|
Zeeweg 57, Sint-Andries
Hij werd in Brugge geboren op 30 augustus 1929 als zoon van Charles
Franck (1903-1979) en van Antoinette Serroels (1904-1994). Voor
meer details omtrent zijn familie, verwijzen wij naar een artikel
over Jozef Franck, in de 'Kroniek van Sint-Andries' nr. 90/1996.
Na de lagere school in Varsenare, volgde Jan Franck drie jaar middelbaar
onderwijs aan het Sint-Franciscus-Xaveriusinstituut te Brugge. Van
1944 tot 1948 kwam hij voor houtbewerking in het Vrij Technisch
Instituut eveneens te Brugge. Hierna werkte hij tot 1963 als modelleur
in de Brugeoise § Nivelies te Sint-Michiels. Zijn taak bestond erin
de gietmodellen voor rollend materiaal (treinen) en schepen (schroeven)
in hout te maken, waarna deze in staal gegoten werden.
In 1953 trouwde hij met Thérèse Blontrock (°1930) uit Varsenare
bij wie hij twee zonen en een dochter kreeg.
Van 1956 tot 1962 volgde hij aan de Brugse Academie voor Schone
Kunsten een klassieke opleiding beeldhouwkunst bij Willem VAN AERDEN
(°Heverlee 1912), een klassieke tekenaar in de volle betekenis van
het woord, een kunstenaar van Europees formaat. Het programma bestond
uit : vier jaar Antiek-Figuur (achtereenvolgens ornament, kop, torso
en figuur) en twee jaar Levend Model (naakt). In 1966 werd hij geselecteerd
voor de Provinciale Prijs Beeldhouwkunst van West-Vlaanderen.
Op aanraden van zijn leraar vestigde Jan Franck zich vanaf 1963
als zelfstandige in zijn huis annex atelier, Zeeweg 57 te Sint-Andries
waar hij al in 1958 was gaan wonen. Hij werkte hoofdzakelijk met
steen (blauwe hardsteen en Franse steen), marmer of arduin, gebakken
aarde en hout, waarvoor hij kon bogen op een sterke techniek en
een jarenlange ervaring. Hij is o.a. nog een van de weinigen die
het 'overpunten' beheerst. Deze techniek bestaat erin, een beeld
in klei nodig voor het afgieten in gips met de puntpasser over te
brengen op een identiek model.
Het werk van Jan Franck gespreid over de periode 1963-1990, wanneer
hij zijn activiteiten als zelfstandig beeldhouwer stopzette, kan
in vier deeltjes opgesplitst worden:
- de opdrachten voor Monumentenzorg (Al-A7)
- de bijzondere opdrachten (B1-B7)
- privé opdrachten voor beeldhouwwerk (portretten en figuren)
- de schilderijen in pastel (portretten en landschappen)
Zijn eerste officiële opdracht kwam er in 1970. Voor de Genuese
Loge, ook de Saayhalle, Vlamingstraat 33 te Brugge herkapte hij
de volledige gevel met o.a. een bas-reliëf in het boogveld boven
de ingang, voorstellend Sint-Joris, patroon van Genua, die de draak
bekampt. (Al)
- De zeven grote waterspuwers aan de gevel van de HeiligBloedkapel,
Brugge 1971. (A2) - Het Pelikaanbeeld in de topgevel van Boekhandel
Maréchal, Mariastraat Brugge. (A3)
- Kapt nieuwe barokengelen onderaan preekstoel SintWalburgakerk
Brugge. (A4)
- Het beeld 'Karmeliet die het water peilt', aan de Carmersbrug
te Brugge 1976. (A5)
- Op de hoek Smedenstraat en Zeven Sterrenstraat prijkt er zijn
groot zittend Mariabeeld, 1977. (A6)
- Periode 1982-1990. Na heel wat gekibbel, prijskampen en maquettes
werd Jan Franck, samen met Livia Canestraro, Stefaan Depuydt en
Pierre Goetinck, aangeduid om tien grote standbeelden te kappen
voor de gevel van het Brugse stadhuis. (A7)
- Ontwerpt en kapt in opdracht van het A.C.W., het grafmonument
van de Brugse kanunnik Achiel Logghe (1878-1965), bestemd voor
de Centrale Begraafplaats, 1965. (B1) - Beeld van Sint-Bernardus
in het zeskantige kapelletje van Ter Doest, begin laan die leidt
naar de hoeve, Lissewege, 1980. (B2)
- Kerstbeeldengroep in hout, levensgroot, voor de St.-Mauritiuskerk
te Varsenare, 1981, een bestelling van pastoor Vandemaele. (B3)
- Een Sint-Arnoldusbeeld aan de oude Minnewaterparkpoort, kant
Katelijnevest Brugge. (B4)
- De Biekorf, ooit bedoeld als eerste steen voor de Brugse bibliotheek,
en er nog altijd aanwezig. (B5)
- Een beeld van Sint-Paulus in de gevel van het godshuis Cobrysse,
Leffingestraat Brugge. (B6)
- In de Rue St.-Etienne te Rijsel, kapt ter plaatse aan de gevel
van een 'créperie' bas-reliëfs en ander beeldhouwwerk, een opdracht
van Arthur Vandendorpe. (B7)
Over het beeldhouwwerk voor privé-personen en de eigen collectie,
en over de schilderen in pastel kunnen we hier niet uitweiden. Dit
is heel veel stof voor een monografie. Naast dit reuzenwerk vond
Jan Franck nog tijd en energie om van 1990, als hij zijn beroepscarrière
afgesloten had, elke maandagavond tot in 2000, lessen beeldhouwen
en boetseren naar levend model te geven. Wij denken dat hij nu naast
het beeldhouw- ook het schilderwerk op zijn programma geplaatst
heeft :
"Hij trachtte zijn cursisten in de mate van het mogelijke te
inspireren met zijn visie omtrent kunst. Er bestaat volgens hem
geen echte kunst zonder een grondige vakkennis. Op dit fundament
moet de kunst groeien. Kunst benadert men eerst en vooral met het
gevoel, dan pas met het verstand. Jonge kunstenaars willen meestal
nieuwe snufjes om niet als ouderwets over te komen. Maar zo loopt
men al snel het gevaar zijn persoonlijke kwaliteiten te verliezen.
Grote kunst ontstaat enkel in een begenadigd moment." (Binding,
2000)
Jan Franck is vooral bezig in een klassieke en figuratieve stijl,
evenwel met sterke vereenvoudigingen in de lijnen. De vrouwelijke
figuur en het portret staan in zijn werk heel centraal.
"Hij is een ambachtsman die zijn stiel door en door kent. Dit
blijkt niet alleen uit zijn restauraties, maar ook uit zijn oorspronkelijk
kreatief beeldhouwwerk. Hij is een rasechte kunstenaar. Zijn beelden
munten uit door een buitengewone technische afwerking en beheersing
van de materie." (Paul Eisen, 1979)
"Hij is de beeldhouwer van de verstilde eenvoud. Geduldig beitelend
of boetserend, verkrijgt hij een zodanige vergeestelijking van de
materie dat men de harmonie van het uitgebeelde vergeet, om alleen
oog te hebben voor de bezieling die ervan uitgaat. Wassiek van vorm
en ingetogen, glijdt er over het gelaat van zijn blonde beelden,
de eeuyage glimlach van onze gothische middeleeuwen." (Anton
Vlaskop, 1986)
Een goede synthese van dit beeldhouwwerk vonden wij op de grote
Brugse expositie 'Sant '86' met de volgende items, waarvoor hij
zijn inspiratie vond in de eigen familie:
- Torso, eikenhout, 60x30x30.
- Moeder en kind, blauwe steen, 50x20x25.
- Kinderportret,marmer, 40x20x20.
- Meisjesportret, gebakken aarde, 50x35x20.
- Moeder en kind, Franse steen, 50x30x30.
Niet alleen als beeldhouwer, maar ook als pastellist komt Jan Franck
naar voren met enkele sublieme portretten en landschappen. Zijn
keuze van de pastellen, zijn contrasten in de opbouw, de attributen
- een muts, de plooi in een kleed die zijn portretten zo intens
echt maken getuigen van een groot meesterschap.
In de tuin achter het huis staat die andere getuige van hoe een
beslagen 'practicien' ook beelden van Lützonderlijke artistieke
waar-de kan scheppen, zijn levensgrote 'Zwangere dochter'.
Robert De Laere
naar
top
|