| Drie maanden gingen voorbij en in die tijd werden niet minder dan twaalf kinderen losgerukt uit de armen van hun wenende ouders en vastgebonden voor de spelonk van de draak achtergelaten.Zeven jongens en vijf meisjes kwamen op ijselijke wijze aan hun einde. Het vlees was zo grondig van hun botten geknauwd dat hun kleine skeletten zuiver wit lagen te blinken in de ochtendzon. Wat de draak betreft, die merkte wel dat zijn menu was veranderd en het verbaasde hem ook wel een beetje, maar de koning had het bij het rechte eind gehad toen hij zei dat de draak kindervlees lekker zou vinden. Hij vond kinderen ronduit verrukkelijk. En dus bleef hij zitten waar hij zat. Tegen de tijd dat Sint-Joris in Silne aankwam, heerste daar een sfeer die giftiger was dan de kwalijke dampen van de lagune. Iedere dinsdag, de dag van de loterij, waren de straten uitgestorven; als de stad ineens veranderd was in een kerkhof zou je het verschil niet eens hebben gemerkt. Er waren maar weinig mensen die de straat op gingen en die liepen dan rond met een bleek gezicht en een mond vertrokken van angst en durfden elkaar niet eens aan te kijken. Te midderdag begon er dan een klok te luiden. Soldaten bonsden op de huisdeur, ergens in het stadje. een ijselijke kreet verbrak de stilte. En overal sloten ouders hun kinderen in de armen, en dankten de goden dat hun nummer niet getrokken was. Sint-Joris arriveerde in Silne op een dinsdagnamiddag , een paar uur nadat de trekking van de loterij was gehouden. Het duurde niet lang voor hij ontdekt had wat hier gaande was en toen hij het begrepen had, schudde hij zijn hoofd, deels van verbazing, deels van wanhoop. Hij toog regelrecht naar het paleis om de koning op te zoeken, maar toen hij de troonzaal binnenkwam, hoorde hij het volgende. �Dat kunnen jullie niet doen!� zei de koning. �Ik verbied het!� �U hebt het ons zelf opgedragen,� zei ene minister. �Uw woord is wet,� zei een tweede. �Ja, en uitzonderingen werden niet gemaakt, hebt u zelf gezegd,� voegde een derde eraan toe. �Maar zij is de prinses... mijn enige dochter.� de tranen biggelden over �s konings wangen. �Ze heeft me niet eens verteld dat ze een nummer had gekregen. Maar als ik de idioot te pakken krijg die haar dat nummer gegeven heeft...� �De prinses heeft geen nummer gekregen,� viel de eerste minister hem in de rede. �Ze heeft er zelf een gepakt. ze wilde niet anders behandeld worden dan de andere kinderen.� �Mijn enig kind!� weende de koning. �Dat kunnen jullie niet doen!� �Te laat, Majesteit,� zei de tweede minister. �Het is al gebeurd.� Sint-Joris besefte dat er geen tijd te verliezen was. Hij verliet het paleis zonder zijn opwachting te hebben gemaakt, sprong op zijn paard en reed de stad uit, in de richting van de lagune. Die was niet moeilijk te vinden. het stilstaande water stonk zo doordringend dat hij letterlijk alleen maar zijn neus achterna hoefde te rijden. Toen hij ergens hoorde huilen wist hij dat hij de spelonk gevonden had en dat het, in tegenstelling tot wat de minister had gezegd, nog niet te laat was. De draak had zich die dag wat verslapen en de prinses leefde nog. Ze zat op de grond met haar handen op haar rug gebonden. Sint-Joris klom van zijn paard en liep naar haar toe en net op dat moment klonk er opeens een rommelend geluid vanuit de grot en daar verscheen de draak. De draak was veel kleiner dan Sint-Joris verwacht had - niet eens veel groter dan zijn paard. Het schepsel was grasgroen en bezat een vreemd, gedrochtelijk lichaam. om maar wat te noemen, zijn vleugels waren te klein om mee te vliegen en de ene vertoonde een roze cirkel en de andere een rode. Hij bezat twee vrij korte dikke poten met klauwen en een lange slangachtige hals. Maar het enige echt gevaarlijke aan het hele beest waren zijn tanden, die heel wit waren en heel scherp. (Het best gelijkende schilderij van de draak is in de vijftiende eeuw geschilderd door een Italiaan die Uccello heette. Je kunt het nog bewonderen in een museum in Londen, de National Gallery.) Toen de prinses de draak zag, deed ze haar ogen dicht en wachtte op het einde. Maar Sint-Joris was niet bang. �Ondeugende draak!� riep hij uit. �Ben je werkelijk van plan dit lieve meisje op te eten?� De draak gromde besluiteloos. Het meisje deed haar ogen weer open. �Weet je dan niet dat het verkeerd is mensen te eten?� vervolgde Sint-Joris. �Het is slecht voor draken en nog veel slechter voor mensen!� Uit de neusgaten van de draak sijpelde wat rook te voorschijn, die zich krulde als een vraagteken boven zijn kop. �Gedaan met die onzin!� Sint-Joris maakte de boeien van het meisje los en hielp haat overeind. Toen nam hij een lint van haar japon en bond dat om de hals van de draak. �Laten we teruggaan naar Silne om het eens rustig uit te praten.� Hij maakte een buiging voor de prinses. �Vrouwe, ik moet u zeggen dat u verstandiger en beter over uw volk zou kunnen heersen dan uw vader. Dat hebben uw daden aangetoond.� Je kunt je de opschudding in Silne voorstellen, toen Sint-Joris terugkwam met de prinses en met de draak aan een lintje. We behoeven alleen maar te zeggen dat, zodra het eenmaal goed was doorgedrongen wat er was gebeurd, de hele stad massaal overging tot het christendom. De draak ook trouwens. Een tijdje later deed de koning afstand van de troon en toen werd zijn dochter, die inmiddels getrouwd was met een naburige prins, koningin. Samen regeerden ze goed en verstandig tot in de lengte van jaren. En ik stel me graag voor dat de draak zijn dagen verder sleet in de paleistuin, als kameraad en speelmakker van de kinderen van de koningin - en misschien zelfs als vegetari�r, hoewel dat mogelijk teveel gevraagd is. |