editie 105 - 5 maart 2000 - 27e jaargang
Gesprek met Christian Dedeene  
inhoudstafel van editie 105
 


 

Zandstraat 33

Il faut vivre ses passions

Het zal nog een tijdje duren voor we alle, met alle respect, "rare vogels", woonachtig te Sint-Andries hebben geportretteerd. We bedoelen daarmee de mensen die een minder conventionele, meer "exotische" levensloop en/of beroep hebben dan u en ik.

Door de inflatie van "human-intrest" programma's op de beeldbuis (en in de geschreven pers) lijkt het wel alsof die avontuurlijke curricula vitae in grotere getale zijn dan de modale burger in casu Sint-Andriesenaar. Wij zijn het eens met het achterliggende idee van zulke TV-programma's namelijk dat elkeen zijn verhaal heeft, maar in één ding verschillen we toch: wij gaan eerbiediger om met onze onderwerpen en bovendien zijn we veel selectiever!

Wij laten dan ook de aangespoelde (met springtij) Oostendenaar Christiaan Dedeene aan het woord. Hij ging zo snel en boeiend van start zodat we het eerste uur niet eens de kans kregen om aan onze lekkere wijn te nippen...

Christian Dedeene (C.D.): Ik was 12 jaar toen ik met mijn fietsje aan de balletschool van Oostende halt hield. Mijn moeder, die vier zonen had, was al jaren aan het mopperen: "Moest ik ook maar één dochter gehad hebben, ik stuurde ze naar de balletschool". Om mijn moeder enigszins te paaien schreef ik me zonder haar daarover te raadplegen in. Je zou kunnen denken dat ik het niet van harte deed en dit onbezonnen avontuur geen lang leven was beschoren, maar niets is minder waar. Na de eerste les voelde ik me zalig. Niet in het minst doordat we maar met twee jongens waren en wel 150 meisjes!

Ik bleef graag gaan en mijn passie voor het klassiek ballet, een meer dan drie eeuwen oude dansvorm, bleef maar groeien. In mijn derde middelbaar ging ik vol overtuiging naar de balletschool van het Ballet van Vlaanderen te Antwerpen. Die overtuiging moest er wel zijn want als jonge spruit op internaat vertrekken leek een heel overmoedige beslissing. Je kreeg dezelfde hoeveelheid theorieles als alle andere kinderen in het middelbaar onderwijs overal te Vlaanderen, maar daar komen nog vele uren balletles bovenop. Je kunt het bijna vergelijkeb met een topsportschool nu.

Deze opleiding was zo hard dat we maar met vier leerlingen afstudeerden ook al waren we met vierentwintig leerlingen gestart. ik leerde er discipline te hebben en te volharden. Dit kon alleen maar omdat ik het klassieke ballet, die toch de ruggegraat van alle dansvormen uitmaakt, graag deed, omdat ik het van harte deed. Anders hou je zoiets gewoonweg niet vol.

Na deze harde leerschool had ik de kans om een contract te tekenen bij "het Ballet van Vlaanderen". Ik vond dit echter veel te braaf en nam deel aan de selecties van één van de drie grootste balletensembles ter wereld nl. de danscompagnie van Béjart. Door de goede voorbereiding slaagde ik en kwam terecht in een sterk internationaal getint gezelschap met slechts twee Vlamingen.

Het gezelschap toerde ieder jaar 8 maanden rond de wereld d.w.z. Tokyo, Parijs, Wenen enz...

Het werd een zeer intense periode met een heel speciale ambiance onder de groepsleden. Na enkele jaren bracht ik het zelfs tot solist! Na het wegvallen van de hoofdsolist (gekwetst) en zijn doublure (ziek) nam ik, met gierende zenuwen, zijn rol in. Béjart bleek tevreden zodat ik de laatste twee jaren van mijn verblijf bij Béjart geregeld de hoofdrol kreeg toegespeeld. Na zes jaar bleek ik uitgekeken op de werkwijze van deze beroemde choreograaf en ging op zoek naar andere horizonten.

Wat was er dan zo speciaal aan de werkwijze van die choreograaf?
C .D.: "Iedereen mocht meedoen aan alle repetities, ook die van de solisten. Ik heb daar dan ook in het eerste jaar, op technisch vlak, enorm veel bijgeleerd.

Béjart zat ook nooit achter je aan. Alles draaide om zelfdiscipline en dito motivatie. dat moest ook met zo'n groot danskoor. Hij hing gewoon de uren van de repetities uit en verplichtte niemand om ze te volgen. Je oefende zoveel als je wou en kon. Het resultaat moest er wel zijn natuurlijk. Zijn strikte choreografie liet ook geen enkele improvisatie toe. Hij wist wat hij wou en daar week hij geen duimbreed vanaf. Hij was enorm perfectionistisch. tijdens iedere opvoering plaatste hij zich met zijn secretaresse tussen het publiek en liet noteren wat er zoal fout liep.

Na de voorstelling, terwijl je alles nog volop mentaal aan het verwerken was, wees hij je op je fouten. Niet echt pedagogisch maar toch effectief.

Bon, ik was dus uitgeweken naar Keulen waar ik, op zelfstandige basis, voor het "Dansforum" ging werken. Eén dag in de week werkte ik voor de Duitse televisie, de WDR, waarmee ik telkens een maandloon verdiende. Mijn grote wens was eens zelf een stuk te choreograferen. Maar onervaren als ik was had ik niet het geduld om subsidies aan te vragen en stak er al mijn eigen geld in. Dit liep helaas uit op een fiasco. Ik heb mijn les nu wel geleerd. Opnieuw enekel jaren later veranderde ik nogmaals van omgeving daar ik de kans kreeg om voor een theatergezelschap te werken. Ik moest hun dansstukjes bewerken en de choreografie ervan verzorgen. Ik leerde er ook met de belichting werken.

Door die vele omzwervingen moet je nu al vlot enkele talen spreken?
C.D.: Ik leerde Frans van bij Béjart, Duits van tijdens mijn periode in keulen en Spaans van in Barça. daar ik nu al een tijdje in Brugge vertoef ken ik nu ook al het Brugs en het plat Brugs. Wegens familiale omstandigheden diende ik immers naar België terug te keren en ik vestigde me in Brugge. Ik dacht al die jaren dat ik geen roots meer had maar hier in Brugge, waar ik toch al langer dan een decennium vertoef, voel ik me beter en beter thuis. Ik denk dat ik zal blijven steken in die Westvlaamse klei. Je weet het natuurlijk nooit maar ik voel me meer en meer zeker van mijn stuk. ik heb nu een goed groeiende Dance-academie voor kinderen en volwassenen en n-ájn kindje is her geboren.

Is dit dan geen stap terug na al die exotische bestemmingen die je hebt aangedaan?
C.D.: "Neen, ook al heb je hier minder middelen, ik zie toch een kans om iets moois op te bouwen. En het ligt niet altijd aan de middelen. Kwaliteit komt immers bovendrijven op lange termijn.

Ik ben nu bezig met verschillende projecten. Zo is er mijn Dance-factory met al meer dan 100 leden en de groep blijft maar aangroeien. We geven Idassiek ballet, moderne- en kdeuterdans en we begeleiden ook volwassenen, ook al hebben deze laatsten al jaren niet meer bewogen. Een volgend project is het oprichten van een professionele dansgroep nl. Fluïde vzw. Waarom die naam? Ballet is iets vluchtigs, moeilijk te pakken. Niet zoals fotografie, die andere kunstvorm. Daar kun je met één shot iets heel concreets bekomen.

Ik heb ook drie projecten ingediend bij de groep Podiumkunsten van Brugge 2002 waarvan er twee goed ontvangen zijn geweest. Ik vertel je misschien iets in primeur over het meest spectaculaire van mijn ingediende voorstelling nl. 'Visualitis'. Ik zal drie plexiglas bollen laten drijven op de Dyver met daarin drie dansers die dan nog eens gevolgd zullen worden door enkele spotlights. Ik denk dat het contrast tussen iets hoogtechnologisch zoals een bol uit plexiglas op de eeuwenoude reien wel iets in zich heeft.

Wij zijn ook met meer bezig dan dans in al zijn vormen. Wij geven creatieve workshops, modeshows voor kinderen. We nodigen dan een naaister uit en iedereen krijgt dan zijn kans om eigen creaties te laten ontwerpen.

Ik ben doodop. Hier volgen enkele niet geïntegreerde deeltjes:

"Ballet heeft veel van doen met een zekere lichaamsintelligentie die bij vele mensen ondergewaardeerd is. Onze maatschappij is veel te veel gericht op het geestelijke, het cognitieve. Iemand is pas slim, intelligent als hij veel weet, niet als hij goed kan bewegen en zijn lichaam goed kent. Ballet heeft de twee in zich. Het heeft te maken met beheersing, met expressie enzovoort. Het is dus evenzeer fysiek als mentaal. Ik ben er dan ook ten stelligste van overtuigd dat lichaam en geest onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Wij hebben deelnemers die na onze danslessen ook veel zelfzekerder zijn geworden. Ze durven weer bewegen en krijgen daardoor terug zelfvertrouwen. Het heeft dus ook te maken met een mentale ontwikkeling."

"Een choreografie is geen dansje maken. Neen, het heeft te maken met het telken male repeteren van éénzelfde beweging tot die beweging een automatisme wordt zodat er ruimte en tijd vrijkomt om zich uit te drukken."

Als kunstminnend persoon doet Christian Dedeene niet misprijzend over Brugge. Hij doet niet zo fel mee met het cultuurpessimisme dat er soms hangt bij de regionale kunstcritici. hij heeft geen nood aan uitspraken zoals daar zijn: "Brugge heeft alleen maar oog voor gevestigde waarden en heeft alleen maar receptieve kunst." en "Brugge doet niet veel voor de creatie van kunst." Doe er dan iets aan in godsnaam. "Life is what you make it." Iedereen is te passief. Er is hier nog zo veel onontgonnen gebied. Het is haast een soort handicap om Bruggeling te zijn. Ik ben het daar niet mee eens. Ik werk hier al 13 jaar aan mijn passie. En ook ik krijg soms de wind van voren.

"We hebben een bepaald genre podia tekort. Zoiets al het podium van het C.C. De Dijk te Sint-Pieters. Wij kijken dan ook hoopvol uit naar de polyvalente zaal die zal gebouwd worden te Sint-Andries."

Robert De Laere

naar top

 
     
Hosted by www.Geocities.ws

1