In de middag, het is trouwens prachtig weer, een zonnetje en een graadje of 23, nemen we een taxi naar o.a. het Leon Trotskihuis en het Frida Kahlomuseum. Tijdens de rit krijg ik een idee van de omvang van de stad, de stad wordt doorkruist door letterlijk talloze wegen van breed tot smal en na een half uur over brede wegen gereden te hebben zijn we op mijn plattegrond van de stad slechts een klein stukje verder. Een zeer rustiek gedeelte van de stad, met prachtige huizen, tuinen en parken. Eenmaal terug op het Zocalo begeven we ons op de lokale markt. Hier branden we als fotograaf pas goed los en ik schrik aan het eind van de dag als blijkt dat ik drie diarolletjes volgeschoten heb. Russell gaat zijn Ford Stationwagon halen die onder mijn hotel geparkeerd stond en we sukkelen in een uur de stad uit op weg naar waar hij woont: Cuernavaca zo�n 60 km ten zuiden van de stad. De straten die de stad uitleiden zijn talloos, breed en vol. Een geheel bijzondere ervaring vond ik dat je tussen huizenblokken door kon kijken en zien dat daar ook weer een uitgaande route lag vol auto�s. �s Middags nog hadden we op ons gemak op het balkon van een 5-sterren hotel gezeten en bleek het met de smog vandaag wel mee te vallen. Je kon zelfs ver kijken vandaag. Daarnaast waren we nog steeds niet overvallen, hadden mensen ons vriendelijk de weg gewezen, poseerden marktkooplui gewillig voor de camera en had ik geen enkele overval meegemaakt of maar in de verste verte gezien. Ik vind het wel meevallen plaag ik Russell. Dit is gewoon geluk hebben zei Russell. Eenmaal buiten de stad slingert zich een 6 baans weg door een bergachtig landschap, het is een tolweg waar gewoonlijk minder kidnappings zijn zo verzekert Russell. We stoppen voor een maaltijd langs de weg, de auto wordt door de deurloze ingang van de eetgelegenheid geparkeerd en ook hier blijkt weer hoe paranoia hij is. De auto staat voor onze neus, de deur op slot maar Russell durft zijn fototas niet in zijn auto te laten. Als hij zijn handen gaat wassen moet ik even op zijn spullen passen en zo gaat het door tot we aankomen op zijn kleine haci�nda, een prachtig huis op een heuvel ver boven en van de stad, het is intussen donker en voor mijn gevoel 3 uur �s nachts het is hier 7 uur vroeger dan in Nederland. Ik overhandig Russell de fles Bokma die ik speciaal voor hem gekocht heb en na het derde glaasje begrijp waar om Russell zo is. Hij heeft in Bosni� gezeten, heeft meegemaakt dat mensen vermoord werden, heeft tussen spervuur gelegen en lijdt nu aan een posttraumatisch stresssyndroom. Alles valt nu op zijn plaats. Natuurlijk is het oppassen geblazen in Mexico en liep ik niet met mijn paspoort in mij borstzak. Maar voor Russell is dit zo�n ingrijpende ervaring gebleken, dat hij bij elke klap aan een bombardement denkt en alert is op gevaar.
We praten die avond en nacht heel wat af, ben ik bevriend geraakt met de langharige Matchko die graag bij me op schoot zit hetgeen hij nog bij geen enkele gast gedaan heeft zo verzekert Russell me. De volgende dag blijkt het pijpenstelen te regenen en als het droog is kunnen we buiten in de tuin eten. Ik begin een beetje een vakantiegevoel te krijgen, Russell is naar de stad en ik mag van zijn laptop gebruik maken. Vanavond maak ik kennis met zijn Mexicaanse vriendin en gaan we Braziliaans-Mexicaans eten. De komende dagen zal ik nog logeren bij Russell. Op 6 juli 2003 kan ik meerijden naar Oaxaca waar we een Indiaanse familie gaan bezoeken, speciaal voor dat doel het ik twee Delftsblauwe tegeltjes gekocht. |