| Pagina 22 Daar moest wel voor betaald worden. Sloeg je een hoek om dan liep je tegen de kruk van een man op ��n been aan. Die maar eens een keer negerend zag je kinderen om 'one hundred' bedelen. Ze bedoelen 100 riel. Weigerde je dat, dan gingen ze over op een pen. Nou deel ik het hele jaar al pennen uit en waande me weer even aan het werk. Toen ik zei dat ik die niet had voor zoveel kinderen namen ze genoegen met 'bonbon'. Maar ook mijn Belgische Pralin�s had ik thuisgelaten. Intussen begaf ik mij naar het volgende complex op mijn stoere fiets daarbij achterna gezeten wordend door verkoopsters van T-shirts, reisgidsen, ansichtkaarten, sarongs, halsdoeken en cold drinks. Ik hield het een tijdje vol om te bedanken maar daar ben ik na een dag mee gestopt. Ik kwam terecht bij tempels met schitterende graveringen uit de tijd dat het Hindoe�sme hier hoogtij vierde tussen de 9e en de 14e eeuw. Sommige tempels zijn begroeid en bij andere groeien de bomen door de tempelmuren heen. Erg fascinerend om te zien, maar om 11:30 uur had ik vierkante ogen van de stenen en fietste ik terug naar Siem Reap. Ik lunchte op mijn gemak deed een tuk en keek of er post was. 's Middags ging ik naar Angkor Wat zelf. Ik heb versteld gestaan van zijn omvang. Het is geen uitbundig bewerkte tempel, maar met alle toeristen die er op dat moment waren leek hij wel bewoond. De toegang alleen al is een aardige wandeling en er omheen lopen zou meer dan en uur nemen schatte ik. Het weer zat niet mee, het was bewolkt en begon te regenen. Ik zocht mijn geparkeerde mountainbike weer op en fietste naar huis, ik werd net niet nat genoeg, maar bleef ook niet droog. Ik werd gepasseerd door tientallen vervoermiddelen die duizenden toeristen terugbrachten naar hun hotel. Terug in Siem Reap bleek het spatbordje toch net iets tekort geweest te zijn. Mijn rugzak zat vol met modder. Moe maar voldaan leverde ik de fiets bij de Chinese verhuurder in en kreeg godzijdank m'n paspoort terug die ik als borg had moeten afstaan. Morgen weer? vroeg zijn dochter. Misschien zei ik. 's Avonds probeerde ik te chatten met mijn broer in Mexico, maar dat lukte niet. In plaats daarvan ging hij met mijn zus in Nederland zitten chatten. Door de regen liep ik naar huis en genoot van mijn tweepersoonskamer met douche en toilet voor $ 5,- De tweede dag huurde ik een brommer. Eerst even ontbijten en na de uitleg van de jongens van het hotel probeerde ik weg te rijden op een Honda 150 cc. Ik wist waar de rem zat, de versnellingen en nam een scherpe bocht de weg op. 'Don't forget to pray' riep een van de jongens die gezien moet hebben dat het wel 30 jaar geleden moet zijn dat ik op zo'n ding gezeten had. Met enige gestotter reed ik de weg op, sloeg linksaf de drukke weg op door Siem Reap en voegde mij in het verkeer. Aanvankelijk kneep ik de handvatten nog fijn, reed ik op een slakkengangetje maar het ging al snel beter. Bij de controlepost wapperde ik even met mijn toegangskaart en de controleur knipte er met een perforator een twee gaatje in, het was mijn tweede dag in Angkor Wat. Ik zou naar een tempel gaan die 35 km buiten de stad ligt. Eenmaal de stad uit tufte ik vrolijk door het platteland van Cambodja, nam de rijstvelden tevreden in ogenschouw en waande mij een missionaris zonder missie. De gedachte was nog niet wegge�bd of er kwam een knappe, jonge vrouw naast me rijden. 'Hello' zei ze terwijl haar zwarte haren in de wind wapperden en me met haar geraffineerd opgemaakte ogen indringend aankeek. 'Hello', zei ik in goed Engels terug. Where do you go? Vroeg ze. Naar Banta Srei zei ik terwijl ik nog langzamer ging rijden ondertussen goed op het verkeer en haar ogen lettend. Ze bleek rode lippen te hebben en ook op weg naar Banta Srei. 'Wat toevallig' ze ik in het Nederlands. Ik was nog te gefixeerd op mijn fonkelende Honda aan het verkeer deelnemend om de situatie in te schatten. Was dit zomaar een vriendelijk meisje? Weer een vrouw van lichte zeden die dringend werk zocht? Aan mijn blik moet ze gezien hebben wat ik zat te denken, ze gaf gas en verdween in de rest van het verkeer. Eenmaal bij Banta Srei heb ik haar niet meer gezien. Misschien is ze iemand tegengekomen die wat beter brommer kon rijden... Onbeschrijflijk zo mooi en gedetailleerd daar uit de tempel figuren zijn gegraveerd. Maar weer moest ik tussen de toeristen doorkijken. Het was alleszins de moeite waard en snel begaf ik mij op weg naar de volgende die volgens de reisgids door bijna niemand aangedaan wordt. Hij ligt wat van de route af en het laatste stuk is onverhard en roestbruin van de klei. Heb ik dat weer? Stopt er net een bus met Italianen met hun video's, fototoestellen en digitale camera's. Ik wacht even tot ze weg zijn, maar dat was ook al geen goed idee. Of ik een T-shirts wilde kopen met Cambodja erop. Nee dat vind ik van een bedenkelijke soort opschepperij. Dan een zwart T-shirt met een witte schedel en daaronder kruiselings twee beenderen met het opschrift 'Danger - Mines'. Ik keek afkeurend. This one vroeg het meisje: 'I survived Cambodia'. Rare smaak hebben ze hier. Heb je niks met 'ik overleefde de verkopers van Cambodja' Of 'ik maak een omweg voor bedelaars' of 'All Japanese go home for one day'. Nee, die hadden ze weer niet natuurlijk. Dan kunnen er geen zaken gedaan worden zei ik bikkelhard. Of ik dan een softdrink wilde. Heb ik in m'n tas. Film kopen? Heb ik ook al. Nee deze dames zitten niet voor een gat te gevangen. Okay, you buy when you come back. 'I don't come back' zei ik. You stay at temple? Ja, ik ga daar wonen met oordoppen in en wil nooit meer een verkoopster horen noch zien.... Ze schoten met zijn allen in de lach en lieten me gaan. De terugreis verliep even voorspoedig als de heenreis. Nog even moest ik aan die missie denken: de verkoopsters van Cambodja onderwijs geven, de mijnen op laten ruimen door makelaars uit Engeland? De tempels alleen toegankelijk maken voor mensen op een fiets of bromfiets? Intussen moest ik verdomd goed oppassen niet tegen overstekend vee aan te rijden, of er geen zwerfhonden de weg over liepen, wegrennende kippen de stuipen op het lijf te jagen en niet in de zachte berm te belanden. Veilig arriveerde ik bij het guesthouse waar het hoog tijd was voor de lunch. �s Avonds, zo nam ik me voor zou ik een pilsje gaan drinken bij de concurrent die zich Angkor What? genoemd heeft. Ik neem woensdag 31 juli 2002 de boot naar Battambang. Dat gebied staat bekend om het grote aantal mijnen. Ik beloof je, ik blijf op de weg lopen en fietsen. Dan een bus naar de grens met Thailand. De koek is bijna op maar tot nu toe smaakt hij uitstekend. Lees verder op de volgende pagina.... Inhoudsopgave |
![]() |