Het Laboratorium voor Prehistorie (Dir. Prof. Dr. Pierre M. Vermeersch) aan de Katholieke Universiteit te Leuven
organiseerde onder leiding van Dr. Archeoloog Patrick M.M.A. Bringmans
de voorbije zomers (1998, 1999, 2000, 2001, 2002 & 2003) zes archeologische opgravingscampagnes
in de leemgroeve "Vandersanden" te Veldwezelt-Hezerwater (Gemeente Lanaken). De opgravingen werden uitgevoerd
in nauwe samenwerking met het Provinciaal Gallo-Romeins Museum te Tongeren en het Instituut voor het Archeologisch
Patrimonium (IAP) van de Vlaamse Gemeenschap, de Gemeenten Lanaken en Riemst en de Stad Maastricht.
De succesvolle opgravingen die te Veldwezelt-Hezerwater georganiseerd werden,
leverden de voorbije jaren archeologische resten op van vermoedelijk tenminste vijf
verschillende jachtkampen van de Neanderthaler die in de vallei van het Hezerwater,
een bijrivier van de Maas, gelegen waren. Een zesde en zevende Neanderthaler-site moeten ge�nterpreteerd
worden als openlucht vuursteenextractie-sites.
De zogeheten "Lower-Sites" van Veldwezelt-Hezerwater bevinden zich onder het
complex van paleobodems uit het Laatste Interglaciaal s.l. (MIS 5) en moeten
daardoor op het einde van de Saale-ijstijd (laat MIS 6) gedateerd worden. Met een dergelijke
ouderdom (ongeveer 133.000 jaar) zijn deze sites te beschouwen als de oudste aanduidingen van
de aanwezigheid van de Neanderthaler in Vlaanderen. Het zijn tevens de oudste in situ bewoningssporen
in Belgi�. Deze archeologische resten bevinden zich voornamelijk op de hellingen van een zijvallei van het Hezerwater,
die bijwijlen drooggestaan moet hebben.
Gedurende het Laat-Saale Zeifen Interstadiaal (MIS 6.01 - 133.000 jaar geleden), verschijnen op de
VLL-Site en de VLB-Site niet-Levallois klingindustrie�n die voornamelijk op de hellingen van het
zijdal aangetroffen worden. Laminaire industrie�n zijn in het Europese Paleolithicum van v��r de
Laatste Tussenijstijd s.l. nog steeds zeer zeldzaam. Opmerkelijk is ook dat de natuurlijke convexiteit
van de langwerpige kernen ten volle benut werd om aan klingproductie te doen.
De Neanderthalers zijn hier meermaals op dezelfde plek langsgekomen om in het grintbed van het
Hezerwater en het achterliggende Maasterras naar silex te zoeken. Dit wordt duidelijk ge�llustreerd
door de vele geteste kernen die er gevonden werden. Deze "Lower Sites" moeten dan ook als openlucht
vuursteen-extractieplaatsen van de Neanderthaler beschouwd worden.
Mammoets op de steppe met voorbijtrekkende Neanderthalers
De jongere VBLB-Site (ongeveer 80.000 jaar oud) moet waarschijnlijk tegen het einde van het Laatste Interglaciaal s.l.
(MIS 5a) gedateerd worden, vermits deze site werd aangetroffen in de bovenste grijsachtige Bth-horizont
van het "Rocourt Bodem-complex". Zeer kenmerkend aan de VBLB-Site is het feit, dat we naast een debitageplaats
(productieplek van stenen werktuigen) die gekenmerkt wordt door de aanwezigheid van relatief veel debitagemateriaal,
ook nog een zone kunnen aanduiden die door de Neanderthaler gebruikt werd om allerlei activiteiten uit te voeren
(werktuiggebruikszone).
Op de TL-R-Site, de TL-GF-Site en de TL-W-Site, die alle drie ongeveer 58.000 jaar oud zijn en op de WFL-Site
(ongeveer 50.000 jaar oud) te Veldwezelt-Hezerwater worden er naast lithische werktuigen ook nog
botten van een typisch glaciale fauna aangetroffen (Midden-Weichsel). De lithische industrie wordt
gekenmerkt door het tegelijkertijd aanwezig zijn van de Levallois-producten en Quina-werktuigen.
De macro-faunaresten van de WFL-Site bestaan uit botten en kiezen van paard, wolharige neushoorn,
rendier, bison en mammoet. Maar, er werden ook botten van de holenleeuw en de holenhyena aangetroffen.
Zelfs het hol van een dergelijke hyena was aanwezig. Deze site werd bewoond gedurende een periode van de
laatste ijstijd waarin het klimaat vrij gunstig was. Dat bewijzen de resten van de das, de mol en de kikker
die ook op deze site opgegraven konden worden.
Het wordt stilaan duidelijk, dat de Neanderthaler in onze streken enkel maar aanwezig was in de meest
"warme" fasen van de ijstijd, maar toch was hij ook in de koele fasen van de tussenijstijd aanwezig.
De Neanderthaler ging vrijwel dagelijks op jacht naar de grote zoogdieren, die in kuddes door het landschap
trokken. Die dieren waren enkel maar in de fasen met een steppe-klimaat aanwezig, dus wanneer het relatief koel
was, maar niet echt koud.
De precieze invloed die de omgevingsfactoren zoals het paleomilieu en de beschikbaarheid van vuursteen
(silex) op de lithische assemblages uitoefenden, zal nog verder ge�valueerd moeten worden.
Maar, het wordt langzaamaan duidelijk, dat niet-culturele factoren een zeer grote,
zoniet bepalende rol hebben gespeeld. We denken te kunnen stellen, dat de Neanderthaler niet enkel door
migratie, maar ook op een instrumentele (technologische) manier wist te reageren op het oscillerende klimaat.