15 maart 2009
Het is nog vroeg in
het jaar om een 300-plusser te fietsen, maar het programma voor de weekenden
zit vol door de voorbereiding op de Nijmeegse 4-daagse en zo staat nu de
300-controle in de planning. Vooraf kan ik het weer redelijk tot goed
inschatten (10-13 graden en droog), maar de zaterdag voor vertrek wordt een
mogelijk slepend front verwacht met mogelijk wat motregen. Wel zal de wind
afzwakken in de loop van de dag.
De werkelijkheid zal
zijn dat het een groot gedeelte van de dag (licht) motregent en de temperatuur
7 tot 9 graden is. Dat terzijde, er moet gewoon gefietst worden.
Mijn planning start
om half 8 en met 31 gemiddeld moet ik net binnen 12 uur terug kunnen zijn.
Uiteindelijk heb ik geen zin om zo vroeg op te staan en de start stel ik uit
tot goed 9 uur. Wat wel lukt, is dat ik net binnen 12 uur terug ben, ondanks
alles.
De malheur begint
meteen al. Als ik de gewone teller wil resetten springt die op tilt en reset
ook alle instellingen. Daar heb ik dus niets aan. Tijdens de rit kan ik nagaan
dat 50 km op de ene teller gelijk staat met 36,36 op de andere.
Maar goed, ik heb de
Ciclomaster nog die belangrijker is vanwege de registratie en ook de GPS, die
een track maakt.
De eerste kilometers
gaan voorspoedig tot na een uurtje de rechter voorrem weer eens vast gaat
zitten. Dit is te merken aan het feit dat ik moeilijker snelheid kan maken en
de controle is dan om even licht te remmen. Slaat de rem meteen aan en trekt de
fiets wat naar links of rechts, dan is stoppen en losmaken geboden. Dit geintje
zal vandaag nog een keer of 5 voorkomen.
Bij binnenkomst van
Bergentheim voel ik dat de linkervoorband lek is. Dat betekent stoppen en
wisselen. Ik neem meteen mar een plaspauze en 10 minuten later fiets ik weer.
Op naar de eerste heuvels tussen Hardenberg en Uelsen, de kasseistrook naar
Vasse en de koffie bij Tante Sien in Vasse. De bediening is wat afwezig en een
wat verlopen figuur probeert een gesprek met mij aan te knopen. Ik heb niet
veel zin en hij komt niet veel verder dan wat algemeenheden over het fietsen.
Vermoedelijk wil hij zijn ei kwijt over het feit hij als Nederlander in
Itterbeck (Duitsland) woont, want dat vertelt hij mij 2 maal.
Bij grote
afwezigheid van de bediening maak ik geen afspraak over de controle. Dat moet
trouwens geen probleem zijn. Uit ervaring weet ik dat ze wel open zijn. De
opkomst is qua aantallen ook geen probleem.
Na 20 minuten op de controle
vertrek ik weer. Nu de Kuiperberg oprichting Ootmarsum en daarna een licht
golvend gedeelte door Noord-Twente. Als ik net door Beuningen ben gegaan en
ingehaald ben door diverse Marechaussee mensen, voel ik de achterband zwabberen
en ben ik aan de volgende lekke band toe.
Het wisselen
inclusief een korte eetpauze kost een kwartier. Ik ga nu voor de tweede maal
Duitsland in, waar een stuk of 5 klimmen wachten. Eerst naar Gildehaus en kort
daarna de klim door Bad Bentheim. 20 km verder de Rothenberg en weer 20 km
verder de klim voor de controle in Horstmar.
Gezien de
achterstand op het schema pauzeer ik niet, maar neem een korte pauze op de
Schoppingerberg. Hier doe ik eerst het deksel op de fiets want het begint nu
echt te regenen. Ik ben hier niet blij mee want even later zal de steilste
afdaling volgen en hoge snelheden en regen zijn geen goede combinatie. In de
afdaling zet ik aan tot circa 75, waarna ik me laat rollen. Door met
spleetoogjes te kijken kan ik de regen trotseren, terwijl de snelheid vanzelf
nog oploopt naar 93,4. Terwijl de wind tegen is.
In Schoppingen is de
weg op een paar plaatsen opgebroken, waarbij de eerste twee fietsend te nemen
zijn, maar de derde voor een korte omleiding zorgt.
Nu volgt een lang
recht stuk met een afdalend vals plat naar Heek en daarna een druk stuk via
Epe, Gronau en Overdinkel, waar ik Nederland weer binnen kom. Het landschap
wordt nu golvend en in Weerselo las ik een stop in bij een tankstation. Hier
kan door de deelnemers gestempeld worden.
Na Weerselo bel ik
naar huis en vertel dat ze niet op mij hoeven te rekenen met eten en dat ik
verwacht niet na 9 uur thuis te zijn. Het is nu voor de tweede maal dat ik in
Ootmarsum kom en weer de Kuiperberg op moet, zij het van een geheel andere
kant. Een stuk vals plat naar Tubbergen is voorlopig het laatste stuk met
hoogteverschil.
Als ik Tubbergen
verlaat zie ik dat de Ciclomaster geen snelheid meer aangeeft. Wat de reden is
kan ik niet nagaan, maar lastig is het wel, want nu is de controle van de
kilometers een stuk lastiger geworden. Het lukt mij niet deze weer aan de praat
te krijgen. In het verloop van de rit komt heel af en toe wel een signaal door,
maar van de restende 85 km komen er maar 3 op de teller.
Door de kilometers
van de Cateye af te lezen en ze later te om te rekenen naar “normale”
kilometers kan ik toch de afstanden herleiden. Als ik met de Ciclomaster een
timestamp kan ik ook de fietstijd herleiden. Dit vereist wel regelmatig een
stop om alles op te schrijven. En die tijd moet dan weer als “stil-sta-tijd”
genoteerd worden. Bijkomstigheid is nog dat een groot gedeelte van dit laatste
stuk alleen op papier is uitgezet en dus meer controle vereist.
Het begint donker te
worden en de verlichting moet aan. Het regent nog steeds licht en de klinkers
in Vriezenveen glimmen. Wel wordt het nu lekker rustig op de weg. Bij de
(geplande) controlepost in Hellendoorn fiets ik door. Het schema van 9 uur
thuis is nog realiseerbaar en ik moet toch in Vasse de controle nog afspreken
en dat kan ik best in het voorjaar eens combineren met een ritje naar de
familie.
De laatste echte
hindernis is de Lemelerberg. Het totale aantal hoogtemeters komt hierdoor op
ongeveer 400. De afdaling in het pikkedonker is lastig. Het einde nadert en na
Heino besluit ik om niet meer het laatste lusje te maken via Berkum en de
ZBC-hal, maar rechtstreeks naar huis te fietsen. Ik heb het stuk vanochtend al
in omgekeerde volgorde gedaan.
Het motregent nog
heel licht als ik om 1 minuut voor 9 thuis ben.
Gegevens:
Afstand 312,08 km; Tijd:
9:45:59; Brevettijd:
11:55
Gemiddeld: 31,95 km/uur; Hoogste snelheid: 93.4