Pagina 23

Battambang, vrijdag 2 augustus 2002.

Engelse  les in Battambang.

Je moet het beste altijd tot het laatste bewaren zei mijn moeder altijd. Nou dat overkwam mij toevallig ook weer eens toen ik de laatste dag  in Siem Reap met m`n brommer  op stap ging om de laatste tempels te bekijken. Ik  sjeesde de stad uit waar het woon- werkverkeer al flink op gang gekomen was. Met m`n kompas had ik de richting waarin ik moest rijden bepaald, na een kwartier had ik alle karren, brommers en auto`s achter me gelaten en reed  ik vrijwel alleen op een zeer goede weg die met behulp van de Japanners is aangelegd. Naast de tweebaansweg was zelfs nog een brede strook voor het langzame verkeer waar ik mij net m`n 150 cc brommer niet toe rekende. Ik kon met gemak de 80 kilometer halen, maar dat heb ik maar niet gedaan. Een koe of hond op de weg en zeg maar dag met het handje. Dat deed ik trouwens geregeld maar dan naar de kinderen die constant hello roepen en enthousiast zwaaien. Aanvankelijk durfde ik het stuur niet los te laten maar na verloop van tijd had ik de slag van het brommer rijden al goed te pakken en vond ik het jammer dat ik dat niet aan de knappe, jonge vrouw van de eerste dag kon laten zien.

Ik was op weg naar de Roluos groep die er wat verlaten en onderkomen bij stond maar je kon aan dit complex goed zien wel een ontwikkeling de Khmer bouwkunst heeft ondergaan in de loop der eeuwen. Na nog een groep bezocht te hebben reed ik terug naar de omgeving waar ook Angkor Wat ligt. Wacht maar, had Ann uit Baltimore geschreven tot je Ta Phrom gezien hebt. Ik had haar en haar man Jim in 1985 in Birma ontmoet en het mag een bijzonder toeval heten dat ik door haar enthousiasme over Laos en Cambodja hier verzeild geraakt was. Ik had van haar een hele lijst van tempels toegestuurd gekregen en begon wel nieuwsgierig te worden naar Ta Phrom. Ik parkeerde m`n bromfiets, negeerde alle T-shirtverkopers, colddrinkventers en bedelaars en binnen de kortste keren viel mijn mond open van verbazing. Bij deze tempel had de jungle het de laatste paar honderd jaar het duidelijk voor het zeggen.
Enorme boomwortels groeiden dwars door tempelmuren heen, er groeiden bomen door heen van een gigantische omvang en door die wortels waren diverse tempeldelen ingestort en moest ik over de steenblokken heen klimmen om door het complex heen te komen. Een oude man zat met een zelfgemaakt instrumentje oerwoudgeluiden te maken hetgeen de sfeer alleen nog maar vergrootte. Helemaal een voordeel was dat busladingen Japanners hier ontbraken en er slechts enkele individuen als ik ook met open mond rond liepen en niet veel meer konden zeggen als `amazing`, `stunning`, of `incredible`, mijn favoriet. Klik  op de startpagina in Google Ta Phrom maar eens aan, klik op afbeeldingen en je weet precies wat ik bedoel. Na een diarolletje volgeschoten te hebben reed ik tevreden terug naar Siem Reap, leverde de
sleutels in na afgetankt te hebben en schreef mijn bevindingen op in het dagboek dat ik dagelijks trouw bijhoud.

De volgende dag zou ik met de boot naar Battambang gaan. De klemtoon ligt op de laatste lettergreep en ik hoor de mensen  hier Battambong zeggen. Vroeg dag, want ik werd om 5.45 uur opgehaald, de boot zou om 7 uur vertrekken. Samen met nog tig anderen in een minibus geperst en eenmaal bij de rivier bleek het wel een redelijke boot te zijn maar de kajuit lag dermate diep dat   ik veel van de prachtige route niet heb kunnen zien. De bootsman nam af en toe ook enkele Cambodjanen aan boord, vrouwen met kinderen die er piekfijn uitzagen. een nette rok, een blouse met lange mouwen, het ravenzwarte haar netjes opgestoken. Vergeleken met hen zagen mijn medepassagiers er op zijn zachtst gezegd bizar uit. Stel je maar eens  voor: de meest bizar uitziende navel-, oor-, wenkbrauw- en lippiercingen, kaal geschoren hoofden met een lange paardenstaart, te lange korte broeken of erger nog te korte korte broeken kleurloze T-shirts etc. Wat voor indruk moeten de Cambodjanen van
ons rijke westerlingen hebben?

Na een uur of vier en een half waren we er en werden we in Battambang door een menigte aan hotelmedewerkers met airco busjes benaderd. Ik had mijn keus al gemaakt in de boot en ging doodgemoedereerd in het busje van Chhaya hotel zitten. De heren hadden al enig voorwerk verricht want toen we instapten kregen we de meest kleurrijke folders in de handen gedrukt met daarbij kopie�n uit reisgidsen waarin hun hotel met een stift was gemarkeerd. Voor $ 4,- heb ik nu een betegelde kamer die daardoor op een gemeubileerde badkamer lijkt, met badkamer en toilet, ook betegeld en garderobekast, jawel, ook al betegeld. De vloer is netjes betegeld en ik ben van plan aan de eigenaar te vragen waarom in vredesnaam het plafond niet is betegeld. Na een douche begeef ik me naar het dakrestaurant, dat ligt op de 4e verdieping en er staat een geweldige bries. Dit is vakantie zeg ik tegen mezelf, bestel
een blikje Singha bij gebrek aan flessen en neem de omgeving eens goed in me op. Battambang zal m`n laatste stop zijn en hier vandaan reis ik rechtstreeks naar het vliegveld van Bangkok.

Ik loop het stadje in voor een eerste verkenning en mijn oog valt op twee dingen. Er hangt een bord aan een gevel van CRS, die organisatie ken ik van naam omdat Jim de man van Ann  daar voor werkt. De afkorting staat voor
Catholic Relief Services, een organisatie die hulp verleent aan 85 landen en zijn fondsen onder meer verkrijgt van Memisa. Ik heb een gesprek aangevraagd met de projectmanager die me vertelde dat er vooral medische hulp verleend wordt en aan voorlichting gedaan wordt om ziektes zo veel mogelijk te voorkomen. Naast CRS bleek de importeur van Heineken bier te zitten, maar dit geheel ter zijde.

Lees verder op de volgende pagina...

Inhoudsopgave
Naar de startpagina
Naar de volgende pagina.
Naar de vorige pagina
Een van de belangrijkste kenmerken van Ta Phrom, de boomwortels groeien door de tempelmuren heen.
Wat wil je nog meer?
Bezoek deze indrukwekkende fotopagina uit België.
Hosted by www.Geocities.ws

1