Siem Reap (Cambodia), 2 maart 2002
Vandaag togen we voor de tweede keer naar de tempels van Angkor. Ik moet eerlijk bekennen dat ik gisteren licht ontgoocheld terugkeerde naar het guesthouse. Ik had waarschijnlijk teveel verwacht of had me teveel vastgepind om de roemrijke naam 'Angkor'. 'Jewels of the jungle' werden de tempels ook genoemd in een documentaire die we de avond voor ons eerste bezoek zagen in het guesthouse. Dat moest dus wel fantastisch mooi zijn en dat was het ook maar ik was er gisteren niet echt vatbaar voor.
Vandaag, een heel ander verhaal. We vertrokken vanmorgen met de gezonde filosofie van: een neen hebben we en een ja kunnen we krijgen. En we hebben heel zeker een ja gekregen, affirmatief. Wellicht gebeurt het wel vaker dat de zogenoemde mindere attracties de bezoeker meer aanspreken dan de hoogtepunten. We zagen een paar kleinere tempel-complexen die daarom niet minder bijzonder waren en het bezoeken zelf was een stuk aangenamer vanwege het kleinere bezoekersaantal bij deze 'mindere' attracties. Vooral het spel tussen architectuur en natuur kon onze interesse wekken. Sommige tempels zijn door de eeuwen heen overwoekerd door de natuur en dat geeft de sites hun mysterieuze sfeer. Het lijkt wel alsof de tempels op een gegeven moment de menselijke aanwezigheid beu waren en een bondgenootschap sloten met de natuur: "weg met die drukte, laat ons nu maar een paar eeuwen met rust!"
Vandaag moeten ze echter opnieuw heel wat bezoekers verdragen maar als je zo mooi bent mag je natuurlijk niet verwachten dat niemand naar je komt kijken.