| BERICHT VAN CUBA NETTY LE BLANC - NOVEMBER 2001 |
| Cuba: de ultieme cocktail (3) |
![]() |
| Naar Costa Rica |
| Met een boog komen we terug in het dorp. Dorstig en hongerig lopen we een plaatselijk monument binnen: Restaurante La Casa de Ton Tomas. Heel schilderachtig, dit oudste koloniale pand van Vi�ales, met voor en achter een terras en tuin. Ook hier bussen met toeristen. Maar wat jammer van het eten! Ook dit blijkt een staatsrestaurant, je kan het niet altijd aan de buitenkant zien. Aan de rand van het dorp ligt de heksentuin, zoals wij hem oneerbiedig noemen. De oudste, een rimpelig zwart besje met een dikke sigaar, is lang geleden met de tuin begonnen. Ze heeft allerlei planten en bomen verzameld; inheemse, maar ook uit andere landstreken. De middelste, een kettingrookster, geeft ons een rondleiding. Over iedere plant weet ze wel iets te vertellen: geneeskrachtig, gebruik in de parfummakerij, eetbaar (lekker of vies). Ze geeft ons stukjes om te proeven of om aan te ruiken, en wat zaad van een flamoyantboom. De jongste laat ons fruit uit de tuin proeven. Leuk dat we deze tuin gezien hebben, de botanische tuin in Havana gaat waarschijnlijk niet meer lukken. Hoe moet dat nou met mijn verzameling botanische tuinen? Zaterdagochtend, de dame van de busmaatschappij informeert ons dat een taxi ons kan vervoeren voor dezelfde prijs als die van de bus. En dan ook nog eens rechtstreeks naar ons hotel. Daar hoeven we niet lang over na te denken. Na twee�nhalf uur worden we afgezet voor de deur van ons hotel in Havana. Het is nog vroeg, we gaan de stad in. We lopen, lopen, lopen. Er moet nog een kameel op de foto (zie Alles op wielen), de Chinese wijk staat op ons lijstje, Habana Vieja hebben we nog niet erg uitgebreid verkend, kortom, aan het eind van de dag zijn we hondsmoe. Een mojito op een terras en dan ergens eten. Wijs geworden zoeken we een sfeervol particulier restaurant uit. En inderdaad, het eten is er heerlijk. Habana Vieja is autovrij, dus daar kan je normaal ademhalen. Toch is er iets vreemds aan de hand. Als het net donker is, verbreidt zich een zware lucht over de stad. De stank van trabanten die lopen op steenkool. Dan is er nog maar een verklaring mogelijk: het is de fabriek die bij de haven zijn hoge schoorstenen de lucht in steekt. Een rafinaderij waarschijnlijk, want Cuba bewerkt zelf ge�mporteerde ruwe olie. Dat adembenemende raadsel is opgelost. We kunnen naar huis. Zondag, voor het krieken van de dag, een busje verzorgt de transfer van hotel naar de aeropuerto. Om zeven uur zal onze vlucht vertrekken, maar tegenwoordig moet je drie(!) uur van tevoren op het vliegveld aanwezig zijn. Om zes uur begint pas het inchecken voor Costa Rica. De vlucht blijkt te gaan via Guatemala, dus dubbel zo lang als op de heenreis. Onze offici�le plaatsen zijn helemaal achterin, bij het toilet. Na de landing in Guatemala City wordt het ons duidelijk waarom onze plaatsen op de heenreis bezet waren. Alle reizigers die doorreizen naar Costa Rica zoeken een beter plekje. Wij ook. Bij de nooduitgang. Met beenruimte. Het is duidelijk dat de stoelendans nogmaals plaatsvindt in San Jos�, vanwaar het vliegtuig doorvliegt naar Cuba. Weer thuis (goh, wat stinken de Costaricaanse auto�s minder dan ik me herinner). Bijna verdoofd door alle indrukken. Een week is veel te kort, we hebben nog zoveel niet gezien. Het meest aantrekkelijke van Cuba is toch wel dat het �nders is. Dat komt grotendeels door zijn recente geschiedenis. Het land heeft de laatste veertig jaar in een soort tijdcapsule gezeten, daardoor heeft het nog iets puurs, het is gespaard gebleven voor verwoestend consumentisme, voor ongebreidelde modernisering. Cuba is de ultieme cocktail: van Europa, Afrika en de Cariben, van communisme en kapitalisme, latino levensvreugde en oostblok rechtlijnigheid, solidariteit en eigenbelang, blank en zwart, armoede en rijkdom, katholicisme en yoruba (Afrikaanse religie), traditie en het moderne leven. Nog wel... |