| reactie 17 | ||||||||||
| Home | ||||||||||
| We passen onze logica dus telkens aan als we ongelofelijke dingen waarnemen. Alleen zal dat met God niet snel gebeuren. Dat is verklaarbaar omdat wij God altijd maar weer blijven beschouwen als iets of iemand die buiten de werkelijkheid staat en zo zijn eigen wetten heeft. God is geen object voor wetenschap. Dat is aan de ene kant ook terecht. Maar dat Hij deel uit maakt van de werkelijkheid, of liever, dat Hij de diepste grond van onze werkelijkheid is, dat dringt tot onze westerse hoofden niet zo diep door. Als Hij bestaat wordt Hij hier in het westen vooral als transcendent beschouwd en niet zo immanent weet je nog van mijn vorige mail? Als gevolg daarvan denken we werkelijk dat geloven betekent dat je je verstand op nul moet zetten. Je moet dan zogezegd een overstap maken. Van de realiteit naar zeg maar de bovennatuurlijke wereld van het geloof. Veel gelovigen denken dat, en daardoor veel niet-gelovigen ook. Dat is volgens mij een belangrijke oorzaak waardoor de wetenschap en het geloof concurrenten geworden zijn in plaats van vrienden. Een andere oorzaak van die kloof is de verschuiving van onze interesse van het waarom der dingen naar het hoe. Ik heb dat pijnlijke proces beschreven in mijn verhaal over Ongunu de ziener in het volwassenenboek. Lemetre is een prachtig voorbeeld van iemand die deze kloof niet accepteerde. Daardoor was de Big Bang een christelijke ontdekking. Nog even alles samengevat: hoe dieper je de werkelijkheid in duikt, hoe kleiner de rol van de logica wordt. Of liever: hoe meer de logica deel gaat uitmaken van een groter geheel. Want de logica uitschakelen mag natuurlijk niet. Dat is alsof je God tegen ons laat zeggen: Ik heb je verstand gegeven maar dat mag je niet gebruiken. Weet je wat ik denk Laurien? Dat God ons toestaat om aan het begin van de eenentwintigste eeuw alvast even achter het gordijn te kijken dat voor zijn werkplaats hangt. We mogen een glimpje opvangen van hoe het allemaal is begonnen. Daar staat de broeibak van de ruimtetijd. Daar zweeft de Geest boven de oersoep en broedt het leven uit als een geweldige moeder-arend. Daar drijven de herderengelen de sterreschaapjes op in een spiraaldans omdat de Schepper zo van dansen houdt. Daar floept een ster uit om als een zwart punt achter een kosmisch zinnetje, opnieuw de eeuwigheid te betreden die voor de andere schaapjes nog even verboden terrein is. Daar boetseert God een wonderlijk mooi wezen waarvan Hij het zo jammer vindt dat wij het Tirannosaurus noemen. Daar slaakt de Koning een zucht van liefde waardoor het ranke lijf van prins Adam gaat leven. Klinkt allemaal niet zo logisch he? Tja als je zo diep de werkelijkheid binnendringt dat God zichtbaar wordt achter het matglas van je innerlijk, dan kijkt de logica vol aandacht naar de poezie. Denk maar weer even aan verliefdheid. Als je daar last van hebt ga je ook dichten. Dat past er zo mooi bij. Nou, ik beloofde je dat de logica een vrolijker onderwerp zou zijn dan Gods noodgedwongen beleid met de hardleerse mensheid. Is dat een beetje uitgekomen? Groetjes, Leo |
||||||||||