Pagina 25

Amsterdam, maandag 5 augustus 2002.

Van Battambang(kok) naar Amsterdam.

De laatste loodjes wegen spreekwoordelijk het zwaarst en dat uitzonderingen de regel bevestigen bleek mij ook nu weer. Battambang was mijn laatste stop voor ik terug zou reizen naar Nederland. Ik bracht die laatste dagen in alle rust door, er is in Battambong niet veel te zien volgens mijn  reisgids. Tot dat ik Thoeun ontmoette. Dat spreek je gewoon uit als Theun. Thoeun kende ik al vanaf de eerste dag, hij had me mijn kamer toegewezen maar was eigenlijk bromfietsrijder van beroep. Deze mannen staan vaak in groepjes op de hoeken van de straten te wachten of je toevallig vervoerd wil worden. Een ritje levert 1000 riel op zeg maar � 0,10. Met Thoeun zou ik een dagje op stap gaan, nou ja een half dagje want het kan op de middag knap warm worden in Cambodja. Ik had $ 4,- met hem afgesproken zo'n 16.000 riel al werd de dollar tijdens mijn vakantie zienderogen steeds minder waard.  Na het ontbijt vertrokken we uit het stadje en al snel zaten we midden op het platteland van Cambodja. De zon was er ook en mijn petje met achterklep deed goede dienst. Toen die een donkere huidskleur had van de zon had een strooien hoedje op, hij was wat gezet, droeg een groezelig overhemd dat ooit blauw geweest was, een bruine terlenka broek en slippers die tot op het asfalt afgesleten waren.

Eenmaal buiten het stadje bleek wat voor een enorm desastreuze gevolgen het heeft als de regentijd - zoals nu - uitblijft. De akkers lagen er bij met keiharde korsten klei, daar was met geen goede wil en een eergetouw  door te komen, bovendien zou de rijst er niet op gedijen, die moet in het water groeien. Nee, er was desgevraagd geen irrigatiesysteem. De U.N. had wel wat onverharde wegen en paden aangelegd in een poging ook het laatste gebied waar de Rode Khmer stand gehouden had weer op de been te helpen. Toen vertelde dat ze waterputten geslagen hadden en bromde over fantastisch slingerende paadjes. We kwamen door de meest afgelegen dorpjes waar mensen een eenvoudig bestaan lijken te hebben. Toen bleek een echte prater en lichtte in een paar kilometer tijd zijn doopceel. Hij had 20 jaar geleden in een vluchtelingenkamp in Thailand gezeten, op de vlucht voor het oorlogsgeweld toen Vietnam Cambodja was binnengevallen om de Rode Khmer te bestrijden. Daar had hij wat Thai geleerd, zijn vrouw leren kennen en had er een tijd in een fabriek gewerkt. Ook had hij Jezus leren kennen. 'In Thailand I likje Jezus, zei Toen een scherpe bocht nemend en een paar kippen van de weg afjagend, 'but now in Cambodja I like Buddha. Natuurlijk zeg ik. H� stop eens even zeg ik, voor een foto. In de verte komt een ossenkar met een boer erop die er flink op los slaat. Toen zet z'n bromfiets aan de kant, ik haal m'n camera voor de dag en... toevallig slaat de boer nog vrij in de verte links af. Heb ik dat weer? 'Pech' zegt Toen wijs. Of toeval zeg ik. Nee, dat zakken rijst sjouwen in Thailand was 'm slecht bevallen, maar hij had het kennelijk lang genoeg gedaan om er een Honda van te kopen, daarmee kon hij zijn bestaan in Battambong opbouwen. Hij had vier kinderen tussen de 8 en de 13, was 35 en begon net als ik al een beetje grijs te worden.

Doel van de rit van om naar Phnom Sampeau te gaan. Zo'n 15 km buiten de stad, bij de toeristen bekend als de Killing Caves. Hier heeft de Rode Khmer met talloze burgers afgerekend door ze dood te knuppelen en in een grot te gooien. Ik had geen idee wat me te wachten stond, toch niet weer bussen met toeristen die schedels staan te fotograferen zoals ze in Siem Reap tempels hadden staan fotograferen? Bij aankomst overviel me de rust van het dorp dat aan de voet ligt van de berg  waar Phnom Sampeau op ligt. Er waren wat eet- en drinkgelegenheden onder een rieten dak, water kun je altijd uit een koelbox kopen en er is altijd wel wat warm eten te koop. Thoeun neemt wat rijst met banaan in bananenblad want hij zou me de grotten waar ik heen wilde wijzen. Normaal doen de kinderen van het dorp dat maar dat vond ik nou weer niks. Gaan jullie je huiswerk maar maken, de tafel van 7 leren of zoiets. Ik neem een flinke slok water, Thoeun kocht een fles voor zichzelf en ik ook nog een  en daar gaan we. De berg op. Intussen wist ik al meer van Thoeun dan hij van mij, dus na een minuut of tien zweten en hijgen stopten we even. Ik haal de foto's van de familie en Holland voor de dag. Toen bukt opeens, breekt een lange tak met bladeren af en houdt die boven zijn hoofd om schaduw te cre�ren. Na de tulpen en molens is ie weer helemaal bij en is hij weer aan de beurt.

Wat is er met de Rode Khmer gebeurd vraag ik. �They still have a stronghold in Pailin� vertelde Thoeun. Dat had ik in mijn reisgids ook al gelezen alleen moet onder een stronghold geen gebarricadeerde vesting verondersteld worden, maar een soort wildwest stadje waar de voormalige aanhangers van de Rode Khmer wonen teneinde uit de greep van de arm van de internationale gemeenschap te blijven. Desgewenst kon ik er met Thoeun heen. De voormalige strijders voor een boerensamenleving waarin iedereen zo gelijk is als het maar kan blijken zich hier te laven aan seks, alcohol en gokken. Net datgene waar ze tot bloedens toe tegen gestreden hadden. Het kan verkeren zei Brederode. De weg stijgt steeds meer, het uitzicht op het platteland, kale rijstvelden, palmbomen en verstilde dorpen wordt steeds mooier. Het is een bizarre gedachte dat er nog overal in dit gebied mijnen liggen. Boven op de berg zou een kleine boeddhistische tempel staan en niet ver daar vandaan zouden de Killing Caves zijn. We stoppen nog een keer, nemen een slok water, de zon wil maar niet weggaan en ik schep er enig genoegen in dat ik niet de enige ben die een drijfnat overhemd heeft. Eenmaal aan de top blijkt er een fijn windje te staan, we gaan er weer even bij zitten, en drogen wat op. �It�s this way� zegt  Thoeun  nadat ik weer opgestaan ben. We lopen wat trappen af en belanden inderdaad in een grot met een enorme diepte. Als je omhoog kijkt zie je het gat waardoor de buitenlucht te zien is. Dus hierboven werden de mensen doodgeslagen vroeg ik. Thoeun bevestigt het antwoord en gaat naast een kooi staan waar een kaars voor brandt. De kooi is gevuld met mensenschedels en -botten. Thoeun vertelt dat niet alleen soldaten maar ook onschuldige mannen, vrouwen, kinderen hier vermoord en weggegooid werden in de grot. Na de oorlog had men stapels botten en beenderen aangetroffen. Toen Cambodja opengesteld werd voor het toerisme bleek die berg gaandeweg kleiner  te worden. 'Souvenir' zegt Thoeun. �Wat zeg je me nou� zeg ik. �Namen mensen schedels mee als souvenir�?

Lees verder op de volgende pagina...

Inhoudsopgave
Naar de startpagina
Naar de volgende pagina.
Naar de vorige pagina
Hosted by www.Geocities.ws

1