|
Jacques Verduyn werd in Brugge geboren op 2 december 1946 als zoon
van Gustaaf VERDUYN en van Maria DE RUDDER. Het gezin met twee kinderen
woonde in de Edward de Jansstraat nr. 11 te Sint-Andries.
Lager en middelbaar onderväjs volgde hij Hier, resp. in de Sint-Baafsjongensschool
en de Rijksmiddenschool (RMS), en te Blankenberge in de Rijkslagere
Normaalschooi (RLNS).
Van 1967 tot 1969 leerde hij, als vrij leerling, tekenen en schilderen
aan de Brugse Academie voor Schone Kunsten bij o.a. Jozef COENE
en de latere directeur Luc DE JAEGHER. In de jaren 1967-1968 kwam
hij nog op de kunstacademie van Aalst waar hij, eveneens als vrij
leerling, boetseren en keramiek deed bij Geo VINDEVOGEL.
Van laatstgenoemde leerde hij de 'cire perdue' ook al eens verloren-wastechniek
genoemd. Ze bestaat in het gieten van een beeld na maken van het
model in was. Hierover komt een mal in o.a. gips, en wordt de was
gesmolten. Met 'cire perdue' wordt ook een bronzen beeldje bedoeld.
Tenslotte kreeg hij bij deze leraar, in 1969-1970, een opleiding
bronsgieten, discipline waarin hij een aantal kleine sculpturen
zou maken.
Hoofdmoot van zijn studies was echter vanaf 1966 het regentaat
plastische kunsten o.I.v. Octave LANDUYT aan de Rijksmiddelbare
Normaalschool Gent, waar hij in 1968 als regent afstudeerde, en
vanaf 1977 een aanstelling kreeg van leraar Boetseren. In 1978 behaalde
hij voor de 'Middenjury' het diploma leraar Tekenen Hoger Secundair
Onderwijs (HSO) en in 1979 dit voor het Hoger Onderwijs.
In 1971 trouwde Jacques Verduyn met Rita DE GRANDE bij wie hij
twee kinderen kreeg. Twee jaar later, in 1973, verhuisden zij naar
hun nieuwbouwhuis annex atelier, Grote Moerstraat 108 te Sint-Andries
waar hij nog altijd woont en werkzaam is.
Nog maar tweeëntwintig jaar oud, werd werk van hem aanvaard voor
de Provinciale Prijs Grafiek West-Vlaanderen, tekeningen en sculpturen
in brons op de Brugse tentoonstelling 2de Triënnale Plastische Kunst
in België. Conservator Willy VAN DEN BUSSCHE schreef hierover in
1972: "Zijn schilderkunst is evenals zijn tekenkunst vooral geïnspireerd
door de eenvoud der middelen, om suggestief een beweging en sensibiliteit
weer te geven, die barok aandoet. Zijn werk is evenwel niet pompeus
of overladen maar werkt vooral door suggestie. Fijne tekening, beweging,
zacht en contrastkoloriet, maar vooral suggestie."
In 1974 werd Jacques Verduyn laureaat van de Provinciale Prijs
voor Beeldhouwkunst West-Vlaanderen, met twee werken in polyester,'Veerle'(80x70x167)
en 'Pat' (80x70x167), en kocht de Provincie zijn werk, 'Transistormeisje'
(polyester, tafel en stoel, glas en fles, tapijt, 120x150) Het volgend
jaar werd hij op basis van het voorgaande, door de UNO verkozen
als vertegenwoordiger voor België.
"Hij past een acuut realisme toe op sculpturale", schrijft
conservator Dirk DE VOS. Dit n.a.v. de aankoop in 1980 door het
Groeningemuseum te Brugge van 'Kate en haar foto's' (polyesterbeeld
uit 1978, textiel voor de kleren, zestal losse foto’s op de grond
naast haar, 72 x 41,5 x 105).
"De eerste levensgrote polyestersculpturen (1970-1971) in realistische
stijl waren witgelakt. Vanaf 1972 worden ze ook gekleurd, en wordt
minder naar ‘schoonheid’ dan naar waarheid, echtheid en menselijkheid
gestreefd. Elk beeld is een synthese van een momentopname van een
situatie (menselijke schoonheid) die voortduurt in de tijd. Door
middel van een realistisch weergegeven figuur wordt een abstractie,
vreugde, optimisme, rust, genot, schoonheid, weergegeven." (Jaak
Fontier, 1974)
"De grote, in een natuurlijke maat en houding weergegeven figuren
ontstaan d.m.v. afgietsels van het lichaam van de modellen. Mede
door beschildering, doorgedreven detaillering, kledij, echt meubilair
en werkelijke objecten, wordt een hoge graad van natuurgetrouwheid
bereikt. Terecht werd zijn sculptuur in verband gebracht met het
streven van de hyperrealistische kunst." (JF, 1993)
Tussen 1971 en 1995 zou de kunstenaar, voornamelijk in Maanderen,
een vijftigtal tentoonstellingen houden van zijn werk, en nog een
tiental in het buitenland. Jacques Verduyn zelf zegt over zijn artistieke
opdracht klaar en duidelijk, en naar mijn mening kan niemand dat
beter formuleren:
"Mijn opzet is eigenlijk heel eenvoudig, sculpturen maken die
ik zelf goed vind en waar anderen hopelijk ook kunnen van genieten.
Noem het 'Kunst om de kunst', een eigentijdse en persoonlijke visie
gesteund op een verleden, op een westerse traditie. Ik probeer een
alledaagse familiale realiteit te reproduceren met het bevriezen
van een menselijke warmte als enige functie.
Hoewel ik vanaf 1970 tot het midden van de jaren tachtig alledaagse
situaties op een hyperrealistische manier in levensgrote beelden
gestalte gaf, begon mijn interesse te evolueren naar schoonheid,
de schoonheid van een houding, een beweging, een rug. Om dat te
verwezedijken moet je het menselijk lichaam en de plastische taal
grondig kennen en beheersen.
Mijn werk is geen vlucht in het verleden. Ik beschouw het meer
als een continuïteit van de westerse kunst. Mijn betrachting is
bezielde schoonheid te creëren. Voor mij betekent kunst: leven!
Oorspronkelijkheid en persoonlijke vrijheid acht ik dan ook van
kapitaal belang. In het leven maak je keuzes. Ik heb gekozen voor
realisme en het uitbeelden van de mens. Het lelijke wil ik zo vlug
mogelijk vergeten.
Ik vind het aangenaam om op een terras die indrukken te laten
bezinken met een goed glas Toscaanse wijn, of in een restaurant
nieuwe uitdagingen te bedenken."
In Sint-Andries woonden en wonen enkele uitstekende kunstenaars.
Jacques Verduyn is er één van.
Robert De Laere
naar
top
|