| In het regenwoud van de Lacand�nindianen |
| Het was een tip van Russell om van het uitgesleten pad van het massatoerisme af te gaan en naar Bonampak, Yaxchil�n en Lancanja te gaan. Hij was er geweest had me er op zijn pc foto`s van laten zien en dat gaf de doorslag zijn advies op te volgen. De eerste twee zijn ru�nes die in de schaduw staan van Palenque maar zeer de moeite van het bezoeken waard zijn vanwege de gegraveerde zuilen die nog in vrij goede staat zijn. Ik had om dit bezoek te kunnen realiseren een toer geboekt die twee dagen zou duren, ik zou overnachten bij een familie die toeristen ontvangt en die deel uitmaakt van de Lacand�n indianen. Een stam waar er nog 800 van over zijn, gekenmerkt door hun witte gewaden, lang zwart haar en lid van de presberytaanse kerk. |
![]() |
| Toen ik opgewekt �good morning� zei terwijl ik het airco busje instapte kreeg ik een nors �buenas di�s� terug van Mexicanen die ook op weg waren. Wat denk je wel verdomde gringo? Ik had verwacht twee dagen met een groepje rugzaktoeristen op te trekken, maar niets was minder waar. De mensen in de bus waren vrijwel allemaal gepensioneerd en spraken alleen maar Spaans. In de toer zou op de tweede dag een jungletocht van 4 uur zitten en ik kon me er geen voorstelling van maken dat deze mensen zouden deelnemen aan de tocht. |
| We reden door een nog in duister gehuld Palenque en een eind buiten het stadje bij een hotel op weg naar de ru�nes nam ik de eerste rugzakken waar, dat luchtte mij enigszins op. Ik kon in ieder geval even Engels spreken met een Zweeds stel dat 9 weken op vakantie was en op weg was naar Flores in Guatemala. Ook zij liepen dus niet mee? Wie dan wel? Met een flinke vaart vertrokken we richting Guatemalteekse grens en nabij de ru�nes van Bonampak werd ik samen met de oudere Mexicanen en een Spaans stel uit Pamplona afgezet op een parkeerplaats en de Zweden bleven achter. |
| Reisverhaal Mexico 2003 Frans van Kempen |
![]() |
| We moesten overstappen in een oud volkswagenbusje en reden over een grindpad naar de ru�nes. Aldaar nam ik de eerste kinderen van de Lacond�n indianen waar, inderdaad in een wit gewaad en vanwege het lange haar is moeilijk te zien of het meisjes of jongens zijn, maar gezien de katapult die ze bij zich hadden waarmee ze steentjes op de loslopende wilde honden schoten leken het me jongens. Ze vroegen om een peso maar dat weigerde ik door beleefd �gracias� te zeggen. Na de ru�nes en de niet te volgen uitleg in het Spaans reden we met de oudere toeristen in het busje terug naar de parkeerplaats waar de Zweden van wie ik net afscheid genomen hand nog stonden. We zouden nog verder rijden, naar de grens met Guatemala, daar zouden de Zweden versteken en wij vertrokken naar de ru�nes van Yaxchil�n vertrekken. Een complex dat midden in de jungle ligt en alleen bereikbaar is per gecharterd vliegtuig of per boot. Ik had voor het laatste gekozen. We waren nog maar net bij de Rio Usumacinto aangekomen of een gevoel van herkenning overviel me, het leek hier wel de Mekhongrivier, het bruine water, de jungleachtige begroeiing langs de oevers en de lange bootjes met buitenboordmotor. 'Zie je dit' zei ik tegen de Zweden die ook in Laos geweest waren, ja zij hadden hetzelfde gevoel. Hier scheidden onze wegen zich echt, zijn stapten in boot 12 naar de overkant en wij, oh toeval, in boot 21 op weg naar Yaxchil�n. |
![]() |