| reactie 17 | ||||||||||
| Home | ||||||||||
| Weet je dat veel natuurwetenschappers zich decennialang met hand en tand tegen de zwarte gaten verzet hebben? Vanwege de onverteerbare onlogica in dat alles. Daar deden ze heel dramatisch over hoor. Als dit waar is houdt de wetenschap op te bestaan. Met dit soort overwegingen kwamen ze. Nou ja, het is waar en de wetenschap bestaat nog. Ik geloof niet dat er nog iemand van wakker ligt. Mensen zijn flexibele wezens zal ik maar zeggen. Maar het kan allemaal nog gekker. Wel eens gehoord van de wetenschap die quantummechanica heet? De astronomie gaat over het extreem grote, het heelal. De quantummechanica gaat over het extreem kleine, de bouwstenen van het heelal. Dan moet je denken aan deeltjes kleiner dan het atoom. Kleiner dan protonen en zelfs elektronen. De verzamelnaam is quarks. En wat er in de wereld van de quarks allemaal mogelijk is, daar staat je verstand bij stil. De natuurgeleerde Sidney Coleman van Harvard University deed in een documentaire over het heelal de uitspraak: als je duizend filosofen duizend jaar lang laat nadenken over het gekste dat ze zich kunnen voorstellen, dan komen ze nog niet op het idee van de quantummechanica. Ik geef je een voorbeeldje van deze rare en volkomen onlogische wereld. Die superkleine deeltjes hebben spin. Dat betekent dat ze als een gek rondtollen. Zo�n deeltje ziet er op een bepaalde manier uit, na een kwartslag ziet het er anders uit, na een halve slag en na driekwart slag weer anders. Tot zover geen probleem. Draait het een hele slag dan zul je wel weer het vertrouwde beeld van het begin krijgen. Mis! Na een hele slag ziet het er weer anders uit! Dit strijdt met alle gevoelens voor logica. Het kan eenvoudig niet. Maar het is gewoon waar. En nu hebben we het nog niet eens gehad over de superstring theory. Superstrings zouden dan de echte bouwsteentjes van het heelal zijn. En zo�n supersnaar verhoudt zich in grootte tot een atoom zoals een atoom zich in grootte verhoudt tot het zonnestelsel. Ze zijn dus lekker klein zeg maar. Via zo�n superstring zou je je theoretisch onmiddellijk kunnen verplaatsen in tijd en ruimte. De geleerde Paul Davies deed daarover de onsterfelijke uitspraak dat dat tijdreizen wel dubieus is omdat de string erg instabiel is. Zoals een punaise die op zijn punt blijft staan. Het is in principe mogelijk maar je kunt het eigenlijk wel vergeten. Dat vond ik een ontzettend grappige opmerking, omdat Davies (in dezelfde docu) de meest logische vraag die bij gewone mensen opkomt namelijk hoe wij zo klein kunnen worden dat we door zo�n snaar kunnen, voor het gemak maar oversloeg. Nee zei hij, het is niet waarschijnlijk omdat het systeem instabiel is. Weer een nieuwe anecdote over natuurgeleerden. Ik las overigens ooit een schitterend boek over de quantummechanica, niet van een professor natuurkunde, maar van iemand die er een prachtig denkspel van maakte. Het heet De Dansende Woe-Li Meesters. Je voelt wel wat ik je wil zeggen. Namelijk dat logica zelfs binnen het gebied waar het helemaal thuis is een rekbaar begrip is geworden. Hard gezegd: de natuur zelf is onlogisch, als je maar diep genoeg gaat. Nou kun je daar natuurlijk op verschillende manieren mee omgaan. Je kunt je eigen invulling van logica ook verruimen. Zo van: he er is meer logisch dan ik dacht. De wetenschap doet niet anders. Einstein riep nog vol emoties over de quantummechanica dat die onmogelijk is. Want: God dobbelt niet! zoals hij dat uitdrukte. Nu inmiddels is gebleken dat God wel dobbelt zit niemand er meer mee. Zo flexibel is de wetenschap en moet zij ook zijn. Als dingen onontkoombaar worden (denk ook weer aan de zwarte gaten) zul je eraan moeten geloven. Voegt de werkelijkheid zich niet naar onze logica, dan voegen wij onze logica wel naar de werkelijkheid. En zo hoort het. Anders gezegd: de wereld van het extreem kleine heeft kennelijk zijn eigen logica die we maar hebben te accepteren. Mensen zijn tenslotte maar beperkt. Het is heel gezond dat zo nu en dan te erkennen. Ik kan je nog twee andere voorbeelden geven van de plooibaarheid die er moet zijn in ons hoofd. Johann Kepler (1571-1630) was gelovig. Daardoor dacht hij dat de planeten volmaakte cirkels beschreven rond de zon. Die voorstelling had men in die tijd nu eenmaal van Gods volmaaktheid. Maar zijn eigen berekeningen dwongen hem tot de aanvaarding dat de planeten in een ellipsvormige baan rond de zon zwiepen. Dat werd een geloofsstrijd voor Die man. Hij kon de feiten maar met grote moeite accepteren. Zo�n houding Heeft met geloof niet zoveel te maken. Het zit gewoon in ons. Soms gebeurt het zelfs dat een gelovige voorop gaat lopen. Georges Lemetre was een natuurkundige en priester die aan het Vaticaan werkte. Hij had Einsteins Algemene Relativiteitstheorie bestudeerd en was uiteindelijk tot de conclusie gekomen dat volgens die theorie het heelal door een explosie moest zijn ontstaan. De hele natuurwetenschap stond meteen op zijn achterste benen. Waarom? Omdat men in het begin van de twintigste eeuw nu eenmaal unaniem geloofden dat het heelal er gewoon was en er altijd al geweest was. Niemand twijfelde daaraan. Ook Einstein weigerde de consequentie van zijn eigen theorie te aanvaarden. Maar Lemetre is met hem gaan praten. En na lange zware intensieve gesprekken gaf Einstein toe dat Lemetre gelijk had. Jouw generatie leeft nu met het vertrouwde beeld van de Big Bang. Er zijn minstens twee keiharde bewijzen voor gevonden en er is onder de fysici eigenlijk niemand meer te vinden die er nog twijfels over heeft. |
||||||||||