| Maartje is begraven op 4 oktober 1999. Het was dus dierendag. Dit was iets wat wij ons niet realiseerden, maar waarop we door mijn vriendin, die ook aanwezig was toen Maartje geboren was, attent werden gemaakt. Ze houdt heel veel van dieren en die nemen een bijzondere plaats in haar leven in. Op een kaartje dat ze aan Maartje meegaf schreef ze dat ze zeker wist dat ik haar dierenliefde zou hebben bijgebracht. Dat is absoluut waar... Ik denk dat wij dan ook een van de weinigen stellen zijn, die zich niet te zeer ergeren aan konijntjes die de plantjes van het grafje opeten, al is Andries op zich helemaal niet zo'n dierengek. Het heeft toch iets speciaals, die dierendag. Ik zelf leg nog net geen kropje sla en worteltjes voor ze klaar! Wel houd ik er rekening mee wanneer ik een plant ga kopen: konijnen blijken namelijk dol te zijn op bij voorbeeld bolcrysanten en schattige witte roosjes. Allemaal dingen die je leert wanneer je regelmatig een kerkhof bezoekt. Mijn moeder had een keer een lezing bijgewoond van een begrafenisonderneemster die op een heel persoonlijke manier werkt. Ze ried mij haar aan en de volgende dag zat ze vanuit onze woonplaats in Zeeland naast mijn bed in het Sophia in Rotterdam. Als ik ons verhaal leg naast dat van veel anderen, blijkt hoe ontzettend belangrijk de rol van een begrafenisondernemer kan zijn. Niet alleen het aandragen van ideeen, maar juist ook het ruimte geven aan de ideeen die je zelf hebt, kan zo veel betekenen. Het is tenslotte een afscheid dat je nooit over kunt doen. Wij hebben Maartje begraven in een heel mooie mand. Hij was gemaakt van riet, en helemaal bedekt met was. De bekleding bestond uit een soort kaaslinnen, dat een warm nestje maakte voor Maartje. Het nestje dat wij voor haar hadden willen zijn. Ze kon er helemaal 'warm' mee worden bedekt. Het kon niet alleen Maartje, maar de hele mand onvatten, zodat hij met een strik bovenop kon worden vastgemaakt. Wij hadden er voor gekozen Maartje na haar overlijden niet meer te zien. Toen we haar begroeven, zagen wij haar dus voor het eerst weer. Haar mandje stond ingepakt op ons te wachten en een van ons heeft heel voorzichtig de strik losgemaakt. Even later de deksel langzaam weggehaald en toen zagen we Maartje. Ze zag er heel anders uit, dan toen ik haar in haar couveuse toedekte. De gezichtsuitdrukking was verdwenen en er lag een lief, rond 'slapend' kopje in het mandje. Gek genoeg was ik stomverbaasd, omdat ze ZO mooi was. Het was haast niet te bevatten. Zo haalden we alle bedekking weg en we raakten haar aan, gaven haar kusjes, voelden nog even aan haar handje. Veel mensen kwamen nog even bij haar kijken, want haast niemand had haar gezien. Dan komt het moment dat we haar voor het laatst zagen en dat we wisten dat dat de laatste keer zou zijn, voor altijd. We hebben haar langzaam weer toegedekt, de mand gesloten, dichtgestrikt. Op de begraafplaats zelf hebben we bij haar graf de muziek laten horen die ik tijdens mijn zwangerschap in gedachten had: 'The road ahead' van City tot city. In feite is het vooral de tekst die me aansprak: neem het leven zoals het komt, is de boodschap. Andries las een brief voor die ik aan Maartje had geschreven en waarin we haar toevertrouwden aan Moeder Aarde. Toen was het moment daar waarop dat inderdaad moest gebeuren. Andries heeft het mandje in het graf gezet. Er was een klein rieten mandje - dat ik later bewust heb gebruikt om kleine verzorgingsspulletjes voor Wouter en Lineke in te bewaren - waarin rozenblaadjes zaten. Iedereen die langs ons kwam kon wat blaadjes nemen en over het mandje strooien. Helaas was er voor de laatsten wat weinig over, omdat ik in mijn voortvarendheid een beetje al te enthousiast aan het graaien was geweest! Andries en ik zijn nog een poosje samen achterbgeleven. |
![]() |
![]() |