Dagboek Quest

Deel 12 (het jaar 2009-01)

 

1 januari 2009

Een nieuw jaar. Ik heb nog niet veel echte plannen gemaakt.

Al met al ruim 17500 km, waar ik in 2008 op iets meer dan 19000 uitkwam.

Twee dingen die ik wil doen zijn een rondje IJsselmeer en een 24-uurs fietsrit. Hoe en wanneer is nu nog niet bekend.

 

3 januari 2009

De eerste rit gaat richting Dronten.

Er moet wat onderhoud gedaan worden. De verlichting hapert te vaak en het ene tellertje is “dood”. Ook zie ik 3 kapotte spaken en moet de aanlopende rem maar eens aangepakt worden.

Ik spreek af om een uur of 1 en vertrek rond 12 uur richting Kampen.

Het vriest licht en ik heb geen zin om me moe te maken. In iets minder dan een uur ben ik in Dronten, waar de laatste 100 meter over een spekgladde weg moeten worden afgelegd. Het had daags er voor geijzeld en er wordt niet gestrooid.

 

Circa 2 uur later is de Quest weer rijklaar. Ik drink nog een bakje thee mee en vertrek.

Even buiten bel ik naar huis om door te geven hoe laat ik thuis kom. Dat is dus veel later dan ik had gepland. Als ik langs de weg stil sta om te bellen stopt er een busje van de politie naast me met de vraag of alles wel OK is. Als ze zien dat ik een telefoon in de hand heb is de situatie snel duidelijk en vertrekken de heren weer. Dat vind ik toch wel attent.

 

Om een uur of 5 ben ik weer thuis en heb de eerst 63 km van 2009 op de teller staan.

 

8 en 12 januari 2009

De eerste woonwerk ritten. Het is voor het eerst in 12 jaar weer echt winter met een schaatsperiode van 14 dagen. Koud dus.

De 8e is de temperatuur de hele dag zo rond de min 4. Het fietsen gaat stroef, er liggen soms nog wat sneeuwresten op het fietspad en gemiddeld kom ik niet verder dan 31,1.

De 12e is het licht dooi, maar in de ochtend gaat het nog steeds stroef. Nog steeds wat sneeuwresten en net 30 gemiddeld.

Terug is de wind stevig uit het zuiden en met een temperatuur van 5 graden moet dat normaal een 36’er kunnen zijn. Maar die 36 blijkt de kruissnelheid.

 

Na Nunspeet ben ik het zwoegen zat en controleer de banden. Dan blijkt de band linksvoor maar goed 3 bar te bevatten. Pompen dus. Als ik weer vertrek merk ik de verbetering meteen. De kruissnelheid stijgt naar ongeveer 40 en uiteindelijk komt het gemiddelde nog tot een alleszins acceptabele 35,5.

 

15 januari 2009

Ik ga later weg want vanavond is er een nieuwjaarsbijeenkomst en zo af en toe moet je je daar eens vertonen. Het is dan ook al bijna licht als ik vertrek. Omdat ik de fietspaden voller verwacht dan normaal, ga ik over Apeldoorn. Langs het kanaal schiet goed op en na Apeldoorn is het erg rustig op het fietspad.

De temperatuur ligt net boven nul en er waait een lichte tegenwind. De linkervoorband moet weer opgepompt worden want er zit nog maar 3 bar in.

De IJsselbrug over gaat wat stroef en ook daarna wil het niet vlotten. Het is koel, dat wel, maar kruisen met 32 a 33 vind ik onder deze omstandigheden toch wat aan de trage kant. Als na 20 km het gemiddelde net 31 is en het tempo nauwelijks meer boven de 30 uit komt controleer ik bij een plaspauze toch maar even de banden en, jawel, de achterband heeft maar 2,5 bar. Dat verklaart veel. Pompen dus.

 

Als ik weer vertrek ligt het tempo meteen tussen 33 en 35. Dat is beter en het voelt ook niet meer als zwoegen. De Apeldoornse berg op gaat op het gemak. Bovenop zie ik een gemiddelde van 29,5. In de afdaling blijft een auto lang naast me rijden. Dat kan makkelijk want is fiets geruime tijd tussen de 75 en 80. Daarna is nog een 15 km licht golvend, maar meer dalen dan klimmen. Ik kom een minuutje te kort om binnen de 2 uur te blijven en heb een gemiddelde van bijna 32.

 

Een paar uur voor ik terug ga staat de linkervoorband al weer leeg. Ik pomp deze op en als ik wil vertrekken is die al weer half leeg. Dat zou als ik weer ga pompen zeker tot de helft goed moeten gaan. Eerst pompen en dan op pad. Het is een stuk later dan normaal door een nieuwjaarsreceptie en het is nu volledig donker. Dan blijkt het eerste deel veel donkerder (en onoverzichtelijker) dan normaal, maar het levert geen problemen op. Het gaat in de eerste kilometers al lekker vlot. Maar na een km of 5 valt het weer tegen. Even later besluit ik toch maar even de banden weer te controleren en dat is terecht, want linksvoor zit nog maar 3 bar en dat was een kwartier eerder toch 7,5. Echt lek dus en wisselen.

Ik zoek een plaats onder een lantaarnpaal en vervang de binnen- en buitenband. Een kwartier later kan ik weer op pad. Gelukkig verder geen oponthoud en ondanks een licht tegenwindje op het laatste stuk en een temperatuur van rond het vriespunt, een fractie sneller dan maandag.

 

19 januari 2009

Het wordt vandaag herfstachtig. Bij vertrek is daar nog weinig van te merken, hoewel er een stevige zuiden wind staat (kracht 4). Met een temperatuur van net boven nul en nog wat vorst in de grond komt op diverse plekken wat rijp op de fietspaden. Het remt wat af, maar glad is het nauwelijks. Wel heb ik weer eens last van da rem die vastschiet en daarvoor moet ik 2 maal de fiets uit om de rem los te maken. Ik neem de kortste weg over het fietspad langs ’t Harde en blijf binnen de 2 uur (1:55) met een gemiddelde van 31,5.

 

Overdag trekt de wind redelijk aan en valt er geruime tijd regen. Er wordt windkracht 8 verwacht uit het zuidwesten. De temperatuur stijgt daarbij behoorlijk. Het is erg rustig op het werk (mogelijk door de binnenkort te verwachten reorganisatie met gedwongen ontslagen) en ik ga een uurtje eerder weg en kan nog wat meer van het daglicht profiteren.

Het gaat letterlijk voor de wind, hoewel het zeker geen kracht 8 is. Eerder 4 of 5. Bij Elburg moet ik nog een keer de rem losmaken en later bij Wezep nogmaals. Toch 37,4 gemiddeld. De snelste januari-rit tot nu toe was van 3 januari 2005 met gemiddeld 37,04 onder vergelijkbare weersomstandigheden. Ook in 2008 (de 14e) ging het snel: 36,92 gemiddeld met ook vergelijkbare omstandigheden, hoewel het toen wel de helft van de tijd regende.

 

23 januari 2009

Lang heb ik getwijfeld of ik wel zou gaan fietsen. Het regent als geruime tijd en de verwachting is dat het vandaag vrijwel continu blijft regenen. Ook waait het stevig uit zuidelijke richtingen. Eerst zuidoostelijk kracht 4, maar later west tot noordwest en stormachtig.

 

Toch de stoute schoenen toch maar aangetrokken om meteen te constateren dat de achterband nagenoeg leeg staat. Gelukkig staat de Quest droog in de schuur en daar leg ik er dan maar een nieuwe binnen- en buitenband op.

Een klein half uur later dan gepland ga ik op pad. De wind is vlagerig en opzij, maar het tempo is goed. In Wezep staat het gemiddelde op ruim 33 en dat heb ik de laatste tijd niet vaak gezien. Het blijft uiteindelijk de hele weg wel regenen, maar op de Veluwe heb ik in de bossen weinig last van de tegenwind. Bij aankomst in Harselaar is het gemiddelde op een haar na 34 (33,98) en dat is sneller dan ooit in januari. Snelste tot nu toe dateerde van 28 januari 2008 met 35,6. Toen was het wel een fractie warmer, droog en er stond minder wind. In de middag was het toen voorjaarsachtig. Nu is het puur herfst.

Een zeer diep lagedrukgebied (rond 960 mb) trekt vandaag over Nederland. Dit leidt er toe dat de hoogtemeter volledig van slag is en me ruim 100 hoogtemeters geeft. Normaal is 55 a 60. Ik eindig zo de heenrit op 65 meter hoogte (moet ongeveer 10 zijn).

Ik hoop maar dat de wind bij de terugweg niet te ver door schiet naar het noorden.

 

Het is nog steeds wat regenachtig, maar hoofdzakelijk lichte motregen. De wind is op het eerste stuk schuin achter (noordwest) en nog niet erg sterk. Volgens het KNMI zou de kern van het lagedrukgebied net gepasseerd moeten zijn.

Het gaat niet zo vlot als dat ik verwacht en het is wat zwoegen. Na een paar kilometer stop ik maar even om te controleren of de rem niet weer vastzit. Dat blijkt niet het geval, maar wel voel ik dat de achterband niet zo vol meer is als vanochtend. Pompen dus en de 3 bar die nog over was weer naar 6,5 brengen. Op de Veluwe heb ik verder geen last van de wind, maar als ik na Nunspeet in het open gebied kom is de wind fors toegenomen. Ik schat tot kracht 6 a 7 en komt strak van opzij. Ook is deze wat vlagerig en ik besluit om bij Doornspijk meer het binnenland op te zoeken en zo wat meer beschutting te hebben tegen de wind. Dat blijkt zo ook het geval en ik heb verder geen last meer van de wind.

 

In Wezep wordt het fietsen weer zwoegen en weer maar eens een bandencheck. Nu is de linkervoorband wel erg zacht geworden. Er zit maar net 2 bar meer in. Weer pompen. Het is maar 7 km naar huis en dat moet net kunnen. Ik controleer voor de zekerheid ook maar de achterband en die heeft ook weer wat inhoud verloren.

Bij de IJsselbrug voel ik al weer dat linksvoor weer zacht wordt, maar heb geen zin om te pompen.

 

Zaterdag de 24e maar eens groot bandenonderhoud gedaan en alles geplakt, schoongemaakt en zo nodig vervangen.

 

26 januari 2009

De banden zijn nog hard. Na zoveel lekke banden in korte tijd (9 in anderhalve maand) ga je steeds meer twijfelen. Het is koud (net onder nul), maar de weg is droog. Niet glad dus.

Het wordt een rit zonder noemenswaardige voorvallen en na 1uur49min ben ik over. Het enige wat dan opvalt, is de geringe afstand die ik gefietst heb. Normaal de laatste tijd was 61,9 km als ik via de Zuiderzeestraatweg ging. Nu is dat maar 60,2 km. De enige reden die ik kan verzinnen is de nieuwe linkervoorband, daar waar de sensoren zitten voor de tellers. Dit is nu een Maraton Racer en dat was de laatste tijd altijd een Kojak of een Kevlar. Kennelijk is de omtrek van de Maraton 3 procent meer.

 

Ook terug minder kilometers dan ik gewend was. Verder een onopvallende rit, hoewel ik een paar keer onorthodox moest reageren voor automobilisten die niet goed op letten.

De helft van de terugreis kon al weer bij daglicht verreden worden.

 

27 januari 2009

Een rit met de auto. De terugweg gebruik ik om eens na te gaan hoe ver het nu eigenlijk is. Ik rij dan met de auto exact dezelfde weg als die ik gisteren met de fiets heb gevolgd. Natuurlijk kan dat niet overal, maar daar waar fietspaden liggen neem ik de hoofdweg. De verschillen die daarbij optreden zijn verwaarloosbaar. Op het laatste stuk in Zwolle is het niet mogelijk dezelfde route te nemen, maar ik weet dat ik met de fiets voor de stoplichten bij de IJsselbrug moest wachten terwijl de teller precies op 60,00 stond. Daar laat ik nu ook de autorit eindigen.

 

Op de heenreis check ik met de hectometerpaaltjes op de snelweg of de teller van de auto een afwijking heeft. Ik kan geen noemenswaardige verschillen ontdekken. Voor aanvang van de terugrit zet ik de dagteller van de auto op 0,0 en rijden maar. Een goed uur later ben ik weer bij de IJsselbrug en staat de teller op 61,0. Dat is dus een kilometer meer dan met de fiets.

Dat betekent dat ik de teller opnieuw op diameter moet instellen, of dat ik het zo laat en 1,67% bij de afstand en het maximum optel. Het laatste lijkt me het simpelst, aangezien ik in de toekomst zeker weer gebruik ga maken van de kleinere Kojaks.

 

Het valt me op hoe traag ik met de auto opschiet. Uiteindelijk doe ik over de totale rit 1 uur en 8 minuten. Dat is maar 24 minuten sneller dan de snelste fietsrit en ongeveer 40 minuten vergeleken met een gemiddelde rit.

 

28 en 30 januari 2009

Licht winterse omstandigheden: droog met vorst in de ochtend en net boven nul in de middag.

Lekker fietsweer, maar wel met koude voeten.

Weinig opwindende ritten. Alleen op de 30e nog 2 autobotsingen gezien (In Oostendorp en Hattemerbroek; ze waren al gebeurd) en een ambulance die met zwaailichten voor me over het viaduct van de A50 ging.

 

In januari een kleine 1080 kilometer. Quest 190 komt (bijna) op 36050.

 

2 februari 2009

Een gure dag. Bij het vertrek sneeuwt het licht, maar dat stopt vrijwel meteen. Op de weg ligt ook nog niet veel en het meeste stuift naar de wegkant door een straffe oostenwind. Onderweg heb ik daar geen last van want dat is dan hoofdzakelijk de wind in de rug. Weer een ambulance onderweg met zwaailichten. Nu op de rotonde voor Elburg. Met een temperatuur net onder nul ben ik in 1uur50 over. Het wordt steeds eerder licht. Nog even en ik hoef niet meer de hele heenweg met de verlichting aan te fietsen.

Terug staat er nog steeds een windkracht 4 uit het oosten, maar kan ik al bijna een uur zonder verlichting: tot Nunspeet. Bij Wezep is het pas volledig donker.

Het gaat maar net sneller dan in de ochtend.

 

6 februari 2009

Eindelijk eens rustig winterweer. Het is maar goed dat het op de terugweg in het eerste deel al weer licht is. Het stuk weg tussen Stroe en Garderen (de ventweg langs de kazerne) zit vol met gaten. Nu lukt het ze te vermijden, maar of dat in het donker ook lukt, betwijfel ik.

 

9 februari 2009

Gisteren (zondag) 20 kilometer gewandeld als voorbereiding op een (mogelijke) deelname aan de Nijmeegse vierdaagse. De benen zijn nog niet volledig hersteld en het gaat heen dan ook zeker niet soepel. Dat wordt alleen maar erger als na Wezep het begint te sneeuwen. Dit gaat door tot na Garderen en in de afdaling na Garderen kom ik nauwelijks boven de 30, waar ik normaal meestal tot boven de 50 kom. Oorzaak is de sneeuw die in de ogen prikt. Eenmaal voel ik de Quest wat wegslippen op een glad stuk, maar kan dat zonder al te veel moeite corrigeren.

 

Terug is het bewolkt en droog, hoewel de weg nog erg nat is. Het gaat beter dan op de heenweg, maar ik ben niet echt gemotiveerd voor een snelle tijd. De CicloMaster teller geeft er weer eens de brui aan. Een reden kan ik niet zo snel vinden. Ook loopt de rem nog regelmatig wat aan. Daar moet ik in het weekend maar naar kijken.

 

14 februari 2009

Het is mooi weer en ik moet helpen bij de ATB-tocht als verkeersregelaar. Het is een km of 10 naar de start en dus lekker met de fiets. Het fietsen is lekker, maar staan op de weg is wel fris, zeker als later wat wind opsteekt. Gelukkig hoeft het niet te lang. Anderhalf uur is genoeg.

 

Vanwege het zonnige weer maak ik na afloop nog een ommetje en ga eerst over de Dellen naar de Knobbel (bij ’t Harde). Ik kan op de klim net een racefietser voor blijven en los hem (natuurlijk) gigantisch in de afdaling. Overigens heb ik geen zin om het uiterste uit de kast te halen en blijft de maximum snelheid onder de 70.

 

In ’t Harde ga ik rechtdoor richting Elburg en daarna rechtsaf over een secundaire weg naar Oosterwolde. Ik doe niet m’n best om snel te gaan, maar peddel lekker door. Het is lang geleden dat ik zomaar een dergelijk ommetje heb gemaakt.

Na Oosterwolde en Zuideinde binnendoor naar De Zande en vandaar tot in Kampen. Hier maak ik een lus, ga eerst onder de brug over de IJssel door en daarna er overheen om via ’s Heerenbroek weer terug te gaan naar Zwolle. In totaal een lekker ritje van 70 km.

 

16 februari 2009

Weer een woon-werk. De vorige was al weer een week geleden.

Het is dooi en als ik de hond uitlaat motregent het. Bij vertrek richting Barneveld is het echter droog. De wind is tegen en het is erg vochtig op de weg en in de lucht. Langzaam aan begint het toch weer te motregenen en bij Garderen is het zelfs een echte bui.

Bij het Uddelermeer zie ik een politieauto staan met zwaailicht. Vermoedelijk is daar een ongeluk gebeurd, maar ik kan niet zien wat. Mijn fietspad gaat ter plekke net om het restaurant heen en dat ontneemt mij het zicht op de weg. Vermoedelijk een aanrijding met een auto die uit een zijweg kwam, of iemand heeft de bocht niet kunnen houden.

Echt gemotiveerd was de rit niet en het gemiddelde blijft (net als vorige week) net onder de 32 steken.

 

Op de terugweg weer langdurige lichte regen, maar niet hinderlijk.

Met de wind in het westnoordwesten en een redelijke temperatuur van een graad of 7 komt er een dikke 35-er op de teller.

 

18 februari 2009

De 666e woonwerk. Geen doorsnee ritje deze keer.

Met een temperatuur van net onder nul, droog weer en een windje een beetje achter is het heel anders dan maandag. Het gaat meteen ook wat vlotter, maar bij Oldebroek komt er een kink in de kabel.

Als ik het fietspad op wil kom ik wat klem te zitten tussen 2 fietsers voor me en een auto op de hoofdrijbaan en raak met het rechter voorwiel een stoeprand. Niet vol, maar er net langs. Toch komt er meteen een vervaarlijk geluid uit de wielkast en ik stop maar om te kijken. Alles zit er nog op en het wiel lijkt niet meer beschadigd dan het was (bij normaal gebruik).

Maar wel voel ik dat het iets meer speling heeft dan normaal. Als het wieldoekje er af gaat is ook duidelijk waarom. Er zitten een stuk of 10 spaken los.

Dit kan niet van dat ene tikje komen en al snel herinner ik me dat ik maandag op de Zuiderzeestraatweg bij het in aanbouw zijnde viaduct van de Hanzespoorlijn, met een behoorlijke klap door een gat ben gestuiterd om een kleine omleiding van het fietspad te kunnen volgen. Ik heb toen alleen gedacht aan lekke banden die niet kwamen, maar niet naar de spaken gekeken. Vermoedelijk is toe het een en ander al kapot gegaan en is het tikje van nu net de druppel geweest die ongemak veroorzaakte.

 

Ik fatsoeneer de spaken wat terug op hun positie en draai het wiel. Na wat gepruts draait het wiel nagenoeg vrij en ik ga verder. Af en toe hoor ik dat het wiel/de spaken ergens aanlopen, voornamelijk in bochten naar rechts. Dit gaat goed tot vlak voor Doornspijk, waar kennelijk het een of ander los schiet en het geratel weer terug komt.

Weer uitstappen en verhelpen. Lang blijft het niet goed en nog geen kilometer verder is het weer raak. Nu maar een meer afdoende oplossing en wat tijd investeren.

Ik heb een aantal kleine tie-wraps bij de reservespullen zitten en op drie plekken bind ik de spaken bij elkaar. Het wiel loopt nu vrij en ik vervolg mijn weg. Al met al heeft het oponthoud (3 stops) ongeveer 20 minuten gekost. Dat wordt binnenkort weer een bezoekje aan Dronten en ik vermoed dat er een nieuwe velg nodig is. Op zeker 2 plekken is de spaak uit de velg getrokken.

Zaterdag heb ik verder geen afspraken, dus dat zal wel een ritje Dronten worden.

 

Op de rest van de route doe ik het in bochten en verkeersdrempels erg rustig om geen druk op de spaken te veroorzaken en er gebeuren verder geen gekke dingen. Het gemiddelde komt toch nog net boven de 33 en dat is iets sneller dan maandag.

 

Ook de terugweg wordt voorzichtig genomen. Alleen in bochten naar links hoor ik iets aanlopen in de wielkast, maar verder geen problemen. De resterende spaken houden het en ik ben na 1:50 thuis.

Qua daggemiddelde is het nog geen tiende minder snel dan maandag (33,78 om 33,75).

 

21 februari 2009

Een bezoekje aan Dronten. Om druk op het rechter voorwiel te vermijden ga ik over de Zalkerdijk, zodat ik niet door Kampen hoef. Ik houd een rustig tempo aan en het wiel lijkt er niet onder te lijden.

Bij Kampen wil ik tussen Kampen en het Randmeer door om zo de weg naar Dronten op te gaan. Bij het tuincentrum staat een bord dat rechtdoor geen doorgaand verkeer mogelijk is in verband met de aanleg van de Hanzelijn. De Zwartendijk is erg bochtig en wat om, dus ik kies voor de Buitendijksweg. Eerst een paar bochten, maar verder rechte stukken.

Althans, dat geldt tot waar de Hanzelijn komt. Zonder verdere toelichting draait de weg naar rechts (terug richting Kampen) om even verder nogmaals naar recht te buigen richting tuincentrum. En na 6 km ben ik terug op de kruising, waar mij nu niets anders rest dan toch de Zwartendijk op te gaan.

 

Om kort te zijn, na ruim 1 km op de Zwartendijk houdt het ook hier (weer zonder enige aankondiging) op en rest mij niet anders dan de weg door Kampen op te zoeken.

Uiteindelijk kom ik in Dronten aan met ruim 10 km meer op de teller dan wanneer ik meteen maar door kampen was gegaan.

 

Ymte verzorgt het wiel met een nieuwe velg en een aantal nieuwe spaken. Ook kijkt hij nog even naar de linker rem, die toch regelmatig blijft hangen. Een uur later kan ik de terugreis aanvangen. Als ik buiten op de weg me reisvaardig maak knapt de linker rem. Goed dat het hier gebeurt en niet ergens onderweg, want ik sleep de Quest nu zo weer de werkplaats in. Nog een half uur later kan ik voorzien van een nieuwe remkabel definitief op pad. Met de wind in de rug ben ik een uur later weer thuis.

 

23 en 26 februari 2009

Woon-werk, typisch dagen die je zo weer vergeet. Qua snelheid vergelijkbaar met de laatste ritten. Is er dan helemaal niets te vertellen? Och, de rem liep de 23e toch weer 2 keer vast. Op de 25e heb ik thuis de scharnierende delen voorzien van een tie-wrap (wat een gepruts is dat). Op de 26e bij binnenkomst van Elspeet een lekke (rechter voor-) band. Terwijl ik in Dronten de hele band nog nagekeken heb op steentjes en glasscherven.

 

28 februari 2009

De eerste 200-plusser van het jaar is de controle van het 200 km brevet, over de Veluwe.

Hoewel het weer niet daverend is met motregen bij de start en een temperatuur die tussen de 7 en 9 graden ligt start ik toch om een uur of 9 met de controle. Met een gemiddelde van rond 30 en wat pauze- en schrijftijd moet ik om een uur of 5 terug kunnen zijn.

 

Eerst door de stad om naar de startplek te gaan. De beheerder van de sporthal loopt net buiten en ik maak meteen de afspraak rond om op 11 april en 16 mei er te starten. De route door de stad moet aangepast worden door de veranderde situatie aan de binnenring en dit kost meer tijd dan verwacht. Daarna is het op een enkele kleine mutatie na, vooral gewoon doorfietsen.

Tussen Vierhouten en Uddel verleg ik de route wat, om zo eerder de eerste controle te plannen (na 62 km in Elspeet). Het totale aantal controles kan dan van 2 naar drie. Echt afspreken kan nog niet, want dan moet ik eerst zeker weten of de tweede controle na ongeveer 110 km gelegd kan worden.

 

Ik fiets dus nog even door en neem een pauze tijdens de beklimming van de Aardhuisberg. Na de pauze gaat het slingerend zuidelijk om aan de zuidkant van het nationale park “De Hoge Veluwe” de volgende controle te plannen. Zover is het nog niet, want eerst volgt op weg naar Otterlo een lekke linker voorband. Dit kost een kwartiertje. Als ik net weer vertrekken wil, komt een racefietser voorbij. Hij vraagt of alles OK is. Ik zeg dat ik net klaar ben en hij gaat door. Dit is natuurlijk een mooi richtpunt en als ik weer vertrek zet ik de achtervolging in. Twee km later kan ik hem voorbij, net voor het fietspad aan de andere kant van de weg verder gaat. Hij volgt in mijn spoor en probeert me bij te houden. Dit lukt tot ik de 40 aantip, daarna verdwijnt hij snel uit zicht.

 

De controle beleg in bij “De Pitstop”, een snacktent, maar ze hebben koffie en een stempel en dat is voor mij voldoende.

Na een korte pauze vertrek ik voor de terugrit en krijg na 15 km bij Deelen al weer een lekke band. Nu is achter aan de beurt. Ik eet, nu ik toch moet stoppen, meteen de resterende boterhammen maar op. De verdere rit verloopt zonder problemen en met een korte stop bij een Shell-tankstation bij Deventer, plan ik de derde controle.

 

De lange dijk kan met een kruissnelheid van 33-35 worden genomen, zodat het gemiddelde uiteindelijk nog op 30,7 uitkomt. Een kleine omleiding bij Wapenveld zorgt er voor dat de route nog niet definitief is en dat de GPS track die ik meteen maak ook nog niet compleet is.

Om 10 voor half 6 ben ik na 207 km terug. Wat later dan gepland, maar dat komt door de twee lekke banden.

 

Eindstand voor februari: 1224 km (in 2009: 2303 km).

Met Quest 190 in totaal nu: 37273 km.

 

2 en 6 maart 2009

Woon-werkriten. Het is fris met temperaturen die nauwelijks boven de 5 graden komen, Op maandag zorgen de kilometers van zaterdag nog voor “zere” benen, maar meestal merk ik daar eenmaal aan het fietsen niet veel meer van. Ook nu is dat zo en komt er de snelste rit van dit prille jaar uit (gem. 35,33 tegen 35,15 op 23 januari).

Vrijdag gaat het stroef. De wind is redelijk ongunstig en fors (nnw 4). Voor vertrek uit Zwolle staat de rechter voorband weer plat en daardoor vertrek ik een kwartiertje later. Met de wind in de noordhoek ga ik weer een over Apeldoorn. Langs het kanaal gaat het minder vlot dan ik had verwacht en boven op de Apeldoornse berg staat er nog maar net 30 als gemiddelde. De afdaling van de Aardhuisberg maakt redelijk wat goed, maar de gebruikelijke top van 78 a 82 wordt amper gehaald (77,9). In het stuk naar Nieuw Milligen blijkt al een reden. De rechtervoorband is weer lek en in de uitloop van de afdaling leg ik er de laatste reserves op.

 

10 kilometer later is het weer raak. Weer rechts voor. Was mijn stemming al niet al te best, deze daalt nu tot onder nul. Enig lichtpuntje is dat de regen die er de hele weg al was gestopt lijkt. Ik haal de banden er weer af en inspecteer de buitenband. Al snel vind ik een stukje glas van een halve centimeter dat de oorzaak lijkt. Ik plak de binnenband en ga weer op pad. Een uur later dan gebruikelijk arriveer ik op het werk.

 

Terug geen lekke banden, maar toch niet zo vlot als verwacht. Bij Garderen stop ik maar eens om de banden te checken. Deze zijn hard genoeg, maar ik zie dat het rechtervoorwiel niet soepel uitloopt. Kennelijk loopt ook daar de rem nu wat aan. Een beetje frunniken aan de remkabel helpt. Thuis ook daar maar een tie-wrap om doen en banden plakken!!

Het daggemiddelde blijft met al dit gedoe nog onder de 34.

 

7 maart 2009

Een heel kort ritje van 2 km. Ik fiets naar de stad waar een zeilmakelaardij is. Hier wil ik een hoes laten maken voor de Quest. Dit wil ik gebruiken als de Quest in de tuin staat, of op het dak van de auto wordt vervoerd. Vorig jaar in Frankrijk kwamen we in stortbuien terecht terwijl de Quest op het dak werd vervoerd. Door de hoge snelheid met de auto is het risico dat de schuimkappen wegwaaien erg groot en even stoppen op een snelweg is vaak niet mogelijk.

 

Ze willen de Quest graag een paar dagen houden om goed af te meten. Ik spreek af dat ik hem op maandag weer op kom halen. Maandag ga ik toch niet fietsen omdat ik zondag 25 km wil wandelen. Dat moet dan meteen uitsluitsel geven over deelname aan de Nijmeegse vierdaagse. Als ik de 25 km zonder problemen af kan leggen moet deelname mogelijk zijn.

 

Op 10 maart ga ik terug en de hoes is klaar. Het is een behoorlijk dik pakket geworden. Wel een stevig elastiek aan de onderkant. Dit moet alle water uit de Quest kunnen houden. Enig nadeel is dat het rond de neus vrij strak afgemeten is. De lampjes worden nu wat naar binnen gedrukt. Daar moet ik nog iets op zien te vinden.

 

10 maart 2009

Op dinsdag de 10e weer naar het werk en in de ochtend is het fris met tegenwind (zzw3). Dit is conform de weersverwachting. Op enkele sputters na blijft het droog en dat zou regen moeten zijn. Liever zo dan andersom. De regen volgt vrij snel nadat ik gearriveerd ben en stopt zo ongeveer als ik weer vertrek. Dan nog slechts wat lichte motregen. De wind is inmiddels gedraaid naar het noorden en is weer tegen. Dat maak ik overigens vrij vaak mee. Ook toen ik nog dagelijks naar Kampen fietste. Toen had ik er meestal baat bij, maar nu is het wat vaker in mijn nadeel.

 

Bij Garderen inspecteer ik de remmen maar weer eens. Ik had het idee dat het wat stroever ging dan zou moeten en inderdaad, het wiel rechtsvoor stopt al vrij snel na een slinger. Even rommelen en de rem schiet los. Vervolgens 20 km probleemloos, maar bij Elburg is het weer raak. Toch maar eens thuis een tie-wrap er om heen prutsen.

 

Al met al gaat het redelijk voor de tijd van het jaar. Het daggemiddelde komt boven de 34 en daarmee het (voorlopige) maandgemiddelde op 34,49. Dat is hoger dan ooit in de wintermaanden. Hoogste voor de maanden december – maart is van februari 2008 met 34,23. Qua temperatuur was het toen zelfs nog een fractie warmer.

 

12 maart 2009

Op de 12e is het vergelijkbaar weer als dinsdag. In de ochtend wat meer tegenwind en bijna de hele weg nu motregen. Echt opschieten doet het niet en ik heb maar 2 minuten over om binnen de 2 uur te blijven.

 

Zoals wellicht bekend, ben ik gek op getallen en wat blijkt, het is de 100e keer dat ik op donderdag een woon-werkrit maak. Dat maakt dat alle dagen nu de 100 hebben gehaald. Vrijdag staat op 101, dinsdag net iets hoger met 110 en woensdag op 170. Maandag spant de kroon met 191. In totaal dus 672 maal.

 

Toch zit het op de terugweg niet mee. Althans, het allereerste deel. Bij het wegfietsen kan ik weinig snelheid maken. In de eerste bocht naar rechts kan ik moeilijk sturen en dat geeft aan dat de rechter voorband minder op spanning is.

Na een goede kilometer stop ik bij de spoorlijn en pomp de band op. Het is een oude fietspomp en het kost moeite om de band op spanning te brengen. Sterker nog, het lijkt of de spanning zelfs minder wordt. Zou de band dan weer lek zijn? Ik haal de band er af en pomp de binnenband op om het lek te zoeken. Plots kan ik helemaal niet meer pompen en blijft het duwmechanisme halverwege steken. Is de pomp nu echt kapot? Ik maak hem open en inderdaad is het leertje dat de druk moet geven volledig afgescheurd. Ik moet het dus doen met de lucht die er nog in zit.

 

Ik kan het lek toch vinden en plak de band. Door de motregen is alles erg nat en modderig en de plakker hecht niet goed. Een tweede plakker gaat beter, maar ik krijg de buitenband niet over de velg. Lucht er uit laten is de enige remedie. Nu nog een fietspomp vinden en dat is op een industrieterrein lastig. Ik loop met de Quest terug naar het werk (1,6 km volgens de teller) en wil de band oppompen. Dit lukt absoluut niet en het blijkt dat de wandeling een tweede lek heeft veroorzaakt bij het ventiel. Gelukkig komt collega Ad (met de Versatile) net langs en hij leent mij een goede binnenband. Nu oppompen en maar hopen dat de band onderweg niet nogmaals lek gaat.

 

Een uur later dan het eerste vertrek ga ik voor de tweede maal op pad. Ik bel na een halfuurtje even naar huis dat het later wordt. Gelukkig gaat de reis hierna voorspoedig. Twee maal moet ik nog de rem losmaken. Ook daar moet ik wat aan doen.

Het is inmiddels droog geworden en de wind lekker achter en uiteindelijk staat er 37,7 als gemiddelde als ik thuis ben. Voorwaar niet slecht. Dat het een graad of 8 was en ik met blote benen de rit gemaakt heb zal hierbij meespelen.

 

15 maart 2009

De tweede “grote” controle van de brevetten zie: (binnenkort)

http://www.geocities.com/gerinri/2009Controle300.htm

 

17 maart 2009

Ik neem de gok en trek geen lange broek aan. Het is in de ochtend een graad of 5 met weinig wind, eerst zuidwestelijk, later wat meer uit het noordwesten. Volgens de berichten zal de zon er stevig doorkomen en moet het in de middag 12 a 13 graden worden.

Mijn ervaring dat het in korte broek sneller gaat dan met een lange broek krijgt weer voer. Als ik over ben staat er 35,4 gemiddeld op de teller en dat is ruim sneller dan de snelste ochtendrit tot nu toe. Dat was bijna 34 op 23 januari. Het is ook sneller dan ooit in maart. Het record tot nu toe was 34,2 in 2005 (23 maart). Het was toen zelfs iets warmer (8 a 9 graden), maar de weinige wind zat meer in het zuidwesten.

 

Terug is het heel ander weer. Niet meer heiig, maar helder en onbewolkt. Hoewel het warmer is (rond 10 graden) voelt het kouder aan. Ook de wind is gedraaid en zit nu tussen noord en noordoost. Weer tegen dus. Toch maar eens proberen of het terug sneller kan dan heen.

 

Het wordt een redelijk vlotte rit en bij Stroe zit ik al op het gemiddelde van de ochtend en de ervaring leert dat het daarna nog iets sneller gaat. Uiteindelijk staat er een 36,8 als ik over ben.

Onderweg niet veel bijzonders meegemaakt, op 1 akkefietje na. Een man van een jaar of 65/70 liet, op de fiets, 2 honden uit en had die riemen van deze beesten aan de bagagedrager gebonden. Resultaat was (natuurlijk) dat de ene hond de rechter berm koos en de andere de linker berm. Een volledige blokkade van het fietspad. Ik kom al bellend aan en als de man mij uiteindelijk hoort, kijkt hij verstoord om en gromt iets onverstaanbaars. De honden zien mij ook, schrikken wat en stuiven alle kanten op (binnen de grenzen van de riemen). De man is echter niet van plan mij de ruimte te geven. Na een poosje zie ik een gaatje en kan er net voorbij. Weer gromt de man iets onduidelijks. Het lijkt op een verwijt aan mij dat ik haast heb of zo. Ik zeg hem dat ik het belachelijk vind en fiets verder.

 

19 maart 2009

Zo denk je dat iets een feit is en twee dagen later wordt het tegendeel bewezen.

Het heeft plaatselijk gevroren en als ik de hond uit laat is het een graad of 3. Te koud dus voor de korte broek (mijn limiet is 6 a 7 graden). De inzetstukken maar aangedaan want vanmiddag moet het toch weer een graad of 10 / 11 worden.

Het wordt langzamerhand al licht en het gaat vlot. In de afdaling van de IJsselbrug kan ik lang boven de 40 blijven en als ik bij Elburg ben staat er 35,5 als gemiddelde. Meestal kan ik dat vasthouden tot Barneveld en dat is dus al sneller dan dinsdag toen ik op 35,4 uit kwam.

 

Ook de rest van de route gaat vlot en ik ben bijna 2 minuten vroeger op het ijkpunt, de rotonde tussen Uddel en Garderen. Ik ben er nu na 1:17:30. Met 1:18:00 zit ik op een schema van 36 gemiddeld als ik over ben. Dinsdag was dat 1:19:15.

Het laatste stuk kan ik vrijwel continu rond de 40 blijven en na ruim 1 uur 43 ben ik over met een gemiddelde van bijna 36,2. Weer ruim sneller dan dinsdag.

 

Op de terugweg is het lastig. Wel goed weer, maar de wind is tegen. Het is dan de uitdaging om sneller te zijn dan in de ochtend. Dit lukt want de rit duurt ongeveer even lang, maar is circa 2 km langer (terug over Stroe, verder dezelfde route) .

 

21 maart 2009

Het is de controlerit van de Prestatietocht en dat valt in de categorie “Clubritten”. Fietsen met de club in een voor mij rustig tempo. De kruissnelheid ligt zo tegen de 30.

Het is geweldig weer, maar bij de ochtend wel koud. Het KNMI gaf voor Heino nog -2 aan. Maar met weinig wind en volop zon is het toch aangenaam en de temperatuur stijgt snel.

 

Bij de Vrolijkheid wordt verzameld en nemen de meesten een eerste kop koffie. Er verzamelen zich 26 deelnemers (24 man en 2 vrouw) en de groep vertrekt om goed 9 uur voor de geplande 155 km. Meestal haken er wel een aantal af na de eerste stop.

 

De route gaat richting Lemelerberg, waar ik een top haal van 72. Onderaan is het weer verzamelen en daarna via Ommen naar Balkbrug met kort daarna een koffie met gebak bij Poortman. Er haken 9 deelnemers af en met 16 man en 1 vrouw gaan wij door. De route gaat van oost naar west door het zuiden van Drenthe en af en toe is er wat licht hoogteverschil. Als we terug zijn in Overijssel is daar al snel de tweede rust in Willemsoord.

 

Na een halfuurtje stappen we weer op en gaan naar de Weerribben. Hier wordt een smal fietspaadje gevonden en komen we in Kalenberg. De route is opgebroken en ik moet uit de Quest om over een smal wandelpaadje met haakse bochten te gaan. De anderen op de racefiets kunnen sneller opschieten, maar ik ken de route en kan ze later wel weer inhalen. Zover komt het echter niet want in het nu volgende stuk zitten veel kleine steile bruggetjes. Tempo maken lukt niet en de Quest komt regelmatig met de onderkant tegen de steile stukjes aan. Als ik een keer wat vlotter een brugje neem klapt de ketting van het voorwiel. Meestal lukt het daarna wel om de ketting er weer op te krijgen door te schakelen en rustig door te trappen, maar nu niet. Als ik uitstap zie ik ook waarom: een deel van de ketting heeft een slag gemaakt en er zit een “knoop” in. Ik heb geruime tijd nodig om het te fiksen en krijg erg smerige handen. Ik heb wel doekjes bij me die het ergste kettingvet van de handen kunnen halen, maar de handen zullen tot thuiskomst behoorlijk zwart blijven.

 

Al met al zal de vertraging ongeveer 20 minuten zijn en ik betwijfel nu of ik de anderen in de resterende 40 km kan inhalen. Wel kan ik lekker opschieten. Het gemiddelde stijgt in die laatste kilometers nog van 26,7 naar 28,7. Dat betekent dat ik dat stuk met ongeveer 36 gemiddeld heb gereden, maar de anderen zie ik pas als ze al aan de koffie zijn bij “De Vrolijkheid”.

Eigenlijk had dit een heel rustige rit moeten worden daar ik de volgende dag 30 km wil wandelen op en rond de Holterberg.

 

Thuisgekomen staat er 172 km op de teller in precies 6 uur.

 

24 maart 2009

De wandeling op de Holterberg was uiteindelijk 27,1 km en na een rustdag ben ik voldoende hersteld voor een woon-werkrit. Het mooie weer van de afgelopen week is voorbij. Het is nu “Maartse buien”. Op de heenrit is er een frisse noordnoordwesten wind en is het maar 3 a 4 graden. Ook vallen er een paar kleine buitjes. Toch is er ook wel wat zon. Het wordt een reguliere rit met ongeveer 33,5 gemiddeld.

 

Terug is de wind nog steeds noordnoordwest, maar het is sterk opgeklaard en een graad of 6. Op zich niet ideaal, maar het gaat lekker. Ik houd de klep er op en uiteindelijk wordt het zelfs de snelste rit van het jaar met 37,8 gemiddeld.

 

26 maart 2009

Een rustige ochtend met temperaturen rond 5 graden. Een matige zuidwester is tegen, maar op de Veluwe merk ik er weinig van. Het gaat net iets vlotter dan dinsdag en gemiddeld kom ik net boven de 34. Geen rit die je bij blijft.

Overdag miezert het langdurig en dat houdt pas op als ik ruim halverwege ben. Dat is net als er weer eens een lekke band is. Bij het binnenkomen van Doornspijk is het weer raak. Als snel zie ik een stukje glas in de band zitten en als ik voel aan de binnenkant kan ik het puntje van het glas voelen.

Het ging al lekker vlot over de Veluwe en gemiddeld staat er dan al dik 37 op de teller. De laatste 20 km gaan vrijwel continu boven de 40 en als ik thuis ben staat er 39,39 als gemiddelde. En dat bij een temperatuur van ruim onder de 10 graden. Wal zat de wind lekker in het zuidwesten mee te werken.

 

Het is ruim de snelste rit die ik in de wintermaanden (november-maart) heb gemaakt. De vorige dateerde van 25 maart 2005 en was 38,53 gemiddeld. Het was toen overigens wel tussen de 15 en 20 graden.

 

28 maart 2009

Een week geleden was de controle van de Prestatietocht (of voorrijden zoals het clubtermen heet) met prima weer. Nu de echte tocht op het programma staat is het een stuk minder. Weliswaar bijna geen wind, maar fris (4 graden) en motregen. De opkomst is navenant en slechts 10 mensen durven de prestatie aan. Na wat getreuzel gaat de groep rond 10 over 9 toch op pad. Toon Oonk gaat op kop en ik vorm de achterhoede. Zoals het bij een officiële TT (toertocht) hoort. Harrie Timmer gaat met de auto achter de groep aan voor eventualiteiten. Van Berkum gaat het naar Herfte en vandaar over de Oude Dalfserweg op weg naar de Lemelerberg. Tot de traditionele sprint op de Lemelerberg komt het echter niet. Wim Stoffer raakt met zijn voorwiel het achterwiel van Toon en gaat dwars met de fiets en valt op de straat. Jan Casteel die daar vlak achter zit kan hem niet meer ontwijken en valt er boven op . De rest komt er net op tijd langs of kan stoppen.

 

Wim heeft erg veel pijn in de onderrug en Jan klaagt over zijn ribben. Pogingen van Wim om op te staan verzanden in pijn en snel is duidelijk dat 112 gebeld moet worden. Deze arriveren na een minuut of 10 en Wim kan na het verwerken van een krampaanval meegenomen worden naar het Sophia ziekenhuis voor onderzoek. Jan Casteel gaat (met moeite) fietsend huiswaarts. Een van de deelnemers gaat op de fiets richting Sophia om Wim te vergezellen en Cor Wijdenes gaat verkleumd huiswaarts.

De rest besluit om door te fietsen, maar dan wel om een ingelaste stop bij het station in Dalfsen te nemen. Door het lange stilstaan in de regen zijn de meesten flink koud geworden en al rillend wordt verder gefietst.

 

Na een kop koffie met appelpunt wordt unaniem het besluit genomen de rit af te breken en de Zwollenaren gaan via de Vechtdijk terug. Henk Roeke en Wolter Busser wonen in de omgeving van Heino en gaan gezamenlijk terug. Ik ben wel wat nat geworden, maar inmiddels weer lekker warm en ga via Hellendoorn terug, zodat ik daar nog het controlepunt voor de 300 kan afspreken en verderop tussen Wythmen en de sporthal nog een aanvullende track met de GPS (die ik toevallig had meegenomen) kan maken.

 

Na goed 80 km ben ook ik weer thuis.

 

30 maart 2009

De laatste fietsdag van maart. De zomertijd is in het afgelopen weekend ingegaan en dat betekent dat een groot deel van de heenweg de verlichting weer aan moet.

Met een temperatuur van rond het vriespunt, een droog wegdek en vrijwel geen wind is het lekker fietsen. Blijft in januari het gemiddelde dan zo rond de 33 hangen, kennelijk gaat het eind maart een stuk makkelijker want ik kom zonder echt tot het uiterste te gaan nu tot ruim 35,5.

 

Overdag wordt het een graad of 10 en komt er wat wind uit het westen/zuidwesten opzetten en met kracht 3 heb ik die lekker in de rug. Ideaal om eens een poging te wagen nog sneller te zijn dan de rit van vorige week. Stiekem denk ik aan de eerste 40-plusser.

Het eerste stuk gaat lekker en in Stroe staat er al 39 gemiddeld. Meestal een indicatie voor het totaal. In Garderen is dit (regulier) teruggevallen tot 36,5. Daar komt op het stuk naar Nunspeet meestal 3 km bij. Ook nu, want in Nunspeet zit ik ongeveer op 40 gemiddeld.

 

Bij echt snelle ritten zit ik binnen het uur in Doornspijk en als ik nu de bebouwde kom binnen kom is dat in 59 min 30 sec. Het gemiddelde loopt al op richting 41. Het is nu een kwestie van consolideren en dat lukt heel aardig. Met een kruissnelheid van 44 a 46 ga ik richting Wezep. Bij de verkeerslichten kan ik snel doorfietsen en op het stuk naar de IJsselbrug kan ik nog even flink aanzetten. Een verplichte pauze bij de IJsselbrug als de lichten net op rood springen.

 

Bij huis aangekomen is dat in een totaaltijd van 1:33:44 en dat betekent over ruim 65 km een gemiddelde van 41,66. Een tweede plek in het all-time klassement, na de 42,13 (1 sept 2008), maar ruim voor de 41,11 (van 25 sept 2006). En dat bij een temperatuur van ongeveer 10 graden, terwijl alle snelle ritten tot nu toe een temperatuur hadden van rond 20 graden.

 

Eindstand voor maart: 1718 km (in 2009: 4022 km).

Met Quest 190 in totaal nu: 38992 km.

 

1 april 2009

De tweede keer deze week woon-werk. Het plan is om voor het eerst drie maal met de fiets te forensen. Het weer werkt in elk geval mee want het belooft een droge voorjaarsweek te worden met middagtemperaturen ruim boven normaal.

In de ochtend is dat nog niet te merken want het is vandaag maar net boven nul en af en toe erg mistig. Ook windstil. Het wordt de snelste heenrit van het jaar tot nu toe met 36,4 gemiddeld. Geen bijzonderheden die ik me herinner.

 

Op de terugweg is het lekker qua temperatuur. Een graad of 14, maar wel een stevige noordoostenwind. De hele weg tegen dus. Dat maakt meteen duidelijk wat de invloed van de wind is. Maandag windkracht 3 mee, nu windkracht 4 tegen. Verder vergelijkbare omstandigheden, hoewel het nu iets warmer is. Maar daar staat dan weer tegenover dat ik nu een route heb gekozen met meer oversteken en bochten (Over ’t Harde,  Loo, Wezep en achterlangs naar Hattemerbroek).

Het scheelt 5 km/uur (41,6 om 36,4).

Mijn ervaring is dat bij meer wind in de rug dit nauwelijks meer voordeel oplevert. Je wordt meer opzij geduwd.

 

Enige bijzonderheid is dat ik vanaf Stroe tot Garderen een racefietser in mijn kielzog had. Bij Stroe haalde ik hem in en hij probeerde mij bij te houden, wat een paar 100 meter lukte. Daarna haakte hij snel af. Geleidelijk aan stijgt de weg echter en moet ik tempo inleveren. Kort voor Garderen is het steilste stuk en zie ik hem weer in de spiegel naderen. Hij komt tot op 50 meter. In Garderen daalt de weg weer en raak ik hem heel snel kwijt om hem niet meer terug te zien.

 

3 april 2009

De derde fietsdag deze week. Onbewolkt, weinig wind (no1) en een graad of 5. Ik waag het er op en ga zonder de lange broek op pad. Vanmiddag moet het 20 graden worden.

Het gaat lekker en ik kan vrijwel de hele weg een kruissnelheid van ongeveer 40 aanhouden en kom na 1 uur 39 aan in Barneveld. Het is een 10e plek in het totaal van ochtend-(heen)ritten met 38,1 gemiddeld.

 

Terug is het zomers weer met ongeveer 21 graden en een licht zuidoosten windje. Ideaal voor een snelle rit. Bij Stroe komt de 40 gemiddeld al op de teller. De snelste rit is nu om de normale route te volgen. Naar verwachting komt het uiteindelijke gemiddelde dan rond de 41 te liggen. Ik heb echter zin om weer eens over Apeldoorn te gaan en dat is met het nodige klimwerk en daarna een stuk met verkeerslichten minder snel.

Als ik in Nieuw Milligen ben, onderaan de klim van de Aardhuisberg staat het gemiddelde nog op 40,1, maar eenmaal boven is dat al weer gezakt naar 36,5. In het golvende stuk naar Apeldoorn en de daaropvolgende afdaling Apeldoorn in stijgt dit weer naar 38. In het stuk door Apeldoorn zelf zakt dit weer terug naar 37,5. Om thuis te komen met 40 gemiddeld zal ik een kruissnelheid moeten hebben van 44 a 45 en de ervaring leert dat dat niet zal lukken.

 

Uiteindelijk kom ik toch nog vrij ver, want thuis staat 39,66 op de teller. Dat is wel de snelste “Apeldoorn-rit” ooit. Ik heb niet consequent genoteerd wanneer ik in het verleden via Apeldoorn ben gegaan, maar door afstand, hoogtemeters en ritmaximum naast elkaar te leggen krijg ik toch een behoorlijk kloppend overzicht. Tot nu toe zijn dat 104 ritten geweest en de twee snelste hadden een gemiddelde van ruim 37,9. Ook qua tijd is het ruim de snelste. Wel heb ik het gevoel dat een van de voorbanden langzaam aan het leeglopen is.

 

8 en 9 april 2009

Op maandag geen woon-werk. De zondag zijn we naar Nijmegen geweest en hebben daar ruim 30 km gewandeld. Even de spieren laten rusten en dinsdag een bezoekje aan de Bloedbank. Dat geeft weer een mogelijkheid om 2 dagen achter elkaar te fietsen. Vrijdag kan ik dan wat rusten om zaterdag het 200-Brevet te doen. Dinsdag zie ik wel dat het vermoeden van vrijdag juist was. De linkervoorband staat bijna leeg. Dat is nog even wisselen van banden.

 

Op woensdag gaat het redelijk vlot en in Harselaar staat er net 35 op de teller, ondanks een stevige zuidenwind. Terug nog steeds wind, maar nu schuin achter. Wel motregent het het grootste gedeelte van de rit en is het met bijna 10 graden aan de frisse kant. Er komt een gemiddelde uit van ruim 39. Met een beetje beter weer had dat 40 kunnen zijn.

 

Op donderdagochtend voel ik de benen nog behoorlijk. Het is erg mistig en daarom fiets ik wat voorzichtiger. Uiteindelijk ben ik maar een halve minuut langzamer dan de op woensdagochtend.

Op de terugweg gaat het een fractie langzamer dan woensdag. Althans tot Elburg. Dan wreekt zich vermoedelijk het (te) volle programma en moet ik een tandje terug. De kruissnelheid zakt een km of 5 en uit uiteindelijk ben ik over in Zwolle met een kleine 38 gemiddeld. Wat op zich niet eens slecht is.

Wel ben ik drijfnat van het zweet. Met de klep er op gaat sneller, maar het vocht kan niet weg en je wordt in anderhalf uur toch kliedernat.

 

11 april 2009

Het eerste Brevet van 2009.

Het aantal voorinschrijvingen valt met 3 stuks wat tegen, maar diversen hebben aangegeven te willen komen en ik verwacht een man of 15 in te kunnen schrijven. Het worden er 16. 11 met de racefiets, 3 Questen en 2 gewone liggers.

Ze komen overal vandaan: uit Limburg, Friesland en Twente om maar iets te noemen.

Jan-Willem ten Beitel is de jongste met 22 jaar en de oudsten zijn in de 70.

Jan-Willem, studiegenoot van Rick komt al op de avond tevoren en we gaan samen naar de start. Ineke zal helpen bij de inschrijving en Rick zet routeborden en maakt foto’s.

De eerste deelnemers komen al snel en Peter de Rond en Tom Hospes komen na een fietstocht van rond 80 km met de Quest. Het druppelt lekker door met fietsers, maar de beheerder van de sporthal laat op zich wachten. We zullen hem niet zien.

 

Het is mooi weer (droog en een graad of 10) en ik begin vast met de inschrijving op de neus van de Quest. Ineke probeert de beheerder te bellen, maar dat lukt niet. Wel regelt ze bij de Fordgarage aan de overkant dat daar koffie is voor de deelnemers. Hulde voor die mensen.

Na de briefing verrekken we als groep door Zwolle om de Veluwe op te zoeken. Daar gaan we de naam van de tocht: “bos’n, bult’n en ’n diek” eer aan doen door door vele bossen en over diverse heuvels te gaan. In de laatste 40 km komt dan nog de dijk.

 

De IJsselbrug is een eerste opwarmer en na een volgend laag heuveltje tussen Hattem en Wezep volgt een golvend stuk met onder andere de Nieuwe Zuidweg (De Dellen). Ik raak al snel achterop, maar kan in de afdalingen weer inlopen en kan voor de groep komen om een aantal foto’s te maken.

Bij de klim na Gortel raak ik weer achterop en ga verder met Björn Willemsen naar de eerste controle bij “Het Vergulde Hert” in Elspeet. Hier smaakt de koffie met zelf gemaakt appelgebak prima. Paul Talens gaat al snel weer weg en we zien hem vandaag niet meer terug. Ook de Questen vertrekken en de rest gaat gezamenlijk richting Aardhuisberg, met 100 meter hoogte het dak van de rit. Ook hier raak ik weer achterop, maar in het gedeelte naar Assel weet ik voor de groep te komen en zal dat ook blijven.

 

Dat wij niet de enige club zijn met een toertocht is duidelijk. In het eerste deel zien we steeds de rood-witte routebordjes van een toerclub uit Putten en later gele van ETT uit Twello. Beide volgen ongeveer het parcours dat wij ook volgen. Tussen Hoenderloo en Otterlo zie ik een grote groep Swollanders langs de kant van de weg met een lekke band. In eerste instantie denk ik “ha leuk, bekenden, zeker de samen-uit-samen-thuis-club”, ook zie ik nog een tweede groepje Swollanders. Later vraag ik me af waarom ze eerst bij een andere vereniging gaan fietsen, terwijl de eigen club een rit organiseert over nagenoeg hetzelfde parcours. Goed, het Brevet telt meer kilometers (200 om 125), maar als rond 20 maart 19 Swollanders een Prestatietocht van 155 km kunnen voorrijden, dan kan een groot gedeelte daarvan zeker 3 weken later wel 200 kilometer fietsen. Aan de tijd zal het niet liggen, heen en terug naar Twello vergt ook tijd.

Feit is dat buiten de organisator geen enkele Swollander heeft mee gedaan aan het Brevet.

 

Ik arriveer bij de 2e Controle, aan de zuidkant van het Nationale Park “De Hoge Veluwe” als daar net Tom en Peter wegfietsen. Een kleine 10 minuten later volgt een eerste groepje van de rest. Net als ik weer vertrekken komt Peter terug met de vraag of ik een buitenband heb (achter) voor Tom die een klapband heeft gehad. Ik denk van wel, maar kan niet zo snel wat vinden. Samen fietsen we naar Tom. Hij is na de klapband van de weg geraakt en in de berm beland. Een kras van 10 cm lengte siert zijn onderarm. Mijn (vouw)achterband blijkt echter een voorband. De band heeft een lange scheur net naast de hieldraad. We kunnen deze provisorisch herstellen door een stuk plastic om de binnenband te wikkelen en deze daarna fietsbaar, tot een bar of 4, op te pompen.

De dichtstbijzijnde plaats waar we een fietsenzaak kunnen verwachten is Hoederloo op een km of 10 afstand. Ik ben er als eerste en kijk in de winkel en zie dat ze een ruime voorraad 26-inch banden hebben. Dat moet goed komen.

 

Inmiddels zijn al diverse deelnemers langs gekomen en als ik weer vertrek komt net weer Björn langs en met hem fiets ik het stuk naar “De Woeste Hoeve”. In de afdaling naar Beekbergen moet hij weer lossen. Na Beekbergen moet de “Controle Secreet” volgen. Deze geheime controle wordt bemand door neef Wim. Ik heb in de afgelopen week al diverse spullen bij hem afgeleverd. Bij de controle is nog een stuk of 7 fietsers aanwezig die al vrij snel weer vertrekken. Ik krijg wat drinken en eet een Marsje en na een babbel met Wim en zijn vrouwe Ineke, die ook even langs kwam, vertrek ik naar de laatste controle bij Deventer.

 

In Deventer zie ik de groep bij de controle zich klaar maken voor vertrek. Ik moet lang wachten voor de verkeerslichten en de groep vertrekt net als ik arriveer. Ik stempel en koop wat drinken. 5 minuten later vertrek ik ook weer. Op de dijk langs de IJssel moet ik die 5 minuten zeker voor ze halverwege zijn weer in kunnen halen.

Als ik bij Terwolde ben zie ik in mijn spiegel een grote groep fietsers achter mij. Ze lopen geleidelijk in en ik vermoed een trainende groep wielrenners. Ik verhoog het tempo zodanig dat de afstand gelijk blijft, maar zij hebben dit in de gaten en gaan weer sneller fietsen. Dat kan ik ook en zo gaat het tempo richting 45. Ik blijf voor, maar een fietser weet als sprintend in mijn wiel te komen, waarna hij zich laat terugzakken in de groep. Een tweede renner weet dit ook te doen en kan naast mijn komen. Hij mompelt dat ik knap bezig ben en laat zich ook weer terugvallen inde groep, die hierna vrij snel uit het zicht van mijn spiegel verdwijnt.

 

Inmiddels heb ik mijn mede-Brevet-genoten al in het zicht en even later kan ik achteraan in de groep aansluiten. Jos Odijk fietst achteraan en ziet er niet al te fris meer uit. Ik vraag hem hoe het gaat en hij zegt dat hij moeite begint te krijgen om het tempo te volgen. Het duurt ook niet lang of hij laat een gat vallen met zijn voorganger. De groep heeft dit niet meteen in de gaten, maar even later laten 2 anderen zich afzakken en gedrieën gaan ze door. Ik blijf bij de voorste vier J’s (Jan W, Jan van O, Jan Willem en Jörg). Ik maak nog wat actiefoto’s van de 4 en een paar minuten over 5 zijn we weer terug bij de ZBC-hal.

 

Hier zitten Ineke en Rick lekker buiten in het zonnetje. Paul is al 20 minuten binnen en na 10 minuten komen ook Jos O, Hans en Jos V aangefietst. De sporthal is inmiddels geopend door de vervanger van de beheerder die zelf in Spanje blijkt te zitten. Kennelijk is de overdracht niet volledig geweest.

Na een kwartiertje komen Tom en Peter aangefietst en even later ook Björn.

Even na 6 uur komen de laatste 4 deelnemers aangefietst.

 

Al met al een geslaagde rit. De deelnemers waren erg te spreken over de omgeving en de route. Het weer werkte goed mee. Alleen in het eerste deel wat gesputter, maar verder met een graad 18 a 20 prima fietsweer.

 

Thuis staat de teller op 215 km.

 

14 april 2009

Het plan is om weer twee dagen achter elkaar fietsen. Op zondag (1e paasdag) en in mindere mate op 2e paasdag voelde ik nog duidelijk de vermoeienissen van het 200 km Brevet. Ook op dinsdag was dit nog niet geheel verdwenen. Maar tijdens de rit merkte ik het vrijwel niet meer. Het is in de ochtend erg mistig en bijna windstil bij aanhoudend mooi weer. Met ruim 36 kom ik aan in Harselaar.

 

Terug is de wind op komen zetten en blaast met kracht 2 uit het noordoosten, tegen dus. Wel lekker weer met een graad of 18.

De rit gaat goed, met de opmerking dat tussen Garderen en Elspeet mij 3 maal fietsers tegemoet komen die aan de verkeerde kant van de weg fietsen.

In verband met de tegenwind doe ik na Nunspeet de klep er weer op.

Overigens begint af en toe de rem (aan beide kanten) weer aan te lopen. Misschien dat de tie-wraps niet voldoende strak zitten.

 

In iets meer dan 1uur40 ben ik in Zwolle met ruim 38 gemiddeld.

 

De tweede fietsdag vervalt door migraine bij Ineke en ik blijf daarom maar thuis werken. De volgende keer met de fiets zal wel volgende week worden.

 

21 en 22 april 2009

Het is weer dinsdag (de 21e) en inderdaad al een week geleden sinds de laatste fietsdag. Wel nog 31 kilometer gewandeld op zondag. Het is nog steeds mooi weer met in de ochtend weinig wind en wat mist. Bij Oldebroek had ik in de gaten dat is de klep er niet op had en als het dan maar 5 a 6 graden is voel je de kou wel degelijk. Als ik na een stop verder ga met de klep er op is dat toch aangenamer.

 

In Barneveld kom ik vrijwel gelijktijdig aan met carpool-collega Steven. Normaal is hij er al rond half 8 en ik tegen 8 uur, maar er was een ongeluk gebeurd op de snelweg en dat leverde hem vertraging op. Hoewel het redelijk snel ging met bijna 37 gemiddeld, was het een rit die niet lang in de herinnering zal blijven. Overigens waren er tot op heden maar 32 heenritten sneller dan die van deze ochtend. Hierbij aangetekend dat het daarbij meestal duidelijk warmer was.

 

Terug gaat het met de wind schuin tegen of opzij. Ondanks regelmatig stoppen (spoor, rotondes, verkeerslichten) komt er een lage 39-er uit, waardoor het daggemiddelde precies op 38,00 komt.

Het mooie weer van de laatste weken (de temperaturen liggen op een niveau dat voor mei normaal is) zorgt voor drukte op de fietspaden met de benodigde inhaalacties. Dit drukt het gemiddelde toch wel.

 

Op woensdag (22e) zien we een vergelijkbaar beeld. Zij het dat het net iets langzamer gaat.

 

 

Verder in deel 13: http://www.geocities.com/gerinri/Quest2009-02.htm (later, in 2009)

 

Gerrit

 

Terug naar de Quest-pagina:       http://www.geocities.com/gerinri/Quest.html

Terug naar deel 11:                    http://www.geocities.com/gerinri/Quest2008-03.htm

 

 

 

Terug naar de Homepage:           http://www.geocities.com/gerinri/index.html

Hosted by www.Geocities.ws

1