| Niek en Mariola -op reis- | |||||||||||||||||||||
| Nullarbor | 5-5-2003 t/m 8-5-2003 | Lees Perth, Eyre Peninsula of andere reisverslagen... | |||||||||||||||||||
| Nullarbor is afgeleid van het Latijn: Nullus Arbor= Geen Bomen. De vlakte is kaal, er is dus geen schaduw en dat zorgt ervoor dat de temperaturen buiten oplopen tot over de 40 graden celsius. Niet de beste tijd om te reizen dus. De aboriginalnaam is Oondiri, 'the waterless'; er valt maar 20 cm regen per jaar. Dat betekent dat je dus zelf veel water moet meenemen, omdat al het drinkwater schaars regenwater is. Daarnaast is er 'borewater' grondwater, wat je wel goed moet koken en filteren voordat je dat kan drinken. De afstand tussen Ceduna en Eucla (de grens SA/WA) is 482 km en van Eucla naar Perth is 1426 km. Maar volgens de aussies zelf begint de outback al vanaf Port Augusta. Als je dit stuk aflegt, rijd je langs de langste lijn zeekliffen, namelijk Great Australian Bight, waar in juni tot oktober Walvissen te zien zijn, die daar komen jongen. Een groot deel van dit gebied in South Australie behoort aan de Aboriginals, om af te wijken van de snelweg moet je een permit halen bij een van de roadhouses. Roadhouses zijn in dit uitgestrekte gebied het enige teken van leven, waar je brandstof kan halen voor jezelf, en voor je auto. Uiteraard liggen de prijzen een stuk hoger! Maandag is wasdag en boodschappendag, oftewel ons voorbereiden op de rit door de woestijn. We plannen de route in afstanden, lopen de provianddoos na, en rekenen na of 16 liter water genoeg is. We proberen een nieuwe reserveband aan te schaffen, maar ze hebben onze maat niet, en de garage kan niet verklaren waarom de motor zo'n gek geluid maakt als je hem na een rit afzet. Het weer is prachtig, dus de was droogt snel aan de waslijnen. Bij de Parkoffice halen we info over bushcamping, wanneer je permits nodig hebt en hoeveel water voldoende is. Verder krijgen we het advies niet bij zonsondergang en -opgang te rijden, en liever ook niet 's nachts, omdat je dan kans hebt 'to hit' kangaroes of wombats. Verder legt ze uit dat dingo's echt wilde honden zijn, en dat je ze dus niet moet benaderen. Eind van de dag lopen we naar de biblio, om een mail te versturen dat we op weg gaan, en even niet bereikbaar zijn. De bieb is dicht op maandag, en als we terug zijn in Ceduna is het infocenter (heeft een internetterminal) al dicht. Bij de camping weten ze echter dat in het plaatsje Thevenard de IGA (supermarktketen) ook een internetterminal heeft en tot 20 uur open is. OK, dan eten we fish & chips in Thevenard, de auto geparkeerd op een klif zodat we de zonsondergang kunnen bewonderen, en daarna gaan we naar de IGA om mail te versturen. De auto zat vast in het zand dus het duurde even voordat we weer op de weg waren. Bijna gestrand nog voordat we in de woestijn waren! Dinsdag is het snel inpakken, tanken bij de Shell voor 92.9 ct, ruiten wassen, wieldoppen schoonvegen en de bandenspanning controleren. En dan zijn we onderweg. De weg is lang en smal, en het wordt warm. Als we in Yalata zijn (aboriginal land), minderen we vaart vanwege de bordjes 'roadwork' en zien voor ons op de weg een enorme wedge tail eagle op een homp vlees zitten. Hij stijgt langzaam op, vliegt rechts over de weg omhoog. Gelukkig maar dat we al afremden, anders zat hij in de voorruit! Bij Yalata roadhouse houden we een eerste pauze. Hier zien we al veel aboriginals, ze rijden in afgeragde wagens, en zijn niet bijster charmant gekleed. Bij het doorrijden komen we een apart verkeersbord tegen (FOTO), dat ons waarschuwt voor kangaroes, wombats en kamelen. Dat klinkt absurd, maar we zien er na een uur een liggen langs de kant van de weg, geveld door een roadtrain (hoge vrachtwagens bestaande uit drie of meer aanhangers). Kamelen zijn geintroduceerd door de Europeanen, die ze gebruikten om de woestijn mee te verkennen. Nu leven ze in het wild. Je zou zeggen dat je een overstekende kameel toch niet over het hoofd ziet...maar later horen we in een ander roadhouse het verhaal van een vrouw die in een sedan een kameel aanreed, met als gevolg dat alle ruiten er uit lagen en het dak gesandwicht was. Zijzelf was ongedeerd, gelukkig. Een truckie heeft op zijn rug liggend het dak weer omhoog gestampt, plastic gespannen en zo is ze weer verdergereden. Wij stoppen onderweg bij de 'head of bight', waar een uitzichtplatform is gebouwd om de walvissen te aanschouwen. Helaas is het nog een maand te vroeg, maar het uitzicht is er niet minder om (FOTO). Er is maar een nadeel; zodra je uit je auto stapt, wordt je aangevallen door vliegen, die om je heen zoemen, en bij voorkeur op je gezicht gaan zitten, al dan niet op je oog, in je neus of mondhoek. (FOTO) Wapperen, wapperen en nog eens wapperen. Doorgereden naar Nullarbor Raodhouse om te tanken, onderweg passeerden we tot onze verrassing een dingo. We maken nog een stop bij een look-out point en rijden dan door naar Border Vilage, de grens van South Aus. met West Aus. Moe maar tevreden stappen we het motel annex roadhouse daar uit en slaan de deuren dicht. Beetje jammer dat Mariola de sleutels in het contact liet zitten.... Binnen vragen we om een budgetkamer, of een plaats om de tent op te zetten. Dat laatste is er niet, geen gras, alleen maar stenen. Juist ja. En of iemand ervaring heeft met het openbreken van auto's anders moeten we de plaatselijke wegenwacht bellen. De barman komt helpen, en met stuk linttouw dat hij in de portier krijgt weet hij het hendeltje omhoog te trekken. Goh, gaat dat zo makkelijk...gelukkig hebben we ook een stuurslot. Opgelucht rijden we Carrie naar de kamer, die eenvoudig is, met bed en kast en waterkoker, maar voldoende. Douchen kost weer 2 dollar voor 10 minuten dus dat doen we vandaag maar niet. We maken heet water klaar om op de instantnoedels te gieten die we opsmikkelen, en gaan nog even naar de bar cider en bier drinken, en barmanverhalen aanhoren. Hij heeft op alles geschoten waar je hier maar op kan schieten, en dingo's zijn favouriet omdat 'die je het leven zuur maken door alles te jatten'. Kangaroes schiet je om te eten en konijnen omdat je daar voor betaald wordt (worden als pest gezien door de boeren, de beestjes zijn geintroduceerd door de europeanen en vreten alles kaal). Kortom, na een enerverende avond gaan we slapen, om vroeg op te staan. We moeten langs de controle, omdat je van alles niet mag invoeren, met name fruit en groente omdat ze bang zijn dat het pestvrije WA geinfecteerd wordt met ongedierte zoals fruitvliegjes. De controle kost ons de bananen en de honing (gvd, waarom zijn we zo eerlijk; en waarom pakt zij twee bananen en een half kartonnetje heerlijke creamy honing af), en we zeggen niks over de gedroogde abrikozen in het dashboardkastje...In de haast zijn we vergeten de grensovergang op de foto te zetten, evenals de enorm glasfyberkangaroo bij het motel. En we vergeten een stop te maken in Eucla, waar nog een telegraafstation stond. Nuja. We wisselen het rijden om de twee uur af, zodat we flinke stukken kunnen maken. Onderweg zien we erg veel roadkills, aangereden kangaroos. Meestal liggen ze langs de kant van de weg, soms belegerd door zwarte kraaien, soms liggen ze nog op de weg en moet je erom heen rijden. Gelukkig rijdt er in tijden niks achter je (of voor je) dus je kan makkelijk even op de andere weghelft gaan rijden. Als je een tegenligger hebt is het dus uitgebreid zwaaien. En we komen weer Wedgetails tegen, zittend op een rauwe kangaroo biefstuk. Die beesten nemen hier de functie van de gier over. Ze vliegen nu wel op als we naderen en gaan in een boom zittem, die zo kaal is dat wij hen rustig kunnen bekijken. Het zijn mooie vogels hoor, imposant. Rond het middaguur wordt het warm in de auto, en we doen af en toe de airco aan. We tanken lunch en petrol bij een roadhouse en kopen een bandje met Bryan Adams voor $16, ietwat veel, maar op de radio is niks te ontvangen voorlopig. We komen een fietser tegen (die is gek!) en als een roadtrain ons passeert draaien we snel de raampjes dicht om de luchtdrukverplaatsing op te vangen. Kortom, het is een lange saaie rit. Het draagt er ook niet aan bij dat de radio er weer spontaan mee ophield, zodat we ons nieuwe bandje niet kunnen beluisteren. De nullarbor heeft nog een langste stuk rechte weg ter wereld, van 145 km, van Caiguna naar Balladonia. Rechtste stuk van bovenaf gezien dan, want de weg hobbelt nog best. De plaatsnamen onderweg stellen trouwens niks voor, het zijn alleen maar Roadhouses. We zijn inmiddels de tijd kwijt; bij Border Village was de klok drie kwartier terug gedraaid, en in Balladonia nog eens drie kwartier. Het totale tijdsverschil met WA is dus anderhalf uur en met Victoria etc twee uur. Maar we weten niet hoe laat de zon morgen opgaat...Wat we nog meer kwijt zijn geraakt is 150 dollar, omdat Niek wordt aangehouden door de politie die beweert dat hij 134 km p/u reed, en je mag maar 110. Deze snelheid werd op de radar geklokt, tot grote verbazing van Niek, die beweert juist op DAT moment NIET te hard gereden te hebben... Bugger! Balladonia is de eennalaatste stop voor Norseman, en daar moeten we een keuze maken naar de zuidkust (Esparance) of door de goudvelden (Kalgoorlie-Boulder) te rijden. Redelijk warm en moe komen we in Norseman aan, en hebben de laatste cabin op de camping, met twee eenpersoonsbedden. Achja, dat is weer eens wat anders. Mariola gaat gelijk douchen, en daarna gaan we in de zon uitrusten, vanilla coke drinken en bedenken waar we morgen heenrijden. We bezoeken het infocenter voor folders etc. over West Australie, en krijgen daar een certificaat voor het afrijden van de Eyre Peninisula Highway, doen boodschappen (brood!melk!) en sturen een kaartje naar Jaap, de man die ons in Lilydale zo goed hielp met de auto, om te laten zien wat Carrrie nu kan met de motor. Niek maakt het eten klaar (aardappelpuree en casselerole) en we gaan om 22 uur SA tijd en 20 uur WA tijd slapen. Donderdag hebben we het gebruikelijk ritueel van eten en inpakken, tanken en om 8 uur rijden we richting Kalgoorlie; we willen goud zien! Flink stomen, maar binnen de snelheidslimiet deze keer en om 10 uur zijn we in Boulder. Het eerste wat opvalt is dat er nu veel aboriginals in het straatbeeld zijn. Logisch want het midden van Australie is hun leefgebied, samen met Noordelijke stukken. De info is nog niet eens open, maar een dame die er werkt (en nu wacht) legt ons al uit waar wat is, met behulp van de kaart die we gisteren hebben opgehaald. We besluiten naar de 'Superpit' te gaan (FOTO), de grootste open mijn waar nog actief naar goud gegraven wordt. Vanaf een platform kunnen we de mijn inkijken, en groot is ie.... De trucks op de bodem lijken speelgoedautootjes, maar de banden van deze trucks zijn net zo groot als Niek (FOTO), en als hij een normale auto passeert, zie je pas hoe groot ze zijn. Hierna rijden we door naar het museum. we kunnen een programma volgen, omdat er op gestelde tijdstippen interactieve dingen zijn. We beginnen met goudzoeken; je schept zand uit een poel water in een kom en draait het water eruit met het zand. Je moet dus telkens water in de kom doen, om 'te zeven', het zand en de stenen eruit te werken, zodat alleen het goud achterblijft. Het is hard werken, maar dan opeens ziet Mariola wat glimmen; goud! heeft ze gevonden. Uiteraard is dit maar een ieterpieterig dingetje wat op plakband gekleefd wordt om niet zoek te raken, maar trots is ze wel, omdat er niet dagelijks goud gevonden wordt hier. Met haar doorzettingsvermogen kan en wil ze nog doorgaan, maar het volgende programma-onderdeel roept, we gaan een mijn in. Dit is de eerste mijn die geopend is, inmiddels gesloten (niks meer te vinden) en weer geopend voor toerisme. Met een lift dalen we af en een oude mijnwerker geeft ons uitleg over het werken in de mijnen, en de kosten daarvan (gehoorverlies, stoflongen, overlijden door ongelukken). Daarna verkennen we het oude stadje en daarna krijgen we een demonstratie goud smelten en gieten naar handzame broden (FOTO). We lopen de expositie door en even na drieen houden we het voor gezien, het was erg informatief en leuk. Eigenlijk wilden we naar Hyden doorrijden, om de Waverock te bezichtigen, maar tegen de tijd dat we het historische Kalgoorlie uit zijn en weer op de highway, is het 16 uur. De vraag is of we de 230 km nog willen afleggen, de zonsondergang tegemoet, of dat we hier overnachten. We durven het in het donker rijden niet aan, gezien de hoeveelheden dood vlees dat we onderweg langs de weg zagen liggen, dus we besluiten wat van het nachtleven van het oude mijnersstadje op te gaan pikken. We kiezen de Big4 camping met de toepasselijke naam 'Prospector' en huren voor de budgetbunk, wederom een kamer met twee eenpersoonsbedden, tot onze verbazing ensuite. Een avondmaal van gnocci met groenten en worstjes alvorens we de stad ingaan. Het is zowaar koopavond, wat ons nog twee cassettebandjes oplevert. We bekijken de townhall, rijden door de rosse buurt (die 100 jaar geleden actiever was...) en zitten op een terras. En dan gaat het regenen..dus wij terug naar de camping. |
|||||||||||||||||||||
| Contact Info: | |||||||||||||||||||||
| URL: | http://www.geocities.com/niekenmariola | ||||||||||||||||||||
| Email: | [email protected] | ||||||||||||||||||||