pagina 3 Even later maakte ik een wandeling door het lieftallige stadje dat net als ikzelf intussen volledig was ontwaakt. Mijn ogen puilden uit toen ik zag dat de aangeboden goederen op de markt de vraag ruimschoots oversteeg. Tjonge wat was ik blij dat ik die korte broek bij de Hema van 23 euro had laten liggen. Hier lagen ze ook voor B 100. De B staat voor Baht en die is 2 eurocent waard, voor het gemak vijf guldencent. Een korte broek kost dus f 5,- Ik liep op de muziek af waar Thaise meisjes op een podium op zelfgezongen popmuziek stonden te dansen. Even verder lagen honderden rekenmachientjes en stropdassen uitgestald. Steeds bleef op de achtergrond de bruine rivier stromen. Ik voelde me helemaal thuis en ging op het houten terras van het guesthouse zitten. Ik bestelde er een bier met ijs en ging zitten lezen. De eigenaar vertelde dat hij jarenlang met zijn vader een bootdienst had gehad tussen Laos en Thailand. Hij was 10 jaar jonger dan ik en zei in 1985 nog een kind te zijn geweest. Hij schonk mijn glas vol en haalde een bak ijs waar ik nauwelijks overheen kon kijken. Doe de volgende keer maar een kleine bak zei ik. Op Thaise wijze verontschuldigde hij zich, en liep buigend naar achteren. Even later kwam hij met een aangepaste maat terug. Ik bedankte hem en las genoegzaam verder. Nog geen twee dagen na mijn vertrek zat ik aan de rivier de Mekhong te lezen. Een enkeltje Nong Khai is een kwestie van doen dus. Ik ben duidelijk op vakantie. De zon zakt intussen en ik ga verkasssen naar het terras. U weet wel waarom. Ik blijf een paar dagen hier de eventuele jetlag eruit te slapen en reis dan naar de hoofdstad van Laos. Ik wens je een fijne zomer toe. Frans Nong Khai, zaterdag 6 juli 2002. 10:30 uur. Een wandeling door Nong Khai. Na een vliegende start met British Airways en de VIP-bus naar Nong Khai besloot ik het een paar dagen rustig aan te doen. Ik had geen noemenswaardige last van jetlag, sliep goed en ontving met genoegen mijn eerste reizigersdiarree. Toen ik na aankomst in Bangkok in de binnenspiegel van de taxi keek en een grijze stoppelbaard zag besloot ik daar in Nong Khai eerst eens iets aan te laten doen en ging op zoek naar een kapper. Dat viel nog niet mee en net toen ik drie dameskapperzaken tevergeefs was binnengelopen en tegen mezelf zei: 'ik zoek net zo lang tot ik er een gevonden heb' kwam ik een herenkapperszaak tegen. De twee medewerkers lagen languit gestrekt op een bank en veerden beiden verschrikt overeind bij het zien van zoveel werk. Ik mocht in de bruine, skaileren stoel gaan zitten en met handen en voeten gebaarde ik dat het haar gemilimeterd kon worden en de baard en radicaal af. De kapper in kwestie een goede, enigszins gezette dertiger deed zijn werk zeer secuur. Na een half uur stond hij nog de laatste haartjes rondom en uit mijn neus weg te knippen. Even later lag ik horizontaal gestrekt op de kappersstoel van waaruit ik opeens een heel ander perspectief had. Terwijl mijn ogen langs het plafond gleden en ik in gedachten de spinnenraggen verwijderde draaiden we wieken van de ventilator als vervaarlijk slagmessen voor mijn ogen rond. Opeens kwam de kapper met een enorm slagersmes tevoorschijn, de accomodatie werkt al een aantal jaren niet goed meer, want het bleek bij nader inzien gewoon een scheermes te zijn. Aan het gekras en gekraak op mijn huid te horen had hij er duidelijk een zware taak aan maar na nog een half uurtje was de klus geklaard werd ik weer in verticale stand gezet. De sessie werd afgesloten met een geparfumeerde doek die hij in de koelkast had liggen en die hij langzaam langs hals, nek en voorhoofd haalde. Kun je je dat voorstellen terwijl het buiten 32 graden is? Ik bedankte, rekende ruim 1 euro af en liep tevreden weer naar buiten. Intussen was de zon flink gaan schijnen hetgeen de temperatuur beslist ten goede kwam. Ik liep nog eens over de nauwe markt overdekt met zeilen en lappen tegen de felle zon. Steeds verbaasde ik me over het gigantische aanbod aan kleding, voedsel en elektronica en het gebrek aan klandizie. Ik vermoed dat vooral mensen uit Laos hier hun inkopen komen doen. Ik zal het eens uitzoeken als ik aan de andere kant ben. Ik ging een wandeling over de boulevard maken met steeds dat prachtige uitzicht op de Mekhong rivier, ik kan er geen genoeg van krijgen. Op de terugweg werd ik aangesproken door een in oranje en gele doeken gehulde Boeddhistische monnik. Hij sprak goed Engels en droeg een paraplu bij zich, ogenschijnlijk zijn enigste bezit. Hij had hetzelfde kapsel als ik en vertelde dat hij uit Laos kwam, in Thailand aan de universiteit Engels gestudeerd had en sinds 1993 monnik was. Wat vind je van het Boeddhisme vroeg hij. Ik vind het een verlichte religie zei ik met een enigszins flauw taalgrapje. Het doel van menig Boeddhist is om de verlichting, het nirvana, te bereiken maar zo verzekerde de monnik dat was tot nu alleen Boeddha gelukt. Hij liet me een boek zien waarin een studie over het Boeddhisme stond en stopte het weer weg alsof het een verboden document was. Ik vertelde dat ik onderwijzer was en ge�nteresseerd vroeg hij wat ik dan zoal doceerde. Van alles zei ik: rekenen, taal, lezen schrijven, aardrijkskunde, geschiedenis etc. Ook Engels? Ja ook Engels gaf ik toe. Ik benijd je niet zei ik toen de conversatie stil gevallen was. Waarom niet vroeg hij nieuwsgierig. Nou zeg ik, ik ben op weg naar het terras van Maekhong Guesthouse om een Singha met ijs te bestellen. Dat kun jij niet. Dat gaf hij ruiterlijk toe en zei letterlijk likkebaardend: 'nee ik kan niet naast je gaan zitten terwijl je bier drinkt'. Midden op de markt namen we met een onhandige handdruk afscheid en ik zei nog: 'misschien in een volgend leven'. Glimlachend liep hij terug naar de tempel en ik naar het hotel, de voorgenomen daad bij het woord voegend. De ober die me al een paar dagen bedientzette een glas met ijsblokjes naast het pilsje en met 'De Ontdekking van de Hemel' van Mulisch zakte ik tevreden onderuit. Als ik in dit tempo doorlees ben ik er in twee weken doorheen. 's Nachts werd ik wakker van een enorme donderklap. Vrij snel daarna begon het niet zo maar een beetje zeurderig te regenen zoals in Nederland, maar kwam het er met bakken en emmers tegelijk uit. Ik sliep veilig onder een gegalvaniseerd dak, althans dat veronderstelde ik en toen het licht leek te worden vanwege een langdurig flitslicht en een onmiddellijk daarop volgende gigantische donderslag begon ik er even aan te twijfelen. Stel je voor dat de bliksem zou inslaan op de punt van dit dak. Dat het uit elkaar gereten zou worden door de enorme inslag en ik als een verkoold hoopje zou achterblijven. Dat zou toch wel weer h��l toevallig zijn. Mezelf geruststellend met die gedachte viel ik weer in slaap. Intussen heb ik besloten om zondag 7 juli naar Laos te vertrekken. Het is maar een kleine rit. Intussen kan de handwas drogen, kan ik de monnik nog eens ontmoeten onder het genot van een kop koffie en een laatste wandeling door Nong Khai maken. Er zijn maar erg weinig plaatsen waar ik na Amsterdam zou willen wonen. Maar Nong Khai is een goede tweede. Ik heb zelden zo'n fraai en rustgevend uitzicht gezien als hier. Ik ga even koffie drinken op het terras, een foto maken van het uitzicht en breng de dag verder door met lezen en wandelen. Ik heb vakantie tenslotte. Lees verder op pagina 4 Inhoudsopgave Startpagina |
![]() |
![]() |
![]() |
| Vooral tijdens de moesson zijn de zonsondergangen in Nong Khai spectaculair te noemen! |
![]() |
![]() |