Het was intussen 18.00 uur en iedereen ging staan in het restaurant waar ik zat, er bleek een Thaise versie van het Wilhelmus gespeeld te worden. Afgezien van een klein aantal mensen en mijzelf bleek iedereen te staan. Om 19:30 uur begaf ik mij naar het platform. Intussen had ik mijn eerste Big Singha gedronken. Een prima bier van Thaise makelij met een inhoud van 630 ml. Ik kreeg er een beker vol ijs bij, het mocht eens lauw worden. Het werd een rustige busrit door een warme nacht. Binnen had ik weliswaar de jas aan en een deken om mijn benen geslagen. Het deed mij denken aan mijn moeder die dat ook wel eens doet op een frisse zomerdag. Terwijl buiten de haantjes gebraden uit de lucht vielen zat ik daar in mijn zomerjas en deken. Ik wist even niet of ik er om zou lachen of niet. De bus stopte midden in de nacht om te eten en aldaar kon ik mijn voedselbon verzilveren voor een heerlijke soep. Bij aankomst in Nong Khai om 5:15 uur was de kou al uit de lucht, bleek de markt open en kon ik met gemak een paar rikshawrijders van me afschudden. ' Ben ik er al' vroeg ik toen ze aan mij vroegen 'where do you go'?
Ik liep over de markt die ondanks het tijdstip volop in bedrijf was, de meest verse groente, fruit en varkenspoten lagen uitgestald onder een schare aan spaarlampen. Ik liep maar wat want er stond geen plattegrond van Nong Khai in mijn reisgids.
Toen ik naar de rand van het centrum was gelopen en niets meer van het stadje herkende kwam er een tuk tuk op mij af een scooter die meerdere mensen kan vervoeren. Hij bracht me desgevraagd naar het hotel van mijn keuze: Mut Mee. Daar bleek iedereen nog buiten westen en de honden in het krakende grind al wakker. Het was toch pas donderdag? Ongeharkt liet ik het grindpad achter me en liep naar de rivier waar ik in 1985 ook talloze malen naar gekeken had. Weer even bruin als toen, het was dezelfde regentijd, en met een flinke vaart werden takken, bladeren en stammen stroomafwaarts gevoerd. Aan de overkant zag ik het verboden land liggen, maar ook de brug die de twee landen sinds 1994 met elkaar verbindt. Ik liep verder door de straten van een stil Nong Khai, een enkele haan meende al te moeten kukelen en natuurlijk waren de winkels open, mensen op straat en reden bromfietsen volgeladen met lychees en ander tropisch fruit af en aan. Waarschijnlijk moet ook hier iedereen werken voor een boterham. Ik beland in een straatje dat dicht aan de Mekhong rivier ligt die de grens vormt tussen Thailand en Laos. Ik kom terecht bij een guesthouse dat dezelfde naam als de rivier draagt, annex internetcaf� en terras. Dat torent hoog boven de rivier uit en ik neem plaats aan een van de Carlsberg tafeltjes. Het is in tussen 6:30 uur. Ik geniet van een geweldig uitzicht en verheug me nu al op de zonsondergang van vanavond. Het is tenslotte moesson. Na een half uur ontwaken de eerste medewerkster van het gasthuis, het is er tenslotte nog vroeg, en na een tijdje word ik benaderd. 'Of u een kamer heeft' vraag ik op dezelfde beleefde manier als waarop ik zelf benaderd werd. De dame in katoenen broek en shirt haalt een bos sleutels voor de dag en laat mij een hok zien waar de kippen van de leg zouden raken. Ik heb al overal geslapen, op het dak van huizen, op de vloer van schuddende treinen, in de meest onooglijke lodges maar waar ik voor pas is voor een kamer zonder daglicht. Ziet u mij daar al zitten dan wel liggen? De tactiek die ze hanteerde was trouwens goed. Ze liet mij de meest beroerde kamer zien, normaal is dat andersom. De kamer bleek ruim 2 euro te kosten. Doe maar iets duurders deed ik vlot ik heb pas vakantiegeld gebeurd. Weer een kamer, nu met raam maar geen licht. Dezelfde prijs. Daarna koos ik voor een kamer met een redelijk uitzicht op een pannendak en de rivier voor 3 euro. Zwetend checkte ik in, het nummer van mijn paspoort kende ik nog steeds niet uit mijn hoofd. |