![]() |
|||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||
| Pagina 12 Luang Prabang, zaterdag 13 juli 2002. 21:00 uur. Op het platteland van Laos. �Frans' zei mevrouw Song op een middag toen ik moe en bezweet neerzeeg in een van haar uitbundig gedecoreerde, teakhouten stoelen. 'Kun je me helpen'. 'Natuurlijk' veerde ik meteen weer op het gutsende zweet van mijn voorhoofd wissend. Ik wil een nieuw bedrijf starten zegt ze, een kajakroute naar Vientiane en ik heb een goede tekst nodig voor op een bord. Ze had al eerder informatie daarover bij andere gasten ingewonnen en wendde zich nu tot mij. Ze had een schoolschriftje waar mijn voorganger al een paar teksten in had geschreven. Mevrouw Song dacht aan Thavisouk Adventures, nee raadde ik haar af, dat is vleesgeworden clich�, maar dat begreep ze niet zo goed in het Engels. Ik probeerde een aantal varianten: come and have a look at the kayaktours of Thavisouk. Of gewoon Thavisouk Kayak Tours. Ik schreef een en ander in haar schriftje en ze bedankte me hartelijk. Ik ging een fiets huren op de markt. Zorg dat je een nieuwe fiets krijgt had mevrouw Song me geadviseerd, maar die waren helaas al weg. De vrouw die mij de fiets verhuurde sprak zo zacht zoals het een echte Laotiaan betaamt en vroeg slechts naar waar ik verbleef en naar mijn kamernummer. Om het geheel een sfeer van echtheid te geven liet ik mijn kamersleutel zien. De huur van 1 euro per dag diende ik vooruit te voldoen. Na twee dagen lezen en niets doen fietste ik weg uit Vang Vieng. Nog maar nauwelijks het dorp uit word ik ingehaald door een andere toerist met een Aziatisch uiterlijk. Hij groet vriendelijk, op zijn voorhoofd staat een pet met neerlaatbare zonneklep. Hij vroeg of ik ook naar de andere kant van de rivier ging. Ik had eigenlijk geen idee maar zei ja. Dan is het hier naar beneden zei hij. We stuiterden over een oneffen pad met uitstekende kiezels, keien en grint naar beneden. Eenmaal beneden deed zich het fotogenieke plaatje voor van een bootsman die aankomt en een groep wachtenden die mee willen met de 'ferry'. Althans zo heet de overgang volgens de Tourist Map of Vieng Vang. Ik had hem een dag eerder gekocht bij de lokale apotheker. De man lag achter de vitrine vol pillen, poeders en druppels op de grond naar de televisie te kijken. Dat doet mijn apotheker in Amsterdam ook, maar dat gelooft niemand. Hij stond op en liet mij desgevraagd de kaart zien. Het bleek een fotokopie van een met de handgetekende kaart maar ingekleurd door zijn kinderen te zijn. Intens getroffen door deze huisvlijt kocht ik de kaart voor 2.000 kip en zo had voor een luttel bedrag ik een 21e eeuwse versie van een plattegrond van Vang Vieng op zak. Collector�s item. Bij de ferry aangekomen bleek de boot net iets meer te zijn dan een uitgeholde boomstam, de lokalen stapten in en de andere fietser en ik wachtten netjes op onze beurt. Het kost 1.000 kip per persoon en 1.000 kip voor de fiets zei de man die uit Zuid-Korea bleek te komen. Waar kom jij vandaan vroeg hij. Uit Holland zei ik, in het midden latend of het noord- of zuid- was. Oh Nederland zei hij, het viel me op dat hij goed Engels sprak. Guus Hiddink, hij heeft ons land heel gelukkig gemaakt. Nadat hij mij uitgelegd had wie Guus Hiddink was begon me iets te dagen. Heeft het met sport te maken? Hij knikte bezorgd. We namen allebei plaats op de boot en zelden of nooit heb ik in zo'n wankel bootje gezeten. Het was een langwerpige constructie en had de stabiliteit van een op hol geslagen uurwerk. Ik maakte me ernstige zorgen over m'n camera en tas. De Koreaan bleek er minder moeite mee te hebben en nadat we eenmaal vaart hadden op de kolkende, modderbruine rivier voelde ik me wat meer op mijn gemak. Aan de overkant werden onze fietsen uitgeladen en fietsten we onafgesproken met elkaar op. Het asfalt hadden we al een tijdje achter ons gelaten en met onze mountainbikes was het redelijk goed door komen. Hij bewonderde mij hoe ik behendig door de diepe plassen reed. Ik doe dit een keer in de paar jaar gaf hij toe en ik vertelde dagelijks naar de Vlaamse Reus te fietsen. Daar had hij nog nooit van gehoord. Terwijl ik opschepte over onze adjunct en zijn twee Koreaanse dochters bleek Lee zoals hij heette een missie te hebben. Hij was op weg naar een dorp zo'n 6 kilometer verderop waar hij medicijnen af wilde geven. Ben je dokter? Nee mij broer is dokter en die weet wel wat ze hier nodig hebben. Het ging vooral om zalf vanwege de huidinfecties. Intussen worden we het platteland van Laos gewaar. Wij waren de enige verkeersdeelnemers en aan de kant van de weg stonden bamboehuizen zonder ramen, de rijstvelden waren afgezet met bamboehekken gelardeerd met prikkeldraad en overal waren mensen tot hun knie�n in de modder aan het werk. In de verte lag steeds weer dat prachtige karstgebergte. De meeste toeristen komen hier voor de grotten maar Ann had me al geschreven dat die nogal 'overrated' waren en Lee en ik koersten op het dorp van zijn keuze af. Opeens breekt echter mijn ketting. Hij ligt met twee uiteinden zielig op de rode klei van het pad te kijken. In geen velden of wegen is er iets van bewoning te bekennen, slechts af en toe een hutje waar de kans een schakeltje voor een ketting te scoren me wel erg klein leek. Hulpeloos stonden Lee en ik er naar te kijken. Ik ga terug zei ik resoluut. Hij moest zijn medicijnen afgeven en kon verder niets doen. We nemen afscheid en hij zegt: Deze ontmoeting is een goed karma. Ik kijk bedenkelijk naar mijn kettingloze fiets en loop terug naar de plaats van de ferry. Ik had de ketting op de bagagedrager gelegd maar die kletterde er al gauw vanaf. Ik had speciaal voor dat doel een plastic pedaalemmerzak meegenomen, je weet tenslotte maar nooit wanneer de ketting van je gehuurde fiets er af loopt. Ik zette het vrolijk op een lopen maar moest eerst m'n bril afzetten. Het zweet gutste van mijn gezicht en mijn bril leek wel een voorruit in slecht weer. Net als ik de bril opgeborgen heb begint het te regenen. Dat kan er nog wel bij. Daar loop ik dan op een totaal verlaten pad vol keien, kuilen en regenplassen, mezelf afvragend hoe ik er straks door moet komen. De regen zet door en ik haal mijn paraplu voor de dag. Dat helpt m'n rugzak droog te houden. Even schiet het beeld van een camping in de Ard�che door m'n hoofd waar Nederlanders op een Nederlands sprekende camping, scheerlijn aan scheerlijn staan, Nederlandse buren hebben en Heineken uit hun eigen koelkast drinken. Ik griezel bij het beeld en schep genoegen in deze onverwachte, fikse wandeling. Ik kom geen mensen tegen, slechts loslopende kippen gedurende drie kwartier. Lees verder op de volgende pagina.... |
|||||||||||||||