
India
Een lange tijd niets van ons gehoord, we kregen al vragen waar de volgende
nieuwsbrief bleef! We moeten bekennen dat het niet aan tijd gebrek, slechte
computerverbindingen o.i.d. heeft gelegen maar aan pure luiheid. We hebben een 3
weekse leessafari gehad in Jaipur maar daarover strakjes meer.We
waren gebleven in Bikaner en hebben ons paleisje daar op 20 december verlaten om
te rijden naar Jaisalmer.
We konden de 330 km in 1 dag afleggen en dat is hier in India een hele afstand
op 1 dag. De weg was perfect, weinig verkeer en een goed onderhouden weg vooral
Jolanda heeft genoten dat ze zover van zich af kon kijken, geen bergen en
bochten werk!
Hier is de woestijn heel levendig, veel struiken en vooral veel dieren zoals
antilopen, buizerds, arenden, konijnen, vossen en allerlei andere vogels. Het
absolute hoogtepunt was een buidelmuisje aan de kant van de weg.
Jaisalmer, oftewel de gouden city is net een sprookje uit duizend en 1 nacht!
Eeuwenlang lag Jaisalmer op een strategisch punt van de zijderoute tussen
India en centraal Azië, en dit bracht de stad grote weelde. De rijken bouwden
magnifiek gebeeldhouwde huizen van hout en goudgeel zandsteen, binnenin het fort
en als je door de smalle straatjes loopt weet je niet waar je het eerst moet
kijken, de mensen of de gebouwen links, rechts, voren, of achteren.
Een andere bron van vermaak waren voor ons de groepstoeristen. Vanuit de
strategisch gelegen German Backery (sorry) konden we alles goed bekijken; zodra
er een groep aankwam en dan maakte het niet uit of het Indiase of buitenlandse
toeristen waren, kwamen de sadhu's uit de schaduw om baksheesh te vragen en
begonnen er een paar mannen op trommel en fluit te spelen en een groepje
jongetjes begonnen dan als aapjes rondedansjes te maken en uiteraard moet er
voor iedere foto betaald worden! Prachtig om dit spektakel aan te zien.
De oorlogen tussen Pakistan en India in 1965 en 1971 hebben de handel een
genadeslag gegeven en werd Jaisalmer een echte militaire uitvalsbasis. Nu is het
toerisme en met name de kamelensafaries een grote bron van inkomsten,
Jaisalmer is zeker een bezoek waard.
Het toerisme veroorzaakt ook een aantal problemen o.a een heel hoog water-en
energie verbruik, alle toeristen willen dagelijks douchen en dan ook nog het
liefst warm water (wijzelf ook), dit vele douchen maakt de noodzaak van
elektrische pompen nodig, deze pompen het grondwaterpeil steeds verder naar
beneden (probleem voor de landbouw(ers))en omdat butaan- en propaangas niet
overal verkrijgbaar is -of geld kost- worden veel ketels op hout gestookt
(ontbossing en luchtvervuiling)
Met het toerisme heeft ook de plastic cultuur zijn intrede gedaan, het veilige
drinkwater zit in plastic flessen en die vind je dus door de hele woestijn maar
vooral in alle steden langs de kant van de weg. De plastic zakjes en tasjes, je
hebt als "echte" reiziger tenslotte geen boodschappentas bij je! (dit
is cynisch bedoelt). Langzaam aan probeert de regering hier verandering in aan
te brengen door de plasticzakken van afbreekbaar materiaal te maken (helaas zijn
deze veel duurder dus niet voor iedereen betaalbaar) en door een aquapen
op de markt te brengen. Deze pen vernietigd bacteriën en virussen in een glas
water mits het water helder is. Helaas vinden veel reizigers de 600 roepie (30
gulden) teveel om uit te geven!
Dit hele veranderingsproces gaat langzaam en omdat het land vreselijk groot is,
je met verschillende culturen, talen en educatie te maken hebt, niet iedereen
heeft genoeg scholing gehad om te kunnen lezen of geld genoeg om een t.v of
radio te bezitten dus de boodschap bereikt slechts een klein deel van de
bevolking.
Daarbij is het hele bureaucratische systeem hier van hoog tot laag corrupt en er
op gericht om er zelf (en je familie) financieel beter van te worden
Net voor de kerst hebben we Jaisalmer verlaten om naar Jodphur te rijden, dit
was een rit van 280 km over een weg waar we voor het eerst te maken kregen
met het veelvuldig totaal onverantwoordelijk inhalen van onze medeweggebruikers.
Regelmatig zijn we van de weg gereden de berm in, je schrikt van de hoeveelheid
ongelukken die je onderweg ziet.
Wat wel heel leuk was dat halverwege Jolanda ingehaald werd door een witte jeep
die zodra hij ingehaald werd heel langzaam ging rijden...... Jolanda pissig gaat
hem inhalen en hij steekt zijn arm uit om een kaartje af te geven. Jolanda neemt
dit al rijdend aan stopt het kaartje in haar jaszak en rijdt door.
Later bekijken we het kaartje en dit is van een guesthouse in Jodhpur
in Jodphur aan gekomen gaan we op zoek naar een hotel met parkeerplaats dit is
nog niet zo makkelijk hier (we krijgen zelfs een reactie van: "We zijn een
hotel, geen parkeerplaats!") uiteindelijk rijden we naar het hotel van het
kaartje en daar vinden we een goede kamer met parkeerplaats en voor een goede
prijs! Blijkt dat de man die het kaartje aan Jolanda gaf de eigenaar van het
hotel is en we hebben dankbaar gebruik gemaakt van de voorkeurspositie die we
daardoor kregen
Jodphur of de blauwe stad heeft een schitterend fort van waaruit je over de hele
stad uit kunt kijken en dan ook ziet waarom het de blauwe stad heet: alle huizen
zijn blauw geschilderd.
Het fort wordt nog steeds onderhouden door de Maharadja van Jodphur, liggend op
de 125 hoge berg is dit het grootste fort van Rajasthan. Het paleis is een groot
museum met een grote collectie gebruiksvoorwerpen van de koninklijke familie
inclusief de olifanten howdals ("zittingen" gebruikt tijdens
processies).
Van Kerst hebben we weinig gemerkt, tijdens de telefoontjes met thuis hoorden we
dat jullie een witte kerst hebben gehad en dat was heel onwerkelijk voor ons,
want hier begon het voorjaar en dat betekent 25C overdag en de nachten worden
minder koud!
Een stukje terug benoemden we de voorkeursbehandeling die we genoten hebben in
het Durag Niwas guesthouse dit beperkte zich niet alleen tot een lage prijs voor
een grote kamer maar had vooral te maken met de gesprekken die we hebben gevoerd
met de eigenaar en zijn vrouw over het officieel niet meer bestaande
kastesysteem, het schoolsysteem, de verantwoordelijkheid die je hebt t.a.v gezin
en familie en het al eerder benoemde bureaucratische regeringssysteem.
Het is teveel om allemaal uitgebreid te beschrijven en voor jullie ook te saai
denken we maar het baksheesh systeem is zo uitgesproken Indiaas en geeft ook een
indicatie waarom allerlei dingen zo werken in dit land
Baksheesh is een fooiensysteem, niet zoals wij dat kennen fooi geven voor goede
service die je gekregen hebt maar een fooi/geld geven om iets gedaan te krijgen.
Baksheesh opent deuren, vind verloren gegane brieven terug en zorgt voor andere
wonderen. Het is niet iets dat voor toeristen is uitgevonden maar een integraal
deel van de Indiase maatschappij en verwacht en geaccepteerd door beide
partijen.
Oud en nieuw zaten we in Pushkar een klein hindoeïstische bedevaartsplaatsje
in de bergen met veel tempels (bijna iedere god heeft er 1) en een heilig meer
waar de sadhu's hun bad nemen. In deze plaats wordt geen vlees, eieren of
alcohol genuttigd maar wij hadden mazzel, de bewakers in ons hotel hebben 'savonds
om 23.00 uur nog een pilsje voor ons gehaald!
3 januari zijn we naar Jaipur gereden, we hadden van andere reizigers gehoord
dat de plaats niet veel aan was dus we wilden maar 2 nachten blijven en dan weer
snel door naar een mooiere plek.
Maar zoals het vaker gaat als Jolanda de weg vraagt (gelijk maar aan de
hoteleigenaar) een hotel met een grote tuin.
De eerste dagen hadden we nog energie en hebben we de oude stad bekeken met het
stadspaleis en het observatorium en hebben we de 2,5 uur durende wandeling naar
het Naghargahfort (tijgerfort) gemaakt.
Maar toen sloeg de reismoeheid toe: we hadden een kamer aan de tuin dus iedere
morgen tafeltje en stoelen naar buiten, boeken en asbak mee en de tijd ging over
van dag op nacht zonder dat we ook maar het idee hadden om iets te gaan doen.Wel
hebben we veel bezoek ontvangen o.a Lucas die het koude Delhi graag verruilde
voor de tuin en zon in Jaipur en we zo onze kaartsessies (begonnen in Iran en
Pakistan) konden afmaken.
Pas op 23 januari hadden we weer genoeg energie om op de motor te stappen en
wij zijn naar Bharatpur vertrokken, terwijl Lucas naar Bhuj is gegaan.
Vanuit Bharatpur hebben we dagtochten gemaakt naar o.a Fatehpursikri, een
ommuurde spookstad met in goede staat verkerende karavanserai, naar Agra en de
beroemde Taj Mahal en naar het Keoladeo park.
Het park ligt maar 500 meter van ons hotel af en we hebben fietsen gehuurd en de
hele dag in dit schitterende vogelpark doorgebracht. Er komen hier plm 415
soorten vogels voor waarvan er 117 soorten komen overwinteren en nestelen vanuit
Siberië en China, we hebben o.a. lepelaars, ooievaars, pelikanen, ijsvogels,
uilen, gieren, wouwen, arenden, parkieten gezien.Uiteraard veel meer soorten
maar daar weten wij de naam niet van.
De Taj Mahal hebben we niet van binnen bekeken omdat de Indiase regering alle
toegangsprijzen met een speciale vreemdelingen belasting verdubbelt heeft, dat
betekent voor ons een entreeprijs van 120 gulden samen! en dat hebben we er niet
voor over, we spenderen dat geld liever in een national wildlife park.
Hier in Bharatpur hebben we een perfect hotelletje gevonden, Jungle lodge, met
een tuin en een hartverwarmende familie die ons echt in de watten legt. We
krijgen de krant 'sochtends als eerste onder de deur geschoven, de post wordt
voor ons op de bus gedaan en 'savonds krijgen we een slaapmutsje, indiase rum,
van de eigenaar. We weten nog niet of we hier ooit nog weg willen!!
26 januari hebben we een kleine beving gehad, plm 20 seconden ging het hotel heen en weer, voordat we echt bang konden worden was het alweer over. Later op de dag hoorden we dat er een grote aardschok is geweest in Bhuj, 7,9 op de schaal van Richter. We volgen hier in de krant de informatie die vrij komt over Bhuj en wat we lezen stemt ons niet gerust.
Nog een dagje naar het park toe en dan vertrekken we richting Nepal, we nemen
de meest westelijke grens bij Mahendraganagar en komen zo door de hele Terai
heen.
De weg naar het noorden richting Nepal was een zeer interessante dit is de
weg die door weinig westerlingen wordt genomen De eerste nacht hebben we
overnacht in Bareily in een oud Engels militaire bar en die omgetoverd was tot
een guesthouse voor niet militairen, grote kamers met hoge plafonds, een
volledig bij elkaar passend ameublement met zelfs een schrijftafel en voor de
kamer een grote veranda.
De volgende stop was in Tanakpur een plaatsje vlakbij de grens, niks te
bekijken maar gewoon lekker rondlopen en 'savonds lekker en alu gobi gegeten,
hier zijn ze helemaal geen toeristen gewend en we konden door het dorpje lopen
zonder gezeur van riksja rijders of vragen om geld of pennen, we leken wel
geesten!
De weg naar de grens de volgende dag was apart nergens een bord, maar iedereen
verzekerde ons dat dit de weg naar Nepal moest zijn. Zo reden we door een park
heen kwamen over een zandweg langs een school waar de weg leek op te houden maar
na een paar bochten toch weer asfalt werd. Toen we de rivier zagen wisten we dat
we goed zaten maar waar was die grens van India, nu we moesten de carnetten
afgestempeld zien te krijgen. Voor ons werd het hek geopend zodat we de rivier
konden oversteken. We reden over een smalle spoorbrug naar hopelijk de Indiase
grens .....
Hoe Leon bijna de motor liet vallen en hoe de grens genomen werd lezen jullie in
de volgende Nieuwsbrief.
Namaste uit een steeds warmer wordend India en jullie horen weer van ons uit
Nepal