Nadat het definitieve bericht een beetje was gezakt ben ik een brief gaan schrijven aan iedereen die ik maar bedenken kon, om te vertellen wat er ongeveer aan de hand was. Ik had dit idee gekregen toen ik tijdens mijn werk een keer liep na te denken over de begrafenis, het kaartje, muziek en dat soort zaken. In een brief kun je meer kwijt dan op een kaartje en ik had bovendien een vervelend gevoel bij het idee dat je ergens binnen komt, en mensen vragen naar je kindje, en dan...
Ik stuurde zelfs naar de dierenartsenpraktijk waar ik toen veel kwam met een oude zieke kat die brief.

Intussen ook veel telefoontjes, allemaal mensen in tranen, tot om elf uur 's avonds de deur van onze kamer open ging en een verpleegster het laatste telefoontje onderbrak omdat we heel snel naar Maartje moesten gaan. Het ging niet zo goed met haar, zei ze.
Wij snapten het en vlogen er heen. Naast de machinale beademing werd ze handmatig bijgeblazen. "Geef haar maar gauw die morfine," riep ik al in het aanlopen. Die lag klaar en werd meteen in haar navelinfuus gespoten. Nadat de bademing was verwijderd, kreeg ik haar voor het allereerst in mijn armen. Andries had haar net na haar geboorte heel eventjes vastgehad. Dat was zo'n geweldig moment! Ze woog haast niets, maar ik voelde haar, ze lag lekker, ze opende een oogje en keek om zich heen. De morfine deed z'n werk en voor het eerst had ze kennelijk geen pijn.
De uitdrukking op haar gezicht veranderde. Het was net of ze een oud vrouwtje werd. Op een foto zie ik dat nog terug.
Toen de verpleegster met een watje alcohol de lijm van de plakkers van haar gezichtje wilde halen, begon ze zachtjes te huilen. Geweldig vond ik dat, dat ze dat nu kon. Ze had weer een stem.

Al gauw begon ze suf te worden en wilde ze gaan slapen. Ik voelde dat ze zich spande, alsof ze nog even wilde wachten, maar ze begon ook benauwd te worden.
"Ga maar kind, je hoeft niet meer," zei ik en toen zakte ze weg. Ik heb haar toen vlug aan Andries gegeven zodat hij haar ook nog even bij bewustzijn bij zich had. In een kamertje apart zijn we toen samen met haar gebleven, Andries en ik. Het was ondanks dat ze diep weg was een akelig beeld. Haar gezichtje kleurde blauw en de 'vreemde' gezichtsuitdrukking bleef. Haar ademhaling was al lang gestopt, maar wanneer de neonatologe af en toe kwam luisteren, gaf haar hartje toch af en toe nog een ploepje.

Ik ging dicht tegen Andries aan zitten en legde Maartje zo dat ze bij ons allebei op schoot lag. Zo hebben we een hele tijd zitten kletsen, zitten lachen zelfs.
Het moment waarop ze uiteindelijk echt stierf is niet voor ons merkbaar geweest. Op den duur luisterde de arts lang en goed, maar er waren geen ploepjes meer.

We mochten piepkleine kleertjes uitzoeken. Een vlinderpakje vonden we wel wat. Door de zuster werd ze gewassen (ik bracht dat niet meer zelf op en Andries wilde ook liever kijken), er werden afdrukjes van haar voetjes gemaakt. Daarna zijn we nog een tijdje met haar gaan zitten, zoals we ook zaten toen ze stierf. Uiteindelijk was ik zo moe dat ik bijna van mijn stokje ging (het was ook pas drie dagen na de keizersnede) en werd het tijd om naar bed te gaan. We brachten Maartje terug naar haar couveuse, waar ik haar lekker toedekte in haar lakentje. Bij het weggaan vroeg ik: "Zijn jullie nog heel zachtjes met haar?"




4/4
Hosted by www.Geocities.ws

1