en het uiterlijk van Catweazle. Zijn witte gewaad had er duidelijk onder geleden en had de kleur van de modder uit de jungle aangenomen, onder zijn eens witte gewaad stak en paar rubber laarzen. Nadat Vincente alle hokken, hangmatten en kamers die zijn complex rijk is nog eens afgelopen was om iedereen te verzamelen konden we vertrekken, alles bij elkaar een man of 12 waarvan ik nog niemand kende.
Al meteen liepen we de dichte jungle in, het pad was speciaal weggekapt en het doel zou een Incaru�ne zijn, verder zou er even gestopt worden om te zwemmen. Maar mijn belangstelling ging uit naar het lopen door het regenwoud zelf. Ik zag er wel tegenop moet ik zeggen, het had de hele avond en nacht geregend en dat betekent glibberige paden zo voorzag ik en eventjes had ik gehoopt dat Vincente na het ontbijt zou zeggen: �het spijt ons maar de tocht gaat niet door�. Niets ervan we waren al op weg. Ik volgde de Nederlander die zijn mond beslist niet voorbijspraatte, voorafgegaan door Pancho en de rest volgde o.a. een oudere vrouw uit Mexico-Stad die haar spullen in een plastic tasje meedroeg waar de rest een rugzak(je) om had. Ik had mijn fototoestel paraat. Meteen weer die geweldige oerwoudgeluiden, vogels, krekels wat al niet meer; een bijzondere ervaring. Ik kreeg er schik in tot dat we een stroom over moesten steken. Er bleken twee planken over te liggen en dat ging al schuifelende nog wel. Erger werd het toen de stroming, de breedte en de diepte toenamen. Ik heb aardig wat loopervaring maar toen ik over twee stammetjes geglibberd was waar bij wijze van leuning een liaan langs gespannen was die strak gehouden werd door Pancho stond ik nadat ik erin geslaagd was over te steken flink na te bibberen. �Ik kan merken dat ik geen 25 meer ben� zei ik onzeker tegen de Martin die in augustus zou afstuderen in bedrijfseconomie. We liepen verder, het was iedereen gelukt om zonder in het water te vallen over te steken. Het bleek een tocht te zijn zonder echte stijgingen of dalingen, soms lag er wat blad op het pad dat prettig liep maar altijd als we bij een stroom kwamen (het regenwater van de vorige dag donderde gewoon naar beneden) kwamen m�n schoenen onder de modder te zitten en was het extra uitglijden op de volgende brug. Bij de derde of de vierde keer hoorde ik de stroom al aankomen en zei ik tegen Martin, �nee h� niet weer een brug�. Althans hoe moet je het anders noemen, de ene keer twee stammetjes, dan weer ��n dikke die lekker |