| Op 25 september belde ik de verloskundige omdat ik geen leven voelde en mocht ik naar het ziekenhis voor een CTG (hartfilmpje van de baby waaruit kan worden afgeleid of de conditie goed is). Dat was redelijk, maar wel erg vlak, dus de volgende morgen terug. Toen bleek de conditie van ons kind achteruit te zijn gegaan. Het hartritme was vrij laag en vertoonde ernstige dips. De gynaecoloog kwam er bij met echo-apparatuur en die keek niet vrolijk. "Het is klein, " zei hij, maar toen ik vroeg hoe klein, zei hij dat niet te weten. Dat leek me toch een beetje sterk, als je net schedel, dijbeentjes en de afstand tussen stuit en kruin hebt zitten opmeten. Ik belde mijn moeder en vertelde haar dat het zo klein was, dat hij me niet eens had willen zeggen hoe klein. En we kwamen niet op de koffie, want ik moest onmiddellijk bedrust gaan houden. Ik werd opgenomen. Die dag werden er nog verschillende hartfilmpjes gedraaid en die wonden er geen doekjes om: het ging steeds slechter. Ik probeerde niet te kijken, maar aan het geluid kon ik prima horen wanneer dat hartje weer een nieuw diepterecord vestigde. Aan het eind van de dag was Andries even naar huis om te eten en was ook mijn moeder, die er heel veel bij was, naar huis. Omdat het het beste met de baby leek te gaan als ik op mijn linker zij lag, lag ik verplicht al de hele dag op mijn linker zij. Ik mocht alleen uit bed om naar de WC te gaan en dat moest ik vaak. Mijn avondbrood had ik net op, toen de verpleegster die voor mij zorgde die middag, binnen kwam lopen. "Ik heb een nieuwtje voor je," zei ze, "Ze gaan het halen." Het werd een keizersnee. Zodoende werd ik klaargemaakt voor de operatie en kwam de gynaecoloog nog even nader kennismaken. Ik wilde nog steeds wat weten over de grootte, dus ik informeerde naar het vermoedelijke geboortegewicht: tussen de 1500-1700 gram. (Zie je wel, toch niet voor de gein zitten meten). Daar schrok ik van. Met acht maanden hoop je toch op een 5-pondertje, of zo. Mijn moeder, Andries en een vriendin die ik niet meer tijdig kon afbellen, waren er toen ik naar de OK ging. Ik was bloednerveus, riep nog op het laatste moment voor ik onder zeil ging dat ik gegeten had. Het volgende wat ik me herinner is vaag en weet ik niet zeker, maar naar mijn idee werd de operatie stilgelegd nog voor Maartje geboren was. Ik werd. nl. wakker en omdat dat pijn doet, zo'n snee in je buik, schokte ik. Het volgende wat ik me herinner is dat ze me aan het hechten waren. Ik was bij kennis, hoorde dus alles en voelde ook alles, maar omdat ik nog geintubeerd was kon ik niet waarschuwen. Bewegen was ook nog niet mogelijk. Als een soort lappenpop lag ik te wachten tot ik dicht was. Er werd heel weinig gesproken. De operatie-assistente zei: "Jeetje, dat was wel een hele dunne navelstreng!" En: "Oh, dat vruchtwater was groen!" Met de placenta was het ook al niet best gesteld. Op dat moment kon ik me daar niet zo druk over maken, ik had behoorlijke pijn. Hechten neemt veel tijd in beslag. Na verloop van tijd ben ik toch nog even weggezakt en toen ik weer wakker werd, was de tube eruit. Ik kon dus weer praten. Van de kou en de pijn lag ik te schokken en te schudden. "Het is een meisje," fluisterde de gynaecoloog in mijn oor. "Dat weet ik, het is Maartje," zei ik. Ik lag nog lekker te lallen. Onderweg naar mijn kamer (er was op zondag geen recovery) riep ik steeds om Andries. Ergens bij de lift kwam hij bij me en ik vroeg naar het uiteindelijke geboortegewicht: 1120 gram, 34 cm lang. De verloskundigen hadden even iets gemist. Maartje bleek een heel kort armpje te hebben, met daaraan een soort bolletje met drie vingertjes. Het andere armpje stond in een vreemde stand en het handje stond daar scheefgetrokken op, inderdaad als een soort hengeltje. Uit rontgenonderzoek was gebleken dat de drie onderste ruggenwevels ontbraken. We moesten er niet op rekenen dat ze zou blijven leven. Vanwege de pijn en de naweeen drong het allemaal niet echt tot me door. Maartje's toestand was stabiel en ze ademde zelf. Omdat ze het best zo snel mogelijk naar een gespecialsieerde Intensive Care kon gaan, werd ze die nacht nog naar het Sophia Kinderziekenhuis in Rotterdam overgebracht. Tevoren had ik haar even gezien en gehoord. Haar stemnmetje was heel zwak; Wouter en Lineke maakten heel wat meer herrie! Een ambulancemedewerker vertelde me dat ze daar in Rotterdam heel veel onderzoeken op haar zouden doen, maar dat met dergelijke kinderen in de basis iets niet klopt en dat ze dood gaan. Toen drong het wel tot me door. Ik was kwaad, wat moest ik daar nu mee! Ik was net moeder geworden van een beetje vreemd, maar voor mij heel mooi meisje! Hoezo dood, val zelf dood! Maar ik zei niets, aaide zachtjes haar bolletje. De volgende morgen ben ik er in een ambulance samen met Andries achteraan gegaan. Zonder pijnstilling, en ambulances hobbelen. |
| Geboorte |
| 2/4 |