Het zwakke geslacht
Deel 2
Halverwege de ochtend bezoekt Don Diego de taberna in de
hoop een glimp van zijn geliefde op te vangen. Hij ziet haar niet en neemt aan
dat ze in de keuken bezig is en neemt er een kijkje. Hij is teleurgesteld
wanneer ze er niet is. Leone staat met haar rug naar hem toe, terwijl ze haar
handen op haar onderrug laat rusten. Zo nu en dan roert ze in de soep.
“Buenos diás,” groet hij haar, “waar is Victoria?”
“In haar kamer,” antwoordt Leone neutraal.
Hij zoekt niets achter de opmerking en besluit op haar te
wachten.
“Kan ik je ergens mee helpen, Don Diego?” vraagt Leone
vriendelijk, wanneer hij op een stoel gaat zitten en haar handelingen volgt.
“Ik wil Victoria gewoon even zien, dus wacht ik hier op haar.”
Hij kijkt Leone onschuldig aan. Zijn rustige houding verandert in een bezorgde,
wanneer ze vertelt dat ze op bed ligt: “Het is toch niet ernstig? Wat heeft ze?
Waarom vertel je me dat niet meteen?”
“Het is niets ernstigs,” verzekert ze hem.
Hij stribbelt tegen, want Victoria is nooit ziek. Soms komt
ze moe over of heeft ze een slecht humeur, maar ziek, nee.
Leone herhaalt haar woorden, maar dat heeft geen zin. Hij
wil haar zien, maar wordt tegen gehouden door de jonge vrouw. Intussen schenkt
ze twee mokken thee in en vraagt of hij koffie wil. Ze kan hem daarmee blij
maken. Ze zet de twee mokken op een dienblad, waarna ze zijn koffie geeft. Het
resterende hete water giet ze in een lege wijnfles, die ze in een handdoek
gewikkeld vasthoudt en sluit hem af met de bijbehorende kurk. Dit moet de
inmiddels afgekoelde baksteen vervangen. Ze gebaart Don Diego haar te volgen.
“Victoria,” adresseert ze de “zieke” vrouw, “ik heb bezoek
voor je.”
Aan de andere kant van de deur hoort Diego een krampachtige
stem hen uitnodigen binnen te komen. Diego vraagt zich af wat Leone met de fles
water van plan is. Zijn aandacht wordt afgeleid als hij zijn geliefde in bed
ziet liggen. Ze ziet er net zo belabberd uit als Leone. Hij knielt voor haar
bed en legt een hand op haar voorhoofd. Ze voelt helemaal niet warm aan. Hoe kan dat?
“Je bent toch niet gewond?” vraagt hij haar na alle
mogelijkheden overdacht te hebben.
Ze schudt haar hoofd. “Ik heb gewoon een slechte dag,”
verklaart ze ongemakkelijk. Ze voelt zich wel vertroeteld dat haar beste vriend
zich zorgen maakt. Victoria komt overeind, wanneer Leone haar de thee
overhandigt.
Diego neemt bedenkelijk een slok van zijn koffie, waarna
hij besluit dat de dokter haar moet onderzoeken. Twee vrouwen protesteren. Hij
kijkt ze ongelovig aan. “Het komt allemaal goed,” antwoordt Victoria met de mok
op haar buik rustend. “Vanavond of morgen kan ik weer gewoon werken.”
Leone zet haar mok neer en geeft Victoria de gevulde fles.
“Ik kon even geen andere steen uit de haard halen, maar dit zal ook hetzelfde
effect hebben. Dankbaar neemt ze het bundeltje van Leone over en geeft haar de
andere bundel terug. Diego is perplex.
“Weten jullie zeker dat er geen dokter nodig is?” probeert
hij dan.
“Sí, Diego,” antwoordt Victoria kalm. “Ik heb gewoon mijn
dag niet.”
“Dan lijk je niet de enige te zijn,” antwoordt hij, terwijl
zijn blik op Leone rust. “Kan ik iets voor je doen, Victoria.”
Ze schudt haar hoofd. Ze wil graag slapen. Diego verlaat
haar kamer met de belofte ’s middags haar gezelschap te zouden. Leone volgt hem
om de voorbereidingen voor de lunch gereed te hebben. De twee andere
serveersters hebben het werk al verricht, waardoor Leone besluit de jonge Don
gezelschap te houden. Don Diego kan Victoria niet uit zijn gedachten zetten. Vrouwen! Hij moet maar op het oordeel
van de vrouwen vertrouwen. Leone schijnt vandaag ook uit haar doen te zijn,
valt hem op. “Ben jij wel in orde, of heb je dezelfde ziekte als Victoria?” Die
laatste opmerking was plagende bedoeld, maar Leone loopt rood aan, doordat ze
zo in verlegenheid gebracht wordt. Don Diego is door haar reactie even van zijn
stuk gebracht. Wat ze nu ook zegt, ze kan hem toch niet overtuigen, is ze van
mening. Ze zwijgt, terwijl ze zichzelf tot de orde roept. Ze zoekt naar een
ander onderwerp om over te kunnen praten. Dit is niet iets dat je met een man
bespreekt. “Hoe gaat het met de artikelen voor de Guardian?”
Don Diego merkt haar ongemakkelijke houding op en gaat in
op haar vraag.

Langzamerhand
wordt het drukker in de taberna en wordt Don Diego door Felipe weggeroepen.
Felipe heeft een gesprek van dieven opgevangen, die het gemunt hebben op een
boerderij twee kilometer landinwaarts. Als Zorro gaat Don Diego er op af.
Wanneer hij bij de boerderij komt, bespeurt hij nog geen
onraad. Heeft Felipe het wel goed
gehoord. Of zouden de dieven hun plannen veranderd hebben.
“Aaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaah, help een bandiet,” gilt een
vrouw hysterisch. Het nichtje van de eigenaar is net in California aangekomen
en heeft nog nooit van Zorro gehoord en denkt dat hij haar wil overvallen.
Zorro probeert tevergeefs de tiener te kalmeren en te verzekeren dat hij een
vriend van het volk is.
“Hhhhhhelp,” schreeuwt ze, terwijl ze met een mattenklopper
de held probeert weg te jagen. Een bediende komt op de noodkreten aangesneld:
“Señorita, niet doen!”
Verbaasd kijkt de tiener naar de bediend alsof hij zijn
verstand verloren heeft. “Dit is Zorro, hij beschermt ons juist tegen de
bandieten!” roept hij beschaamd.
De tiener wordt rustiger en sneert: “Je kunt maar beter je
masker afdoen, als je mensen wil helpen!”
Zorro grijnst breed: “Ik denk dat ik dan niet veel meer te
redden heb, want de Alcalde heeft mij dan al lang en breed opgehangen. Hij mag
me niet zo.”
“Dat kan ik begrijpen!” antwoordt de tiener neerbuigend.
Zorro besluit haar te verlaten; met haar valt niet te redeneren.
“Kom Toronado,” motiveert Zorro zijn hengst, “vrouwen, we
zullen ze nooit begrijpen!”
Het beeld van de “zieke” Victoria verschijnt voor zijn
ogen. Aan haar ogen kon hij zien dat ze pijn had, maar weet niet waar. Hoe
graag zou hij die pijn wegnemen.
Ik zou
natuurlijk haar kunnen opzoeken.
“Aaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaah,” klinkt het achter hem.
Wat nu weer?!
Hij keert Toronado terug naar de boerderij en geeft hem de sporen.
Bij de poort ziet hij drie paarden staan, die vijf minuten geleden er nog niet
stonden. Er wordt geschreeuwd. Wanneer Zorro de binnenplaats nadert, ziet hij
dat de drie mannen de tiener lastig vallen. De bediende ligt bewusteloos op de
grond.
“Señores, zo ga je niet met een vrouw om.” Zijn luide stem
heeft de aandacht van de drie bandieten getrokken.
De mannen vallen één voor de held aan, maar zonder succes.
Zorro weert alle aanvallen met zijn degen af. De mannen kunnen niet op een
fatsoenlijke manier met hun degen omgaan. De eerste bandiet is zijn degen kwijt
en pakt na de aanval van de derde persoon een bloempot en gooit het naar Zorro.
Ook deze actie is te vergeefs. De derde man probeert Zorro te overmeesteren
door op hem af te springen, maar Zorro kan zijn aanval ontwijken. Hij draait
zich deels van de man weg en geeft hem een flinke rechtse, waardoor de logge
man bewusteloos op de grond valt. De tweede man besluit te vluchten, maar wordt
door Zorro’s zweep onderuit getrokken.
“Kijk uit!” roept de tiener, wanneer de laatste bandiet met
een degen op Zorro afstormt. Zorro weert de aanval af, waarbij de degen van de
man in tweeën geslagen wordt door Zorro’s degen. Nadat deze dief ook
uitgeschakeld is, bint zorro de mannen vast en haast zich naar de bediende die
nog op de grond ligt. De tiener zit er wanhopig naast. Ze weet niet wat ze moet
doen. Zorro helpt de man op een bed in de hacienda, terwijl de tiener om de
gevraagde kom water en een doek gaat.
Zorro probeert de man bij zijn positieven te brengen. Het
kost hem gelukkig niet veel inspanning. Wanneer de bediende bij is, verlaat
Zorro de boerderij. Vlak bij de pueblo laat hij de paarden met hun berijders
uit zichzelf naar de barakken lopen. Sergeant Mendoza is de eerste die de
paarden ziet. Wat nu weer. Zorro heeft nu
weer al dieven gevangen. Wanneer houdt hij daarmee op? De cellen zitten nu
bijna helemaal weer vol.
“Soldaat Sanchez,” commandeert hij naar zijn mindere, “stop
hen in de laatste cel, por favor.”
Intussen neemt Zorro de gelegenheid even bij Victoria langs
te gaan. Pijnlijk ligt ze in elkaar gedoken in haar bed. Ze kan niet slapen,
maar op bed liggen voelt beter dan iets ondernemen. Ze was net opgestaan om te
kijken of ze nog iets in de taberna kon doen. De krampen namen toe, waardoor ze
van ellende terug in haar bed gekropen is.
“Zorro,” fluistert ze met een zwakke stem, “wat doe je
hier?”
“Querida, ik hoorde dat je ziek bent. Hoe voel je je?”
Hij knielt naast haar bed en geeft een kus op haar wang.
“Pijnlijk,” antwoordt ze zacht, “maar dat gaat wel weer
over.”
“Je voelt helemaal niet warm aan,” zegt hij, terwijl zijn
blote hand op haar voorhoofd rust. Zijn handschoenen liggen bij zijn knieën. In
zijn andere hand houdt hij haar hand vast.
“Ik ben niet echt ziek,” bekent ze, “maar ik voel me
vandaag gewoon niet fit.”
Hij merkt aan haar dat ze niet wil zeggen wat er mis is,
dus probeert hij het op een andere manier. “Wil je dat ik dokter Hernandez
haal?”
“Hij kan toch niets doen,” wijst ze het voorstel af.
“Kan ik iets anders voor je doen?” vraagt hij bijna
smekend. Het doet pijn in zijn hart om haar zo te zien.
“Por favor, laat me met rust,” smeekt ze, “het gaat vanzelf
over, geloof me.”
Hij kijkt haar warm in de ogen en wil opstaan, ze pakt zijn
hand beet, waardoor hij terug op zijn knieën voor haar zakt. “Je kunt me een
kus geven, misschien helpt dat tegen de pijn,” stelt ze met een flauw
glimlachje voor.
Dat laat Zorro zich geen tweede keer zeggen. Hij buigt zich
langzaam naar haar toe, totdat hij haar zachte, warme lippen op de zijne voelt.
Haar geopende lippen nodigen hem gewillig uit voor een diepe gepassioneerde
zoen. Ze voelt zich even zweven, totdat hij de zoen verbreekt. “Ik moet weer
gaan,” fluistert hij met tegenzin tegen haar lippen. Op de plaza staat de
Alcalde te commanderen dat de soldaten Zorro moeten zoeken: “Hij kan niet ver
zijn. Mannen ik wil hem voor zonsondergang in mijn gevangenis hebben!” Victoria
laat hem gaan. Hij geeft haar nog een kus op haar lippen en neemt afscheidt.

Deel 1 Fan fiction Deel 3