|
In december
2001 zou minister Brinkhorst proberen zijn zeer omstreden
'hondenwet' door de Tweede Kamer te loodsen.
Een
hondenwet die normaal gesproken geen kans van slagen heeft.
Mocht
deze wet wel worden aangenomen dan kunnen de honden op deze
pagina de volgende slachtoffers van Brinkhorst worden

Tosa
Inu
De Tosa
is een grote en moedige hond, die van nature niet bang moet
of mag zijn van andere honden. Honden kunnen soms agressief
reageren op grote(re) honden, en, zoals bekend, als ze met
elkaar gaan vechten, heeft de grootste en sterkste hond het
meestal gedaan, misschien zelfs met hele nare gevolgen. Beter
is het een situatie in te schatten, indien noodzakelijk de
hond aan te lijnen en een dergelijke confrontatie uit de weg
te gaan. Let wel; dit hoeft beslist niet aan de Tosa te liggen,
ook andere honden kunnen uit zijn op "herrie schoppen"! Overigens
zijn de Tosa-reuen dominanter aangelegd dan de teven. Hier
dient terdege rekening mee te worden gehouden, indien een
Tosa aangeschaft wordt. De Tosa dient streng, maar rechtvaardig
opgevoed te worden. Vermijd schreeuwen tegen de honden, en
slaan is al helemaal uit den boze. De Tosa zal bij een fikse
stemverheffing van uw kant al behoorlijk onder de indruk zijn,
en daarna meteen willen proberen bij u weer in een goed blaadje
komen te staan. Tosa's zijn, speciaal voor dogachtigen, tamelijk
gehoorzame honden. Veel Tosa's liggen het liefst op een overzichtelijke
plek in de tuin, zodat ze hun “territorium” goed kunnen overzien.
Ze hebben een zeer goed besef van wat van hen is of bij hen
hoort, en bewaken dat dan ook rustig en zelfverzekerd, maar
wel zeer vastberaden. Rustig kunnen ze zo wel een hele middag
blijven liggen, het liefst in de zon, want het zijn echte
zonne-aanbidders! Het zijn prima huisgenoten, rustig aanwezig
in huis, absoluut geen zenuwachtige blaffers.
|

Cane
Corso
Middelgrote
hond, fors, sterk doch elegant gebouwd, droog met sterke,
lange spieren.
(spreek
uit: kane corso, dus geen keen)
Belangrijke
proporties: De lengte van het hoofd bereikt 36% van de schofthoogte.
De bouw van de hond is eerder lang dan hoog te noemen.
Als bewaker van eigendommen, de familie en het vee heel
levendig en snel reagerend, werden ze in het verleden gebruikt
bij het vangen van runderen en bij de jacht op groot wild.
Hoofd:
Breed, typisch molosserachtig, de bovenste lengte-assen
van de schedel en van de vang lopen grotendeels gelijk.
De schedel is breed bij de jukbeenderen: de breedte is gelijk
aan of groter dan de lengte van de schedel. Gewelfd voorhoofd
met een goed gemarkeerde stop, die naar het achterhoofd
tamelijk vlak wordt. Zichtbare plooi middenvoor. De neus
is groot en zwart met wijde, open neusgaten en loopt parallel
met de neusrug.
Vang:
Duidelijk kort ten opzichte van de schedel (verhouding:
schedel 66%, vang 34%), zeer sterk, met uitgesproken vierkante,
platte voorkant van het hoofd en gelijke verhoudingen aan
de zijkanten van het hoofd, even lang als hoog. Het profiel
van de neusrug is recht. De bovenlippen, licht loshangend,
bedekken de onderkaak zodanig, dat het onderste deel van
het profiel gedomineerd wordt door de lippen. Brede en forse
bovenkaak, nogal gebogen.
|