|
|
|
|
ONEINDIGHEID, eeuwigheid. In afstand en in tijd. Geen begin en geen einde. Precies zoals we de ruimte zien, het uitdijende heelal. Het begin en het einde wat wij kennen is altijd individueel. Het lichamelijke is het stoffelijke en dat vergaat. De eeuwigheid en de oneindigheid behoren tot de ziel en betreft de ziel. Dus zal blijven. Wij(onze zielen) zijn er altijd geweest en zullen er altijd blijven. Alleen het individuele begint en sterft. Maar niet de ziel omdat die behalve individueel ook gezamenlijk is, onlosmakelijk met elkaar en met het eeuwige verbonden.
Ik denk dat ik er altijd geweest ben en dat ik er altijd zal blijven. Waarom denk ik dat? Ik besta. Dat alles(inclusief de mens) uit niets ontstaan is kan ik niet begrijpen. Dat ik er altijd geweest ben kan ik ook niet begrijpen. Maar ik ben er wel. Van deze twee zaken die buiten mijn denkvermogen liggen is de tweede toch iets makkelijker te begrijpen dan de eerste. Daarom, omdat ik besta en niet uit niets gekomen kan zijn, moet ik er wel altijd geweest zijn.
|