Overblijfselen van de beruchte Killing Fields.
Het overweldigende paleis van Norodom Sihanouk in Phnom Penh.
Pagina 19

Phnom Penh, Cambodja,  vrijdag 26 juli 2002. 10:30 uur

Weer naar school.

Na een week in Phnom Penh, een kort bezoek aan het platteland van Cambodja  en een bezoek aan de beruchte Killing Fields ben ik weer heel wat wijzer. Jullie na lezing van dit verslag ook. Na een dagje de toerist uitgehangen te hebben, we zijn o.a. naar het Royal
Palace van Norodom Sihanouk geweest, zouden we een uitstapje maken naar het platteland. Niek en Brigit werken voor een onderwijsorganisatie en we zouden een van de scholen die onder hun district vallen bezoeken. Daarvoor moesten we naar Neak Luong zo'n 40 km zuidwaarts niet ver van de Vietnamese grens. Uit veiligheidsoverwegingen zou ik alleen met de bus gaan en Niek en Brigit met hun stoere motoren. Eenmaal de stad uit was ik blij niet meer bij Niek achterop te zitten en liet me gewillig bij tijd en wijlen tegen het dak
vliegen. De rit voerde me de drukke stad uit en ik had nu een goed de gelegenheid het verkeer in Phnom Penh gade te slaan. Er wonen 1 miljoen mensen in Phnom Penh en op straat heb je al snel de indruk dat er 900.000 brommers rondrijden. Het aantal is nog tot daar aan toe maar het feit dat er maar een regel is, maakt het een van de meest bizarre steden waar ik ooit geweest ben. Het scheelt  natuurlijk dat ik af en toe zelf deelnam op een kinderfiets geleend van Niek met een mandje voorop waar een slot in lag te hobbelen. Daar komt bij dat de hoofdwegen weliswaar verhard zijn maar alle zijwegen zijn dat niet of in zeer slechte staat, met de nadruk op zeer. Voeg daar het feit bij dat mensen tegen het verkeer inrijden, niet uitkijken als ze van rechts komen en invoegen en het gevoel van een onveilige chaos is compleet.

In een klein half uurtje hobbelde de bus de stad uit, stak de Mekhong over via een hoge brug en in de verte kon ik de talloze krotwoningen op palen met gemak zien liggen en daartussen in een glimmende tempel met geglazuurd dak waar een beeld in staat (van Boeddha). Niek en Brigit reden ergens voor of achter me en eenmaal op de A1 (de weg naar Vietnam) blijkt dat de weg naar het communisme van Pol Pot over ongeplaveide paden moet zijn gegaan. Wat er nog aan asfalt lag was van dermate slechte kwaliteit dat er geregeld uitgeweken moest worden voor diepe kuilen. Verder baant iedereen zich kennelijk een weg naar het zuiden, brommers, motoren, ossenkarren, vrachtwagens, personenauto�s en bakbrommers. Dat zijn bromfietsen die op de buddyseat een trekhaak gelast hebben zitten en waaraan een lange kar op twee wielen verbonden zit. Een soort oplegger, daar kunnen niet alleen 30 mensen op speciale plankjes op zitten, maar de bak kan ook gevuld zijn met klei van de oevers van de Mekhong, kippen, varkens, kokosnoten, rieten manden, stalen hekken, met de hand gemaakte deuren etc. Gelaten kijk ik het verkeer eens aan en ben blij achter de ruit van de airco bus te zitten en niet achter op de motor van Niek die in geen velden of wegen meer te bekennen is.


Na twee uur hobbelen, schudden en uitwijken zijn we uiteindelijk in Neak Luong beland. Intussen was er twee keer een controleuse ingestapt die wilde zien of we wel een kaartje gekocht hadden  - de rit kostte 1 euro - en vlak voor de eindbestemming moest ik het kaartje afgeven. In Neak Luong waar Niek en Brigit al waren reden we samen naar het huis dat ze daar ook nog gehuurd hebben. Het ligt aan een pad van klei dat nogal wat stof doet opwaaien als wij er aankomen. De familie die het huis verhuurt heet ons een warm welkom en wij vinden het wel tijd voor een maaltijd in het dorp. Van mijn menu zonder vlees ben ik maar afgestapt het is hier rijst met vlees of omgekeerd en het blijkt geen darmproblemen op te leveren. 's Avonds zitten we met z'n drie�n gezellig op het balkon op de eerste verdieping van  het huis en genieten we van een prachtige volle maan en een blikje Bayon  bier. De krekels tsjirpen en het lijkt een volmaakte tropennacht te worden. Dan reken ik de muggen even niet mee, en ook het verscheurend hondengeblaf niet dat de hele nacht tot mijn grote ergernis doorgaat. De bewoners liggen om halfnegen al naar het geblaf te luisteren, maar wij westerlingen houden het stoer vol tot 22:00 uur. De kamers zijn goed gescreend, dat betekent dat er horren voor de ramen zitten en met de muggen valt het reuze mee. Met de honden niet. Zodra het ook maar even stil leek te worden en ik pardoes in slaap dreigde te vallen begon er ergens anders weer een hond te grommen, zijn buurman te blaffen en dat leverde een kettingreactie op waar ze in Petten jaloers op zouden zijn. Mijn oordoppen durfde ik niet in te doen, de oren waren net weer open dus kon ik alle tropennachtelijke geluiden goed tot me door laten dringen. Op een gegeven moment liep de hond van de eigenaar voor mijn slaapkamerdeur zelfs te grommen en te hijgen. Toen ik terug gromde hield ie zich koest hetgeen weer een reactie bij de hond van de buren opleverde. Ik sliep bijna toen ik opeens schrok van een vreselijk gehuil, ook al weer een hond. Gelaten liet ik me weer terugvallen in de kussens en droomde dat ik de douche niet kon vinden, de weg werd versperd door een hele kennel honden met ontblote tanden.  Na een nacht nauwelijks een oog dichtgedaan te hebben staan we om 5:15 uur op want om 6:00 uur zouden we opgehaald worden door iemand van het werk van Niek en Brigit. Het plan was dat we naar een dorp nog eens 20 of 30 km zuidelijker stroomafwaarts te gaan. Daartoe werd een boot gehuurd. Het bleek een polyester badkuip te zijn met een Yamahamotor waarin we met 6 mensen redelijk goed konden zitten. Uit voorzorg kregen we een zwemvest aan en ik hield mijn hart al vast voor mijn tas en camera van � 800,- ......

Lees verder op de volgende pagina...

Inhoudsopgave
vorige pagina
volgende pagina
volgende pagina
Hosted by www.Geocities.ws

1