Home
Info
8. Fysiologie

Krachttraining bij jonge sporters blijkt in Vlaanderen veelal nog een taboe. Studies naar de effecten van de krachttraining bij jongeren tonen aan dat de relatieve krachtwinst bij jongeren, het trainingseffect van bij volwassenen benadert.

"Hypertrofie" is daarentegen uitgesloten vermits androgene* hormonen te weinig aanwezig zijn.

De meeste krachtwinst komt van een verbeterde intramusculaire co�rdinatie en meer actieve spiervezels per motorische eenheid (een groter aantal prikkels per spiervezel).

De voorwaarde voor de krachtwinst is echter dat de intensiteit en het volume voldoende hoog is.

* stoffen met mannelijke kenmerken

9. Relatieve en absolute kracht

Wanneer we de kracht van individu�n onderling willen vergelijken, dan moeten we de "relatieve" kracht gaan vergelijken. Daarvoor hebben we volgende formule:
Relatieve kracht = absolute kracht/lichaamsgewicht
Bij het springen en sprinten is de "relatieve kracht" van heel groot belang.

Hoe groter deze kracht, des te beter de prestaties zullen zijn, mits een goede samenwerking in en buiten de spieren.
10. Besluit

Dit kader vormt een uitgangspunt ter interpretatie van krachttraining. Het is van toepassing op zowel de indeling van de trainingsopbouw, de periodisering van de krachttrainingen als het inividualiseren.

Initieel bij krachttrainingen is zowel een grote basis krachtuithouding als een voldoende spierpotentieel, alvorens in een later stadium het accent te verschuiven naar neuromusculaire activering en meer wedstrijdspecifieke kracht.
Dit geldt zowel voor seizoensperiodisering als bij de indeling van de volledige carri�re.

Vooral bij jongeren dient de trainer veel aandacht te besteden aaan de algemene kracht.  De jongeren kunnen intussen een correcte technische uitvoering aanleren, waarmee zij later een optimaal voordeel uit de krachtoefeningen halen.
DE SMET Andy
vorige pagina
Hosted by www.Geocities.ws

1