Wellington (Nieuw-Zeeland), 14 april 2002
Ik vrees dat dit weeral een opeenvolging van gebeurtenissen wordt. Dat komt ervan als je niet regelmatig de dingen bijhoudt. "Shame on me!"
De laatste dag van onze 'roadtrip' door het zuiden van het Zuidereiland van Nieuw-Zeeland was een typisch afrondingsdagje: hier en daar nog iets meepikken maar zeker geen wereldschokkende nieuwe dingen meer.
Onze dag terug in Christchurch vulden we grotendeels met een bezoek aan het "Antartic Centre". Daar leerden we iets bij over de Zuidpool en maakten we zowaar een wandeling in een Antartic simulatie kamer, compleet met ijs en vriestemperaturen erbij.
En dan was het tijd om met mijn broer, zijn vrouw en hun kleine zoon, het noorden van het Zuidereiland onveilig te maken. We werden voor het eerst van het krappe zitten in de auto verlost in "Maruia Springs". Daar lieten we ons gewillig onderdompelen in een paar natuurlijke warmwaterbaden, gelegen in een beboste vallei. Wat kan een mens meer willen!? Murchison was de volgende halte en zal waarschijnlijk niet gauw uit ons geheugen verdwijnen. Alles verliep goed tot we na de nachtrust de auto weer propvol hadden gestouwd. Mijn broer wou de auto starten maar de auto dacht daar blijkbaar anders over. Uiteindelijk moesten we nog een nacht extra blijven omdat er vervangstukken van elders moesten aangevoerd worden. We doodden de tijd met kaarten en heen en weer wandelen naar het dorpje.
Na dit oponthoud konden we dan toch doorrijden tot aan de "Golden Bay", helemaal in het noorden van het Zuidereiland. Daar vind je ondermeer "Farewell Spit". Dat is een schoorwal, een soort smalle maar kilometerslange zanderige landengte. We kregen een spectaculair bovenaanzicht van dit fenomeen na een steile klim tot aan "Pillar Point". We wandelden ook een stuk op de Spit zelf en een beetje verder naar een mooi strand. Voor prachtige stranden en baaien moesten we echter wachten voor de volgende dag, toen we een wandeling maakten in het "Abel Tasman National Park". Via een bosweggetje kwamen we bij azuurblauwe baaitjes met goudkleurig zand en soms bizarre kalkstenen rotsformaties. De afwezigheid van andere mensen versterkte het paradijselijk karakter van de omgeving. Na al dit natuurschoon konden we wel weer wat stadsleven verdragen en Nelson mocht ons dat geven. De stad draagt allerlei kunsten hoog in zijn vaandel maar heeft over het algemeen toch geen grote indruk gemaakt. De auto bracht ons verder langs de sfeervolle "Marlborough Sounds" naar Picton waar Anja en ik alweer afscheid moesten nemen van mijn broer en zijn gezin. Wij waagden de oversteek naar Wellington op het Noordereiland van Nieuw-Zeeland en vaarden daartoe door de "Queen Charlotte Sound" en over de "Cook Strait".
We hadden geboekt in het "Wildlife House" in Wellington. Met 'Wildlife' wordt er bedoeld dat er gratis sterke dranken beschikbaar zijn voor de dorstigen en dat 'feesten als de beesten' er tot levenswijsheid is verheven. Dat is allemaal heel leuk maar toch veel minder aangenaam wanneer je wilt gaan slapen!
Vandaag bezochten we het "Te Papa" museum van Wellington. Het is anders dan andere musea, veel frisser en orgineler. Wij werden persoonlijk aangenaam verrast door een tijdelijke tentoonstelling, "Reggae Explosion" genaamd. Het muziekgenre werd uit de doeken gedaan aan de hand van tekst, beelden, voorwerpen en natuurlijk ook muziek. Met het ritme in de benen verlieten we het museum en wandeldansten terug naar het hotel. Zelfs nu ik lig te schrijven op bed, voel ik nog nu en dan de neiging een danspasje te doen. Maar het is helaas bedtijd. Ik heb nog nooit gedansd in mijn dromen, dat zou wel eens leuk zijn...