home
Pagina 16

Luang Prabang, woensdag 17 juli 2002.

Een wandeling door Luang Prabang.

Ik zit al enkele dagen in Luang Prabang dat in het noorden van het Laos ligt. Op vrijdag 19 juli 2002 vertrek ik weer en al wandelende door het stadje kreeg ik er een aardige indruk van. Pas na een dag of wat ontdekte ik de totale omvang van het stadje. Het is niet alleen de landtong maar het is uitgestrekter dan ik dacht. Alles is evenwel goed te belopen. Hier bij mij in de straat zit een aantal herbergen, maar pas in het centrum stuitte ik op een kern van toeristen zoals ik die sinds Chickenstreet  in Kabul in 1974 niet meer gezien heb. De ene bakery na de andere bookshop. Laotianen zaten alleen achter bureautjes reizen, cake of Swiss bread te verkopen en slechts in de verte zag ik een schare aan feloranje geklede monniken, spelende kinderen (het is grote vakantie) en gewone inwoners. Hier hadden de toeristen het duidelijk voor het zeggen.

Vanochtend werd het vuilnis op gehaald. Een vrachtwagen met open laadbak rijdt dan door de straat en de mensen hebben hun afval in rieten manden gedaan en aan de straat gezet. Wie denkt dat vuilnis ophalen  mannenwerk is, heeft het mis. De chauffeur is een  man maar de ophalers zijn vooral vrouwen met rieten hoeden op het hoofd die zo kenmerkend zijn voor Indochina. Ze dragen teenslippers en met veel krachtinspanning worden de gore manden vol afval aangereikt en aangenomen door twee mannen die op de wagen staan en het afval zo hoog mogelijk opstapelen.

Elke ochtend wordt mij gevraagd waar ik heen wil door de tuk tuk rijders die zich voor de deur van mijn hotel geposteerd hebben. Luang Prabang zeg ik steeds en daar kunnen ze wel om lachen. Van de kappers in Laos kan ik een studie maken. Iedere keer als de stoelleuning met de hand naar achteren gedraaid werd, werd ik getrakteerd op een ander uitzicht op het plafond. De meeste hebben een eenvoudig hok van golfplaten en planken en de zoldering bestaat vaak uit verpakkingen van koelkasten uit Japan, vastgespijkerd met kroonkurken van Beerlao waarbij de roestige spijker zelden in het midden zit. Vandaag trof ik de man slapend aan en na een paar bescheiden 'sabaydees' (goedendags) ontwaakte hij uit zijn eigen kappersstoel waar hij horizontaal in lag en we spraken voor beiden een goede prijs af. De attributen die de gemiddelde kapper in Laos heeft zijn zeer bescheiden. Een kam, een borstel, een schaar, een scheermes, een spiegel en een handdoek zijn meestal wel aanwezig. Deze keer was er ook een elektrische tondeuse aanwezig die hij met de stekker in een haspel van de Gamma stopte en met een elastiekje zorgde hij ervoor dat de stekker er niet uitviel. Het elastiekje bevestigde hij aan een kromme, roestige spijker waar ook een schaar aan hing. Ze doen hun werk erg secuur en slaan de neusvleugels beslist niet over. Deze keer was ik voor 60 eurocent weer netjes geschoren.

Buiten waren jongens jeu-de-boule aan het spelen, deelden een biertje met elkaar en de ernstige mate van  luchtstilstand leek hen niet te deren. Bij mij zag het overhemd eruit  alsof het net uit een emmer water kwam. Aan het eind van de dag bleek het wit uitgeslagen. Op de stoep zat een meisje vruchten in een rieten mandje te verkopen. Dat soort meisjes zie je erg veel op straat. Kinderen liepen een kruidenierszaakje binnen en kochten ieder een zakje chips voor 5 eurocent. Het zoontje van de kruidenier mocht de buurman en paar flessen bier brengen. Het jongetje kwam net boven de tafel uit maar bracht zonder de fles te laten vallen diverse flessen rennend weg. Het verbaasde me welk een vertrouwen de ouders in het kleine kind hadden en de prestatie die hij leverde. Een straat verder werd er door vrijwilligers van het Childeren Development's Centre lesgegeven in bamboefluit spelen, xylofoon (ook van bamboe) en mondorgel. Ik liep naar de heuvel in het midden van de stad waarop een tempel staat. Dat het niet waaide kon mij niet schelen, ik was toch al nat. Ik beklim de trappen gestaag en zie het uitzicht op de Mekhong en een zijtak  steeds mooier worden. Onderweg naar boven bloeien prachtige bomen en struiken. Hijgend en gutsend bereik ik de top. Daar staat een punt 50. Dat is een roterend machinegeweer, waarschijnlijk ooit dienst gedaan om ongewenste
B-52 bommenwerpers uit de lucht te schieten of in ieder geval de piloot de stuipen op het lijf te jagen. Even verder zit een monnik van een jaar of 10 in zijn kleurige pij naar de muziek in zijn walkman te luisteren. Ik koop een kaartje om daadwerkelijk de top te bereiken. Daar staat een tempel, het uitzicht is zonder meer fraai. Ik wring mijn zakdoek maar weer eens uit en ga op een bankje zitten. Fout! Geen wind betekent stilzittend nog meer zweten, want dit kun je voor goed fatsoen geen transpireren meer noemen.

Lees verder op de volgende pagina....
vorige pagina
volgende pagina
volgende pagina
De Mekhong ontspringt in China en komt uit in de Zuidchinese zee.
Hosted by www.Geocities.ws

1