprak al evenmin Duits, Engels of verstaanbaar Noors. Hij sprak begrijpelijk hand-en-voets. Met plastische gebaren wist de man me uit te leggen dat ik dat paadje af moest rijden en dan overal mijn tent mocht zetten, en dat er een douche en wc achter onder het nieuwe huis was waar ik gebruik van kom maken. De schade was 50 kronen, en voor dat bedrag reed ik het fraaiste terrein van deze vakantie op. Klein, geen andere kampeerders, twee mooie hutten en een hut in aanbouw, een kraan aan een paal in de struiken, en voor me een meer met aan de andere kant bergen. En in het noorden de zon die nu over de wal lijkt verder te rollen.
Tref ik hier morgen H? En wat ga ik morgen doen? Alles inpakken, een rondje over het eiland maken, het vikingmuseum bezoeken, en rond een uur of acht de andere en deze camping inspecteren op aanwezigheid van een bekend tentje? Met ��n grote weg rondom het hele eiland gaf ik het een goede kans om elkaar ergens onderweg te treffen. En wat als het niet lukt? Ondertussen zie ik Vard� toch wel weer zitten, als het weer een beetje wil meedoen. We zullen zien.
Maandag 23 juli 2001
Alstad (Vestv�goy, Lofoten), log 4291/103 km
Nog geen H. Het is nu zes uur �s avonds, hij was in elk geval niet op de andere camping, en ik heb hem vandaag ook nergens gezien of gehoord. Ik zit weer bij Methusalem en zoon op de camping, en ik heb mijn vliegertje maar in de lucht geprikt voor het geval hij langs rijdt en hulp nodig heeft om de camping te vinden.
Vanmorgen begon strak blauw en warm. Na lang uitslapen, thee bakken, schoenen en handschoenen smeren en rustig ronddreutelen met inpakken was het dan ook negen uur toen ik de weg op draaide. Kort na dat de weg opdraaien draaide ik er al weer van af, om even van een fraai uitzicht te genieten, maar vooral om lang ondergoed uit te trekken. Warm! Ik had nog niet gegeten, dus dat was daar ook meteen de goed plek voor.
Het Vikingmuseum bleek vervolgens zowat om de hoek te liggen, een paar minuten rijden verder. Daar heb ik de rest van de morgen en het begin van de middag doorgebracht, het was erg fraai allemaal. Men was er erg stelling over ��n ding; vikingen hadden GEEN horens op hun helmen, dat moesten we vooral goed begrijpen. Het grootste deel van het museum bestond uit een reconstructie van een langhuis, een vikinghuis. Ik moet bekennen dat ik mijn twijfels had over de nauwkeurigheid van de reconstructie, maar het was in elk geval erg stemmig daarbinnen; brandende vetpotten,
een vuur met een ketel onduidelijk spul, werkplaatsen, echt heel fraai. Er was elektrisch licht, maar het was zo bescheiden gehouden dat de sfeer overtuigend was; donker, rokerig en goed toeven met slecht weer. Er stond ook een geweldig bed. Ik heb wat met fraaie bedden, daar heb ik al vaker op verschillende plaatsen foto�s van gemaakt. En dat voor iemand die zelf niet eens een bed heeft. Enfin, als ik ooit nog een bed wil, heb ik in elk geval foto�s om inspiratie uit op te doen. Het kleine flitsertje op de camera lijkt hier trouwens goede diensten te bewijzen.
Na het museum was er een ferme wandeling berg af naar het vikingschip dan beneden aan een meer lag (of een fjord zonder grote herkenbare opening naar zee). Een mooie en overtuigende reconstructie, al zag het schip er zo zonder aangeslagen zeilen of tent wat levenloos uit. Blijkbaar werd er wel mee geroeid, als er genoeg ferme noren te verzamelen waren. Fraaie lijnen, dat wel, en al weet ik niet of de constructie historisch is, men had er in elk geval schitterende snel-
sluitingen op stagen bij verzonnen. Op de wandeling terug heb ik nog een tijdje met de smid staan kletsen. Ik weet nu weer het verschil tussen harden (na smeden hete in koud water) en temperen (na het harden in een oven verhitten om weer meer of minder souplesse in het ijzer of staal te krijgen; half uur op 150 graden voor een mes, 6 tot 8 uur op 400 tot 500 graden voor veren staal). De man had er ook een echt schitterend mes liggen, waarvan de klin een sierwerkje toonde dat bestond uit gevouwen ijzer/staal.
Ik heb in het museum kaarten gekocht en zitten schrijven, en daarna heb ik een rondje gemaakt over Vestv�g�y. Langs de westkant �grotendeels binnendoor- omlaag, door Leknes, en daarna via de oostkust weer omhoog. Dat laatste stuk was een schitterende rit langs ruige rotsen, met zicht op een Noorse kust die er van hier uit al net zo woest uitzag als de Lofoten er in omgekeerde richting uitzien.
Uiteindelijk heb ik het rondje vol gemaakt door door Alstad heen weer naar de picknickplaats van vanmorgen te rijden. Daar heb ik zitten eten en zitten piekeren over de verdere reis. Toch maar  weer een poging richting Noorden doen? Ik voel me weer helemaal bovenjan, en Vard� is niet meer dan drie niet te lange dagen rijden. Bovendien komt nu het ene mooie stuk na het andere�
(ik moet even zwaar op het weer letten, het is nu
"noordelijk grijs", vele lagen wolken die laag over
over bergen heen rollen, en ik zit voortdurend foto�s te maken van wat toppen in de verte).
Nadat ik terug was op de camping liet ik snel mijn vliegertje op, en dat heeft me een leuk contact opgeleverd. In het �oude� huis logeren mensen, en die blijken familie van Methusalem en zoon te zijn, nu in Oslo wonend. Ondertussen heb ik de hele familiegeschiedenis al gehoord. Het duo is opgegroeid aan de overkant van het water, aan de voet van een berg. Hun huis is verwoest door een lawine ergens in de jaren �50. Toen mochten ze daar niet meer wonen, dus hebben ze aan deze kant gebouwd. Een is timmerman, het leuke bootje dat ik vanmorgen heb staan bewonderen bleek door �de kleine� te zijn gemaakt. Op zolder van de schuur staat een rijklare antieke motorfiets, en onder in de schuur staat een nog werkende scheepsdiesel op blokken, uitlaat door het dak omhoog. Ik heb heel wat foto�s gemaakt, ineens komt die verzameling huizen hier tot leven. Het leven hier moet trouwens nog lang zwaar afzien zijn geweest, de moderne tijd is hier echt nog maar net begonnen. En nog geen H trouwens.
Dinsdag 24 juli 2001
Djubvik (aan het K�fjord), log 4873/582 km
Alweer een topdag met een geweldige avondrit, ik mag niet klagen deze reis! Vandaag begon met een webroken maar donkere lucht, en een paar spatjes regen. Even na negen uur draaide ik de weg op om via de bekende route terug naar Noorse vaste wal te gaan. Onderwg langs Svolvaer viel er nog even echte regen, maar op het veer Fiskeb�l-Melba was het al droog. Op de weg naar Sortland brak de lucht echt open, en toen ik eenmaal over de brug bij Lilleng reed was het niet alleen tijd voor lunch, maar ook om de regenbroek op te bergen. Het werd zelfs warm!
En dat waren dus de Lofoten. Ik zat ergens te pauzeren met zicht op een vliegveldje bij Stokmarknes, en ik bedacht me hoezeer de Lofoten enVesteralen een soort van schaalmodel van Noorwegen vormen. Niet zo extreem als heel Noorwegen, maar toch� Als iemand in een paar dagen heel Noorwegen wil zien en een noorse ervaring wil opdoen, dan volstaat een vliegtuig naar de Lofoten, daar een camper huren en een week rondtrekken. De zuidelijke Lofoten zijn dan niet zo hoog als zuid Noorwegen, omdat de bergen ook  dichter op elkaar staan is het wel net zo indrukwekkend. En de noordelijke Vestralen zijn misschien niet zo desolaat als de vlakte van Ifjord, maar zegeven toch een heel aardige imitatie weg.
Weer viel me de vreemde vlakte tussen deze eilandengroep en Noorwegen op. Nu ben ik gestopt om er een foto te maken, en ik kwam er meteen achter dat het hier oppassen is; vers hoogveen! Vandaar ook die berkenstruikjes. In Bjerkvik heb ik getankt, en toen begon de E6 weer. Niet voor heel lang, want ik had op de kaart een alternatieve weg gevonden die ik net boven Stermoen kon oprijden. Geen barre vlaktes, maar het was een leuke weg, met veel bos en erg weinig verkeer. Via Rundhaug, �verbygd en �verg�rd reed ik langs een westelijke lus tot boven Nordkjosbotn. Met
name het laatste stuk, van �verg�rd tot de E6, was schitterend. Zo op het eerste gezicht ook genoeg gelegenheid tot wild kamperen. Maar het was mooi weer, en het was nog niet zo laat. En eenmaal aan de E6 lag het Lyngenfjord voor me, en dit keer met avondzon�
Het blijft een geweldig traject. Een eindeloos lang, niet te breed flord, met aan de overkant een woeste rij bergen. Weinig sneeuw dit keer, maar prachtig licht. En dan volgt het Kaflord, met zijn lange witte linten van watervallen. Het was niet alleen erg mooi, het was ook een heel eind rijden, en het was dan ook al een uur of 10 toen ineens de kou en het vocht toe sloeg. Ineens dampte mijn vizier aan onder het rijden, de spiegels besloegen, en kou trok dwars door alles heen en liet me klappertanden. Ik kan me niet herinneren dat ik ooit door zo�n vochtige lucht heb gereden die geen mist was. En zo bleek een van de nadelen van wild
kamperen; campings staan wel op de kaart, goede plekken om wild te kamperen niet. En uitgerekend nu zag ik nergens meer een goede plek om mijn tentje neer te zetten. Dus toch maar een camping op, en om half elf reed ik hier het terrein op, net waar de E6 weer van het Kafjord af draait. Vanaf de camping kijk je uit over het Kafjord, het Lyngenfjord en de zee, met wat eilanden in de monding van de fjorden. En de noorderzon. Ik heb nog een dikke 2 uur foto�s staan maken�
Woensdag 25 juli 2001
Lakselv, log 5273/400 km
Een nette dag. De laatste uren zwaar weer, maar de jas hield stand en het was goed te doen. Ik heb mijn tentje nog in regen opgezet, maar ondertussen lijkt het zelfs wel droog te gaan worden. Verder is dit een erg nette en niet te dure camping; desnoods blijf ik morgen hier. Vard� is nog een kleine dag rijden.
Vanmorgen begon eens eindelijk met echt uitslapen. Nu was het ook wel erg laat tegen de tijd dat ik in de slaapzak kroop. De dag begon niet alleen laat, maar ook stervens heet. Zo warm heb ik het hier nog nooit meegemaakt. Er waren wel dreigende wolken naar het westen toe, en die hebben me in de loop van de dag dan ook ingehaald. De rit was geheel bekende weg. Vlak na de camping berg op, Kv�nagsfjell, toen berg af en langs het bijbehorende fjord. Dat geheel is een prachtig stuk, maar vandaag wou het niet zo met foto�s. Vaal licht, en als ik stopte werd ik meteen besprongen door allerlei modellen steekvliegen. Ook nog nooit zo erg meegemaakt. Hangt dat samen met de warmte, of gaat dat vooraf aan slechter weer? In Bognelv heb ik getankt en boodschappen gedaan, zodat ik in feite voor de komende dagen klaar was, weer of geen weer. Voorlopig  bleef het wel fraai rijden.
Hier heerst nog steeds de Noorse kust zoals de meeste mensen die kennen, hoog en imposant, overal langs het Langfjord en het Altafjord, Alta heeft een attractie minder; het leuke eethuisje dat in etappes groter gegroeid was, is overgenomen door een of andere fast food keten. Jongelui met petjes, kale bedoeling, sfeer weg. En wat later bleek het rode restaurant ook al een afgelopen zaak; dichtgespijkerd! Niet lang daarna kwam ik ook nog een verlaten tankstation tegen. Dit alles geeft me de indruk dat het hier in het noorden wat minder goed begint te gaan met de economie. Waar moet je hier van leven?
Toen ik in Alta de eettent uit kwam was de lucht over het Altafjord loodgrijs en verdween de overkant in een zware regensluier. Ik ben dan ook als een haas aan het doorrijden geslagen; weg daar. Het mocht niet baten, ergens in de loop van de 2e barre vlakte haalde het weer me in. Het was overigens wel weer prachtig daarboven, en ondanks de regendreiging ben ik zelfs ergens nog even terug gereden in de hoop op een fraaie foto (vergeefs, ik kreeg toch niet de blik in de verte waar ik op hoopte).
De laatste 150 of 200 kilometer is het blijven regenen. Het was wel weer indrukwekkend om de lage noordkust terug te zien. Ik kan niet uitleggen wat voor onherbergzaamheid en vage dreiging er van deze kust uitgaat, maar het raakt me diep. In Lakselv zelf heb ik nog eens getankt, en vervolgens bleek de camping precies op de goede plek te liggen, aan de weg waarover ik morgen verder wil.
Na aankomst heb ik betaald en vervolgens heb ik een paar uur doorgebracht onder een prieel hier midden op de camping. Je kon er zitten, de kookvoorziening en wasmachine
stond er, en een Fins stel zat er al gezellig door te zakken en vond enig gezelschap wel een goed idee. Ik werd onthaald op gedroogd rendiervlees, ik onthaalde op whisky, en ik moest dan ook wel even moed verzamelen om nog aan een tentje bouwen te beginnen.
Ondertussen is het droog, met de meest schitterende wolkenluchten. Morgen heb ik ook weer een bekend stuk voor de boeg, over de grindwoestijnen rond Ifjord.
Donderdag 26 juli 2001
Vestre Jacobselv (ten westen van Vads�), log 5540/267 km
En daar zijn we dan, vermoedelijk het verste kamp van deze reis. Ik ga nog wel verder, naar Vads�, Vard� en vermoedelijk ook naar Hamningberg als de weg er heen niet te beroerd is. Maar dit wordt het basiskamp, de rest wordt dagtochten vanuit hier. H is in elk geval nog niet hier geweest, en nu heeft hij dus nog twee dagen om op te duiken. Die sla ik hier wel stuk. Vestre Jacobselv is een echte vissersplaats, en een stuk groter dan ik hier verwacht had.
Vandaag was een prima dag. Mooi weer, en een bekend maar evengoed schitterend traject. Eerst naakte rots met moskuilen. Zo ontstaat hier land; al dat mos wordt langzaam grond, en opeens is er genoeg voor een volwassen berkenboom van een meter hoog. Later kwam de grindkust en de grind hoogvlaktes. Daartussen had ik nog een ervaring van hoog Northern Exposure gehalte. Ik stopte bij Berselv. Dat is een �gat in de weg�, een plek waar een kleine weg naar het noorden afsplitst. Op de splitsing ligt een Co�p. en een postkantoor/winkeltje, van een echt dorp is geen sprake. Er was ook een enorme vrachtwagen die zijn zijkant-zeilen stond op te rollen. Dat was dus het warenhuis dat hier eens in de zoveel tijd neerstreek. Kleren, speelgoed, auto onderdelen, keukengerei, alles was er te koop. En in de loop van de tijd dat ik er zat te kijken �koffie bij het postkantoor te krijgen- kwamen van alle kanten auto�s met mensen, inkopen doen. En terwijl ik daar zat hoorde ik ineens een bekend geluid. Nee, geen H, maar een diep gorgelende acht-cilinder En daar, in de verte, draaide een rode corvette, ouder model, de brug op. Een paar seconden dacht ik dat het P was. Die heeft in de maanden voor deze reis zoveel geklets over Noorwegen moeten aanhoren, door H en mij, dat ik dacht dat hij bezweken was. Corvette op de boot naar Narvik of Alta, en van daaruit rijden? Het was hem niet. En de Corvette was ook niet oud genoeg.
Dit keer geen grind woestijnen; op die hoogvlaktes stonden her en der grote plassen water. Daarom ligt dus ook die weg op een verhoging; als de sneeuw smelt staat blijkbaar die halve vlakte onder water. Na die woestenij daarboven volgden schitterende vergezichten over fjorden en meren. De hele dag was heerlijk motor rijden. Voor foto�s was de lucht wat warrig, al heb ik hier en daar toch wat fraaie uitzichten vastgelegd. Ik neem me ook niet echt de tijd voor rustig foto�s maken. Ik zou
vaker het statief moeten nemen, en vaker eens ergens een uurtje van de weg moeten afwandelen voor een foto. Bovendien maak ik een hoop foto�s niet omdat ik bang ben voor effectbejag. Van die angst moet ik ook eens af. Misschien de komende dagen, nu heb ik een rustperiode in de vakantie.
Nadat ik bij de monding van de Tana was aangekomen werd het even wat minder. Die weg naar Tana Bru ligt ingeklemd tussen struiken en een wat tam landschap, en dat
was dan ook een kwestie van gewoon doorrijden. Eenmaal in Tana Bru aangekomen heb ik me helemaal lens gegeten aan een veel te groot frietje, en ik heb getankt. En toen werd het ineens nog opschieten, want ineens begon de lucht te betrekken. Maar ik zit weer in dat landschap met verre dreigende kusten, waar buien traag langs afschuiven, en ook deze regen zag ik uiteindelijk in de verte langs trekken. Het is nu hetzelfde vage, grijze weer als de vorige keer dat ik hier was, alleen is het nu veel warmer. Het is trouwens ook veel drukker dan 2 jaar geleden, toen kwam ik in deze contreien nauwelijks iemand tegen, nu zie ik overal campers en caravans. Dat is wel een beetje een antiklimax, het voelt nu heel wat minder aan als het einde van de wereld. Maar ik vier mijn aankomst op deze verste camping toch met een mok thee enTante Berthas Marmorm�ne, en straks neem ik nog een mokje van het goeie spul. Ik moet trouwens jacht gaan maken op een echte laplandmok, van berkenhout. De Finnen van gisteravond hadden fraaie exemplaren, mooi dun gesneden, elegant oor, dat moet het wel worden, leuk voor op de Herenkampen.
terug naar homepage
vorige week
volgende week
Hosted by www.Geocities.ws

1