VMBO-3
|
 
3.1 Uiterlijk van de leeuw
Van alle roofdieren is het mannetje van de leeuwen het best te herkennen.
Het mannetje heeft opvallende manen, het vrouwtje daarin tegen mist deze.
Aan het gebit van de leeuw is te zien wat voor leven hij leidt.
Leeuwen zijn na tijgers de grootste katten.
Een volwassen mannelijke leeuw is een mooie verschijning.
Aan het uiterlijk kun je zien in welke generatie ze zitten.
1. Nek -
2. Kam -
3. Rug -
4. Staart beginsel -
5. Staart -
6. Achterste -
7. Achterbeen -
8. Flank -
9. Maag -
10. Zijkant -
11. Voet (klauw) -
12. Voorpoten -
13. Schouder -
14. Borst -
15. Gezicht -
16. Onderkaak -
17. Bovenkaak -
18. Snoet -
19. Neus -
20. Voorhoofd -
21. Oor
Een jonge leeuw is te herkennen aan zijn zeer lichte manen, maar bij een oudere leeuw zijn de manen heel donker.
Een leeuw krijgt manen als hij ongeveer drie jaar oud is.
Een leeuw is veel groter dan de leeuwin, een volwassen mannelijke leeuw kan wel 250 kilo wegen.
Aan de staart van de leeuw kun je zijn humeur aflezen, als de staart hard heen en weer zwiept,
moet je maken dat je weg komt hij is namelijk dan boos.
Maar als de staart zachtjes, met een kalm, rustig gangetje heen en weer gaat is hij tevreden.
Leeuwen hebben goede ogen.
Dat komt omdat de ogen van een leeuw wat meer uit elkaar staan,
hierdoor kunnen ze goed schatten hoe ver iets is.
Ook zijn de ogen geschikt om s �nachts en overdag goed te kunnen
zien, er is een verschil s �nachts zien ze alleen zwart wit, maar overdag
hebben ze kleuren(beeld).
De ogen zijn groot tegenover de grote van zijn kop.
De pupillen van een leeuw staan normaal wijd open,
maar als de leeuw bang is worden de pupillen spleetjes
net zoals je kat.
1. hoornvlies - 2. iris - 3. pupil - 4. lens - 5. oogspier - 6. glaslichaam
7. netvlies - 8. vaatvlies
|