Home
Info
De sprintend afgelegde afstand per periode van 15 minuten voor topspelers en amateurs.
De afstand die topspelers sprintend afleggen in het laatste kwartier, ligt 43% lager dan in het eerste kwartier ! Een mogelijke verklaring zou kunnen zijn dat veel wedstrijden in het laatste kwartier al beslist zijn. Het is echter een aloude wijsheid dat voetbalwedstrijden pas afgelopen zijn als de scheidsrechter afgefloten heeft. En terecht, uit analyses van de 283 wedstrijden die in het seizoen 1991-1992 werden gespeeld in de Schotse Premier League blijkt, dat verreweg de meeste doelpunten worden gescoord in de laatste 10 minuten van de tweede helft.
Tijd (min) waarop doelpunten werden gescoord tijdens 283 voetbalwedstrijden in het seizoen 1991-1992 in de Schotse eerste klasse.
Bovendien ontdekte het onderzoeksteam, dat wisselspelers die gedurende de wedstrijd in het veld komen in het laatste kwartier, 25% meer meters sprintend afleggen dan de basisspelers. Zij zouden dat waarschijnlijk wel nalaten als er niets meer op het spel stond.
Kennelijk speelt vermoeidheid bij de basisspelers dus ook een rol als het gaat om teruglopende sprintarbeid.

Conclusie

Voetbal bestaat uit een continu afwisseling van hoog intensieve (joggen, rennen, sprinten) en laag intensieve (stilstaan en wandelen) looparbeid. De hoogintensieve looparbeid is een belangrijke marker van het prestatieniveua en de loopafstanden tijdens die hoog intensieve looparbeid bedragen meestal minder dan 20 meter.


Testen en meten

Om de ontwikkeling van het sportspecifieke fysieke prestatievermogen van voetballers te kunnen volgen zijn specifieke tests nodig. Een traditionele maximale inspanningstest meet vooral het a�robe vermogen in steady state en is dus verre van ideaal.
Het meten van de "interval belastbaarheid", waarin zowel het a�robe als het ana�robe systeem een rol spelen, blijkt in de praktijk erg lastig. De activiteit "herhaald kort sprinten in een spelsport context" omvat de versnelling op de eerste meter(s), de acceleratie over een langere afstand, het stoppen/ keren en de mate waarin deze acties snel achter elkaar kunnen worden herhaald zonder dat de kwaliteit achteruitgaat. Uit de inmiddels beschikbare onderzoeksresultaten blijkt, dat deze verschillende aspecten relatief onafhankelijk van elkaar zijn en dus stuk voor stuk specifiek moeten worden getraind.
vorige pagina volgende pagina
Hosted by www.Geocities.ws

1