Creymouth (Nieuw-Zeeland), 17 maart 2002
Anja en ik zijn begonnen aan onze ontdekkingstocht van het zuidelijk deel van het zuidereiland van Nieuw-Zeeland. We huurden een auto en na wat hotsen en botsen (het is een automatic!) vertrokken we samen met mijn broer in karavaan naar het westen. Voor hen was Arthurs Pass de eindbestemming van het weekend, voor ons het begin van ons avontuur.
Op weg naar de pas leerden we al kennis maken met het wisselvallige weer. Het begon met andere woorden te regenen. We stopten bij Castle Hill tussen twee buien door. Daar vind je heel bijzondere rotsformaties in kalksteen. We wandelden tussen de rotsblokken door en waanden ons in een surrealistisch schilderij van Dali. Vanwege de regen beslisten we daarna om ineens tot Arthurs Pass door te rijden waar we ons installeerden in een "cottage". Het overvloedige hemelnat hield ons gezellig binnen bij de haard.
De volgende morgen bracht meer neerwaarts water, weliswaar in mindere hoeveelheden. We waagden ons bijgevolg aan een korte wandeling naar de "Punchbowl waterfalls". Anja en ik hadden voor de gelegenheid een gele regencape aangeschaft waardoor we er waarschijnlijk uitzagen als vestgemeste kanariepieten. Maar we bereikten droog de voet van de langwerpige waterval. De stevige wind speelde met het vallende water en verplaatste het van tijd tot tijd een paar meter. Zo zie je maar dat guur weer ook z'n charmes kan hebben.
Na de lunch namen we voor drie weken afscheid van mijn broer, Marleen en de kleine Brecht. Zij keerden terug naar Christchurch en wij reden verder naar Greymouth, aan de westkust. Onderweg passeerden we langs brede valleien en grote meren. Eigenlijk komt het er in dit land haast op neer dat overal waar je kijkt, je wel een landschap ziet dat de moeite waard is. Eens we in Greymouth aangekomen waren en hadden ingecheckt, stopte het met regenen en klaarde het op. We konden dus nog genieten van het eeuwig weerkerende avondspel tussen de ondergaande zon en de wolken boven de zee.