editie 108 - 5 december 2000 - 27e jaargang
Jan Franck, beeldhouwer en pastelschilder  
inhoudstafel van editie 108
 

 

 

Jan Franck op atelier
Jan Franck op atelier, 1998

 

 

 

Kop van een vrouw
Kop van een vrouw, marmer, 1985

 

 

 

Portret van een vrouw met geldbuidel
Portret van een vrouw met geldbuidel, 3/4 levensgroot, blauwe hardsteen, 1978, Generale Bank Gent

 

Zeeweg 57, Sint-Andries

Hij werd in Brugge geboren op 30 augustus 1929 als zoon van Charles Franck (1903-1979) en van Antoinette Serroels (1904-1994). Voor meer details omtrent zijn familie, verwijzen wij naar een artikel over Jozef Franck, in de 'Kroniek van Sint-Andries' nr. 90/1996.

Na de lagere school in Varsenare, volgde Jan Franck drie jaar middelbaar onderwijs aan het Sint-Franciscus-Xaveriusinstituut te Brugge. Van 1944 tot 1948 kwam hij voor houtbewerking in het Vrij Technisch Instituut eveneens te Brugge. Hierna werkte hij tot 1963 als modelleur in de Brugeoise § Nivelies te Sint-Michiels. Zijn taak bestond erin de gietmodellen voor rollend materiaal (treinen) en schepen (schroeven) in hout te maken, waarna deze in staal gegoten werden.

In 1953 trouwde hij met Thérèse Blontrock (°1930) uit Varsenare bij wie hij twee zonen en een dochter kreeg.

Van 1956 tot 1962 volgde hij aan de Brugse Academie voor Schone Kunsten een klassieke opleiding beeldhouwkunst bij Willem VAN AERDEN (°Heverlee 1912), een klassieke tekenaar in de volle betekenis van het woord, een kunstenaar van Europees formaat. Het programma bestond uit : vier jaar Antiek-Figuur (achtereenvolgens ornament, kop, torso en figuur) en twee jaar Levend Model (naakt). In 1966 werd hij geselecteerd voor de Provinciale Prijs Beeldhouwkunst van West-Vlaanderen.

Op aanraden van zijn leraar vestigde Jan Franck zich vanaf 1963 als zelfstandige in zijn huis annex atelier, Zeeweg 57 te Sint-Andries waar hij al in 1958 was gaan wonen. Hij werkte hoofdzakelijk met steen (blauwe hardsteen en Franse steen), marmer of arduin, gebakken aarde en hout, waarvoor hij kon bogen op een sterke techniek en een jarenlange ervaring. Hij is o.a. nog een van de weinigen die het 'overpunten' beheerst. Deze techniek bestaat erin, een beeld in klei nodig voor het afgieten in gips met de puntpasser over te brengen op een identiek model.

Het werk van Jan Franck gespreid over de periode 1963-1990, wanneer hij zijn activiteiten als zelfstandig beeldhouwer stopzette, kan in vier deeltjes opgesplitst worden:

  • de opdrachten voor Monumentenzorg (Al-A7)
  • de bijzondere opdrachten (B1-B7)
  • privé opdrachten voor beeldhouwwerk (portretten en figuren)
  • de schilderijen in pastel (portretten en landschappen)

Zijn eerste officiële opdracht kwam er in 1970. Voor de Genuese Loge, ook de Saayhalle, Vlamingstraat 33 te Brugge herkapte hij de volledige gevel met o.a. een bas-reliëf in het boogveld boven de ingang, voorstellend Sint-Joris, patroon van Genua, die de draak bekampt. (Al)

  • De zeven grote waterspuwers aan de gevel van de HeiligBloedkapel, Brugge 1971. (A2) - Het Pelikaanbeeld in de topgevel van Boekhandel Maréchal, Mariastraat Brugge. (A3)
  • Kapt nieuwe barokengelen onderaan preekstoel SintWalburgakerk Brugge. (A4)
  • Het beeld 'Karmeliet die het water peilt', aan de Carmersbrug te Brugge 1976. (A5)
  • Op de hoek Smedenstraat en Zeven Sterrenstraat prijkt er zijn groot zittend Mariabeeld, 1977. (A6)
  • Periode 1982-1990. Na heel wat gekibbel, prijskampen en maquettes werd Jan Franck, samen met Livia Canestraro, Stefaan Depuydt en Pierre Goetinck, aangeduid om tien grote standbeelden te kappen voor de gevel van het Brugse stadhuis. (A7)
  • Ontwerpt en kapt in opdracht van het A.C.W., het grafmonument van de Brugse kanunnik Achiel Logghe (1878-1965), bestemd voor de Centrale Begraafplaats, 1965. (B1) - Beeld van Sint-Bernardus in het zeskantige kapelletje van Ter Doest, begin laan die leidt naar de hoeve, Lissewege, 1980. (B2)
  • Kerstbeeldengroep in hout, levensgroot, voor de St.-Mauritiuskerk te Varsenare, 1981, een bestelling van pastoor Vandemaele. (B3) - Een Sint-Arnoldusbeeld aan de oude Minnewaterparkpoort, kant Katelijnevest Brugge. (B4)
  • De Biekorf, ooit bedoeld als eerste steen voor de Brugse bibliotheek, en er nog altijd aanwezig. (B5)
  • Een beeld van Sint-Paulus in de gevel van het godshuis Cobrysse, Leffingestraat Brugge. (B6)
  • In de Rue St.-Etienne te Rijsel, kapt ter plaatse aan de gevel van een 'créperie' bas-reliëfs en ander beeldhouwwerk, een opdracht van Arthur Vandendorpe. (B7)

Over het beeldhouwwerk voor privé-personen en de eigen collectie, en over de schilderen in pastel kunnen we hier niet uitweiden. Dit is heel veel stof voor een monografie. Naast dit reuzenwerk vond Jan Franck nog tijd en energie om van 1990, als hij zijn beroepscarrière afgesloten had, elke maandagavond tot in 2000, lessen beeldhouwen en boetseren naar levend model te geven. Wij denken dat hij nu naast het beeldhouw- ook het schilderwerk op zijn programma geplaatst heeft :

"Hij trachtte zijn cursisten in de mate van het mogelijke te inspireren met zijn visie omtrent kunst. Er bestaat volgens hem geen echte kunst zonder een grondige vakkennis. Op dit fundament moet de kunst groeien. Kunst benadert men eerst en vooral met het gevoel, dan pas met het verstand. Jonge kunstenaars willen meestal nieuwe snufjes om niet als ouderwets over te komen. Maar zo loopt men al snel het gevaar zijn persoonlijke kwaliteiten te verliezen. Grote kunst ontstaat enkel in een begenadigd moment." (Binding, 2000)

Jan Franck is vooral bezig in een klassieke en figuratieve stijl, evenwel met sterke vereenvoudigingen in de lijnen. De vrouwelijke figuur en het portret staan in zijn werk heel centraal.

"Hij is een ambachtsman die zijn stiel door en door kent. Dit blijkt niet alleen uit zijn restauraties, maar ook uit zijn oorspronkelijk kreatief beeldhouwwerk. Hij is een rasechte kunstenaar. Zijn beelden munten uit door een buitengewone technische afwerking en beheersing van de materie." (Paul Eisen, 1979)

"Hij is de beeldhouwer van de verstilde eenvoud. Geduldig beitelend of boetserend, verkrijgt hij een zodanige vergeestelijking van de materie dat men de harmonie van het uitgebeelde vergeet, om alleen oog te hebben voor de bezieling die ervan uitgaat. Wassiek van vorm en ingetogen, glijdt er over het gelaat van zijn blonde beelden, de eeuyage glimlach van onze gothische middeleeuwen." (Anton Vlaskop, 1986)

Een goede synthese van dit beeldhouwwerk vonden wij op de grote Brugse expositie 'Sant '86' met de volgende items, waarvoor hij zijn inspiratie vond in de eigen familie:

  • Torso, eikenhout, 60x30x30.
  • Moeder en kind, blauwe steen, 50x20x25.
  • Kinderportret,marmer, 40x20x20.
  • Meisjesportret, gebakken aarde, 50x35x20.
  • Moeder en kind, Franse steen, 50x30x30.

Niet alleen als beeldhouwer, maar ook als pastellist komt Jan Franck naar voren met enkele sublieme portretten en landschappen. Zijn keuze van de pastellen, zijn contrasten in de opbouw, de attributen - een muts, de plooi in een kleed die zijn portretten zo intens echt maken getuigen van een groot meesterschap.

In de tuin achter het huis staat die andere getuige van hoe een beslagen 'practicien' ook beelden van Lützonderlijke artistieke waar-de kan scheppen, zijn levensgrote 'Zwangere dochter'.

Robert De Laere

naar top

 
     
Hosted by www.Geocities.ws

1