| Home | ||||||||||||
| Info | ||||||||||||
| 5. Plyometrie Bij plyometrie werkt de spier eerst excentrisch om vervolgens concentrische arbeid te leveren. Dit komt voor bij de meeste explosieve inspanningen. In het concentrisch gedeelte is er een hogere krachtproductie om volgende redenen: 1. Bij het omkeringspunt tussen de excentrische en de concentrische fase is er een soort "isometrische contractie", hierbij kan kracht ontwikkeld worden zonder negatieve werking van snelheid. 2. Ook de "spierelasticiteit en de peeselasticiteit" spelen een rol. Dit kan best getraind worden door specifieke plyometrische sprongoefeningen zoals bv. dieptesprongen. |
||||||||||||
![]() |
||||||||||||
| De spierreactie op belasting en beweging. Plyometrie is een samengaan van een excentrische beweging gevolgd door een concentrische beweging. |
||||||||||||
| 6. Wedstrijdspecifieke aanpassingen Het benutten van de gerealiseerde adapties binnen de sportspecifieke beweging vormt de kroon op het werk. Deze tabel geeft een overzicht van de doelstelling, volume en de oefenstof van de verschillende vormen van krachttraining. |
||||||||||||
| 7. Periodiseren en individualiseren Bij het uitwerken van een trainingsprogramma is het de taak van de trainer om de verschillende doelstellingen die in de tabel worden weergegeven, op te bouwen om uiteindelijk te komen tot een hogere krachtoutput binnen de wedstrijdbeweging. Bij jonge atleten moet rekening gehouden worden met de musculo-skelatale maturiteit en dienen de lange termijn doelstellingen te primeren. Een correcte feedback is onontbeerlijk om op het einde van een trainingsperiode, de gerealiseerde trainingseffecten te bepalen en eveneens de aangepaste prikkels voor de nieuwe periode vast te leggen. Ook het individualiseren van zo'n trainingsprogramma vereist vooreerst een correcte feedback. Hiervoor dient de trainer over een gestandaardiseerd testprotocol te beschikkken. |
||||||||||||
| vorige pagina | volgende pagina | |||||||||||