Wie zijn toch die "Neanderthalers"? |
Toen in 1998 de opgravingen te Veldwezelt-Hezerwater van start gingen, wisten we eigenlijk niet goed wat we moesten verwachten.
Het archeologisch onderzoek te Veldwezelt-Hezerwater was het eerste grote opgravingsproject van een Neanderthalersite in Vlaanderen en ��n van de
eerste in situ Neanderthaleropgravingen in openlucht in Belgi�. Natuurlijk waren er in Frankrijk en Duitsland al enkele pogingen
ondernomen om Neanderthalerkampementen grootschalig op te graven en wie kent niet de beroemde grotsites in Walloni�? In feite
was het onderzoek naar onze oudste voorouders al 200 jaar bezig. Hier geven we kort een overzicht van het wetenschappelijk
onderzoekskader waarbinnen het Veldwezelt-Hezerwater onderzoeksproject gevoerd werd.
1823: Goat's Hole, Wales: Rev. William Buckland ontdekt het post-craniale skelet van een Homo sapiens. Dit was het eerste menselijke fossiel, dat ooit ontdekt werd.
1830: Engis Grot, Belgi�: Phillipe-Charles Schmerling ontdekt de schedel van een 3 jaar oud Neanderthal-kind.
1835: Charles Lyell: Legt de grondslagen van de moderne Geologie.
1848: Forbes Quarry, Gibraltar: Ontdekking van een schedel van een Neanderthaler.
1853: St. Acheul, Frankrijk: Ontdekking van stenen vuistbijlen in associatie met beenderen van uitgestorven dieren.
1856: Feldhofer Grot, Neanderthal, Duitsland: Ontdekking skelet.
1859: "On the Origin of the Species" door Charles Darwin: Ook parallel onderzoek door Alfred Russel Wallace.
1864: De soort "Homo neanderthalensis" wordt gedefinieerd door William King.
1866: Trou de La Naulette, Belgi�: Edouard Dupont ontdekte beenderen van de Neanderthaler in associatie met beenderen van uitgestorven dieren.
1867: Gabriel de Mortillet: Maakt een onderverdeling van het Paleolithicum - Acheuleaan, Mousteriaan, Aurignaciaan, Perigordiaan, Solutreaan en Magdaleniaan.
1868: Cro-Magnon Grot, Dordogne, France: Ontdekking van 6 Homo sapiens skeletten. In associatie met de resten van deze "anatomisch modern mensen" werden er Aurignaciaan werktuigen gevonden en rendier-geweien.
1886: Spy Grot, Belgi�: Marcel de Puydt en Max Lohest ontdekken twee bijna volledige Neanderthal-skeletten in associatie met Mousteriaan werktuigen.
1891: Trinil, Java, Indonesi�: Eug�ne Dubois ontdekt de "Java Mens"; de eerste "Homo erectus", toen "Pithecanthropus" genoemd.
1907: Mauer, Heidelberg, Duitsland: Ontdekking van de "Homo heidelbergensis".
1908: Le Moustier en La Chapelle-aux-Saints, Frankrijk: Ontdekking van begraven Neanderthal-skeletten.
1909: Penck en Br�ckner: Vier ijstijden.
1909: La Ferrassie, Dordogne, Frankrijk: Ontdekking van twee Neanderthal-skeletten.
1910: La Quina, Frankrijk: Ontdekking van twee Neanderthal-skeletten in associatie met Quina werktuigen.
1911-1913: Artikel van Marcellin Boule: Zijn interpretatie van de Neanderthal-vondsten van La Chapelle (Annales de Pal�ontologie) maakten van de Neanderthaler een zeer primitief schepsel.
1924: Taung Grot, Zuid-Afrika: Raymond Dart vond de resten van de eerste "Australopithecus" (Australopithecus africanus).
1927: Choukoutien (Zhoukodien), Bejing, China: Davidson Black ontdekt de resten van Sinanthropus pekinensis ("Peking Mens"), nu ge�nterpreteerd als een Homo erectus van ongeveer 300.000 BP.
1930: Carmel Berg, Israel: Dorothy Garrod ontdekte de resten van Neanderthalers en vroege "moderne" mensen.
1939: Carleton Coon publiceert "The Races of Europe": Hij toont aan, dat de "Oude Man van La Chapelle", indien geschoren, met een hemd, een das en een hoed, sterk op een "moderne" mens lijkt.
1947: Franz Weidenreich ontwikkelt de "Multiregional Theory".
1952: "Neanderthaler" of "Neandertaler"?: Nieuwe Duitse spelling.
1953-1957: The "Shanidar Flower People", Irak: Ralph Solecki ontdekt er 9 Neanderthal-skeletten.
1960: F. Clark Howell: stelt dat er slechts 2 genera (geslachten) hominiden bestaan: "Australopithecus" and "Homo".
1962: C. Loring Brace IV publiceert "Refocusing on the Neanderthal Problem". Hij stelt, dat de overgang van Midden- naar Jong-Paleolithicum gradueel is verlopen. Hij is dus voor de "Continuity Theory" en tegen de "Replacement Theory" van de "moderne" mens.
1965-1980: Jebel Qafzeh, Isra�l: Nieuwe opgravingen en vondsten door Bernard Vandermeersch die stelt, dat de skeletten van Skhul en Qafzeh geen Neanderthalers zijn, maar wel "Proto-Cro-Magnons".
1971: Milford Wolpoff en David Brose: stellen dat de Neanderthalers tot "moderne" mensen ge�volueerd zijn ("Multiregional Evolution" of "The Michigan School").
1974: Christopher Stringer: "Neanderthals were too different to be human ancestors".
1976: Fred Smith: "The Krapina Neanderthals were our direct ancestors".
1976: G�nter Br�uer presenteert de "Out of Africa Theory".
1979: Saint C�saire, Frankrijk: Ontdekking van de Neanderthal-begraving met Chatelperroniaan (36.000 BP).
1980: Maastricht-Belv�d�re: start van het geologisch en archeologisch onderzoek.
1987: "Mitochondrial Eve" Hypothesis: een recente "Out of Africa" ongeveer 100.000 jaar geleden op basis van mtDNA.
1987: Nieuwe dateringen uit de Levant: de Neanderthal niveaus te Kebara zijn ca. 60.000 jaar BP en de niveaus van de "moderne" mens te Skhul en te Qafzeh zijn respectievelijk 80.000 en 90.000 jaar BP.
1991: Nieuwe Electron Spin Resonance (ESR) dateringen uit de Levant: de Tabun Neanderthalers zijn even oud als de "moderne" mensen van Skhul en Qafzeh, dus ongeveer 85.000 jaar BP.
1995: Veldwezelt-Hezerwater: start van het geologisch en archeologisch onderzoek in leemgroeve "Vandersanden".
1997: Onderzoek van het DNA van de Neanderthaler uit de Feldhofer Grot.
1998: Veldwezelt-Hezerwater: eerste grote opgravingscampagne.
1999: Het Lagar Velho Kind, Portugal: Jo�o Zilh�o en Erik Trinkaus ontdekken het graf jongen die 24.500 jaar geleden daar begraven werd.
2000: Veldwezelt-Hezerwater: "Millennium Excavation"
2002: "Out of Africa Again and Again": Alan Templeton publiceert data die de "Replacement Theory" tegenspreken en bewijs leveren voor "genetic interchange" of "interbreeding" tussen de "verschillende" menselijke populaties gedurende de laatste 1,7 myr.
2003: Veldwezelt-Hezerwater: zesde en laatste opgravingscampagne op de Neanderthalersites te Veldwezelt-Hezerwater.
3.1. Inleiding
Het eerste Neanderthaler-fossiel werd reeds in 1829 te Engis nabij Luik door P.C. Schmerling opgegraven, maar pas vele jaren later als dusdanig "herkend". In 1856 werd te Neanderthal ook een fossiel ontdekt. Maar ook dit fossiel werd pas in 1864 als "Homo Neanderthalensis" beschreven, dus vijf jaar na de publicatie van het werk van Charles Darwin over de "Evolutietheorie". Enkele jaren later, in 1892, werd een Aziatische oudere voorouder van de mens gevonden, Homo erectus. Het is pas na de ontdekking van "Lucy" (Australopithecus) in 1978 in Ethiopi�, dat de zoektocht naar de eerste voorouders zich op Afrika concentreerde.
3.2. Australopithecus
Het genus Australopithecus werd voor het eerst opgericht in 1925 door Raymond Dart (Johannesburg, Zuid-Afrika) en dit aan de hand van het zogenaamde "Kind van Taung" (Australopithecus africanus). De naam "Australopithecus" werd hier dan ook van afgeleid: "Aap uit het Zuiden". Deze vondst werd gedateerd op ongeveer 2 miljoen jaar. De ontdekking van het "Kind van Taung" was uiterst belangrijk aangezien het de eerste aanduiding was, dat de evolutie van de mens gekenmerkt werd door een transitie van een arboreale locomotie naar een bipedale, terrestrische locomotie, die de vergroting van het hersenvolume voorafging, vermits het hersenvolume van A. africanus vergelijkbaar is met dat van Pan troglodytes, de chimpansee. Een grote stap verder werd gezet door de vondst van een tamelijk volledig skelet in Hadar (Awash vallei, Ethiopi�) door het team van D. Johanson in 1975. Dit omvat een fossiel dat nog meer aapachtig leek dan de reeds gekende A. africanus, en werd gedateerd op 3,6 tot 2,6 miljoen jaar. Dit was de fameuze ontdekking van "Lucy". Met deze vondst verschoof eveneens de oorsprong van de mensachtigen van Zuid-Afrika naar Oost-Afrika. Gedurende de daaropvolgende jaren werden talrijke fossielen opgegraven, die vaak als nieuwe "soorten" beschreven werden.
3.3. Homo sapiens
Het genus Homo werd reeds in 1758 door Carolus Linnaeus beschreven, met het type-species Homo sapiens of de huidige mens. In de loop van de geschiedenis van de studie van hominide fossielen zijn er talrijke discussies geweest omtrent de afbakening van het genus Homo. Op basis van de recente vondsten lijkt bipedie geen goed kenmerk te zijn om Homo te gaan kenmerken, aangezien de voorlopers van de mens, de Australopitheken, reeds deze adaptatie vertonen. Een kenmerk dat nog enigszins houdbaar is, is de productie en het gebruik van stenen werktuigen. Probleem is het ondubbelzinnig kunnen toewijzen van werktuigen aan een bepaalde hominide, waarbij er verschillende soorten rond 2 miljoen jaar geleden in Oost-Afrika voorkwamen. Australopithecus zou ook reeds werktuigen vervaardigd hebben.
Het aantal soorten Homo die door anthropologen worden herkend, kan tegenwoordig sterk vari�ren. In een overzicht van Wood en Collard uit 1999 werden de volgende soorten erkend: H. ergaster, H. erectus, H. habilis, H. heidelbergensis, H. neanderthalensis, H. rudolfensis, en H. sapiens. Echter, H. rudolfensis wordt nu ook beschouwd als Kenyanthropus rudolfensis. Verder werd een soort die in 1997 beschreven werd, H. antecessor, niet in deze lijst opgenomen. Zeer recentelijk werd de revolutionaire hypothese gesuggereerd, dat Homo habilis beter zou geplaatst worden binnen het genus Australopithecus. Daarnaast zijn er ook heel wat anthropologen die enkel maar Homo sapiens erkennen.
3.4. Homo Neanderthalensis versus Homo sapiens neanderthalensis
De "Neanderthaler" was de eerste fossiele mens die ooit werd ontdekt. In 1856 werden in de Neander-vallei van de D�ssel-rivier te Mettmann dichtbij D�sseldorf (Duitsland) menselijke beenderen ontdekt in een grot (Feldhofer Grotte). Hierbij kon een schedeldak en enkele beenderen van armen en benen worden opgegraven. Algemeen kan de Neanderthaler worden beschouwd als een robuuste, stevig gespierde mens met een relatief korte gestalte (1.65 m). Het lichaamsgewicht wordt geschat op 70 kg voor mannelijke individuen en 55 kg voor vrouwelijke individuen. Het schedeldak dat werd gevonden in Neanderthal vertoonde opvallende wenkbrauwbogen (supra-orbitale torus) en een laag voorhoofd. Vergeleken met de schedel van de huidige mens is de neusopening bij de Neanderthaler groter. Vermoedelijk had de Neanderthaler dus een opvallend grote neus. Verrassend is het hersenvolume van de Neanderthaler ongeveer 100 cc groter dan het gemiddelde van de moderne mens (1450 cc). Bepaalde specificaties van de larynx daarentegen duiden specifiek op een zekere verbale capaciteit. De tanden zijn iets groter bij H. neanderthalensis, vooral de incisivi zijn iets groter, wat vermoedelijk in verband staat met het gebruik van de snijtanden als werktuig. Een kinuitsteeksel is bij de Neanderthaler afwezig. De geringe morfologische verschillen tussen de Neanderthalers en de moderne mens zijn vergelijkbaar met deze tussen twee subspecies binnen ��nzelfde soort voor andere zoogdieren. Vandaar dat sommige onderzoekers de Neanderthalers als het subspecies H. sapiens neanderthalensis beschouwen.
De Neanderthaler is ontstaan uit de zogenaamde Homo heidelbergensis. Neanderthalers kenden tussen 250.000 en 25.000 jaar geleden een verspreiding in het merendeel van Europa, een deel van Azi� en het Midden Oosten en leefden in kleine, mobiele groepen van jagers. Ze maakten uitvoerig gebruik van stenen werktuigen, waarbij ze speciale technieken gebruikten zoals de Levallois techniek (speciale preparatie van een steenkern). Naast het gebruik van stenen werktuigen waren ook de voorste tanden bij de Neanderthaler een veel gebruikt werktuig. Slijtagepatronen bevestigen dit, waarbij wordt vermoed, dat ze die voornamelijk gebruikten voor het zacht maken van dierenhuiden. Een complexe sociale structuur binnen de Neanderthal-groepen toont aan dat ze zorg droegen voor zieke, oude of gewonde individuen. Dit kon worden afgeleid aan de pathologie van geheelde breuken bij fossielen, wat impliceerde dat gewonde individuen verzorgd werden. Doden werden ook begraven, waarbij er bloemen werden geplaatst rondom afgestorvenen die werden begraven. Ook werden er beenderen van bisons en andere dieren in het graf geplaatst. Tenslotte werden er skeletten gevonden die in foetushouding lagen.
3.5. Multiregionalism versus Out-of-Africa
3.5.1. Multiregionalism
In 1939 baseerde Weidenreich zich op de vaststelling, dat de skeletale morfologie van de huidige geografische rassen afleidbaar was van de overeenkomstige populaties van de "Archa�sche" Homo sapiens en zelfs van H. erectus, om zo tot de "Hypothese van Regionale Continu�teit" te komen. Deze hypothese werd later opnieuw geformuleerd door M. Wolpoff (The Michigan School) en Thorne wat aanleiding gaf tot het ontstaan van de hypothese van de "Multiregionale Evolutie". Hier wordt de transitie van Homo erectus naar de "Moderne" H. sapiens gezien als een evenwicht tussen enerzijds het behoud van regionaal gebonden anatomische kenmerken (als gevolg van gedeeltelijke geografische isolatie van de populaties) en anderzijds het behoud van een genetisch samenhangend netwerk tussen de populaties, verspreid over de Oude Wereld, waartussen "gene-flow" een zeer belangrijke rol speelde. Aangezien volgens de Multiregionale theorie de evolutie van Homo erectus naar de "Moderne" Mens als een evolutief continu�m gezien wordt, is het moeilijk om een duidelijke lijn te trekken tussen deze "soorten" of ondersoorten. Volgens de Multiregionale theorie mag men cladistisch gezien niet van twee "soorten" spreken. Vandaar dat deze theorie suggereert dat H. erectus en H. sapiens (en alles ertussen) synoniemen zijn van ��nzelfde soort.
3.5.2. Out-of-Africa
In de jaren 1960 claimde L. Leakey, dat de Homo ergaster (= de "Afrikaanse Homo erectus") de echte voorouder van de "Moderne" Homo sapiens was. Volgens Leakey was de Aziatische H. erectus een doodlopende evolutielijn. Een verdere uitbouw van deze idee�n resulteerde in de hypothese die veronderstelt, dat de "Archa�sche" Homo sapiens, inclusief de Neanderthalers, vervangen zijn geworden door de migratiegolf van "Moderne" H. sapiens, die uit Afrika afkomstig was. Deze theorie werd geformuleerd door Chris Stringer en wordt de "Out-of-Africa" theorie genoemd. Binnen deze theorie wordt er geen interbreeding tussen "Archa�sche" en "Moderne" H. sapiens aanvaard. Algemeen wordt er dus door de Out-of-Africa theorie gesteld, dat de hominiden zich in twee grote migratiegolven, nl. deze van Homo erectus (Out-of-Africa 1) en deze van de "Moderne" H. sapiens (Out-of-Africa 2) vanuit het Afrikaanse continent over de wereld verspreid zouden hebben, waarbij alle hominiden die afstamden van de eerste Out-of-Africa, ten laatste rond 40.000 jaar geleden, wereldwijd uitgestorven zouden zijn. Het Multiregionalisme erkent enkel de eerste Out-of-Africa, die verantwoordelijk zou zijn voor het ontstaan van alle latere subsoorten, die zich trouwens continu met elkaar vermengden (gene flow). De recente gegevens afkomstig uit het onderzoek van het mitochondriaal DNA (mtDNA) lijken op het eerste zicht de "Out-of-Africa" theorie te ondersteunen. Dit is echter niet het geval, aangezien zowel de "Out-of-Africa" als de "Multiregionale" theorie een Afrikaanse oorsprong suggereren. Het grote verschil is echter of er al dan niet "interbreeding" was en ook het tijdsstip wanneer de gemeenschappelijke voorouder van de verschillende "moderne" populaties dient te worden gesitueerd. Volgens de "Out-of-Africa" theorie ongeveer 200 000 jaar geleden (nl. met de "Moderne" H. sapiens), volgens de "Multiregionale" theorie ongeveer 2 miljoen jaar geleden (nl. met H. erectus).
3.6. De Neanderthaler-sites te Veldwezelt-Hezerwater
Het Laboratorium voor Prehistorie aan de KULeuven organiseerde onder leiding van Patrick Bringmans (archeoloog) de zes voorbije zomers een zestal archeologische opgravings-campagnes in leemgroeve "Vandersanden" te Veldwezelt-Hezerwater (Gemeente Lanaken, Maasland). De opgravingen werden uitgevoerd in nauwe samenwerking met o.a. het Provinciaal Gallo-Romeins Museum te Tongeren en het Instituut voor het Archeologisch Patrimonium (I.A.P.) van de Vlaamse Gemeenschap. De succesvolle opgravingen die te Veldwezelt-Hezerwater georganiseerd werden, leverden de voorbije jaren archeologische resten op van vermoedelijk tenminste vier jachtkampen van de Neanderthaler die op verschillende momenten gedurende het Laat-Pleistoceen bewoond werden (50.000, 58.000 & 85.000 jaar oud). Een vijfde Neanderthalersite, die in de Hezerwater vallei opgegraven werd, moet ge�nterpreteerd worden als een openlucht vuursteenextractie-site (133.000 jaar oud).
De archeologische resten bestaan vooral uit de stenen werktuigen (o.a. Levallois- & Quina- techniek) die de Neanderthaler te Veldwezelt-Hezerwater achtergelaten heeft. Verder werd er ook heel wat houtskool aangetroffen, dat als het restant van de kampvuren van de Neanderthaler ge�nterpreteerd moet worden. Tenslotte konden er ook een heel aantal beenderen van dieren opgegraven worden, die waarschijnlijk als jachtbuit door de Neanderthaler op de sites binnengebracht werden. Deze macro-faunaresten bestaan uit botten en kiezen van paard, wolharige neushoorn, rendier, bizon en mammoet. Maar, er werden ook botten van de holenleeuw en de holenhyena aangetroffen. Zelfs het hol van een dergelijke hyena was aanwezig. Het klimaat moet vrij gunstig geweest zijn, dat bewijzen de resten van de das, de mol en de kikker. Het wordt stilaan duidelijk, dat de Neanderthaler in onze streken enkel maar aanwezig was in de meest "warme" fasen van de ijstijd en de koelste fasen van de tussenijstijd. Meestal neemt men aan de Neanderthaler niet in de interglaciale bossen van Noordwest Europa kon overleven, vermits daar te weinig jachtbuit aanwezig was (enkel kleine, solitaire dieren). Toch was de Neanderthaler ook in de koelere fasen van de tussenijstijd in onze streken aanwezig. De Neanderthaler ging dagelijks op jacht met houten werpsperen naar de grote zoogdieren (o.a. paard & bizon), die in grote kuddes door het steppelandschap trokken.
E�n van de nieuwe inzichten die verworven werden door het unieke onderzoek te Veldwezelt-Hezerwater was dat de Neanderthaler
te Veldwezelt-Hezerwater een zeer "moderne" mens was. Met andere woorden, zijn gedrag was een vorm van "modern" gedrag die
voorheen aan de Homo sapiens sapiens werd toegeschreven. Modern gedrag uit zich te Veldwezelt-Hezerwater eerst en vooral
door de aanwezigheid van de "klingen" (langwerpige stenen messen) in het oudste niveau (133.000 jaar oud). Klingen die voordien altijd met de Homo sapiens sapiens
geassocieerd werden, kunnen nu met zekerheid ook met de Neanderthaler verbonden worden. Dit is slechts ��n van de nieuwe inzichten, maar
er zijn er meer. Zo zijn er ook aanwijzingen voor het veelvuldig gebruik van hout en voor schachting (monteren van stenen werktuigen op
houten handvatten). Om kort te gaan, het beeld wat de opgravingen te Veldwezelt-Hezerwater van de Neanderthaler opleverde,
was het beeld van een zeer "moderne" mens die in niets moest onderdoen voor de latere Homo sapiens sapiens.
Het onderzoek is nog volop bezig en de uitwerking van de data en het archeologisch materiaal vordert gestaag. Van zodra er zich nieuwe
ontwikkelingen voordoen zullen we deze natuurlijk hier melden.
Tekst door:
Drs. Patrick M.M.A. Bringmans
Laboratorium voor Prehistorie
Redingenstraat 16
B-3000 Leuven
| Home |