| 41. Slecht nieuws
Een vrouw komt 's avonds laat thuis en zegt tegen haar man: "Ik heb goed nieuws en ik heb slecht nieuws. 42. Echtpaar
Een wandelend echtpaar zag een jongen en een meisje op een parkbank zitten, hartstochtelijk zoenend. 43. Meneer Jansen Er komt een man bij de hemelpoort. Petrus doet open en herkent meneer Jansen meteen. Petrus zegt: "U hebt zich in uw leven nogal slecht gedragen. U komt hier niet naar binnen. Maar ik wil u een tweede kans geven. In die kamer daar staan 600 doosjes. U krijgt de opdracht om die doosjes op aarde uit te gaan delen. Ze zijn bestemd voor alle mannen die zich in hun huwelijk braaf hebben gedragen, nooit zijn vreemd gegaan, nooit teveel hebben gedronken..." ... Weet jij wat er in het doosje zat? ... Ik hoor het al. Jij hebt ook geen doosje gehad. 44. Nog nat Een man komt thuis en hoort de achter deur dichtslaan. Op de slaapkamer treft hij zijn vrouw naakt aan. Snel steekt hij een vinger tussen haar benen en roept triomfantelijk:'Aha, je kut is nat!' 'Nogal wiedes, zegt ze.'Ze huilt de hele dag om jou...' 45. Geen geld Een soldaat schreef een brief aan z'n vrouw en maakte daar een tekening onder. Hij schreef: 'Sorry dat dit geen echte Picasso is, maar de hoertjes hier bij de kazerne vragen veel geld. 'Zij schreef terug: 'Betaal ze niet meer dan 25 piek.... ik krijg hier ook niet meer.' 46. Patronen Een man zit thuis; gaat de telefoon over. Vanuit de auto zegt zijn vriend over de autotelefoon: "Zeg kaerel, ik ben onderweg om te gaen jagen. Als je zin hebt om mee te gaen, dan kom ik even langsrijden om je op te halen." De man heeft wel zin om mee te gaan. Hij rent naar boven en pakt zijn spullen bij elkaar: jagerskostuum, geweer, patronen... Als hij de deur uitstapt, komt zijn vriend al aanrijden. Dan rijden ze samen naar de bossen. In het bos ziet de man plots een dik evenzwijn. Hij wil zijn geweer laden en zegt: "Shit, heb ik de tampons van mijn vrouw meegenomen!" "Geeft niks kaerel," zegt zijn vriend, "ik heb nog wel wat patronen voor je. Alsjeblieft." Na een dagje lekker jagen, komt de man weer thuis. Treft hij zijn vrouw in zwaar overspannen toestand aan op de bank. Zegt zijn vrouw: "Wat mij nou vandaag is overkomen! Ik heb boodschappen gedaan, ik sta bij de bushalte, ik moet niezen, schiet ik zo een tekkel dood!" 47. Spraakgebrek Een man en een vrouw hebben allebei een spraakgebrek. Op een zondag zegt die man tegen die vrouw: "Zeg, Jaquenine, zunnen we vanmiddag eens nekker gaan picknicken?" "O Fjohnny, dat lijkt me wel heel gefjellig," zegt de vrouw. Dus zij pakken alle picknickspullen in en rijden naar het bos. Op een leuk plekje laden ze alle spullen uit: kleedje op de grond, mandje met broodjes erop... "Goh," zegt de man: "Neuk he?" "Nee," zegt de vrouw, "we gaan eerst eten." 48. In Artis Een echtpaar staat in Artis voor het hok van een grote gorilla. De vrouw kijkt aandachtig naar het beest. Plots steekt de gorilla zijn arm door de tralies, trekt de vrouw naar binnen, rukt de kleren van haar lijf en legt haar op de grond. "Herman," roept de vrouw in paniek: "Wat moet ik doen?" Roept Herman: "Zeg maar dat je hoofdpijn hebt." 49. 20 jaar getrouwd Een man en een vrouw zijn 20 jaar getrouwd, en de man gaat met zijn vrouw mee om kleren te kopen voor een feest. De vrouw zoekt tussen de kleding, en de man staat maar een beetje achteraf te wachten tot z'n vrouw klaar is. Loopt de vrouw naar haar man: "Waarom doe je nou niet eens zoals vroeger? Toen hielp je me altijd met kleren uitzoeken." Zegt de man: "Ja, wat zoek je dan?" "Gewoon," zegt de vrouw, "iets dat past bij mijn gezicht." "Kijk dan schat," zegt de man, "er hangen toch plooirokken?" 50. Twee vrienden Twee vrienden die elkaar al dertig jaar niet gezien hebben, komen elkaar tegen. "Hoe gaat het met jou?" vraagt de ene vriend. "Niet zo best," zegt de ander, "ik ben van de week voor de derde keer weduwnaar geworden." "Zo," zegt de ene, "vertel eens." "Nou," zegt de ander, "toen ik 21 jaar was, ben ik getrouwd. Drie jaar later - ik weet het nog goed - zitten we op een zondagavond te eten. Ik had gekookt. Ze neemt een hap van de champignonsoep, en valt met haar bolletje in haar bord. Dood. Later hertrouw ik. Als we zeven jaar getrouwd zijn, zitten we op een zondagavond te eten. Ik heb gekookt. Zij neemt een hap van de champignonsoep, en valt zo met haar bolletje op het marmer. Dood. Nou ja, later kom ik een leuk vrouwtje tegen op de vereniging. We trouwen. Tot vorige week was ik zeven-en- een-half jaar met haar getrouwd. Het is op een zondagavond. Ik heb gekookt..." "Ik weet al wat je wil gaan zeggen," zegt de vriend: "Het is zondagavond, jij hebt gekookt, ze neemt een hap van de champignonsoep en valt dood neer." "Helemaal niet," zegt de ander: "Ze is van de trap gevallen." "Van de trap gevallen?" vraagt de vriend. "Ja," zegt de ander, "ze wilde geen champignonsoep eten." |