editie 107 - 5 september 2000 - 27e jaargang
Motorracer Steve COOPMAN, Belgisch kampioen 250cc  
inhoudstafel van editie 107
 

 

 

Steve Coopman
Steve Coopman

 

 

 

 

Coopman in actie
Coopman in actie

 

 

 

 

Een man en zijn liefde ... voor snelheid.
Een man en zijn liefde ... voor snelheid.

 

 

 

Hij is de enige zoon van Roland en van Mia Arijs, allebei uit Wingene. In 1977 verhuisden zij naar SintAndries, waar zij langs de Torhoutse Steenweg nr. 189a een zaak opstartten van 'Tweewielers : fietsen, bromfietsen en scooters'.

Steve Coopman werd geboren te Brugge op 21 september 1979. Na lager ondervajs, legde hij in de eerste graad middelbaar ondervajs van het Sint-Lodewijkscollege een solide basis voor algemene kennis, en kwam hij op z'n veertiende in het VTI te Brugge. Hier behaalde hij een A2-diploma mechanica. Dat leidde er hem toe bij z'n vader in de zaak te komen als zelfstandig helper. Onlangs ging hij met z'n vriendin Kathy Hublet in de Malehoeklaan wonen te Sint-Kruis.

Het racen begon voor hem in Oostende, waar hij eens zou meedoen met de 50 cc, en wel op een gewone tweedehandse bromfiets. Voor alle duidelijkheid, snelheidswedstrijden voor motoren zijn in België opgesplitst in zestien klassen, met productie- en standaardmotoren, gaande van Cyclo GRI tot Freebike. Hijzelf is aangesloten bij 'KV Oostende MS' van de Belgische Motorrijdersbond (B.M.B.).

De drang naar zuivere snelheid zat er meteen in, en voor z'n zestiende verjaardag kreeg Steve Coopman van z'n ouders een 'Cagiva racemotor 125 cc' cadeau, die met zijn 34 pk al een snelheid haalt van 180 km. Met de 70 pk van zijn latere 'Serie 250 Aprilia' klimt hij zelfs naar 220 km.

Hij startte officieel als Junior in de 50 cc en in de Serie 125 cc. Met serie wordt in grote trekken bedoeld, motors die vrij in de handel kunnen gekocht worden. De hoogste klasse in de racerij wordt de 'Inter' genoemd. Om dit te bereiken moet je op het einde van het seizoen genoeg percentagepunten verzameld hebben. Je kan dan al een beetje rijden !

In 1996 begon voor Steve Coopman het echte werk.Voor een goed begrip: motorracen is snelheid maken op een goedlopend circuit, b.v. asfalt en beton, (bij motorcrossen is het terrein geaccidenteerd). In de 125 cc begon hij met een overwinning, maar de 250 cc, vanaf 1977, kende een minder goed verloop.

Na een slechte start te Mettet reed hij een sterke inhaalwedstrijd, en bij een van die duels werd hij in volle snelheid, circa 170 km, door een andere piloot aangetikt. Hij smakte tegen een muur van banden, en werd er overheen geslingerd. Hij ging in coma, waarna in het ziekenhuis een kleine hersenbloeding vastgesteld werd. Gelukkig was er niets gebroken.

Het daaropvolgende weekend probeerde hij in de vrije trainingen op een spiegelgladde baan te rijden, met gewone banden. Een zware val had een sleutelbeenbreuk tot gevolg. Drie weken later stond hij te Oostende weer op het podium, en nog wel twee keer. Er volgden toen nog zes overwinningen en zeven podiumplaatsen. Steve Coopman was klaar voor de sprong naar 'internationaal'.

Op z'n negentiende 'Inter' worden, en met een onbekende motor rijden waaraan alles mag veranderd worden, was voor iedereen een vraagteken. De Honda 250 cc vraagt voor elke race een andere afstelling, waar veel geld en tijd inkruipen. Nu rijdt hij met een 'Honda 250 cc Grand Prix' vnl. buiten ons land, omdat er hier té weinig circuits zijn voor dergelijke zware machines. In West-Vlaanderen, ook in België hopen wij, wordt hij een topper genoemd. Op zijn palmares staan ondertussen deze belangrijke resultaten:

  • 1997 Vice-kampioen van België in de 125 cc.
  • 1998 Vice-kampioen van België in de 125 cc, en in de 250 cc. Op dit ogenblik gekomen heeft hij genoeg percentagepunten verzameld, om de zo fel begeerde 'Inter-licentie' te krijgen. 1999 Belgisch kampioen in de FIMklasse internationaal Honda 250 cc, te Chimay.

In 1999 kwam hij zestien keer aan de start, naast België ook in Nederland, in Engeland, en in Tsjechië. Enkele markante feiten uit dit jaar:

  • Op het eerste Europese Kampioenschap in Assen (NL) kon Steve Coopman zich in 1999 kwalificeren tegen vierenvijftig Europese piloten, wat al bij al geen slechte prestatie was. In die wedstrijd ging hij onderuit in de tweede ronde.
  • Het racen in Engeland is een moeilijke opdracht voor de buitenlandse deelnemers, als je weet dat er slechts tien minuten beschikbaar zijn om te trainen, en het circuit te leren kennen. Voor afstelling van de racemachine is er bijna geen tijd. De startopstelling wordt bovendien bepaald door een eigen systeem, waarbij de Engelse deelnemers die hun kampioenschap volledig betwisten de eerste startposities toegewezen krijgen. Het is een feit dat dit nadelig is voor alle buitenlandse piloten. Steve Coopman reed voor wat hij waard was, en in de laatste race én in de regen, veroverde hij zelfs een vierde plaats. Alle omstandigheden in acht genomen, een heel knappe prestatie Zeker als je hierbij de andere teams, hun materiaal en het aantal geproduceerde pk's bekijkt.
  • In Tsjechië (Most) pakte hij met een vijffiende plaats, zijn eerste Europese punten. Portugal en Spanje stonden toen o.a. nog op het programma, maar een handbreuk maakte een een einde aan een mooi seizoen.
  • De daaropvolgende trainingen in Assen, en op de circuits van Zolder en van Rijsel, brachten Steve Coopman in het jaar 2000. Veel geluk kende hij nog niet echt, maar toch reed hij al enkele podiumplaatsen, en staat hij voorlopig tweede in het kampioenschap van België '250 cc Inter', waarin hij in 1999 Belgisch kampioen werd.

Als alles meezit zal hij in 2001 zijn debuut maken in de zwaarste klasse, de 'Freebike', met een motor van tussen de 750 en de 1000 cc. Met dit soort machines is het wel even wennen, tot je ze door en door kent. Op dit vlak zal de nog jonge piloot waarschijnlijk even moeten wachten op resultaten.

Wij zijn ervan overtuigd dat deze jonge piloot, zonder al te veel tegenslagen, in de toekomst nog van zich laat horen. Hij kan hiervoor op de steun rekenen van ouders en vriendin, en van de vrienden uit 'zijn' motolokaal 'De Vetpompe', te Wingene waarvan pa Roland Coopman trouwens voorzitter is. Tenslotte zijn er nog altijd de trouwe sponsors, die hun steentje bijdragen om zijn motor nog iets meer 'power' te geven.

We eindigen met deze bedenkingen van een jonge, beloftevolle motorracer, die Steve Coopman heet:

"In een race spelen de zenuwen me weinig parten. Eenmaal gestart valt alles van me af, en ben ik helemaal geconcentreerd. Ik verkies mooi weer, en toch boek ik de beste restdtaten in de regen. Tijdens de wedstrijd voel je de aanwezigheid van de supporters."

Robert De Laere

naar top

 
     
Hosted by www.Geocities.ws

1