Iznir klapte in zijn handen, danste van opwinding. Toen het stof was opgetrokken liep hij voorzichtig terug en nam de toestand in ogenschouw, bekeek de hele ravage met een kennersblik. De draak was natuurlijk niet dood, hoopte hij. Dat was de bedoeling ook niet en daar was die veel te sterk voor en te zwaar gepantserd. Maar Iznir had een draak gevangen! Het kleine heelal van de dwerg kraakte nog in zijn voegen, zoiets was nog nooit vertoond, de aarde kon plat zijn of rond, hier viel niet aan te twijfelen. En hij deed nog een stapje voorwaarts. Toen was het tijd om te onderhandelen, zoals een koning betaamt en de draak met vastberadenheid tegemoet te treden. Want deze had in zijn spelonken enorme hoeveelheden goud en zilverwerk, evenals sieraden en andere kostbaarheden opgeslagen. Het was toch zinloos, vond Iznir, dat zoiets daar allemaal lag, terwijl zijn dwergen onophoudelijk moesten zwoegen. Er konden bovendien wel eens kunstwerken bij zitten die zij zelf vervaardigd hadden. Die zouden opnieuw verhandeld kunnen worden, als hij ze de draak afhandig kon maken. Hij sloeg wat gruis van zijn kleren en kwam dichterbij. "Wat een ongelooflijk ongeluk" zei hij, "een steenlawine n�t voor de deur, juist als men naar binnengaat�. De draak bewoog zich niet en maakte geen, enkel geluid. "Het mag een wonder heten", vervolgde de dwerg en legde wat steentjes opzij, "dat ik toevallig in de buurt was, u woont ook zo afgelegen. Heeft u zich eigenlijk pijn gedaan, kunt u zich nog wel bewegen, ademen enzo?"

De draak verroerde zich niet en zweeg. Hij lag daar onder het puin en hield zijn ogen gesloten... Hij begon nu pas te beseffen wat er was gebeurd, ook had hij de dwerg met verbazing aangehoord. Hoe kwam die hier? En hoe waren al die stenen losgeraakt? Een ongeluk? Hij geloofde er niets van. Dit was opzettelijk gedaan. En er zou een hoge prijs op staan om van die stenen bevrijd te worden, dat was zeker. Maar als hij wat uitgerust was van zijn vliegtocht, wie weet. De draak was heel oud en heel wijs. Hij dacht traag, maar hij had daar alle tijd voor. Hij bleef zwijgen en wachtte af wat de dwerg zou doen.

Deze schuifelde voetje voor voetje voorwaarts, heel behoedzaam, want de draak had nog geen nieuwe poging gedaan om zich los te maken. Hij moest maar aannemen dat deze dat niet kon. "U bent niet ernstig gewond�, mompelde hij, "heel sterke schubben, zelfs de vleugels zijn nog heel". Iznir wilde maar dat de draak iets terugzei of hem tenminste aankeek. Stel je voor dat hij toch dood was.

"Het ziet er echt niet ernstig uit", begon hij weer. Nu trok de draak heel langzaam ��n ooglid op en bewoog zijn reusachtige kop. Een paar stenen rolden eraf. De dwerg sprong achteruit. "Wat, mag een wonder heten?" vroeg de draak plotseling. Zijn zware stem weerkaatste tot diep in de spelonk en het leek alsof de berg zelf sprak. Iznir raakte even verward door die vraag. Zo veel kon een wonder heten. Bijvoorbeeld dat hij een draak gevangen hield, mocht een wonder heten. Nee, nu wist hij het weer, dat had hij zelf gezegd. En hij herhaalde het nog eens, "Het mag een wonder heten dat ik toevallig in de buurt was". Een leugen, dacht Iznir, en de draak heeft het door, ik moet heel voorzichtig blijven. "Waarom?" vroeg de diepe drakenstem nu somber. Het klonk heel dreigend, vond Iznir het ging de verkeerde kant uit, misschien was er helemaal geen gesprek mogelijk, de draak stelde alleen vragen en gaf nauwelijks antwoord. De dwergenkoning besloot dat hij voor de dag moest komen met zijn voorstel, zonder omwegen, recht op de man af en er maar het beste van moest hopen. Jammer, liever had hij de draak nog een beetje getreiterd om langer te genieten van zijn overwinning.

"Welnu�, sprak hij plechtig, "in zeker zin zijn wij buren, u woont aan deze kant van de berg, ik met mijn volk aan de andere kant. Net als u werken wij ook met goud en andere edelmetalen, met sieraden enzo. Draken en dwergen hebben veel gemeen" . "Er is een groot verschil, dacht de draak, er zijn meerdere verschillen en met alleen in grootte. Maar hij onderbrak de ander niet. "Buren onder elkaar�, ging de dwerg verder, "helpen elkaar, ik hoef mijn volk maar te roepen en wij halen al die rotsblokken van u af, met zijn allen. Eh, natuurlijk vragen wij een kleine tegemoetkoming voor de moeite, de verloren werkuren, zogezegd". De draak sloeg nu ook zijn andere oog op en zag het touw voor zijn grot hangen. Kleine rovers zijn het! Spoedig hingen daar veel meer touwen. Burenhulp!

"Een kleine vergoeding� , klonk de stem van de dwerg weer, "laten we zeggen, zo v��l als elke dwerg kan dragen, dat is toch niet veel, nietwaar" . Niet veel! De draak was dikwijls aan de andere kant van het hooggebergte geweest, het krioelde er van de dwergen, op de bergkammen, in de dalen en wie weet hoeveel er nog in de grond of eronder zaten. Bovendien was er weer sprake van het immer terugkerende misverstand dat draken rijk zouden zijn, dat zij onmetelijke schatten bewaakten. "Geef toch eens antwoord! " zei Iznir ongeduldig en hij schopte achteloos een klein steentje in de afgrond. Het viel geluidloos omlaag. De draak zuchtte lang en diep. "Nee"" sprak hij toen. De echo in de spelonk herhaalde het. "Dat is geen antwoord", vond Iznir, "waarom, praat je niet met me, je doet alsof het je niets kan schelen". "Het antwoord is nee", zei de draak, hij sloot zijn ogen alsof de zaak hem inderdaad niets meer aanging. Alsof hij rustig ging slapen onder zijn deken van loodzware stenen.

De dwerg werd onzeker en boos. Zijn hele plan leek in duigen te vallen, hij begreep het gedrag van de ander niet. "Ik ben met zomaar een dwerg! " schreeuwde hij opgewonden, "ik ben Izmlr, als je dat nog niet wist, ik ben de koning, ik kan toveren, alle bergen gehoorzamen mij, ik heb macht om van alles ..." "Je hebt alleen maar macht om te vernielen", viel de draak hem in de rede en met gesloten ogen, bijna dromerig vervolgde hij, �dat is het enige wat jullie dwergen doen, de bergen vernielen, leegroven, alle edele stenen eruithakken goud en zilveraders slopen. Die metalen zijn de zenuwbanen in de ingewanden van de aarde. Die vernietigen jullie. Dat is wat dwergen doen. Waarom zou ik met je spreken". "Nietwaar! " protesteerde Iznir, "wij zijn kunstenaars, wij zijn scheppende geesten, we maken de prachtigste kunstwerken uit al die edele stoffen, schitterende sieraden ..� �En wapens", onderbrak de draak hem, "betoverde zwaarden, magische dolken, pijlpunten, speerpunten en nog veel meer�. "Natuurlijk" sprak de dwergenkoning fier, "voor de elfen maken wij die wapens en de elfen strijden voor een goede zaak".
Terug
Verder
1   2   3
Hosted by www.Geocities.ws

1