VMBO-3
|
 
3.2 Uiterlijk van de leeuw
Het gehoor van een leeuw is ook goed, zelfs beter dan een mens.
Leeuwen kunnen kleinen dieren zachtjes door het gras horen lopen vanaf een grote afstand,
de leeuw hoort ze zelfs in hun ondergrondse hol, dan moet hij wel dichterbij komen.
Een leeuw met een goed gebit heeft 30 tanden.
Waarvan 12 snijtanden ( 6 boven en 6 beneden),
4 hoektanden ( 2 boven en 2 beneden), 6 valse kiezen
boven en 4 beneden en 2 ware kiezen boven en beneden.
Sommige tanden worden gebruikt om stukken vlees van een karkas af te scheuren, terwijl andere er toe dienen die stukken
te verkleinen.
De vacht van de leeuw beschermt zijn huid en houd het erg warm.
De dikke zool en teenballen (links boven) onder een leeuwenpoot
lijken op kussens.
Die zorgen ervoor dat de leeuw bijna geluidloos kan bewegen, tevens
zijn ze een soort eelt als de leeuw springt of rent.
Tussen de teenballen en de beharing in, zitten de nagels veilig opgeborgen
zodat ze nergens haken blijven.
De leeuw slaat zijn nagels alleen uit als dat nodig is, soms omdat de leeuw
wil dat de nagels blijven haken, dan kan hij bijv. beter klimmen.
|