MIJN PIJPEN KABINET
TERUG NAAR MIJN HOMEPAGE

NAAR PIJPROKEN ALGEMEEN

NAAR MIJN TABAK
Ziehier mijn pijpenkabinet. Bijna 60 pijpen op een rij, dat doet de mens deugd. In werkelijkheid zitten er wel wat pijpen tussen die ik niet of vrijwel nooit rook, maar al met al staan er toch zo'n 40 stuks klaar voor dagelijkse trouwe dienst. Ach ja, een man met een obsessie is een gelukkig man, nietwaar?
BIG BEN CROLSLEY
Dit is de pijp die, beter dan welke pijp ook, demonstreert hoezeer een pijproker aan zijn gereedschap verknocht raakt. Ik schreef er al over op de algemene pagina over pijproken. Mijn eerste exemplaar kocht ik in 1977, voor 29,95. Geen erg dure pijp, geen erg bijzondere pijp, geen speciale nervatuur, gewoon een goede, niet al te grote pijp. Lekker als ik geen vol uur de tijd had om te roken, handig omdat hij zo klein en licht was dat ik hem goed tussen mijn tanden kon vasthouden. Een gewone pijp, zoals zoveel pijprokers die hebben. En op zeker dag, na 16 jaar trouwe dienst, vergat ik hem in de trein. Weg, nog gebeld met gevonden voorwerpen, mar helaas, niets gevonden Meneer, nooit meer gezien. Zo gaat dat.
Ik heb geprobeerd het verlies als een man te dragen. Ik had mezelf al snel uitgelegd dat het zinloos was om deze pijp nieuw te kopen, zelfs als ik hem nog eens ergens zou vinden. Ik had immers pijpen genoeg? En een nieuwe pijp zou gevoelsmatig natuurlijk nooit dezelfde pijp zijn als de pijp die ik kwijt was. Mooi denkwerk, maar vergeefs, niets hielp, het gemis bleef voelbaar. Natuurlijk was ik af en toe wel even gelukkig, ook zonder deze pijp. Ik beminde vrouwen, ik at met smaak, ik sliep ook wel eens zonder zwetend wakker schrikken. Maar in de diepe, donkere krochten van mijn geest knaagde de worm. Zonder erbij na te denken strekte ik mijn hand uit naar mijn pijpenrek, zoekend naar de pijp die er niet meer was...
Na 5 jaar gaf ik de strijd op. Ik maakte een schets, puur uit mijn geheugen, en stuurde die op naar de firma Gubbels & Zn, de fabriek waar Big Ben pijpen vandaan komen. Tot mijn stomme verbazing kreeg ik nog antwoord ook. Men herkende de pijp, het model was nummer 340, en was nog steeds leverbaar. Voor 49,95 te bestellen bij mijn eigen tabakswinkel. Ik bezweek.
En zo leerde ik dat ik me 5 jaar lang voor de gek heb gehouden. De nieuwe pijp neemt niet alleen de plaats in van de verloren pijp, het is nu zelfs een monument voor de liefde van een pijproker voor zijn materieel...
DE ECHTE KALABAS PIJP
Voor diegenen die nog nooit zoiets zagen: dit is nu een kalabaspijp. Het bruin/gele deel is een kalabas die tijdens zijn groeiproces in model is gebracht met stokjes en ijzerdraad. Het witte deel rechtboven is de eigenlijke kop, van meerschuim, Meerschuim is een tamelijk zacht, wat gips-achtig mineraal waar geweldig lekker rokende pijpen van gemaakt worden (ooit eens stond dit materiaal bekend als koninging voor pijpen). En het gele mondstuk moet amber voorstellen, hoewel ik het voor imitatie amber houdt, gemaakt van acryl. Deze pijp is ouderwets, het ontwerp stamt uit de 19e eeuw, maar ze worden nog steeds gemaakt. Het is een levende dinosaurus, een overblijfsel uit de tijd waarin mannen nog niet voor een kleintje vervaard waren en ook porceleinen pijpen van 1 meter lang gerookt werden. En er is een reden waarom deze pijpen nog steeds gemaakt worden. Als de pijp goed gemaakt is, van echt blok-meerschuim, dan is het een geweldige pijp om te roken. Maar dat is niet de reden waarom deze pijp nog steeds bestaat.
Dit, Dames en Heeren, is DE PIJP. De enige echte Shelock Holmes pijp. In zoveel films en op nog meer boekomslagen te bewonderen; dit is het ultieme symbool van onze enige echte eerste prive detective...
En hier komt de echt mop. Sherlock Holmes rookte geen kalabaspijp. In alle verhalen die Conan Doyle over onze geliefde speurneus schreef komt de kalabas pijp niet een keer voor. Holmes rookte een 'klein, zwart, vettig stenen pijpje', hij had een 'oude vertrouwde pijp van rozenhout', een pijp van kersenhout die hij opstak als hij zin had in bekvechten met Watson, maar er staat geen letter over de kalabaspijp in de hele Canon. Ook de originele gravures die de verhalen in The Strand versierden vertonen nergens deze pijp. Het beeld dat wij nu hebben van Holmes, met de pet met twee kleppen, de lange mantel en de ferme saxofoon waar hij uit rookt, heeft een andere herkomst. De verhalen over Sherlock Holmens waren toen ze uitkwamen een groot succes, en al snel opende het doek voor een toneelstuk over Sherlock Holmes. Hoofdrolspeler was ene meneer Gilett, een hartstochtelijk pijproker. En het is deze Gilett die de kalabaspijp heeft toegevoegd aan ons beeld van Sherlock Holmes.
En is dit nu ook nog echt een beetje te roken? Ik moet zeggen, het is in elk geval niet de teleurstelling die ik verwachtte, en ik rook de pijp regelmatig en met toenemend genoegen. Eerst maar even de grootste nadelen: om te beginnen had de pijp een paar bijsmaakjes die me niet bevielen. Hoewel het achteraf logisch lijkt, had ik niet gerekend op een vruchtensmaak. En de pijp had, zeker in het begin, een wat was-achtige smaak (er wordt was gebruikt bij het maken van een meerschuimen pijp, maar de andere meerschuimen pijpen die ik bezit hebben geen wassmaak). Gelukkig bleken deze bijsmaken vooral een kwestie van nieuwigheid te zijn, na een jaar zijn ze vrijwel verdwenen. Maar dat viel even tegen. Wat wel te verwachten was is dat het een onhandige pijp is; het ding is groot, niet mee te nemen als je van huis wilt, en niet tussen de tanden vast te houden. Maar goed, het is dan ook een overblijfsel uit een andere tijd, met een ander levenstempo. Voor deze pijp moet je echt eens rustig gaan zitten.
Een andere verrassing was dat de kop voor zo' grote pijp niet echt groot is. Op de een of andere manier verwacht je toch dat je in zo'n grote pijp gemakkelijk een half pond tabak kwijt kan, in werkelijkheid is de inhoud van de kop nauwelijks groter dan van een gemiddelde pijp. En omdat dit soort pijpen van nature erg droog en koel rookt, ontstaat daardoor de neiging om wat sneller dan normaal te roken; mijn eerste rokertje uit deze pijp duurde iets van 20 minuten, waar een uur toch meer in de lijn der verwachting lag. Ondertussen heb ik geleerd om ook deze pijp rustig te roken, en nu duurt het al een dikke 50 minuten. En met het rustiger roken is trouwens ook de eerder genoemde wassmaak verdwenen.
Het meest verbazende is een onverwacht voordeel. Hoe het komt weet ik niet, maar deze pijp blijft veel beter branden dan een normale pijp. En dat maakt deze pijp tot de ideale pijp voor een gezellige avond kletsen met vrienden (als ze tenminste eenmaal aan de aanblik van dit gevaarte gewend zijn). Deze pijp gaat niet uit als ik eens wat meer dan een paar losse woorden aan de discussie wil bijdragen. Blijkbaar wist de meneer Gilett wel wat voor pijp je op een podium nodig had...
PETERSON'S 'ORIGINAL' SHERLOCK HOLMES KALABAS PIJP
De oude Ierse firma Peterson lanceerde een serie van 7 pijpen in 1987. Deze pijpen droegen namen die bij Sherlock Holmes verhalen hoorden; Watson, Lestrade, Bakerstreet en zo voort. In mijn ogen een brilliant idee. Voor mijn gevoel maakte Peterson zijn beste pijpen met ietwat lompe, niet al te verfijnde en nogal ouderwetsere vormgeving. Met deze serie ging men echt voor ouderwets, en dat heeft meesterlijke resultaten opgeleverd.
Dit is in feite de eerste pijp van de serie, met als naam 'Sherlock Holmes Original'. Het hierboven getoonde model is overigens niet het meest 'original' omdat het een iets afwijkend mondstuk heeft. Peterson heeft een eigen patent mondstuk met het rookgat aan de bovenzijde en een half ronde achterzijde. Dit is een 'normaal' mondstuk.
Het is in elk geval een grote pijp, waar men een baal tabak in kwijt kan. Hiermee is de gemiddelde pijproker wel een dik anderhalf uurtje stil te krijgen. Ik moet eerlijk bekennen dat de pijp ook een nadeel heeft; hij heeft nogal de neiging om nat te roken. Water, dat vrijkomt bij de verbranding van tabak, zoekt nu eenmaal het laagste punt op en verzamelt zich onder in de pijp. En het is bij deze pijp, net als bij de meeste sterk gebogen pijpen, nogal een probleem om even een pijpenrager via het mondstuk tot in de kop naar binnen te steken en alle condens op te zuigen. Omdat een pijp nu eenmaal tijdens het roken niet uit elkaar gehaald kan worden is het dus een kwestie van voorzichtig en langzaam roken, anders klinkt men als een kind dat met een rietje drinkt...
Maar ik ben dol op deze ferme, ietwat lompe kerel.
BUTZ CHOQUIN MAYA
Dit werd ooit, in de jaren van unisex en vrouwenemancipatie uitgebracht als een 'Dames pijp'. En ik begrijp wel dat regels er zijn om gebroken te worden, en ik geloof ook vast dat er wel ergens een dame is die stijlvol en met genoegen haar pijpje rookt. Maar ik geeft toch de voorkeur aan pijp roken als mannenzaak. Samen met het urinoir, de stropdas en mijn appartement is de pijp een van onze laatste bastions, mannebroeders.
LATEN WIJ HIER EEN STREEP TREKKEN EN DIE STREEP TOT DE LAATSTE MAN VERDEDIGEN, anders is er geen hoop meer voor ons...
Maar goed, het 'dames pijp' zit hem toch vooral in een sierlijk en fragiel ontwerp. En zolang modemaniakken dit soort pijpen speciaal voor dames ontwerpen hebben we weinig te vrezen, want dunwandige en lichte pijpen zijn nu net extreem moeilijk te roken. Dit soort pijpen is nu net een garantie dat dames voorlopig niet massaal aan het pijproken zullen slaan.
Voor mij zat de grote aantrekkingskracht van deze pijp in de verwijzing naar vroeger. De houten kop is een kopie van oude stenen pijpen, kompleet met hiel en al. De dunne tussensteel ziet er uit als een tijdelijke reparatie van iemand die zijn stenen pijp gebroken heeft en niet meteen een andere pijp ter beschikking heeft. Op de een of andere manier krijg ik altijd een beetje het gevoel dat deze pijp uit de nalatenschap van een Robinson Crusoe komt...
De zwarte tussensteel was oorspronkelijk wit, en ik was nogal teleurgesteld toen die al snel donker begon te verkleuren. Ondertussen vind ik dat niet meer erg, integendeel. Nu geeft het de pijp een waardige, oude aanblik. Het ontwerp, zij het niet in deze vrouwelijke anorexia-achtige vorm, bleek achteraf veel ouder te zijn dan ik dacht. Het is het eerste ontwerp van Butz Choquin, terug te herleiden tot 1858, en de tussensteel was ooit albatros-bot. En hoewel de pijp met zorg gerookt moet worden -door het dunne hout van de kop wordt de pijp snel erg warm- is het een aangename en lichte pijp om te roken.
DUNHILL BILJARD
Vroeger stond bij bijna elke tabakszaak een mandje op de toonbank, met daarin pijpen. 'UITZOEKEN, 1 voor vijf gulden of 3 voor een tientje' was te lezen op het karton dat tussen de pijpen omhoog stak. Dit mandje vertegenwoordigde het absolute dieptepunt op het gebied van pijproken, iets slechters dan een 'mandjespijp' was er niet. En elke pijproker trapte er wel eens in. En dan zat je met een pijp die rook naar smeulend vernis, smaakte als een bosbrand en de ongelukkige koper bleef achter met gaten zijn zijn tong (een vroege vorm van tong-piercing misschien?).
En wat mij altijd heeft verbaasd was dat al die pijpen er hetzelfde uitzagen, ze waren altijd in ��n oogopslag te herkennen als mandjespijp. Waarom probeerden ze die dingen niet op gewone fatsoenlijke pijpen te laten lijken? Alle gewone, fatsoenlijke pijpen waren glad of gezandstraald, en ze waren bruin, houtkleurig. De pijpen uit het mandje waren altijd zwart en gerusticeerd (met een guts bewerkt om heel knullig een beetje op een gezandstraalde pijp te lijken). Waarom zwart? Waarom niet gewoon op een fatsoenlijke pijp proberen te lijken?
Het heeft me jaren gekost om erachter te komen dat ze wel degelijk op een fatsoenlijke pijp probeerden te lijken. Mijn probleem was dat de gemiddelde tabakszaak waar ik kwam wel fatsoenlijke pijpen had, maar niet ZO fatsoenlijk. Deze zwarte, mishandelde blokken hout probeerden op Dunhills te lijken. En Dunhill maakt niet alleen erg dure tasjes en aanstekers, van origine is het vooral een pijpenfabrikant...
Dunhill maakt pijpen sedert 1911, en op de een of andere manier zijn ze erin geslaagd om de hele wereld ervan te overtuigen dat ze de beste pijpen maken. Hoe ze daarin geslaagd zijn? Goed, ze maken fraaie pijpen, klassiek en perfect afgewerkt. En goed, ze doen nogal hun best bij de selectie, als er Dunhill op een pijp staat zit er geen stopverf in, geen barst of zandkorrel verontreinigt hun hout. Maar de beste pijpen? Natuurlijk, ze komen uit Engeland, en wie weet meer van pijproken dan een Engelsman. En dan is er nog dat fraaie nummer-systeem, dat verzamelaars in staat stelt om elke pijp te dateren, ook geen slecht idee bij iets dat zich zo leent voor verzamelen. Maar de beste pijpen ter wereld? Zijn ze echt het geld waard dat ze kosten?
Deze pijp is een klassiek biljard-model. Ik heb ook een biljard van Big Ben. Die kost nu iets van 60 gulden. De Dunhill gaat richting 600 gulden, 10 keer zoveel als de Big Ben.
De Dunhill smaakt beslist geen 10 keer zo goed. De nervatuur is beslist niet 10 keer zo  fraai als bij de Big Ben, hoewel ik moet toegeven dat het een fraai voorbeeld van een 'sunburst' nerf is. En het mondstuk is beslist het beste van al mijn 60 pijpen, perfect tussen de tanden, perfect aansluitend op het hout van de pijp. En door hun proced� van 'oil-curing' om het hout van sap te ontdoen heeft de pijp een heel eigen, aangename smaak die in veel gevallen het beste in een tabak aan het licht brengt.
Ik twijfel. Komt het omdat ik er zoveel voor betaald heb? Of is het misschien echt de beste pijp die ik heb? Het is in elk geval mijn absolute lievelingspijp. Je gaat voor een jaar naar een onbewoond eiland, wat neem je mee? Deze pijp in elk geval...
Is Dunhill de hoge prijs waard? Ik weet het niet zeker, maar deze pijp geeft me de indruk van wel. Sedert ik deze pijp heb gekocht heb ik heel wat andere pijpen gekocht, en geen daarvan was een Dunhill. Maar dat is vooral een kwestie van geld. Het is niet zo dat ik nu niet meer van andere pijpen kan genieten, dat andere pijpen 'maar' gewone pijpen zijn. Ik zal met liefde nog heel meer wat andere pijpen kopen. Maar ik denk dat ik ook nog wel eens een Dunhill zal kopen...
PARKER PRINCE
Dit 'prince'model is een oude engelse klassieker. Het is een vrij kleine pijp, ideaal om de dag mee te beginnen. Ik vind de zwarte, gezandstraalde afwerking vooral zo fraai omdat het maakt dat een pijp niet meer verandert na aankoop. Bruine pijpen worden in de loop der jaren steeds donkerder, en een eventuele nerf is op het laatste bijna niet meer te zien. Zandstralen verhelpt dat probleem, maar ze blijven wel donkerder worden. Een zwarte gezandstraalde pijp daarintegen blijft uitzien zoals hij er uitzag toen je hem koos...
Parker is een naam die soms met Dunhill wordt verbonden (het heeft in elk geval niets met Parker van de pennen en andere schrijfwaren van doen). Parker is als zelfstandig merk begonnen, maar werd op een bepaald moment opgekocht door Dunhill. Vervolgens werden onder de naam Parker niet alleen eigen pijpen verkocht, maar ook de Dunhill's die niet helemaal aan de normen van Dunhill voldeden. Dat is ondertussen weer verleden tijd, Dunhill koopt nu half gefabriceerde pijpen in Frankrijk en werkt ze in eigen beheer af. Doordat ze al half gefabriceerde pijpen kopen zijn er geen echte afvallers meer, en is er dus ook geen behoefte meer aan een 'seconds' merknaam. Parker staat weer op eigen benen en heeft bij Dunhill wel geleerd hoe je een mooie pijp maakt...
Ik heb ondertussen zelf een zeven-dagen set Parkers bij elkaar gekocht. De pijpen in deze uitvoering zijn in mijn ogen klassiekers. Het voornaamste nadeel dat ik tot nu toe ontdekt heb is dat de mondstukken nogal snel verkleuren naar bruin-grijs. Er moet gepoetst worden.
MIJN KERSTPIJP 1999...
En ineens stond dit pakje in mijn pijpenrek. Een van mijn vrienden gokte dat het wel een LP zou zijn. Ik heb zo mijn twijfels...
Elk jaar rond de kerst koop ik een pijp; mijn kerstpijp van dat jaar. Jammer dat ik die gewoonte niet sedert mijn 17e heb.
TERUG NAAR MIJN HOMEPAGE
NAAR PIJPROKEN ALGEMEEN
NAAR MIJN TABAK
Hosted by www.Geocities.ws

1