ZWERVEND DOOR HET
HOGE NOORDEN
terug naar homepage
volgende week
Hiernaast een kaartje van Noorwegen waarop de reis van 2001 ruwweg is ingetekend, met een paar voor mij belangrijke aanduidingen.
Voor mijn gevoel begint het echte Noorwegen pas boven Trondheim. De Oude kustweg is een alternatieve route naar het noorden. Dit jaar ben ik voor het eerst over Lofoten en Vesteralen gaan rondzwerven. Bij Alta gaat 'mooi' Noorwegen over in 'grimmig' Noorwegen, daar begint het stuk waar ik pas echt verliefd op ben. En Vard� was dit jaar het keerpunt van de reis.
Vrijdag 13 juli 2001,
Taps (net onder Kolding, Denemarken), log 727/727 km
De dag begon mooi op tijd. Ik was uit mezelf wakker om kwart over zeven, en om half acht begon ik met de motor volhangen. Dit jaar wilde ik voor het eerst een rugzak meenemen, en om die op een nette manier kwijt te raken �ik wilde niet met een rugzak om op de motor zitten- viel nog niet mee. Ik stond nog steeds te klooien toen er een wit autootje stopte; Howard die me kwam uitzwaaien. Gezamenlijk vonden we een bruikbare oplossing voor de rugzak, en na een laatste peuk en een laatste glas cola was het tijd voor mijn afvaart.
De route begon richting Geilenkirchen, toen even richting Heinsberg, en vervolgens de autoweg op, richting R�hrgebied. Ik had een routebriefje van het internet geplukt, en ik wilde eens kijken of ik me door die wirwar van autowegen een snellere weg naar Denemarken kon banen. De eerste afslag werd even gemist, het was even wennen, maar daarna verliep alles verbazend vlekkeloos. Het was niet echt leuk rijden, het routebriefje leek me als een dronken mier van hot naar haar te sturen, maar het schoot wel degelijk op, en nog voor twaalf uur zat ik op de A1 richting Bremen en Hamburg. Gelukt!
Het rijden zelf viel niet mee. Grijs weer, druk op de weg, lange stukken met wegwerkzaamheden, en tussen een en drie uur had ik het maar zwaar. Het kost altijd moeite om aan hele dagen op de motor te wennen, ik werd moe en nam dan ook wat meer pauzes dan eigenlijk de bedoeling was. Net voorbij Bremen was het eerste moment van twijfelen aangebroken. Tussen Bremen en Hamburg ligt Zeven, en vlak bij Zeven ligt Brauel, de �vaste� camping op eerdere reizen noordwaarts. Rustig zitten voor de tent trok me wel, maar ik begon toch wat op te knappen, en de dag was nog lang niet om. Bovendien had ik de indruk dat de grijze lucht wat begon te breken. Door maar, eens kijken hoever ik vandaag kon komen.
File! Hamburg zelf was opengebroken, en het werd een lange, zeurende rit door de stad. Stilstaan, sukkelen, stilstaan, stukje doorrijden. Gelukkig werd er wel even doorgereden in de tunnel onder de Elbe door, anders was ik dood gebleven aan de uitlaatgassen. Bij de eerste grote parkeerhaven na Hamburg heb ik maar eens een wat ruimere pauze genomen. Frietje, rum inslaan, en de regenbroek aantrekken. De openbrekende lucht was weer dicht getrokken, en het regende al een beetje. Maar het uitrijden van Hamburg had me al een heel eind richting Denemarken gebracht, en ik besloot om in elk geval eens door te rijden tot in de buurt van de grens.
Het beetje regen werd een flinke plensbui, en de lucht werd donkerder en dreigender. Maar ik was ook een hoop sneller bij de grens dan verwacht. Vlak voor de grens ben ik nog even een parkeerhaven opgedoken om alvast het paspoort klaar te leggen in de tanktas, en om maar eens een foto van de sombere lucht te maken. Ha! Ik was het wonder van Denemarken vergeten�
Bij de grens was niemand, gewoon doorrijden. Op een kleine 2 km na de grens kon ik geld tappen bij een uitgebreide parkeerhaven, en daar gebeurde het weer. De lucht brak open, de zon kwam tevoorschijn, en ineens was het stug volhouden overgegaan in een heerlijke avondrit. Net als op voorgaande reizen was ik weer verbaasd over hoe netjes Denemarken oogt. Zo schoon, zo opgeruimd! Alsof je vanuit de Voerstreek Nederland in rijdt, en dat terwijl Duitsland toch al een geordend land is. Na een uurtje heb ik nog eens ergens een pauze gepakt, en een foto gemaakt met een stel beschilderde keien op de voorgrond. Versierd land.
De rit werd mooier en mooier, met gouden velden en een lage zon in het noordwesten. Uiteindelijk vond ik zonder moeite een camping die op de kaart stond, weg van de snelweg. En op die camping vond ik een groot veld voor mij alleen, in de ondergaande zon. Zo eindigde deze dag beter dan hij geweest was.
En was deze monsterrit van vandaag de moeite waard? In het R�hrgebied en in Hamburg was ik er redelijk zeker van dat dit geen goede manier was om een vakantie te beginnen. Maar nu zit ik
wel ergens waar ik andere jaren pas naar 2 dagen zat, en het laatste stuk was toch wel heel erg vakantie.
(later) Godgloeiendegodverduizendbommeneengranaten! Ik heb de verkeerde rum gepakt, dit is gewone rum in plaats van 60%! Miljaar!!!
Zaterdag 14 juli 2001
Orust (zuidwest van Uddevella, Zweden), log 1397/670 km
Een lange, geslaagde dag. De gebruikelijke �2e dag hoofdpijn� heeft wel even de kop op gestoken, maar is succesvol bestreden met wat aspro's�. Ik begin het te leren. Het is zwaar piekeren om me de hele dag voor de geest te halen; niet te geloven dat dit pas de 2e dag van mijn vakantie is.
Vanmorgen begon rustig en op tijd. Strak blauwe lucht, thee zetten en opruimen, en om acht uur kon ik verse broodjes afhalen bij de kampwinkel. Ontbijt, de kampeerspullen toch weer wat anders inpakken -de rugzak is weer gedegradeerd tot lunchtas en zit nu half leeg ingeklemd tussen de rollen achterop- en wegwezen. Kort na negen uur draaide ik de weg op, er werd nog eens even goed getankt, en toen kon het grote reizen beginnen. Bij Kolding draaide ik de autoweg naar het oosten op, en toen begon een nogal eindeloze rit door golvend Denemarken. Het stuk naar Kopenhagen trok zich heel wat langer dan ik verwacht had. Het eerste deel van de reis voerde me langs Odense. Via een imposante tolbrug -120 kronen- ging het naar Sj�lland en daarna langs Kopenhagen.
Ondertussen was het al in de middag. Het was nog steeds mooi weer, hoewel mijn nieuwe zonnebril wel een vale horizon liet zien. Tot mijn niet geringe verbazing was de brug die Denemarken met Zweden verbind minder indrukwekkend dan de eerste brug. Omdat er ook geen fatsoenlijke plek om te stoppen was heb ik zelfs helemaal geen foto van die 2e brug gemaakt. Maar daarmee was ik wel in Zweden aangekomen. Meest opvallend: het wit van verkeersborden is hier geel.
Zweden begon pas echt nadat ik geld had getapt in Lomma. De eerste automaat wilde niet, maar de 2e leverde keurig de gewenste kronen op. Bij die gelegendheid versloeg ik ook de opkomende hoofdpijn. Aan de rand van die plaats stonden nogal wat vliegers in de lucht, en even was ik zwaar in de verleiding om daar neer te strijken. Op de een of andere manier had ik de indruk dat daar ook een camping was. Maar ik besloot toch door te gaan. De vakantie was nog jong, ik had maar ��n vlieger bij me en er kwam vast nog wel eens een kans om te vliegeren. Verder!
Het onderste stuk Zweden was regelrecht saai doorbijten. In principe wel fraai, golvend en groen landschap, maar weids en weinig spectaculair. De lucht en de horizon werden trouwens ook steeds valer om te zien, al bleef de zon wel schijnen. Ik was ook nog lang niet in-gezeten; geregeld stond ik met pijnlijke spieren naast de motor.
Uiteindelijk werd het pas boven G�teborg aangenamer reizen. Ondertussen zat ik al weer in mijn geliefde avondzon, de heuvels werden hoger en meer bebost, met hier en daar een meer ertussen. Bij Uddevela ben ik van de autoweg af gegaan, en ik moet zeggen, daar werd Zweden meteen een stuk leuker van. Het laatste stuk van de dag was over een kleine slingerende weg naar een camping in nergenshuizen. Helaas is het een vreselijke camping, ik sta zo�n beetje op een parkeerplaats, en de enorme camping is
je reinste vakantiepark. Maar ik ben nu wel goed op weg; Noorwegen is nog een goeie 100 km, en dan begint het echte zwerven. Ik begin morgen ook maar eens wat rustiger, met een echt ontbijt en eitjes en zo.
Zondag 15 juli 2001
Drevsj� (Noorwegen), log 1929/532 km
Een zware dag met een geweldig einde.
Vandaag begon niet met kalm aan en gebakken eieren, zoals ik me gisteren had voorgenomen. Vandaag begon met regen. Omdat ik weet dat regen meevalt als je eenmaal op de motor zit en onder weg bent, wilde ik zo snel moegelijk op pad. Dus thee zetten, alles inpakken, jas aan, hoed op, regenbroek aan, uit de tent, snel afbreken en wegwezen. Iets te snel wegwezen, want vanavond kwam ik erachter dat ik mijn kampeercarnet bij de receptie vergeten was. Normaal hoef ik dat nooit af te geven, als je bij aankomst meteen betaalt. Maar op deze camping stond men er op dat ik het achterliet, en vanmorgen ben ik vergeten het weer op te halen. Ik kwam er pas laat in de middag achter, en ik heb geen zin om daarvoor terug te gaan.
Een fietsende zweed had me gisteravond aangeraden om niet via de autoweg richting Oslo naar Noorwegen te reizen. Volgens hem moest je binnendoor naar Noorwegen gaan, en iets noordelijker, dan zag je rustig Zweden langzaam over gaan in spectaculair Noorwegen. De aangeraden route liep via Karlstad en dan langs de ribier de Sunne omhoog, langs Dalby en Norra Finskoga naar Trysil in Noorwegen, en dat heb ik dus maar gedaan. Het werd een hele dag door de regen rijden. Tegenvaller; het vizier van mijn nieuwe helm waait niet goed schoon, ik moet heel geregeld vegen om zicht op de weg te houden. Voeg daar nog wat druppels aan de binnenkant aan toe, en het zicht wordt af en toe regelrecht spannend. Op een bepaald moment haalde een auto me in die, net naast me, een wat diepere plas inreed en spontaan begon te drijven op het water. Daarmee was voor mij de toon voor vandaag wel gezet; opletten en gespannen rijden.
Voor zover ik het nu gezien heb kan Zweden me maar matig bevallen. Het eerste deel van de dag ging vooral over vrij grote, nogal rechte wegen. Het was vooral een kwestie van stug doorrijden.
Bij Sunne heb ik onder een afdak wat staan eten, samen met andere in de regen gestrande Zweedse vakantiegangers. Daarna ging het over steeds kleinere wegen richting noorden. Wat viel op? Een stationnetje ergens, met allemaal vreemde fantasietorentjes op het dak. Grote gefiguurzaagde huizen overal. Het is hier Pippi Langkous land, te lief en te schattig naar mijn smaak. De zweed had wel gelijk voor wat betreft de overgang; naarmate ik verder naar het noorden reed werd het landschap leger en woester, al viel dat eigenlijk nog wel mee. Het feit dat het geleidelijk aan kouder leek te worden hielp, evenals de gestaag doorvallende regen. En toen was er de grens, vrij plotseling. Witte borden langs de weg, een gele streep in het midden van de weg, en bochten. BOCHTEN! De rustige Zweedse wegen gingen van het ene op het andere moment over in kleinere, woest slingerende wegen door bossen en langs bergen. Hoewel het weer niet beter werd, zat ik binnen een half uur te zingen op de motor. Wat maakt Noorwegen zo leuk? Maakt niet uit; ik was er in elk geval weer!
In Trysil heb ik benzine en geld gescoord. Ik heb nog even zitten twijfelen, er was daar ook ergens een camping. Maar nee, ik wilde nu echt verder. Ik heb een warme worst met kaasvulling naar binnen gewerkt om mijn aankomst in Noorwegen te vieren, en ben weer op de motor geklommen. Uiteindelijk heb ik nog een dikke twee uur doorgereden. En het werd echt Noors rijden; de weg klom naar een hoge vlakte, het werd bitter koud en serieus afzien. Uiteindelijk werd het zelfs dringend om een camping te vinden, ik was zo door en door koud dat ik niet eens meer echt op de te volgen route lette. Ik volgde maar gewoon de weg, er op vertrouwend dat er wel een camping zou opduiken. Dat werkte prima, ik reed zo tegen deze camping op, al had ik zojuist wel een half uurtje nodig om uit te vinden waar ik nu precies zat. Inschrijven, tentje bouwen en�
De regen stopte! Totaal onverwacht, toen ik aan het tentje bouwen begon was er nog niets van te zien, maar ineens brak de lucht, het regengordijn maakte plaats voor een imposant uitzicht over een meer met verre bossen en bergen, en een prachtige avond begon. Ik heb uitgebreid zitten koken, met soep vooraf en een half noodrantsoen. Later heb ik gewandeld en wat foto�s gemaakt. Het is hier werkelijk schitterend. Er was een jongen uit Oslo, die de vannacht met wat vrienden zou gaan vissen. Ze kwamen hem ophalen met een bootje, en de eerste vis was al binnen voordat de boot aankwam.
Zodadelijk neem ik maar eens een mokje van de goede whisky. De vakantie is nu echt begonnen
Maandag 16 juli 2001
Sunnan (aan het Sn�savatnet), log 2413/484 km
Vandaag was een goede dag, en ik zit nu zelfs aan de oever van het Sn�savatnet, achter mijn eerste Noorse pot bier (E.C.Dahlbryggeri). Dag vier van mijn vakantie, en ik zit al in de leuke helft van Noorwegen�
De dag begon stralend. Jas, handschoenen en regenbroek uitspreiden in de zon, maar eigenlijk wilde ik niets dan wegwezen. Dus weer geen rustig ontbijt, dit keer omdat het te mooi was. Inpakken, klamme jas en doorweekte handschoenen aan, en wegwezen. Om negen uur draaide ik de weg op, om kwart voor tien zat ik ergens aan een schuimende beek voor het eerste gedenkwaardige hobbitontbijt van deze reis. Jas en handschoenen in de zon, en die was nu ook sterk genoeg om wonderen te doen; toen ik een half uurtje later opstapte was de jas helemaal en de handschoenen vrijwel droog.
De hele ochtend en een groot deel van de middag ben ik over wat kleinere wegen richting Trondheim gereden. Wegen die iets kleiner zijn als onze rijksweg, met aan het begin van de dag nog een paar fraaie hoge passen en iets wat net geen barre vlakte was. Ik kwam langs plaatsen als Gr�ndalen, Tynset en R�ros. In een kleine plaats, �kerstr�men, deed ik mijn eerste gewone boodschappen. Tot nu toe had ik van thuis meegenomen voorraden aangevuld bij tankstations. In een tankstation in Tynset werd ik enthousiast op koffie onthaald door een Nederlands stel met caravan, dat al 30 jaar Noorwegen en Scandinavie deed. Ze hadden me al eerder ergens ondereg gezien, toen ik een pauze nam. Tip van hen: in Zweden geen campings langs de kust nemen, even landinwaarts is altijd leuker en minder druk. En bij Heljerods onder Grebbestad ligt een van de meest aangename campings van Zweden. Na R�ros kwam een schitterende diep ingesneden vallei waar de weg door liep.
Ergens bij Singas was het tijd voor een stevig middagmaal, aan de rand van een lange  waterval stroomversnelling. De lucht betrok langzaam, maar het bleef droog. Uiteindelijk kwam ik bij St�ren op de E6 uit, en van daaruit was het gewoon even doorduwen. Dit is niet het fraaiste stuk Noorwegen, zo rondom Trondheim. Vlak, veel plaatsen en bebouwing, en redelijk druk. Hoewel ik daar op een foute tijd aankwam �20 over vijf- bleek de rit over de autwegen langs Trondheim weer snel en vlekkeloos te verlopen. Op mijn oude, vertrouwde parkeerplaats boven Trondheim heb ik weer eens rustig gezeten om te kijken wat nu. Vijf jaar geleden zat ik hier, twijfelend over de poolcirkel en misschien wel verder, twee jaar geleden zat ik hier twijfelend over Kirkeness, en nu zat ik hier voor het eerst op m�n gemak, zonder twijfel. Ik heb 3 weken rustig zwerven voor de boeg, en alle vertrouwen in mezelf, de motor en mijn spullen. In de reisgids van Lonely Planet heb ik de camping uitgezocht waar ik nu sta, en morgen
begin ik aan de oude kustweg, de Kystriksveien. Dat is een alternatieve route naar het noorden, met de nodige veerpontjes en een hoop slingeren. Niet opschieten, maar het zou mooi moeten zijn.
Het Noorse bier lest de dorst, maar het is niet echt indrukwekkend; na de eerste slokken wordt het vrij vlak van smaak. Ik bestel nog maar eens een pot om te controleren of het echt niet beter wordt.
Dinsdag 17 juli 2001
Bogan (aan de oude kustweg), log 2910/497 km
Yes! Een geweldige dag, met als enige minpunt de camping. Met 60 kronen weliswaar een van de goedkoopste campings die ik ooit had in Noorwegen, maar ik zit op een vreselijk muggen en knottenveld, op te hoog gras, aan de overkant van een drukke weg. Voor het eerst heb ik echt het gevoel getild te worden.
Vroeg -te vroeg, het lange daglicht begint- op, om acht uur draaide ik al de weg op. De dag begon met een rondje omlaag. Elke keer als ik Trondheim op die parkeerplaats zit kijk ik uit over een groot fjord met een rij bergen aan de overkant. Nu wilde ik die landtong wel eens van dichtbij zien. De route begon via de 720 omlaag, langs plaatsen als Malm en Mold�ra. De landtong heet Fosenhalv�ya, en het was er een stuk leger dan verwacht. De weg volgde een laagte, een dal met weilanden en boerderijen, maar weinig spectaculair. Plaatsjes bestonden uit drie huizen, en op een bepaald moment begon ik me zelfs zorgen te maken over mijn benzine. Ik had er niet echt vertrouwen in dat daar onder nog een grotere plaats lag, en besloot iets eerder dan gepland door te steken naar de oever aan het Tronheimfjord. Om daar te komen moest ik een fraaie pas over. Niet heel hoog, maar erg verlaten en schitterend om te zien. Ook de reis terug, langs de oever en later even binnendoor, was werkelijk schitterend. Een minimale weg, waar ik gelukkig weinig tegenliggers had, met weidse uitzichten en later nog even een fraaie pas naar het Meltingen meer. Op een mooie picknick plaats met een weids uitzicht was het tijd voor lunch.
Ik moest nu nog even een klein stukje E6 nemen om voor een derde keer door Steinkjer te komen, en toen kon ik aan de 17 beginnen, de oude kustweg. Dat begin viel nogal tegen, en dan druk ik me voorzichtig uit. Ik had me verheugd op woeste kust, en in plaats daarvan reed ik door een lieflijk landschap met velden en boerderijen, en wat vage heuvels. Hier en daar wat bos, maar al met al beslist niet leuker dan de E6 op deze hoogte. De weg liep langs Namsos en Skogmo, en kon nergens echt boeien. De kust bleef trouwens ook ver weg, dit deel van de kustweg was nog lang geen kustweg maar gewoon een binnendoor-weg. En veel te weinig picknick plaatsen; ik heb me letterlijk suf gereden voordat ik tegen een uur of vijf een bankje vond voor wat avondeten. En het uitzicht was daar ook al niet de moeite waard. Het weer was wel nog steeds prima en met wat op de kaart kijken besloot ik om vandaag maar eens een lange dag te maken. Doorduwen tot Holm, daar het veer naar het volgende schiereiland om daar een camping te zoeken. Als morgen dan nog steeds tegenviel kon ik van daaruit terug naar
de E6 om zo naar boven te rijden.
Ha! Vergissing. Die pauze was ergens in de buurt van Kj�lstad, en nadat ik daar vertrok werd de weg steeds mooier. Hogere bergen, avondzon, een meer of fjord-uitloper, eenmaal voorbij Kongsmoen werd het zelfs regelrecht schitterend. Hoge passen, weidse uitzichten, en nu was er ineens ook zee te zien, met rotseilanden. Geweldig! Dat laatste stuk rijden tot Holm was zo mooi dat ik besloot om te draaien. Ik had een kleine 50 kilometer terug een camping gezien, en dit landschap wilde ik nog wel eens zien met zon van de andere kant. Dan moesten hier echt
mooie foto�s te maken zijn. Op de weg terug zag ik een vos die zich snel uit de voeten maakte toen ik stopte. En zo kwam ik op deze verkeerde camping.
(later) Met een pot bier en een gesprek met de eigenaar achter de rug voelt het al heel wat minder aan alsof ik getild wordt; de camping is pas van hem sedert maart dit jaar, en alles is nog in opbouw. Zijn plannen zijn in elk geval goed. Morgen gaat het weer om, en vrijdag is er kans dat de veerboten in heel Noorwegen worden stilgelegd. Morgen toch maar vroeg op pad?
Woensdag 18 juli 2001
Net ten noorden van de veerhaven van Tj�tta, log 3058/148 km
Daar gaat ie dan, Janneman goes wild. Met argwaan bekijk ik een stel koeien in de verte; hoe wild kunnen die worden. Weinig kilometers vandaag, door veel genieten. Het weer was niet geweldig, grijs, geen fotoweer, en een ferme bui. Maar ik moet meer dagen als vandaag zien te maken; dit het zwerven dat ik in gedachten had.
Om te beginnen is het uitslapen gelukt; ik stond pas om twintig over negen naast de tent. Snel inpakken en wegwezen, zonder ontbijt of thee. Ik wist van gisteravond al dat er genoeg picknick banken waren op het stuk tot Holm, en daar waren met een beetje geluk wat minder knotten en muggen. Het weer was ergens tussen grijs en stevige wolken in. Jammer, geen mooi licht voor foto�s, ik had misschien toch gisteravond iets moeten proberen. Na vertrek had ik al snel een fraaie parkeerhaven met banken en uitzicht gevonden. Ik heb de kookspullen tevoorschijn gehaald en daar thee zitten bakken, en de rest van mijn ontbijt afgewerkt. Aanspraak genoeg, ik zat nog niet og er stopte een bus vol Duitse toeristen, en die vonden mijn thee zetten fascinerender dan het uitzicht. Tussen het uitleg geven en eten door wierp ik een blik op mijn motor en zag wat raars aan de jiffy; daar hoort toch een voetje onder te zitten? Nadere beschouwing leverde een langzaam in het asfalt zakkende jiffy op, ik was er nog net op tijd bij. Het lag niet aan de warmte, het was gewoon zacht gewalst asfalt. De schuimspaan eronder, en verder met het ontbijt.
De weg naar Holm was weer mooi, bergen, zee, echt jammer dat alles zo grijs was. Ik ben toch nog ergens een stuk terug gereden voor een foto, we zien wel wat het wordt. Bij het veer aangekomen besloot ik een bootje over te slaan. Ik heb me aan de kust op een keienstrand genesteld, en ik heb zitten schilderen. De aquarelspullen werken goed, nu eens kijken dat ik dit wat vaker doe. Uiteindelijk was het een uur of twee voordat ik het veer naar Vennesund opreed. Na aankomst een klein stukje rijden, en in Vik heb ik getankt en boodschappen gedaan. Verse broodjes, voor een luxe lunch. Ik hen ook eens even naar vlees en een wegwerpbarbecue gekeken, maar met name die laatste kon ik zo gauw niet vinden. Helaas, had ik maar iets meer moeite gedaan, nu was dat geweldig geweest, zo voor de tent.
De reis ging verder naar Br�nn�ysund, een flinke havenplaats. Daar had ik mijn luxe lunch gedacht, maar dat was het moment waarop dreigende lucht de daad bij de dreiging voegde; stevige wind en horizontale regen. Geen wandelen langs de haven, geen bank met broodjes, ik ben maar weer op de motor getapt en doorgereden naar Horn, voor het volgende veer. Onderweg zag ik mijn eerste eland; om te beginnen dacht ik een paard te zien, dat nogal raar liep. Vervolgend dook ernaast een nog veel groter �paard� op, met gewei. Het eerste �paard� was een jonge eland. Die beesten hebben echt teveel knie�n. Het landschap was niet echt spectaculair, groen en boerderijen. Tegen de tijd dat ik bij het veer aankwam was het weer droog, en het veer voer net weg. Er waren picknickbanken, ik had broodjes� Toch een luxe lunch in een haven.
Het volgende traject, een stuk van 17 kilometer over een schiereiland dat door bergen van de rest van Noorwegen was afgesloten, leek weinig aantrekkelijk. ��n weg, geen dorpen, geen zijwegen. Op de detailkaart die ik bij me heb was nog een klein landweggetje te zien dat even van de hoofdweg af ging . Tot mijn verrassing werd dit het leukste stuk rijden van vandaag! Het was zo mooi dat ik mijn angst voor grind-
wegen overwon en er zelfs een �rondje� van maakte, over de grindweg langs H�yholm (hier en daar een huis). Er was ergens een strand met vreemde ronde keien, voor de kust lag een eiland overdekt met wolken, en overal hoge rotswanden die dit deel van de rest van de wereld afsloten. Echt geweldig. Bij aankomst in de volgende veerhaven werd ik als een verloren zoon binnengehaald. Ondertussen heeft zich al een redelijk vast gezelschap gevormd van motorrijders en wat automobilisten die allemaal op dezelfde
manier onderweg zijn. Onderweg zien we bekende voertuigen staan als er een pauze gepakt wordt, en bij elk veer kom je elkaar in weer tegen. Aangezien ik als een van de eersten van het veer was afgereden, en niemand ergens een zijweg of mij langs de kant had gezien, was men uitermate verbaasd toen ik ineens opdook en achteraan aansloot. Waar was ik wel niet gebleven? Ach, even de weg kwijt geweest�
Het veer had tijd nodig, gelukkig was er een caf� in Forvik dat goede zaken deed. Uiteindelijk was het half negen in de avond voordat we verder konden. Ik reed nu als een van de laatste het veer op, en in Tj�tta liet ik de rest ook maar even langs voordat ik op weg ging. Tijdens het wachten op het veer was het opgeklaard, en het beloofde een mooie avond te worden. En toen kwam ik langs deze parkeerplaats. Begraafplaats, en daarnaast een toilet met water, en een leeg veld. Zou ik� Ik zou. Eindelijk wild kamperen. Motor van de parkeerplaats af, achter het toiletgebouw, tentje bouwen, rust! Ik zat nog niet, of de schapentrek kwam op gang. Blijkbaar had ik mijn tentje midden op hun pad gezet, want de paniek was groot. Lang staren, en dan in steeds snellere pas via een omtrekkende beweging om me heen. Het eerste wildleven is getrotseerd. Nu die koeien nog�
Later streek er ook nog een Duits stel neer, met een klein kampeerbusje. We hebben lang zitten kletsen. De kustroute naar het noorden wordt veel mooier. Er is ergens een gletsjer die ik moet gaan bekijken met behulp van een rondvaartbootje. Hun bier is op. En het is nu ��n uur in de nacht, en ik kon zojuist gewoon een foto maken. Ik heb voor de komende drie weken de nacht achter me gelaten. Ik vier het met een mokje rum voor de tent en een laatste wantrouwende blik op koeien in de verte.
Donderdag 19 juli 2001
Lakshola, log 3411/353 km
Terug op de bekende weg; mijn traditionele eerste camping boven de poolcirkel.
Vandaag begon niet slecht. Het was half acht toen ik naast de tent stond. Na vlot inpakken heb ik op de parkeerplaats thee gezet en mijn ontbijt soldaat gemaakt. Rond negen uur draaide ik de weg op. Het was grijs, en in de verte hingen regensluiers. Het eerste stuk, langs Sandnesj�en, was erg mooi, vooral daar waar de zee in zicht was. De hele kustweg is een rare mengeling van lieflijk boerenland afgewisseld met woeste stukken. Vandaag wilde het genieten van die woeste stukken niet echt lukken; er zaten teveel wolken en regengordijnen in de weg. Zo maakte ik bij de brug net benoorden
Sandnesj�en een foto van de zeven zusjes, een rij bertoppen de door ferme Noren op ��n dag afgewerkt wordt. Het record staat op iets van 3 uur en 54 minuten. Ik zag alleen een grauwe rotswand die in de wolken verdween. Kort daarna begon de regen. Na het veer van Levang naar Nesna heb ik de handdoek in de ring gegooid. Misschien doe ik de rest van de kustweg wel op de terugreis, maar nu had ik meer behoefte aan opschieten, en ik hoopte eigenlijk ook op mooier weer op de Zoutberg (de poolcirkel-vlakte).
Dus draaide ik af in oostelijke richting, om via Mo I Rana weer langs de E6 omhoog te rijden. Dat laatste stukje kustweg was overigens wel fraai, hoog en rauw. Maar het weerzien met de E6 was ook aangenaam. Een feest van herkenning, al bleef het nu gestaag regenen, ook na een langere pauze bij mijn vertrouwde overdekte picknickbanken. Er lag opvallend weinig sneeuw op de bergen hier. Het wonder van de hoogvlakte bleef uit. stevige wind en regen, en het werd kouder. Geen kaarten vanuit het poolsirkelcaf� dit keer, ik zoek het nu echt hogerop.
Bij het afrijden van de poolcirkelvlakte bleef het koud, het leek zelfs kouder te worden. Als het weer morgen niet omslaat wordt het tijd voor een eerste laag lang ondergoed! Of een rustdag natuurlijk. De rest van de dag was vooral stug doorrijden. Het was nat, het was koud, mijn handschoenen waren doorweekt, en tegen de tijd dat de tunnels begonnen had ik het wel gezien voor vandaag. Ik dook dan ook de vertrouwde vallei van Lakshola in, en besloot dit keer weer eens mijn geluk op de eerste camping te proberen, de familiecamping. Het vorig jaar was ik bij een oude boer, verderop in de vallei. En daar moet ik een volgende keer toch maar weer heen, als de goede man er nog is. Dit is een onaangename camping; de grond is nat, er zijn geen goede plekken voor trekkers en ik sta ingeklemd tussen struiken en een pad.
Oei, even liggen is meteen slapen. Vandaag maar eens vroeg plat. Ik ben benieuwd of ik maandag H tref. Met het slechte weer van vandaag heb ik niet echt veel zin in doorgaan, ik twijfel op dit moment zelfs aan Vard�. Of ik wordt ouder, of de spanning van het onbekende ontbreekt, hoe dan ook, ik vond het vanmiddag maar zwaar reizen en ik ben nu bek af. Maar als de ontmoeting op de Lofoten mislukt moet ik natuurlijk wel verder. Eerst maar eens goed slapen.
terug naar homepage
volgende week
Hosted by www.Geocities.ws

1